Greenpeace is de weg kwijt

Waarom toch die actie op de Petsjorazee?

De arrestatie van de Arctic Sunrise-bemanning in Rusland was te voorzien, concludeert een voormalige Greenpeace-activist. Hij sprak met vele (ex-)medewerkers van de milieumultinational.

Medium covergreenpeace2

Een mengelmoes van verbazing, ongeloof en ergernis maakte zich de afgelopen maanden van me meester. Begin september was er de affaire over de verhoging van de automatisch afgeschreven donaties. In een brief aan tienduizend donateurs was te lezen dat de automatische incasso zonder tegenbericht zou worden verhoogd. Een storm van protest was het gevolg. ‘Greenpeace is graaipeace’, kopte een ochtendblad.

De kritiek verstomde toen anderhalve week later in de Noordelijke IJszee het onder Nederlandse vlag varende schip Arctic Sunrise en bemanning door de Russische kustwacht en fsb werden geënterd en opgebracht naar Moermansk. Het lijkt een vertrouwd ‘David en Goliath-beeld’: onschuldige milieuactivisten die bruut het zwijgen wordt opgelegd door het Kremlin, de machtige beschermheer van Gazprom en Russische belangen in het Noordpoolgebied. Maar er wringt iets. De arrestatie was te voorzien. Wat is er aan de hand met Greenpeace?

Voor een antwoord op die vraag doe ik eerst een stap terug in de tijd. Van 1999 tot 2002 werkte ik voor Greenpeace in Rusland aan de olie-industrie. Met een Russische en een Duitse collega bezochten we de olievelden. Deels tijdens het Stalin-tijdperk gebouwde steden als Tjoemen, Nizhnivartovsk en Neftejugansk in West-Siberië, de Baikal-regio in Oost-Siberië en Sakhalin in het Verre Oosten. En ook Oesinsk in de Komi-republiek, westelijk van de Oeral en een paar honderd kilometer ten zuiden van de Petsjorazee, waar de Arctic Sunrise is aangehouden. Een vluchtige verkenning van de olievelden in Komi maakte de risico’s van oliewinning in de Petsjorazee duidelijk. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw lekten miljoenen tonnen olie weg in de toendra door de slecht onderhouden pijpleidingen.

Het waren de eerste jaren van Vladimir Poetin als president en er heerste nog relatieve vrijheid. In het voor Russische begrippen zeer liberale post-Jeltsin-tijdperk was het mogelijk als westerling met Russische Greenpeace-collegae de olievelden te bezoeken, actie te voeren en de Russische media te bereiken.

Hoewel het begin van Poetins repressie al zichtbaar was, raakte deze de ngo-wereld nog niet en waren de media nog niet onder toezicht van het Kremlin. Poetin wilde vooral de oligarchen in het gareel krijgen. Deze Jeltsin-oligarchen zijn in Rusland niet populair en worden verantwoordelijk gehouden voor de economische chaos van de jaren negentig. Boris Berezovski, Vladimir Goesinski, Roman Abramovitsj, Michael Chodorkovski en bijna dertig anderen werden in oktober 2000 gezamenlijk op het Kremlin ontboden. In een live tv-uitzending gaf Poetin hen zijn boodschap: jullie tijd is voorbij, verzet je niet en bemoei je niet met politiek, dan krijg je geen problemen. Het was de vooraankondiging van een straffe hand. Chodorkovski was de enige die zich niet hield aan Poetins ‘decreet’ en een van de eersten die terechtkwam in de nieuwe Goelag.

