Langs de oostgrens van Fort Europa

‘Waarom help je die zwarten?’

Steeds minder migranten lukt het om de Europese Unie binnen te komen. Afghanen, Somaliërs en Pakistanen worden opgepakt in de bergen langs de Slowaaks-Oekraïense grens. Het interesseert de EU-burgers maar weinig.

TIENDUIZEND DOLLAR BETAALDE Mohsen Zahid voor de reis van Afghanistan naar Europa. Tienduizend dollar voor een reis die na ruim vijfduizend kilometer een paar meter voor het eigenlijke doel eindigde. Het was een koude nacht in november toen Zahid door een Oekraïense grenspatrouille in de boeien werd geslagen. Hij probeerde die nacht de grens met Slowakije over te steken. Sinds eind 2007 vormt deze grens de Schengen-buitengrens. In de bossen bij de Oekraïense grensstad Uzhgorod eindigde Zahids avontuur.
Nu zit hij in een kille kelder van een flatgebouw in Moekachevo, een slaperig stadje in het westen van Oekraïne, op zo’n zestig kilometer van de grens. Buiten waait een gure wind. Op de bergen in de verte ligt sneeuw; in de rivier die door de stad stroomt drijft ijs. Zahid doet zijn verhaal: ‘Mijn ouders kwamen afgelopen jaar in Kaboel bij een bomaanslag om het leven. Daarna besloot ik naar Europa te vertrekken. Ik verkocht het ouderlijk huis en van de opbrengst betaalde ik de reis naar Europa. Van Kaboel reisden we in een groep per auto door Oezbekistan en van daaruit naar Moskou. Vandaar ging het verder naar de grens met Oekraïne, die we te voet overstaken. In Oekraïne werden we naar de grens met Slowakije gebracht. Daar werd ik opgepakt.’ Waar Zahid uiteindelijk naartoe wilde, blijft onduidelijk. ‘Ik wilde naar Europa. Maakt niet uit welk land. Noorwegen of Zweden bijvoorbeeld.’
Zoals Zahid vergaat het elk jaar vele duizenden vluchtelingen. Ze worden door mensensmokkelaars die grof geld aan de transporten verdienen naar de Oekraïense grens gebracht. ‘Daar worden ze in het bos achtergelaten. Soms geven de smokkelaars nog een richting aan, waar ze heen moeten lopen. Soms zeggen ze: dit is België. Of: nu zijn jullie in Europa’, vertelt Nadezhda Zamuraeva van de Oekraïense ngo Neeka. Het is de enige organisatie die zich inzet voor de rechten van de vluchtelingen die in West-Oekraïne terechtkomen. En dat zijn er nogal wat, volgens Zamuraeva: ‘Elk jaar worden zo’n vijfduizend personen gearresteerd bij hun poging de grens over te steken. De grens met Slowakije is de meest populaire, omdat het gebied erg bergachtig is. Maar er zijn ook vluchtelingen die de grens met Hongarije, Roemenië of Polen proberen over te steken.’
Het westelijk deel van Oekraïne behoort tot de Karpaten. Het gebied kent een bonte mengeling van bevolkingsgroepen. Oostenrijkers, Hongaren, Roemenen, Polen, joden, Tsjechen en Slowaken lieten hier hun sporen achter. Tot 1939 is het gebied nooit in Russische handen geweest. Dat is te zien in het centrum van het tachtigduizend inwoners tellende stadje Moekachevo. De winkelstraten zijn opgeknapt; veel huizen hebben de afgelopen jaren vrolijke pastelkleuren gekregen. De architectuur maakt een Midden-Europese indruk. Oude Lada’s en af en toe een fourwheeldrive van een nieuwe rijke hobbelen over de kasseien in het centrum. De voormalige Sovjet-Unie lijkt hier ver weg.
Vanaf Moekachevo is het een uur rijden over een redelijk goede snelweg naar Uzhgorod, de verregende grensstad met Slowakije. ‘Kiev 760 kilometer’, staat er op een verkeersbord. Direct aan de rand van Uzhgorod, op een heuveltop, waait de geel-blauwe Oekraïense vlag. Daarnaast staat een enorm monument dat herinnert aan de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog. Wie over de heuvels uitkijkt, ziet een door het landschap getrokken streep. Het is een kaalgekapte lijn die de grens met Slowakije vormt. Hier hield vroeger de Sovjet-Unie op. Langs de grens staan wachttorens.
Hoewel de grens met Slowakije aantrekkelijk lijkt vanwege het moeilijk begaanbare terrein herbergt ze ook veel risico’s. Een paar jaar geleden vonden grenswachten in de bergen een Tsjetsjeense vrouw. Ze lag doodgevroren in de sneeuw. In haar armen droeg ze haar drie kinderen. Ook afgelopen jaar was het weer raak. Zamuraeva: ‘Twee Indiërs die de weg kwijt waren geraakt zijn in de bergen doodgevroren.’

