Waarom lezen wij?

tekening PJ Roggeband

Medium opening

We blijven lezen, ondanks de op hol geslagen boekenindustrie en de gevaarlijke verstandsverduistering die sommige boeken teweegbrengen. Waarom toch? Lezen is overleven, aldus schrijfster en lezeres Sana Valiulina.

In zijn essay Over de vervolmaking van de mensheid en de invloed van de boekdrukkunst op de beschaving noemt de negentiende-eeuwse Franse schrijver en hartstochtelijke bibliofiel Charles Nodier de boekdrukkunst ‘de schemer die zal voorafgaan aan de eeuwige nacht’. Volgens de Fransman werden dankzij Gutenberg de onnozele discussies van de scholastici gemeengoed waardoor de middeleeuwse achterlijkheid welig verder kon tieren. Liet de maatschappij zich vroeger leiden door instinct en gezond verstand, zo verzucht Nodier, nu wordt ze ondergedompeld in een oceaan van mistige doctrines en klerikale onzin.

Nu was polemiseren en provoceren een andere grote passie van Nodier, naast zijn liefde voor oude boeken, maar ik blijf onomwonden zijn voorkeur delen voor een ongerepte zij het ongeletterde geest boven de gevaarlijke verstandsverduistering die sommige lectuur in de hoofden van de mensen teweeg kan brengen. Wie weet had als Het rode boekje niet zo massaal was verspreid het lot van de Chinezen misschien een minder sinistere wending genomen.

De bewering van Nodier dat de literatuur sinds de uitvinding van Gutenberg tot slaafs na-apen is verworden, bedreven door een meute gewiekste plagiators, is overdreven, maar of ze helemaal onzinnig is? Zijn profetieën over de opstand tegen de boeken, die volgens hem met het stijgen van de hoeveelheid drukwerk steeds heftiger zou worden, zijn echter niet uitgekomen.

We blijven lezen ondanks de op de hol geslagen boekenindustrie en de uitpuilende boekhandels. Waarom? Omdat we aan een ongeneeslijke ziekte lijden, het leven genaamd? Daar is iets voor te zeggen – de boekenplank als huisapotheek. Acute verliefdheid? Ars Amandi zo royaal mogelijk tot je nemen. Liefdesverdriet? Remedia Amoris zal je verstand weer tot de orde roepen. Vind je Ovidius te streng en wil je je nog een tijdje lekker in je Schmerz wentelen? De jonge Werther kan soelaas bieden. Wanhopig, gekwetst, op je ziel getrapt? De bekentenissen van Zeno leren je dat je ego best tegen een stootje kan en verzoenen je misschien zelfs tijdelijk met het leven, ook al voel je je er door beetgenomen. Overspannen, opgejaagd? De Chinese poëzie zal een heilzame, onthechtende werking hebben op je dolgedraaide geest. Relatieproblemen, midlifecrisis? Dan heb je wellicht iets aan Grondahl, die met zijn pen als met een scalpel het binnenste van zijn even verwarde personages ontleedt. Eenzaam, onbegrepen? Alle goede boeken helpen alleen al omdat ze ook door iemand in eenzaamheid zijn geschreven, iemand die het leven klaarblijkelijk slechts met pen en papier betekenis en vorm kon geven. Onbestemde smart, bezwaarde geest, aanvallen van misantropie zonder aanwijsbare reden? Voordat je het vliegtuig pakt naar exotische oorden, je in de armen stort van een therapeut of een dure goeroe, of het leven van je naasten gaat vergallen, kun je eerst dichtbundels gaan uitspitten op zoek naar de geestestoestand die het meest met jouw zeer correspondeert. Lang zal het niet duren – zo uniek zijn we ook weer niet, godzijdank – en het universele van de echte poëzie kan je misschien helpen de pathologische zwellingen van je eigen ik tot de juiste proporties terug te brengen. Is de dichtkunst niet aan je besteed, dan kun je nog altijd een tip van Joseph Brodsky uitproberen. Verklarende woordenboeken doorploegen tot je op een passende definitie stuit. Benoemen helpt.

Als je maar niet bij wijze van zelfdiagnostiek je heil bij romans gaat zoeken. Hopeloze zaak. Door je met personages te identificeren – als je dat niet kunt of wilt, schakel dan meteen maar over naar de beursberichten – ga je jezelf misschien wel allerlei gevoelens toe-eigenen waardoor de ellende nog troebeler wordt. Maar wil je weten wat voor vlees je in de kuip hebt met bijvoorbeeld je nieuwe geliefde, zorg dan dat je zijn/haar bibliotheek te zien krijgt. Zijn boeken – dat wil zeggen: zijn beste vrienden – vertellen je meer over hem dan hijzelf.

