Waarlijk trotsch

G.J. Johannes
Dit moet u niet onverschillig wezen!
De vaderlandse literatuur in het Noord-Nederlands voortgezet onderwijs 1800-1900, Vantilt, 224 blz., € 22,50

Wat je ook kunt zeggen van de mensen die de laatste tijd de mond vol hebben van onze ‘nationale identiteit’, die vinden dat iedereen weer een grondige kennis moet hebben van onze ‘vaderlandse geschiedenis’, die ‘trots zijn op Nederland’… Enig besef van waarover ze praten hebben ze niet. Wie serieus naar de geschiedenis kijkt, ziet dat ‘identiteit’ altijd een constructie is en dat alles altijd in beweging is, zodat het onzin is je te willen spiegelen aan een vermeend glorieus verleden. Bovendien ontdek je dat er zelden iets nieuws onder de zon is.

Het boek Dit moet u niet onverschillig wezen! gaat over een onderwerp waarin niet al te veel mensen geïnteresseerd lijken, namelijk de vraag hoe in de negentiende eeuw het onderwijs in de Nederlandse literatuur zich ontwikkelde. Toch is het niet alleen interessant voor gespecialiseerde neerlandici of mensen die meer willen weten over in vergetelheid verzonken grootheden als Siegenbeek, Kollewijn of Jan te Winkel. Om te beginnen wordt duidelijk dat het intense verlangen naar een duidelijke ‘nationale identiteit’ niet nieuw is. Vanaf het begin van de negentiende eeuw werd Nederland geteisterd door een ton-isme avant la lettre, waarbij driftig werd getracht Jan Salie te bezielen met een authentieke ‘voc-mentaliteit’.

Hierbij was een glansrol weggelegd voor ‘het bolwerk onzer nationaliteit, de moedertaal’. Het was in deze tijd dat ‘Nederlands’ een schoolvak werd, waarbij de aandacht niet alleen uitging naar de taal zelf, maar ook naar de letterkunde. Door middel van hoogtepunten uit het werk van Hooft, Vondel en Bilderdijk werd de leerlingen een mythisch verleden voorgehouden, zodat zij zich waarlijk ‘trotsch’ gingen voelen.

Nog interessanter is dat Johannes laat zien dat onderwijsvernieuwing zelden iets anders is dan verplaatsing van aandacht. Vaak wordt gesuggereerd dat met de invoering van Thorbeckes wet op het middelbaar onderwijs (1863) een suffe en antiquarische vorm van onderwijs werd vervangen door een hoogst modern, aan de eisen des tijds aangepast schoolsysteem. Veel onderzoek naar wat dit betekende voor de verschillende schoolvakken is echter nog niet verricht. Johannes maakt duidelijk dat het zeer de vraag is of er op het gebied van het vak Nederlands nu zo veel vooruitgang werd geboekt.

De idealen waarmee steeds nieuwe generaties docenten aan de slag gingen, waren zo hooggestemd dat ze altijd weer moesten bijgesteld. Bijvoorbeeld omdat men erachter kwam dat meer aandacht voor letterkunde ten koste ging van de spelling of de grammatica. Hierdoor was regelmatig een geheel ‘nieuwe aanpak’ nodig, en moest alles weer ‘op de schop’. Het klinkt verbijsterend actueel.