Waarom al die zware onderwerpen voor kinderen, door kinderen?

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse tv-kroniek kan bespreken. Vandaag: nog meer kindertelevisie. Want waarom niet? We zijn er goed in.

Alweer over kindertelevisie? Ja, waarom niet? Het is een van de belangrijkste programmacategorieën en Nederland is er ook nog eens goed in, gezien alleen al prijzen op internationale festivals. Vorige week ging het hier over drama, fictie (Zeven kleine criminelen; De regels van Floor). Deze keer over non-fictie, documentaires en aanverwanten, waarin ‘we’ helemaal in de voorhoede zitten, ook al omdat er in veel landen op dat gebied überhaupt weinig tot niets gebeurt. En net als vorige week gaat het om twee projecten van de VPRO, wat niet helemaal toevallig is gezien de fraaie staat van dienst van hun kinderafdeling. Nog één week telt tien delen, waarvan ik de eerste twee kon zien. Hoofdzaken telt er dertien waarvan ik de eerste zag. Over die dertien procent van het totaal ben ik enthousiast genoeg voor een aanbeveling.

In Nog één week wordt een kind gevolgd in de dagen voor een belangrijke gebeurtenis. Het is het tweede seizoen en het eerste ging onder meer over Anna wier vader over een week op vredesmissie naar Mali zou vertrekken, over Francisco die vlak voor zijn eerste grote kunstschaatswedstrijd stond en over Don die een grote schisisoperatie zou ondergaan. Lichte en zware thematiek door elkaar dus, maar altijd betekende dat voor de betrokken kinderen en een deel van de kijkers SPANNEND. En het mooie was dat in de schildering van de zwaardere onderwerpen juist ook veel lichte en blije toetsen te zien waren – al was het ‘alleen maar’ de liefde tussen kinderen en hun ouders en vice versa. Alle zes die afleveringen te zien via https://www.vpro.nl/jeugd/programmas/nog-een-week.html.

Nog één week © VPRO

Van de eerste twee van dit seizoen kies ik ervoor te beginnen met de tweede die over Darryl (12) gaat. Die aflevering behoort uitgesproken tot de lichte variant en hij zelf ook, behalve dan zijn huidskleur. Allemachtig, wat een eigenwijze, goedgebekte, zelfverzekerde geluksvogel. Hij is uitgekozen (waarom? hoe?) om als debuterend journalistje verslag te doen van een kinderrechtenvergadering in Opatija, Kroatië. Om de sfeer te bepalen: wie zal daar ook Nederland vertegenwoordigen? Prinses Laurentien. Is dat spannend of niet? Ik bedoel niet de ontmoeting met HKH, maar heel het pakket. Hij moet daar in een hotel gaan slapen zonder familie (en die is groot en warm), vreemd eten eten en ook nog eens hotemetoten interviewen. Maar voor het zo ver is moet hij oefenen met microfoon en camera, goede vragen bedenken en wat dacht je van kleren kiezen en koffer inpakken. Hij heeft er speciaal schoenen voor gekocht – twee identieke paren, want ze zijn zo mooi. Het spannendste lijkt hem nog de vliegreis, zonder ouders. Bovendien: opstijgen is behoorlijk eng en neerstorten behoort tot de mogelijkheden.
Dat laatste element van spanning staat centraal in de korte samenvatting voor de pers, maar als je het mij vraagt is dat een beetje gezocht. Darryl weet dat dat theoretisch kan, maar hij wuift het al snel weg. Genoeg andere zaken om zich druk over te maken. En omdat er in zijn geval vooral leuks en niet zo veel ernstigs op het spel staat is door de makers gekozen voor een vorm waarin Darryl de jonge kijkers een college geeft over ‘hoe word je een professionele journalist?’ Stap 1 komt neer op ‘als je haar maar goed zit’ en later zien we hem dan ook naar de kapper gaan. Verdere stappen: zorg voor een goed camerastatief (hij is kennelijk ook zijn eigen cameraman); test je microfoon; test de camera; stel goede vragen. Nou ja, het is een beetje bedacht door de makers of hemzelf want een grapjas is hij zeker. We zien eigenlijk in Nog één week nooit de gebeurtenis zelf, hooguit een terugblikje. En ook hier zien we niets van dat waarvoor hij uitgekozen is: journalist zijn. Wel dat hij bonbons voor HKH heeft gekocht en een foto waarop hij met HKH staat. Maar in dit geval had ik toch graag zijn interviewtje met haar gezien. Maar ik heb een bijzonder mannetje leren kennen. Dat desgevraagd ‘onderwijs’ het belangrijkste kinderrecht vindt.

