Waarom gaat het niet?

Er zijn momenten waarop ik erg leuk ben. Soms zijn mijn broer en ik bij elkaar en dan maak ik de ene goeie opmerking na de andere; ik zit dan in een hogere versnelling. Ik heb het ook wel eens in het cafe; alles wat ik dan zeg en doe, valt goed. Waarom kan ik dat gedrag niet op elk willekeurig moment reproduceren?

Ik vergader vaak met verschillende mensen. Op de ene vergadering heb ik altijd ideeen, op de andere niet. Ik zit soms koortsachtig te denken, en bijna te smeken om een leuk idee. Maar dan komt er niets. Terwijl als ik met X in het cafe zit, dan rollen de ideeen achter elkaar uit de mond. Ik hoef dan niet eens na te denken.
Waaraan ligt dat?
Met vrouwen idem dito. Ik dacht vroeger dat mooie vrouwen inspirerend zouden werken. Je ziet iemand die razend aantrekkelijk is en dus komt dan vanzelf de versierdersbabbel. Dat is dus niet zo. Er zijn prachtige vrouwen door wie je geinspireerd raakt, maar er zijn ook foeilelijke vrouwen die hele verhalen uit je weten te trekken. Wat is dat?
Omdat niemand het kan verklaren, heeft men het over ‘vibraties’, of men zegt dat het 'klikt’.
Dat is mystiek.
Er moet een reden te vinden zijn waarom het met de een wel klikt en met de ander niet.
Iedere journalist kent het verschijnsel: je gaat naar een interview, je pakt je blocnote of je zet je cassette aan, je stelt je eerste vraag - en je weet vrijwel meteen of het een goed of slecht interview zal worden.
Twee voorbeelden. Ooit moest ik, jaren geleden, Guy Mortier, de hoofdredacteur van Humo, interviewen, samen met een collega. We reizen naar Brussel, we nemen in de trein de map van Mortier door, stellen een vragenlijst op en we hebben goede zin, want we mogen Mortier, we denken dat het leuk wordt.
We worden aan Mortier voorgesteld en na een minuut merken we het; er zitten drie stukken steen in de kamer. Het gaat niet. Het lijkt alsof we alledrie een plastic zak over ons hoofd hebben.
Ander voorbeeld. Ik mag van de krant eens de schrijver F. B. Hotz interviewen. Hotz wilde nooit geinterviewd worden. Je mocht hem alleen schriftelijk vragen stellen. Maar dat wilde ik weer niet. Door de telefoon spraken Hotz en ik af dat ik geen cassetterecorder mee zou nemen en dat ik geen aantekeningen zou maken, want daar werd hij zo nerveus van. Ik moest dus alles onthouden.
Ik reis naar het plaatsje V, loop naar Hotz’ huis, word vriendelijk ontvangen door zijn zuster, kom in zijn kamer, stel me voor. We praten. Het gaat niet. Maar opeens, in een seconde, schiet de sfeer in het gesprek.
Wat is dat?
Niet een psychologieboek geeft hier antwoord op. Noch is er een antwoord op de vraag hoe je het zo kunt krijgen dat je het altijd kunt oproepen. Waarom houdt niemand zich hiermee bezig, terwijl dit toch een van de interessantste vragen van de menselijke geest is.
Mijn computer is altijd vriendelijk tegen alle mensen op ieder moment, waarom ik niet?
Ik ben ooit eens drie dagen achter elkaar naar Freek de Jonge wezen kijken. Dat was twintig jaar geleden. Drie avonden lang was hij ongelooflijk knap aan het vermaken. Iedere keer weer lag het publiek over het gangpad te rollen.
Vijf jaar later zag ik weer een voorstelling van hem - en toen ontbrak de sfeer.
Ik dacht dat Freek gewoon slecht was. Een dag later kon ik door een toeval weer naar Freek. Zelfde voorstelling. Hij was meesterlijk.
Hoe kan dat?