Tijdens onze reizen naar de Russische olievelden werden we stelselmatig vergezeld door twee agenten van de fsb. Jansen en Janssen noemden we hen, naar de twee klungelige detectives uit de Kuifje-strips. Altijd zaten zij in hetzelfde vliegtuig en volgden ze op gepaste afstand onze stappen. De verstandhouding was goed. Een enkele keer kwamen ze naar ons toe om te waarschuwen. Greenpeace is niet populair in Siberische steden, die zonder oliewinning hun werkgelegenheid en economische voorspoed zien verdwijnen. Als we te veel opvielen en mogelijk gevaar liepen, trok de fsb aan de bel. ‘Jongens, wees toch voorzichtig. Misschien is het beter dat jullie snel vertrekken.’ Dergelijke waarschuwingen namen we serieus. Een arrestatie stond niet op het verlanglijstje. We wilden nog terug kunnen komen om ons werk af te maken.

De houding van de fsb veranderde toen we in 2001 stappen maakten richting Gazprom. Het Russische Greenpeace-kantoor wilde geen campagne of actie tegen Gazprom, dat gelijkstaat aan fsb en Kremlin. Wie aan Gazprom komt, krijgt met de lange arm van het Kremlin te maken, zo weet iedereen die enigszins bekend is met Rusland. Uit bureauonderzoek bleek echter dat het stelsel van gaspijpleidingen grote lekkages kende. Het Russische kantoor stelde daarop voor undercover de gaswinning op het Jamal-schiereiland te bezoeken.

We zijn er nooit gekomen. Jamal is alleen bereikbaar per vliegtuig. De vele reisbureaus in Moskou en Sint-Petersburg die we bezochten zeiden na een blik op de computer dat de vluchten vol waren. Morgen, volgende week, volgende maand en ook volgend jaar. Vervolgens kwamen er anonieme telefoontjes: ‘We weten waar je vriendin woont. Stop er toch mee.’ Zo ver reikt de arm van de fsb.

Ik was dan ook verbaasd toen Greenpeace in augustus 2012 een Gazprom-platform in de Petsjorazee beklom. Het was weliswaar geen harde actie – de actievoerders zaten korte tijd vastgeketend aan een platform met een canvas tentje ter bescherming – maar toch. De keuze voor Gazprom is moedig. Het is ook goed om eens een andere oliereus dan altijd en eeuwig Shell als doelwit te kiezen. En het is een logische stap in de klimaatcampagne tegen oliewinning en voor bescherming van het Noordpoolgebied. Maar er zijn risico’s aan verbonden die de betrokken medewerkers, de mensen van het kantoor in Moskou en het voortbestaan van het Russische kantoor zelf in gevaar kunnen brengen. Wat hebben de mensen op het kantoor in Moskou hierbij gedacht, vroeg ik me af.

De oliecampagne in Rusland rondom het jaar 2000 was een a-typische Greenpeace-campagne. Greenpeace International had haar zinnen gezet op de klimaatcampagne en keerde zich tegen nieuwe oliewinning. Deze westerse, ideologische benadering leek het Nederlandse, het Duitse en het Russische kantoor in Rusland niet effectief en erg risicovol. De Russische bevolking maakt zich niet zo druk om klimaatverandering en ziet het graag een paar graden warmer worden. En de Russische staat kan hard optreden als ze haar strategische (olie)belangen in gevaar ziet komen. We kozen voor een pragmatische benadering. De olielekkages in kaart brengen door veldonderzoek en satellietdata en de oliewinning problematiseren door te wijzen op de gevolgen van lekkages voor gezondheid en milieu. Dat leek ons zinvoller. Greenpeace International ging morrend akkoord.

Tijdens onze reizen naar de Russische olie­velden werden we stelselmatig vergezeld door twee agenten van de FSB

De verhouding tussen Greenpeace International en de nationale kantoren is gespannen sinds het ontstaan van de internationale koepel in 1979. Dat is uitgebreid beschreven in het boek Greenpeace van Rex Weyler, een van de oprichters van Greenpeace International. In de strijd om de macht over financiën en campagnes is het zwaartepunt in de loop der jaren verschoven naar de internationale koepel, die zelf nauwelijks fondsen werft en financieel afhankelijk is van de rijke nationale kantoren.

