Dit artikel is onderdeel van Het Groene Lab.

Het Groene Lab is de kweekvijver van De Groene en publiceert verhalen en essays van jong talent. Iets insturen? Mail ons via lab@groene.nl.

Waarom Nederlandse leerlingen gedemotiveerd zijn

Op de maandagmiddag stond ik in het kantoortje van de teamleider. Donderdag zou ik voor het eerst een interview hebben met de staatssecretaris van Onderwijs, Sander Dekker, maar helaas viel dat interview nét tijdens een lesuur Engels. Ik stond op het punt om melodramatisch op mijn knieën te gaan en een puberale pruillip op te zetten.

Nadat de teamleider, hardop mompelend, mijn cijferlijsten had doorgenomen en mijn spijbeluren had gecontroleerd, keek ze me nog even twijfelend aan. Ze moest er nog even over nadenken, zei ze. Daarnaast moest ik een briefje van mijn ouders inleveren. Toestemming van het medium waarvoor ik het ging schrijven. Dan zou ze morgen nog naar de situatie kijken.

De volgende dag was alles in orde en mocht ik inderdaad een uurtje eerder weg. ‘Maar, Gosselink! Dit ga je dit jaar niet meer doen. Ik kan het niet altijd door de vingers zien!’ – Eenmaal het kantoor uit deed ik een bescheiden vreugdedansje. Niet omdat ik een uurtje eerder weg mocht, anders had ik het toch wel gespijbeld, maar omdat school eindelijk eens inzag dat wat ik doe wél wat voorstelt.

Zo zat ik al om de meest lachwekkende redenen in het nablijflokaal. Bijvoorbeeld omdat ik een keer eerder wegging om verslag te doen van een evenement over onderwijs. Op diezelfde dag kwam ik mijn eigen docenten tegen, die natuurlijk een paar uurtjes vrij kregen voor zo’n gelegenheid, maar als leerling moet je het niet in je hoofd halen. Die manier van denken kan ik niet ontkrachten door woorden als ‘toekomst’ of ‘talent’ te gebruiken, want de enige vorm van talentbegeleiding is voor topsporters weggelegd, en bezig zijn met je toekomst doe je maar tijdens de lesuren LOB (oftewel: een stapel studiekeuzetestjes invullen).

Mijn journalistieke ambitie heeft niets met school te maken. Ik heb op school mijn liefde voor het geschreven woord nooit kunnen benutten. Ja, wellicht gaan de betogen die ik voor Nederlands moet schrijven me beter af en heb ik een column in de schoolkrant, maar het gros van de docenten wéét niet eens dat ik het grootste gedeelte van mijn vrije tijd besteed aan schrijven. Zo zeldzaam zijn dit soort verzwegen hobby’s echter niet. Je zou legbatterijklassen kunnen vullen met leerlingen die onbegrepen talenten bezitten. Het restant bestaat uit leerlingen die hun talenten nog niet hebben ontdekt, omdat ze er dan ook nooit in gestimuleerd zijn.

Uit het onderzoek dat staatssecretaris Dekker liet doen voor zijn Kamerbrief bleek dat gemiddeld twintig procent van de leerlingen (op ieder niveau) zich regelmatig verveelt in de klas. Dat zijn teleurstellende, maar niet heel verrassende gegevens. Zoals in onze buurlanden veel vakken op verschillende niveaus te volgen zijn en er tientallen schoolse instanties bestaan om als leerling gebruik te maken van je talenten, wordt dit in Nederland allemaal in een stoffig hoekje geschoven. Activiteiten zijn er om op te bezuinigen. Bezuinigen op de leerlingenraden en schoolkranten die er nog zijn is een logische stap voor kleine scholen. De kleine scholen die juist het persoonlijke onderwijs kunnen bieden dat nodig is in Nederland.

Zodra het over de talentvisie van Dekker gaat, beginnen veel mensen te mopperen. Uiteraard is de egalitaire houding van ons onderwijssysteem ook een goed iets. Alleen moet het niet tot het uiterste worden gedreven. Gelijke kansen zijn belangrijk, maar als dat inhoudt dat er geen ruimte meer is voor individuele ontwikkeling kunnen we ons afvragen waar het is misgegaan. Als tijd steken in je eigen ontwikkeling wordt gezien als klakkeloos spijbelen en iedere leerling standaard wordt gewantrouwd door onderwijspersoneel is het logisch dat scholieren niet staan te trappelen om in de les te zitten.

Om direct een groot aantal leerlingen weer te enthousiasmeren is er één ding echt nodig: aandacht voor het individu. De makkelijkste manier om jongeren te motiveren is door ze te laten doen waar ze goed in zijn. En nee, daar hoeft het curriculum niet onder te lijden, daar krijgen we geen anarchistische school van en daar gaat het niveau niet van omlaag (om even de argumenten van mijn docent Engels aan te halen). Dat is de enige logische stap waarin al onze onderwijsvoorbeelden al zijn voorgegaan.