Wat het project mede sterk maakt is de vormgeving. Mooi camerawerk, goede montage, en als meest opvallende onderdeel: rake en vaak geestige animatie. Soms tussen ‘echte scènes’ door (we zien Darryl uitgebreid kotsen als hij denkt aan onbekend en eng Kroatisch voedsel), soms in documentaire scènes verwerkt. Zo ook in de eerste aflevering over Esmee (12). Zij is als jongetje geboren, maar was als kind daar vaak heel ongelukkig mee. Op haar zevende ging ze naar een psycholoog, met als uiteindelijk resultaat dat mama meisjeskleren met haar ging kopen. Vanaf toen was ze blij. Over hoe haar omgeving, schoolkinderen, daarop reageerde komen we niets te weten, maar ze heeft in elk geval een heel leuke vriendin. Er zit een enige scène in waarin die twee shoppen en in slapsticktempo in de ene na de andere outfit verschijnen. Meidenlol. Maar die ene week? Die gaat vooraf aan de beslissende dag waarop de artsen bepalen of ze aan de puberteitsremmers mag. Alle kinderen veranderen nu, zegt ze, maar wat haar hormonaal te wachten staat is precies de verkeerde kant op: een zware stem, zo grote voeten dat ze geen hakjes meer kan kopen en baard- of zelfs rughaar. Die angsten worden in animatievorm geweldig en geestig verbeeld.
Maar de ernst en de spanning zijn er voor Esmee niet minder om. Zoals ze in de brugklas voor de groep gaat staan om haar geheim te vertellen, want stel dat iemand er achter komt. Haar stem verstikt van de zenuwen, maar o zo dapper. Waarom ze het nu pas vertelt, zegt ze, is omdat ze wilde dat de kinderen haar als Esmee zouden leren kennen, niet als Esmee de transgender. Hoe ouder ik word, hoe sentimenteler: ik kijk met een brok in de keel over zoveel moed en wijsheid. En vraag me tegelijk af hoe ik gereageerd zou hebben als ons zevenjarig dochtertje had verteld dat ze jongen wilde worden, met alle verregaande consequenties van dien. Ik vrees dat ik niet in de buurt zou komen van de ouders van Esmee, die haar volledig steunen en even oprecht hopen dat de artsen groen licht zullen geven als zij. Of dat in het vroegste begin ook zo was weet ik natuurlijk niet. Waarschijnlijk hebben ze ook geslikt en zijn ze meegegroeid in een langdurig proces. Maar voor mij, als theoretisch liberaal maar praktisch aarzelaar, is het ongelofelijk belangrijk om Esmee te leren kennen. Want het is zo duidelijk dat ze wil, nee moet. Na haar verhaal in de klas mogen er vragen gesteld. Een pijnlijke stilte en ik kijk naar die pre- en beginpuberkoppies, vooral van de jochies, en vrees met groten vreze. Dan toch praktische vragen. En, beslissend, een meisje (natuurlijk een meisje, op die leeftijd al lichtjaren ouder en wijzer dan de mannetjes) dat zegt hoe dapper ze dit van Esmee vindt en hoe cool. En prompt krijgt ze een daverend applaus. Nu alleen nog de uitslag. Die krijgen we hier terecht aan het eind mee. Ik verklap hem niet, maar weer zijn de beelden roerend.

Dan Hoofdzaken. Formule: kind zit op de stoel van kapper Marko Suds. We kijken dus naar de knipbeurt van een kinderkoppie. Maar vooral, we kijken naar binnen in dat hoofd, want Marko laat ze praten. Het heeft iets van Achterwerk in de kast, en meer nog van Taarten van Abel, al zijn kind en volwassene daar samen aan het werk en is er één kind per uitzending. Hier zijn het er vier in een kwartier en weer, het houdt niet op, heb ik vaak hartelijk gelachen, was ik vertederd of kwamen er brokken in de keel. Om aanbiddelijke, vroegwijze Zhuan die Gilles de la Tourette heeft (we leren hem kennen met fuckfuckfuck); om Marijn die een toffe moeder heeft maar pas op zijn zestiende zijn donorvader mag leren kennen; om Annemarie die als liefste wens heeft dat papa na zijn herseninfarct weer zal leren praten om te kunnen zeggen dat hij van haar houdt, al kan ze gelukkig wel aan hem zien dat dat zo is (ze doet op Marko’s vraag zijn blik voor); om wondermooie Taysen die, ja wat eigenlijk? Nou ja, die voor het eerst in een jaar zijn krullen laat knippen. En misschien zat hij er ook omdat ik aan het eind van de film, als de kinderen Marko een dank- en afscheidshand geven, hem dacht te zien weghinken – maar daar is geen woord over gezegd. Weer die kracht van openhartig pratende en vaak o zo wijze kinderen. En weer de kracht van vormgeving, want o, wat is dat zo eenvoudig schijnende programma mooi in beeld gebracht, inclusief, alweer, de fijne animatie. Rest me maar één advies: kijken en/of laten kijken door kinderen.

O ja, rest natuurlijk die eeuwige vraag over, of liever kritiek op dit soort televisie: waarom al die zware onderwerpen voor kinderen, door kinderen? Ten eerste: omdat ze al volop probleemloze verstrooiing aangeboden krijgen en zien. Ten tweede: omdat veel kinderen met veel sores te maken krijgen en het voor hen belangrijk is te weten dat dat erkend en herkend wordt; en dat er lotgenoten zijn. Ten derde omdat het voor iedereen (jong en oud) onmisbaar is ervaringsdeskundigen aan het woord te horen – en deze, zowel die in Nog één week als in Hoofdzaken zijn geweldige vertolkers van zowel vrolijke als verdrietige gevoelens. Ten vierde omdat het voor probleemlozen goed, nee, nodig is om te zien dat anderen pech tot een hard lot kunnen hebben. En dat het goed is daar belangstelling voor te hebben, mee te voelen en soms misschien zelfs te handelen. Empathie als impliciet doel van deze uitgesproken kwaliteitstelevisie. En die empathie zie en hoor je wanneer dat brugklasgenootje van Esmee haar bewondering uitspreekt en daarmee stilte en aarzeling van de groep doorbreekt. O ja, die kapper is ne hele goeie, met de schaar en de conversatie.


Nog één week, VPRO, zondags vanaf 24 maart, NPO Z@pp, 19.25 uur. Regie Esmee: Anna Peeters; regie Darryl: Jotte den Dulk.
Hoofdzaken, VPRO, zondags vanaf 24 maart, NPO Z@pp, 18.15 uur. Marko Suds (knippen en praten); Menno Otten (regie eerste aflevering)