Opheffer

Waarom is doping onsportief?

Wat ik niet begrijp is het volgende: waarom is het gebruik van dope onsportiever dan een overtreding?

Het aardige van een overtreding — bij bijvoorbeeld voetbal — is dat de overtreding geïncorporeerd is in het spel. Doe je iets heel ergs, zodat het gevaar oplevert voor jezelf en de ander, dan krijg je een rode kaart, en mag je drie wedstrijden niet spelen.

Dat is keurig geregeld.

Nu lijkt mij dat een ernstige overtreding — waarbij je dus iemand anders in gevaar brengt — veel ernstiger is dan het gebruik van doping waarbij je hoogstens jezelf in gevaar brengt.

Maar toch doen we net alsof doping veel en veel erger is en het aanzien van de sport schaadt. Alsof de sport niet wordt geschaad door het geld dat erin omgaat, de corruptie. Doping is dus niet onsportiever dan een overtreding.

Je mag wel je leven wagen in een bolide die tot de rand toe gevuld is met benzine, maar je mag niet het bij verstandig gebruik redelijk onschuldige epo gebruiken.

Het valt me op dat de mensen die hierover beslissen buiten gewoon fanatiek zijn. Ze hechten groot belang aan het lichaam. En aan stoffen die het lichaam zelf produceert.

Ook daar zou iets onsportiefs in kunnen zitten. Elk lichaam heeft een chemische fabriek. Maar ieder lichaam heeft ook weer een andere chemische fabriek. Stel dat mijn fantastische lichaam — door genetische afwijkingen — meer «doping» produceert dan het lichaam van mijn concurrent. Is dat dan wel eerlijk? Rechtvaardig is dan toch, lijkt mij, dat ik iets slik om wat te temperen, anders heb ik van begin af aan al een onsportief voordeel. Of is dat juist sportief?

Elk jaar weer, bij elk groot evenement, komen we de «dopinggevallen» tegen. Vroeger werd je nog bang gemaakt met dood en verderf als je doping zou gebruiken. Vrouwen kregen een snor, mannen borsten en uitpuilende schaamlippen. Maar al met al valt dat erg mee. Je weet dat negentig procent van de wielrenners in de Tour de France doping gebruikt, maar een paar leuke tieten zie je niet. En eigenlijk kan ik me alleen maar Tom Simpson herinneren die door verkeerd dopinggebruik op de Mont Ventoux gestorven is. Dertig jaar geleden, geloof ik.

Maar dode gewichtheffers? Dode zwemmers? Dode volleyballers? Dode hardlopers? Een trend is het nooit geworden.

We weten in de sport eigenlijk niet meer wat rechtvaardig is. We trainen, maar we trainen op ongelijkheid. We trainen zo hard dat we hopen ongelijk te zijn aan de ander. Het vreemde is dat doping dat effect eerder te niet zou doen. Door doping word je meer aan elkaar gelijk. Weer een reden om voor doping te pleiten.

Wat ik ook niet begrijp bij doping is het onderscheid tussen natuurlijk en chemisch. Coca-Cola mag wel, amfetamine niet. Is Cola natuurlijk? Zijn al die sportief-drankjes natuurlijk? Onzin. Zijn de stoffen die er in zitten natuurlijk? Bekijk maar eens zo’n label. Nee, dus. Wat is natuurlijk? Is de adrenaline die ik aanmaak anders dan de adrenaline uit een potje? Als dat zo is, waarom noemen we dat spul in dat potje dan adrenaline?

We weten dat er op dit ogenblik bij de Olympische Spelen in Athene doping gebruikt wordt. We proberen dat te achterhalen, maar de controleurs lopen achter. De geraffineerde doping kan nu zo in het lichaam gebracht worden dat het «lichaamseigen» is geworden. Wat betekent dit? Volgens mij toch dat het geen doping meer is.

Geef die strijd tegen de doping toch op. En let meer op echte overtredingen.