ALS DE VLUCHTELINGEN niet zo slecht geïnformeerd waren, zouden ze hun pogingen misschien geheel achterwege laten. Want welke Irakees of Somaliër weet dat de Europese Unie een readmission-overeenkomst heeft gesloten met Oekraïne? Deze overeenkomst houdt in dat Slowakije opgepakte vluchtelingen naar Oekraïne mag terugsturen, ook al zijn ze de grens gepasseerd. De EU houdt op deze manier zo veel mogelijk ongewenste migranten buiten de deur, terwijl Oekraïne een bundel geld toegestopt krijgt. Er zijn maar weinig mensen die er last van hebben of die zien wat er gebeurt, want Oekraïne is ver weg voor de gemiddelde West-Europeaan.
Of maatregelen als de readmission-overeenkomst afdoende zijn om de migratiestroom richting Europa in te dammen, valt te betwijfelen. Wetenschappers gaan ervan uit dat de wereldwijde vluchtelingenstroom tot 2050 vertienvoudigt. Het grootste deel van de vluchtelingen die nu via Oekraïne de EU proberen binnen te komen, bestaat volgens vluchtelingenorganisatie UNHCR uit gelukzoekers. Ze gaat ervan uit dat negentig procent van de migranten in Oekraïne economische vluchtelingen zijn: mensen die in eigen land niet vervolgd worden of gevaar lopen, maar die simpelweg een beter bestaan zoeken elders ter wereld. Ongeveer tien procent van de migranten heeft in principe recht op politiek asiel. Die status krijgen in Oekraïne echter maar heel weinig mensen, zegt Mykola Towt, hoofd van de migratiedienst in Uzhgorod.
Towt zit onder een portret van president Juschtschenko. Op de gang zitten vier Somaliërs. ‘Die hebben asiel aangevraagd, maar dat zullen ze niet krijgen’, vertelt Towt. Niet dat hij de Somaliërs het politieke asiel niet gunt, maar hij kent de Oekraïense praktijk: ‘Sinds 2002 hebben in Transkarpatië precies acht mensen de vluchtelingenstatus gekregen. Jaarlijks dienen ongeveer duizend mensen een asielaanvraag in.’
Dat onwaarschijnlijk lage aantal wordt onder meer veroorzaakt door de chaos in de Oekraïense migratie- en asielpolitiek. In de afgelopen tien jaar is de migratiedienst acht keer hervormd. Geen mens weet nog wie waarvoor verantwoordelijk is. Bovendien heeft de dienst veel te weinig financiële middelen en geschikt personeel. De behandeling van asielaanvragen duurt soms tot twee jaar. Veel druk komt daarbij op West-Oekraïne terecht. ‘Transkarpatië ontvangt zestig tot zeventig procent van alle asielaanvragen’, zegt Towt. De reden: het gebied grenst aan de EU. Per jaar arresteren de grenswachten ongeveer vijfduizend personen die proberen de grens over te steken.
WIE TIJDENS een illegale grensoversteek gearresteerd werd, kwam tot voor kort in de zogenoemde isolator terecht, een gevangenenkamp op een voormalige sovjetkazerne in de bossen bij Pawchino. De omstandigheden waren er dramatisch. Meer dan achthonderd buitenlanders zaten gevangen in ruimtes die voor maximaal driehonderd personen bedoeld waren. Het eten was slecht, er waren geen douches, er was nauwelijks rechtsbijstand. In de winter was het er steenkoud. Na jarenlange protesten van mensenrechtenorganisaties is dit kamp in december gesloten.
Waar komen gearresteerde migranten en asielzoekers sinds de sluiting van Pawchino terecht? ‘Migranten uit voormalige sovjetrepublieken laten zich meestal naar hun eigen land deporteren’, zegt Towt. ‘De anderen moeten naar nieuw ingerichte kampen in Wolyn en Chernihiv, of naar Odessa, waar zich een groot kamp bevindt.’ Towt heeft nog geen van de kampen bezocht; het budget van de migratiediensten is mager en de coördinatie zeer slecht. Zamuraeva is ook nog niet in de twee nieuwe kampen geweest. Haar organisatie kan de vluchtelingen in Wolyn en Chernihiv in ieder geval niet ondersteunen: de kampen liggen honderden kilometers verderop.
De redenen waarom Pawchino gesloten is, zijn nogal schimmig. Zamuraeva: ‘Pawchino was in sovjettijden een militaire basis. Het schijnt dat er SS20-raketten stonden die op België waren gericht. Zakenmensen willen het terrein nu voor commerciële doelen benutten. Daar kunnen ze geen vluchtelingen bij gebruiken.’ De gouverneur van Transkarpatië vond het vluchtelingenkamp ook maar niks; hij wilde geen migranten in zijn regio.

