Waarom ik weer rook

De eerste week van januari is nog niet verstreken of ik ga al over mijn nek van de wereldwijd geschonden ouwejaarsavondvoornemens. Daar moet men niet lichtzinnig over denken. Het schenden van goede voornemens is een voorbode van het schenden van de rechten van de mens. Eerst zweer je de sigaret af. Vervolgens gebruik je diezelfde sigaret, gefrustreerd als je bent, om een gedetineerde Palestijn aan de praat te krijgen. Als de mensheid zich niets voornam, was de wereld heel wat minder gewelddadig. Maar wat kan mij de wereld verdommen? Nog het meest walg ik van mezelf. Weer ben ik er ingestonken! In mijn enthousiasme heb ik mij dit jaar voorgenomen mij nooit meer iets voor te nemen. Zo word je door je eigen hersenen bij de neus genomen waar je bij staat.

‘Doe dat alsjeblieft nooit meer!’ hoor je je vrouw smeken. Dus beloof je je leven te beteren. Maar de week is nog niet om of je valt haar weer in de rede omdat je weet dat er andermaal een ouwe koe uit de sloot zal worden gehaald. 'Je hebt weer vergeten wat je me hebt beloofd!’ jammert ze. Dus vlucht je naar de kroeg - om even later starnakelzat aan de huisdeur te rammelen, want die verdomde sleutel is te groot voor het sleutelgat. Je vrouw houdt je in de hal de spiegel voor. Dus je slaat dat ding aan diggelen. Uiteindelijk verlaat je haar voor de eerste de slechtste sloerie. Je bent niet langer tegen je eigen beloftes bestand gebleken.
Kortom, zelfs de sterksten onder ons gaan teloor, ondanks hun voornemen onsterfelijk te worden. Ik smeek jullie: koester niet langer valse hoop. Zelfs reincarnatie biedt geen soelaas. Want wat doen wij, mochten wij ooit op aarde terugkeren? Dan nemen wij ons voor nooit meer de fouten uit ons vorige leven te herhalen. Met alle fatale gevolgen van dien.