Rond 2000 hadden de Nederlandse en de Duitse afdeling nog voldoende reserves om zelf op de nationale cultuur geënte campagnes op te zetten. De actie met het schip MV Solo bij Nova Zembla (1991) en Brent Spar (1995) zijn de bekendste voorbeelden. Ook het Russische olieproject omtrent de eeuwwisseling is zo gefinancierd. Tegenwoordig zijn de reserves grotendeels aan Greenpeace International afgedragen. De campagnes zijn geharmoniseerd en staan onder haar leiding.

De voortschrijdende afkalving van het donateursbestand van Greenpeace Nederland van 712.000 in 2002 naar 453.000 in 2013 (cijfers: Vroege Vogels) loopt parallel met deze ontwikkeling. Volgens een direct betrokkene dreigde vorig najaar zelfs een exploitatietekort bij het Nederlandse kantoor omdat de reserves grotendeels zijn verdampt. Dit terwijl de directeur van Greenpeace Nederland ruim 153.000 euro per jaar verdient. Volgens de organisatie is dat salaris marktconform.

De campagne in de Noordelijke IJszee, officieel de ‘Confronting Arctic Oil Tour’, is een initiatief van Greenpeace International en kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Greenpeace Rusland heeft zo’n honderd medewerkers en wilde geen campagne tegen Gazprom. Twee bronnen bevestigen anoniem het volgende verhaal.

Het Russische kantoor stelde een document op voor de collega’s op het hoofdkantoor in Amsterdam. Dat beschrijft hoe de Russische samenleving zich de laatste jaren ontwikkelde. De zogenoemde Foreign Agent Law van november 2011 wordt beschreven. Die wet verplicht ngo’s zich als buitenlands agent te registreren en kan leiden tot problemen met financiering uit het buitenland. De inval van de fsb bij Amnesty International in Moskou en de lotgevallen van de band Pussy Riot komen aan bod. Het advies: niet doen, die campagne tegen Gazprom. Maar het Russische kantoor heeft zelf nauwelijks financiële middelen, ligt ‘aan het infuus’ van de internationale koepel. Na indirecte financiële druk vanuit Greenpeace International gaat het Russische kantoor toch akkoord.

De dwingende rol van Greenpeace International krijgt een vervolg tijdens de campagne vorig jaar augustus en september. Op 24 augustus negeert de Arctic Sunrise een Russisch toegangsverbod en vaart de Noordelijke IJszee binnen. Medewerkers van het Russische en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken overleggen vanaf dat moment koortsachtig. Ook bij Greenpeace wordt vanuit Den Haag aangedrongen op terughoudendheid.

Na de eerste schermutselingen bij een platform van oliebedrijf Rosneft wordt het schip geënterd en onderzocht door de Russische kustwacht. De kapitein van de Arctic Sunrise, Daniel Rizzotti, weigert te vertrekken, ondanks het Russische dreigement het vuur te zullen openen. Toch vaart hij vervolgens naar Kirkenes in Noorwegen. Daar zwaait Rizzotti eind augustus af en komt een nieuwe bemanning met kapitein Peter Willcox aan boord. Volgens Greenpeace gaat het om een geplande bemanningswissel na zes maanden aan boord. Ingewijden verklaren dat Rizzotti tegen Willcox zou hebben gezegd dat het beter is niet terug te gaan.

Op 18 september duikt Greenpeace weer op in de Petsjorazee. Ditmaal bij Gazprom-platform Prirazlomnaya. Na de eerste schermutselingen op zee worden twee activisten gearresteerd. De kustwacht lost acht waarschuwingsschoten. Kapitein Willcox kiest na overleg met de kustwacht voor de aftocht en vaart richting Noorse wateren. Vervolgens overlegt hij per satelliettelefoon met het internationale hoofdkantoor in Amsterdam en wordt daarbij overruled. Greenpeace Rusland wordt in deze beslissing niet gekend en buitenspel gezet. Acht uur later is de Arctic Sunrise weer terug bij het platform Prirazlomnaya. De afloop is bekend.