NU ER GEEN detentiekamp meer is, hebben de grenswachten een probleem: waar moeten de gearresteerde vluchtelingen naartoe? ‘Elke grenspost moet nu een eigen detentieruimte voor de opvang van de gevangenen voor de eerste dagen inrichten’, zegt Zamuraeva. ‘Veel migranten vragen op het moment dat ze aan de grens gearresteerd worden asiel aan, omdat ze dan het recht hebben om een half jaar lang in vrijheid op de beslissing omtrent hun status te wachten.’
Een deel van hen kan dit in Moekachevo doen. Ze komen terecht in Latyrytsa, een groot huis met een bewaker erbij en een hekwerk van meer dan twee meter hoog eromheen. Het huis biedt plek aan tachtig mensen. Op de bovenverdieping wonen vier gezinnen, waaronder een Afghaans echtpaar met vijf dochters en een zoon. ‘We zijn gevlucht omdat de Taliban ons bedreigden’, vertelt de 42-jarige Aziz, het gezinshoofd. Hij komt oorspronkelijk uit Pakthia, een stad in het oosten van Afghanistan. Naast Engels en Farsi spreekt hij ook Urdu; hij is duidelijk een goed opgeleide man. Aziz: ‘De Taliban wilden dat mijn oudste zoon met hen zou meevechten. En een Taliban-chef wilde mijn oudste dochter. Toen de druk te groot werd zijn we gevlucht. Als we teruggaan, word ik doodgeschoten.’ Zijn vijftienjarige dochter naast hem kijkt bedremmeld naar de grond. Slechts één van de dochters gaat naar school, de anderen krijgen af en toe Oekraïense les van vrijwilligers van Neeka.
Een deur verderop woont een Koerdisch gezin. Vader is in de stad, moeder spreekt alleen Turks en Koerdisch, maar een van de dochters vertelt in gebroken Engels over haar vader: ‘Hij is een bekende Koerdische muzikant. De Turken bedreigden hem constant. Daarom zijn we gevlucht.’ Verder zijn er nog een Syrische moeder met haar drie kinderen en een Iraakse vrouw die nogal vijandig kijkt. Met z’n allen delen de gezinnen een keuken en een gemeenschappelijke ruimte, waar een dozijn kinderen verveeld naar de Oekraïense televisie zit te kijken.
De benedenverdieping van het huis is gereserveerd voor alleenstaande mannen. In een kamer met uitzicht op de bergen in Slowakije wonen vier jongens die uit Afghanistan zijn gevlucht. Het stinkt beestachtig in de kamer; eigenlijk zou er gelucht moeten worden, maar buiten is het te koud. Een van de Afghanen komt uit Helmand en laat een schotwond aan zijn arm zien.
In een andere ruimte woont Tawab Niazi uit Kaboel. De modern geklede jongeman kwam een half jaar geleden naar Oekraïne: ‘Ik werkte als journalist voor buitenlandse media, zoals Reuters en de BBC. Op een dag had ik een interview in Tora Bora met de woordvoerder van Mullah Omar, toen het Amerikaanse leger opeens binnenviel. Ze arresteerden iedereen en luisterden niet naar onze verhalen. We werden gevangen gezet, ik kwam pas acht maanden later vrij. Daarna bedreigden de Taliban me met de dood. Volgens hen werkte ik samen met de Amerikanen. Daarom ben ik gevlucht. Vertel mijn verhaal alsjeblieft verder.’

EEN GROOT DEEL van de migranten, zoals Niazi, heeft een goede opleiding gevolgd. Dat is ook niet zo vreemd gezien de grote bedragen die betaald moesten worden om de EU-grens te bereiken. Zoiets is meestal alleen voor hoogopgeleiden weggelegd. Vooral de economische vluchtelingen lijken in West-Oekraïne op de voor hen slechtste plek tussen twee uitersten terecht te zijn gekomen. Ze hebben de EU niet gehaald en zijn ver weg van hun eigen land. Ondertussen verpieteren ze in de sneeuw in Oekraïne, waar de staat met de economische crisis wel belangrijker problemen heeft dan de leefomstandigheden van vluchtelingen, en waar integratie moeizaam verloopt. Niet zelden heerst openlijk racisme in Oekraïne. Zamuraeva van Neeka weet er alles van: ‘Een van de argumenten om Pawchino te sluiten was dat de migranten wel eens gevaarlijke ziektes met zich mee konden brengen.’
Een tijdje geleden had ze een discussie met een politieman in Moekachevo: ‘“Waarom help je die zwarten?” vroeg de politieman. “Omdat ze onze steun nodig hebben”, vertelde ik hem. “Zou je mij in nood ook helpen?” vroeg hij daarna. Enkele maanden later hadden we een grote overstroming in Moekachevo. De rivier trad buiten haar oevers en zijn huis stond in het water. We hebben hem toen geholpen. Daarna heb ik hem nooit meer over “die zwarten” gehoord.’