Verlaten we het particuliere idee van het ehbo-boekenkistje en zetten we de vraag ‘Waarom lezen wij?’ in een politiek-sociale context, dan zullen zich zonder meer wezenlijke verschillen manifesteren. In een democratische, dynamische samenleving voert de drie-eenheid vermaak-nut-herkenning de boventoon. Vooral dat laatste, dat niet zelden wordt opgefleurd door een vleugje nostalgie, intrigeert. Blijkbaar zoekt men in de snel veranderende en steeds minder persoonlijk wordende wereld naar levenstekens waar je je nog aan kunt spiegelen en waarin je je bestaan bevestigd kunt zien. De hokjesliteratuur is hier een goede exponent van: men wil een vertrouwde niche die afgebakend is door geslacht, seksuele geaardheid, etniciteit, godsdienst, spirituele belangstelling, voedingspatroon, handicap en noem maar op, zodat je er veilig je identiteit kunt botvieren.

Originaliteit wordt doorgaans niet op prijs gesteld, omdat die niet aan de gevoelens van vertrouwdheid appelleert. De herkenningsfactor die de grens heeft verwaterd tussen de lage en hoge ‘literaturen’ is een oneindige en zeer vruchtbare akker die op verschillende manieren bewerkt kan worden. Van een zeer rechtstreekse, primitieve methode – bijvoorbeeld een heldin met een droge vagina – tot een wat meer geraffineerde die een beroep doet op het collectieve geheugen, zoals onlangs in een relaas over godsdienstwaanzin op de Veluwe. Volgens mij is de drang naar herkenning ook meteen de beste garantie van het voortbestaan van de boeken, ook al verklaren sommige intellectuelen de literatuur al jaren dood.

In systemen die uit zijn op de ontmenselijking en debilisering van hun onderdanen staat lezen gelijk aan overleven. Het is bijna de enige manier om je te hoeden voor de geestelijke dood en om je te verweren tegen de immense propagandamachine die het op je hersens heeft voorzien.

Dan is vermaak op z’n minst uit den boze, dat doe je maar in je vrije tijd – nee, de literatuur is een uiterst serieuze zaak, een kwestie van zelfbehoud.

Omdat de boekenmarkt schaars en armoedig is, wordt een boek tot statussymbool verheven. Het idee dat je door goede boeken een beter mens wordt, is hier nog springlevend. De ‘hoge’ literatuur wordt streng bewaakt door een leger van letterkundige puristen. Maar als zo’n systeem instort en de commercie de vrije hand krijgt, zie je iedereen massaal, zoals nu in Rusland, detectives, chicklit en andere vederlichte lectuur verslinden. Het volk kan eindelijk lezen wat het wil, het heeft opeens geen zin meer om zich te vervolmaken. De beurt is nu aan ‘spelen’.

De Russische toptien wordt tegenwoordig gedomineerd door Dan Brown, Paulo Coelho, Candice Bushnell plus een paar Russische boeken over een heftig op z’n Dostojevski’s zoekende, coke snuivende manager in midlifecrisis, een receptenboek van een BR (bekende Russin), en nog een eentje uit de serie ‘De methodes van de Russische zelfgenezing’ met onorthodoxe gezondheidsadviezen, volgens mij het leukste boek van alle tien.

En als we weer teruggaan in de tijd, naar onze oude kennis Charles Nodier? Hoe denkt hij over de vraag waarom we lezen? In zijn galante en blomrijke epistel aan de jonge meisjes – we beperken ons in deze exercitie tot het zwakke geslacht, dat thans de grootste afnemer is van het boekenbedrijf – betreurt hij het feit dat er zo weinig waardige lectuur is te vinden die tot voedsel kan dienen van jonge leergierige geesten. Maar, voegt hij er meteen aan toe, ‘jullie moeten beslist lezen, daar de boeken jullie het best leren om de schoonheid te waarderen en jullie ook het best voorbereiden op beproevingen’. Hij pleit voor het selectieve lezen, maar zegt dat ook minder serieuze boeken die ons behagen, vermaken, prikkelen en onze ziel in vervoering brengen een ereplaats verdienen in onze bibliotheek.

Of de vrouwen door het lezen gevaarlijk worden, zoals het onlangs in vertaling uitgekomen Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk (Stefan Bollman, aup) suggereert? Bij Nodier heb ik niets gevonden wat daar ook maar in de verste verte op wijst. En naar mijn weten hebben Medea, Theresa Raquin en Katerina Ismailova nooit een letter gelezen, wat hen niet verhinderde om een moord te plegen.

Gevaarlijk of niet, lezen kan behoorlijk ontregelend werken. Zo belandde ik laatst tijdens het lezen van Glorie van Vladimir Nabokov in een vicieuze maar gelukkig poëtische cirkel. ‘Denkend aan “Glorie” kan ik niet slapen, niet slapend denk ik aan “Glorie”.’ Mijn eetlust nam af, ik kreeg last van hartkloppingen, ik raakte de wasautomaat niet aan ondanks de zienderogen groeiende berg vuile was, ik fungeerde niet als klankbord voor mijn naasten – is dat misschien wat onder een gevaarlijke vrouw moet worden verstaan? – ik beantwoordde geen e-mails, mijn planten verdorden, en toen ik het uit had was ik Nabokov alleen maar dankbaar. En ik dacht: hoe gezegend zijn we dat we zulke prachtige boeken mogen lezen.