Waarom gaat het eigenlijk?

Identificatienieuws naar: De Groene Amsterdammer Postbus 353 1000 AJ Amsterdam
De eerste persoon die direct werd getroffen door haar weigering aan de identificatieplicht te voldoen, Judith de Lang uit Utrecht, is nog altijd in een juridische procedure gewikkeld. Zij was sinds 1 mei 1994 als student- assistent aan de Universiteit Utrecht belast met de samenstelling van het tijdschrift Thesaurus. De faculteit der Godgeleerdheid besloot herfst 1994 haar contract per 1 januari 1995 niet te verlengen, aangezien zij weigerde een legitimatiebewijs in te leveren. De Lang ziet de wet op de identificatieplicht als een verlengstuk van het Nederlandse beleid waarbij vluchtelingen als tweederangs mensen worden beschouwd. Maar zij kreeg niet de gelegenheid haar bezwaren uiteen te zetten. Op 22 december 1994 schreef de directeur van de faculteit haar dat haar dienstverband werd beeindigd, aangezien zij niet aan de wet op de identificatieplicht had voldaan. Haar bezwaarschriften werden vervolgens door het College van Bestuur ongegrond verklaard.

Op 25 september 1995 heeft haar advocaat de Universiteit Utrecht gedagvaard en de kantonrechter gevraagd de arbeidsovereenkomst met De Lang geldig te verklaren tot 31 december 1995 en haar het achterstallig salaris uit te betalen. Het College van Bestuur blijft echter volhouden hiertoe niet verplicht te zijn en zorgvuldig te hebben gehandeld, aangezien zij tijdig van de consequenties van haar weigering op de hoogte is gesteld. Dit wordt door De Lang aangevochten. De universiteit had ten minste een gesprek met haar dienen aan te gaan, en had vervolgens het ministerie van Justitie om ontheffing van de identificatieverplichting kunnen verzoeken.
De universiteit moet hier nu weer voor 7 februari 1996 op reageren. Dat zal haar niet gemakkelijk vallen, want intussen heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties geschreven dat hij het te ver vindt gaan als een werkgever een werknemer die weigert een identiteitsdocument te overleggen, ontslaat.
Intussen voelt De Lang zich als de vrouw uit de film The story of Qiu Ju, die stad en land afreist om voor haar recht op te komen en die dat uiteindelijk krijgt op een manier die zij helemaal niet had gewild. Het gaat haar niet om allerlei reglementen en juridische procedures en ook niet in de eerste plaats om schadevergoeding. Maar zij is bang dat de vragen waar het om gaat - een rechtvaardig vluchtelingenbeleid en het recht van een werknemer om zijn of haar geweten te laten spreken - in alle procedures volkomen verloren gaan.