Kunsttaxateur

Waarheidszoekers: Peter van Beveren

In ons kerstnummer over waarheid en leugen laten we verschillende ‘waarheidszoekers’ aan het woord. Hoe weten ze waar de waarheid eindigt en de leugen begint? Vandaag Peter van Beveren, kunsttaxateur.

Medium rc20131211 peter van beveren 03

‘Iemand liet mij een schilderij van Kees van Dongen zien. Op de achterkant zaten labels van alle belangrijke Duitse kunsthandels uit de vorige eeuw. Van een paar wist ik dat zij nooit Van Dongen hebben tentoongesteld. Iets klopt hier niet, dacht ik. Na enig speurwerk ontdekte ik dat een van de kunsthandels in 1898 had opgehouden te bestaan, terwijl het schilderij uit 1906 zou stammen. Het vermoeden is er. Het volledige verhaal ontvouwt zich vaak pas jaren later. In dit geval gebeurde dat toen iemand in Duitsland aangifte deed en het Landeskriminalamt mij opriep als getuige. Het werd de grootste naoorlogse kunstvervalsingszaak in Duitsland: de zaak-Beltracchi. De totale schade voor gedupeerde partijen bedroeg 110 miljoen euro.

Officieel ben ik beëdigd registertaxateur op het gebied van moderne en hedendaagse kunst. Ik taxeer kunstwerken voor verzekeraars. Particulieren en musea vragen mij om advies bij aankopen en ook rechtbanken schakelen mij in. Het gaat natuurlijk altijd om geld. Ik word elke dag wel met valse kunst geconfronteerd.

Vervalsing is een kwalijke zaak. Zowel voor de kunst als de kunstenaar, de geschiedenis wordt erdoor vervalst. Toch kun je er vaak maar weinig aan doen. De politie zegt: jij bent toch niet gedupeerd? Wat is het probleem dan? Ik vind het erg omdat het zoveel misverstanden oproept. Veel slagkracht heb ik helaas niet. Het is soms wachten tot iemand anders mijn verhaal oppikt.

Veertig jaar geleden begon ik met het verzamelen van documentatie over beeldende kunst, oorspronkelijk als archiverend kunstenaar. Mijn interesse voor vervalsingen komt daaruit voort. Toegegeven, het is ook een stukje ijdelheid, dat je de waarheid achterhaalt.

‘Alle kunstenaars worden vervalst’

Kunstvervalsing wordt niet altijd serieus genomen. Justitie en politie zijn er liever niet mee bezig. De berechting van Beltracchi was een debacle. Uit tijd- en geldgebrek werd er een deal gesloten. De rechter had geen zin zich tot aan zijn pensioen bezig te houden met de kunstvervalsing. Krantenberichten over vervalsing staan op de entertainmentpagina en zogeheten “meestervervalsers” wijden uit aan tafel bij de Pauwen en Wittemannen van deze wereld. Uiteindelijk is het pure criminaliteit.

Valsheid herken je soms aan de provenance, de eigendomsgeschiedenis. Zo weet je waar het werk geëxposeerd is geweest. Bij Van Dongen wist ik dat drie kunsthandels nooit het werk hadden tentoongesteld. Een beroemde ex-eigenaar kan ook de waarde verhogen. Valse schilderijen zijn vaak te mooi om waar te zijn. Ze zijn dan te goedkoop of omkleed met een overdreven provenance.

Zien en vergelijken telt ook. Forensisch technisch onderzoek geeft niet altijd het juiste antwoord. Er is nu bijvoorbeeld een Pollock ontdekt waarvan alle experts zeggen dat het nep is, het past niet binnen het oeuvre. Ook in gooi- en smijtwerk is de ene splash de andere splash niet, het gaat om compositie en stijlkenmerken. De forensisch expert had echter ontdekt dat er op het schilderij een haar afkomstig van een kleed uit het atelier van Pollock zat. Onzin. Ik vind niet dat je een schilderij door de toevallige ontdekking van een haar kunt toewijzen aan iemand. Het is vergelijkbaar met iemand die zegt een Rolls-Royce te hebben gekocht en vervolgens komt aanrijden in een Suzuki waar een Rolls-Royce-logo op is geplakt.

De mensen die voor miljoenen bedonderd zijn hebben een raar gevoel van ongeloof en schaamte. Ze hebben het vaak in redelijk respectabele circuits van dito handelaren gekocht. In dat soort kringen gaat men er soms te snel vanuit dat bezit van zo’n dure collectie ook kennis ervan impliceert. Met een miskoop loopt niemand te koop. Meer openheid zou veel ellende kunnen voorkomen.

Ik ken geen wereld waarin zoveel leugen is als de mijne. Alle kunstenaars worden vervalst, als het maar geld oplevert. De op hol geslagen kunstmarkt draagt er ook aan bij. Het leek me vroeger fantastisch om aan een veilinghuis verbonden te zijn. Veilingen zijn erediensten van het kapitalisme geworden. Men applaudisseert voor de opbrengst. Vroeger bij één miljoen, nu pas bij de tien miljoen.

Het is verbijsterend hoe gemakkelijk men zich laat bedonderen. Laatst vertelde iemand mij: “Ik heb op eBay voor vierduizend euro een prachtige serie zeefdrukken gekocht van Warhol.” Op de veiling brengt datzelfde het tigvoudige op. Dan weet je natuurlijk meteen al dat het helemaal mis is. De komst van het internet draagt alleen maar bij aan de hoeveelheid valse kunst.’