United States of Trump #5: De Democratische presidentskandidaten in debat

Waarom doet Joe Biden eigenlijk mee?

Groene-redacteur Casper Thomas schrijft de komende tijd regelmatig vanuit Washington over het Amerika van Donald Trump. In aflevering vijf: kan een politicus ook te véél politieke ervaring hebben?

June 27, 2019 - Miami, Florida, USA- Een Joe Biden aanhanger deelt gratis ijsjes uit. © Adam DelGiudice/Zuma Press

Joe Biden, 76, wil graag het stokje nog wat langer vasthouden. Tijdens de tweede avond van het eerste debat tussen de Democratische presidentskandidaten openbaarde zich een klassieke generatiestrijd. Eric Swalwell, een 38-jarig Congreslid uit Californië, herinnerde zich hoe hij als zesjarige een politieke bijeenkomst bijwoonde waarin toenmalig senator Joe Biden ‘it’s time to pass on the torch to a new generation’ zei. Volgens Swalwell gold het gelijk van Biden op dit moment opnieuw. Maar: ‘I’m still holdin’ on to that torch’, antwoordde Biden tijdens het debat.

Swalwell zelf maakt weinig kans om de nominatie namens de Democraten in de wacht te slepen. Daarvoor is hij te onbekend en zijn zijn oneliners te ingestudeerd, maar hij legde een van de belangrijkste punten van de Democratische presidentsrace bloot: zijn Bidens vele jaarringen een pluspunt of een ballast voor de kandidaat die tot nu de peilingen aanvoert?

Bidens rivalen weten in ieder geval zijn zwakke plekken te vinden. Eerder haalde Cory Booker, senator uit New Jersey, uit naar Biden toen de voormalige vicepresident warme herinneringen ophaalde aan de samenwerking van Democratische senatoren die voor gesegregeerd onderwijs waren. Biden volhardde. Zijn verdienste in het tegengaan van raciale ongelijkheid was groot genoeg om zich hier niet voor te hoeven verontschuldigen, vond hij.

Booker en Biden stonden op twee verschillende debatavonden ingedeeld, en konden dus niet de degens kruisen, maar Kamala Harris, senator uit Californië en de enige vrouw van kleur, die samen met Biden op het podium stond, nam de handschoen op. Ze had haar aanval duidelijk voorbereid. Eerst bracht ze Bidens vriendschappelijkheid met de segregatie-senatoren in herinnering. Daarna volgde stoot twee: Bidens verzet in de jaren zeventig tegen een landelijke voorziening van schoolbussen. Dit gratis vervoer bracht betere scholen binnen het bereik van zwarte gezinnen. Ik was een van kinderen op die bus, aldus Harris.

Het was verreweg de hardste confrontatie in een verder vrij tamme twee keer een uur debat, en het zou me niet verbazen als de voortekenen voor Bidens verlies zich hier openbaarden. Zijn verweer was technocratisch. ‘Ik was alleen tegen landelijke financiering van schoolbussen’, zei hij. Erg geloofwaardig was dit bovendien niet. In 1975 noemde Biden, toen senator voor Delaware, een landelijk busprogramma ‘de atoombom van de antidiscriminatie wapens’ en ‘het meest destructieve dat Delware zou kunnen overkomen’. Ook toen al noemde The New York Times Bidens oppositie tegen publieke schoolbussen ‘een reële bedreiging, niet alleen voor de verworvenheden van de jaren zestig, maar voor het fatsoen in deze samenleving’.

Nu zou je kunnen zeggen dat de Biden nu niet meer dezelfde is als dan die van toen. Andere tijden andere normen. Maar waarschijnlijk is dat precies het probleem dat aan Bidens kandidatuur kleeft: hij draagt normen met zich mee waarvan veel Democratische kiezers hopen dat ze in het verleden kunnen blijven, en dan bovenal de norm dat politieke samenwerking voorop staat in Washington, ongeacht het ideologische signatuur van je collega.

Het debat maakte eens te meer duidelijk dat Biden op z’n zachtst gezegd geen stemmentrekker is voor de zwarte kiezer, al was het maar omdat zijn rivalen hem onverschilligheid over racisme zullen blijven verwijten. Eerder maakte Biden zich al niet populair bij jonge kiezers door te zeggen dat hij ‘geen empathie’ voelde voor jongeren die moeite hebben op de arbeidsmarkt en om een eerste koopwoning te betalen. Biden ziet zichzelf als de enige die Trump aan kan, maar dat wordt lastig zonder enthousiaste steun van de volle breedte van het Democratische electoraat.

Kijkend naar het debat noteerde ik ‘waarom doet Biden eigenlijk mee?’ als vraag voor verder onderzoek in de VS. Dat kwam niet zozeer door zijn wat houterige performance (hij versprak zich meerdere malen), maar omdat er zoveel elan bij zijn concurrenten te bespeuren was. Kamala Harris toonde zich een genadeloze debater. Elizabeth Warren had plannen voor de economische toekomst van Amerika, in plaats van een lang politiek cv om de middenklasse te overtuigen. Julián Castro, een tot nu weinig bekende kandidaat, presenteerde in een mix van Engels en Spaans een uitgebreid plan voor migratiehervorming. Pete Buttigieg is veertig jaar jonger dan Biden, maar kwam minstens zo wijs over. Oud of jong, er zijn genoeg zeer gekwalificeerde kandidaten om Biden de toorts uit handen te nemen.

Dat Biden zich in het debat nog eens nader moest verklaren over zijn steun aan de oorlog in Irak, deed bij mij de overtuiging groeien dat zijn veteranenstatus hem nog vaak dwars zal komen te zitten de komende maanden. Soms heeft een politicus misschien gewoonweg te veel ervaring.

In opmaat naar het debat werd duidelijk dat Biden zich boven de politieke strijd om het presidentskandidaatschap verheven voelt. Toen The New York Times 21 vragen stelde aan alle presidentskandidaten deed Biden als enige niet mee. Het debat sloot hij af met een ‘God bless Amerika and God bless our troops’ - alsof hij sprak vanuit het Oval Office in plaats vanaf een podium in een theater in Miami.

Tijdens de vorige Amerikaanse presidentsverkiezing verloren de Democraten deels omdat hun kandidaat de kleur van haar outfit om te dragen bij de overwinningsspeech al had uitgekozen voordat de verkiezingen voorbij waren. De vanzelfsprekende verwachting te winnen in 2016 is een reden waarom de Democraten op zoek zijn naar een anti-Trump voor 2020. Nu dreigt een ervaren kandidaat de huid van de beer al tijdens de voorverkiezingen prematuur te verkopen.