Waarom doe ik dit ook?

Slijmen is een menselijke eigenschap die je naarmate je meer succes hebt, meer toepast. Als ik naga wat ik per dag slijm, dan is dat het geslijm van een gemiddelde middenstander, en ik verdien ook ongeveer zoveel. Zelf heb ik het gevoel dat er met mij te weinig wordt geslijmd; ik krijg bijvoorbeeld maar heel zelden een ongevraagd compliment, terwijl ik voor iedereen wel een aardig woordje heb. Maar anderen, zo hebben die mij verzekerd, doen ook niets anders dan slijmen.

Toch zijn er momenten dat ik behoor te slijmen en dat niet doe.
Wanneer ik bijvoorbeeld met een Grote Leider spreek, een Wim Kok of een voor mij Belangrijk Persoon, kan ik nauwelijks de neiging onderdrukken om zo iemand in de maling te nemen. Ik weet dat ik daardoor hoogst onbetrouwbaar overkom, maar ik kan er niets aan doen. Juist op momenten dat ik behoor te slijmen, lukt me dat niet. Het is een vorm van zelfvernietiging.
Ik weet nog dat Hare Majesteit de Koningin het Multatulibeeld ging onthullen. Aanwezig waren het Multatuli Genootschap, Geert van Oorschot, de beeldhouwer en wat mensen van de pers, onder wie ik. Op een gegeven moment stelde de voorzitter Hans v.d. B. de leden van het Genootschap voor. Ik had de onbedwingbare neiging om voor te dringen en mij achteraan de rij aan te sluiten, wat ik ook deed. En ja hoor: ineens zie ik het gezicht van Hans v.d. B. verstrakken en hoor ik hem kort en afgemeten mijn naam noemen terwijl ik de hand van Hare Majesteit grijp en vriendelijk schud.
Nu was dat nog niet alles. Het Instituut van Neerlandistiek - tegenover het Multatulibeeld - had een tentoonstelling over Multatuli gemaakt. Hare Majesteit was zeer geintereseerd in deze tentoonstelling, die was samengesteld door mevrouw S., mijnheer L., en mijnheer A. - hun wetenschappelijke functies ben ik vergeten, maar mijnheer L. was geloof ik hoogleraar. Afijn, wederom werd de Majesteit aan allemaal mensen van de universiteit voorgesteld, en als laatsten werden de samenstellers van de tentoonstelling voorgesteld. Plus nog iemand: ik. Weer boog ik, en dit keer was er een blijde lach op het Koninklijke gezicht. Ze zei: ‘U alweer hier?’
'Daarnet zag u mijn broer, Majesteit’, zei ik met een glimlach.
Ik wist dat mijn omgeving mij op dat moment haatte, en ik dacht: waarom doe ik dit ook? Ik was toen al in de dertig.
Omdat niemand met mij wilde spreken, heb ik toen een gesprek aangeknoopt met de hofdame van Hare Majesteit, wat niemand durfde. En ik herinner me dat ik aan het eind van dat gesprek vroeg, terwijl veel mensen naar me keken: 'Mevrouw, zou ik uw telefoonnummer mogen hebben, teneinde met elkander een avondje uit te gaan?’ De hofdame zei toen iets wat ik niet licht zal vergeten: 'Dat zal niet gaan, en misschien is dat helaas.’
Slijmen als het niet nodig is, en in de maling nemen als dat niet gepast is - er zijn meer mensen die daar last van hebben.
Het ergste heb ik het met het toespreken van grote zalen en het zitten in forums. Vroeger maakte ik nooit een goede indruk in forums. En ik slijmde me rot, maar nooit zei ik iets dat het publiek behaagde.
Tegenwoordig valt het mij heel makkelijk 'het juiste standpunt’ in te nemen, want elke zaal is in wezen een persoon met een mening. Ik weet precies wat ik moet zeggen om applaus te ontlokken en krijg ook, dank zij een zorgvuldig opgebouwde serie standaardgrappen, zelfs wel eens af en toe een lach.
Maar ik wil en kan het niet meer.
Zo'n zaal is toch Een Belangrijke Persoonlijkheid. En ik merk hoe gemakkelijk het is je eigen mening te veranderen. En terwijl ik dat doe, voel ik hoe de irritatie groeit. Dat is voor mij een heel behaaglijk gevoel. Het zal een masochistische trek zijn, maar het besef dat niet goed raad met je weten, verwonderd zijn en zich mateloos ergeren, kortom: het feit dat ze je een querulant vinden, geeft zin aan het bestaan.
Vroeger deugde ik niet omdat ik ondeugdelijke dingen zei, tegenwoordig deug ik niet uit roeping.