Vanaf de arrestatievan schip en bemanning op 19 september zit ik met een knoop in mijn maag. Er werken nog altijd mensen met de beste intenties bij Greenpeace. Daar ligt mijn hart. En bij de mensen in de gevangenis. Niet bij Gazprom, fsb, Kremlin of Poetin. De Russische reactie is buitensporig en disproportioneel. Natuurlijk.

Tegelijk ben ik niet verbaasd over de arrestatie. Integendeel. Deze actie wilde ik bijna vijftien jaar geleden ook niet voeren vanwege de risico’s, terwijl Rusland toen meer burgerlijke vrijheden kende en de omstandigheden gunstiger waren. Ook toen wilden we wel degelijk klimaatactie voeren. In Ojmjakon en Verchojansk in het Verre Oosten, met temperaturen van tegen de -70ºC de koudste bewoonde plaatsen op aarde, wilden we met een spandoek gaan staan: ‘It’s getting warmer.’ Daar is enig gevoel voor humor voor nodig. Het idee strandde helaas.

Greenpeace staat op het standpunt om onder voorwaarden commerciële walvisjacht toe te staan

Nu de bemanning weer vrij is, hoor ik verhalen van oud-collega’s en betrokkenen en die maken mijn twijfel alleen maar groter. Is er misschien op een arrestatie geanticipeerd door het hoofdkantoor? Een arrestatie waarbij de mensen aan boord louter instrumenteel zijn ten behoeve van de meerdere eer en glorie van de organisatie? Volgens Greenpeace is zo’n arrestatie sinds het einde van de Koude Oorlog niet meer voorgekomen en ‘buiten elke verwachting’. Het hoofdkantoor blijft volhouden dat het in 2012 precies dezelfde actie voerde en dat de Russische autoriteiten toen mild waren. Waarom zegt Greenpeace dat? Het is aantoonbaar onjuist. In 2012 werd het platform beklommen en snel weer verlaten. Voor de actie in 2013 is een speciale lichtgewicht high-tech capsule van foam en fiber voor vier personen gebouwd. Deze pod kan worden bevestigd aan een platform als Prirazlomnaya en is voorzien van de modernste communicatieapparatuur. De inzittenden kunnen hun bezetting wekenlang redelijk comfortabel volhouden en de hele wereld bestoken vanaf Twitter en Facebook, en met e-mails, blogs, foto’s en filmpjes.

Een platform als Prirazlomnaya moet bij zo’n bezetting de activiteiten om veiligheidsoverwegingen stilleggen. Dat kost meer dan vijfhonderdduizend euro per dag. Voeg daarbij dat Rusland territoriale claims op het Noordpoolgebied doet gelden vanwege met name de grondstoffen. En dat de gehele Noordelijke IJszee tot ‘strategisch belangrijk gebied’ is verklaard. Met die wetenschap een dergelijke actie voeren in Rusland, dat is vragen om problemen.

En er is nog een aspect waaraan Greenpeace na de arrestatie van de Arctic Sunrise nogal gemakkelijk voorbijging: het schenden van de vijfhonderdmeter-veiligheidszone, die rond elk offshore-platform geldt. Deze zone is er om ongevallen te voorkomen en wordt in de maritieme wereld als zeer belangrijk beschouwd. Ook in Europa is het schenden van deze zone strafbaar. Greenpeace heeft uiteraard ruime ervaring met vijfhonderdmeter-veiligheidszones. Op de Noordzee, de Waddenzee, in Nieuw-Zeeland en ook in Amerika. In 1993 werden schip en bemanning gearresteerd toen de organisatie een spandoek hing aan een Noors platform in Arctische wateren. Uiteindelijk kregen alleen de kapitein en de campagneleider een geldboete en kwam de organisatie daar goed vanaf. Maar dat was Europa. Geen Rusland anno 2013.

Een ander aspect van de Arctic-campagne van Greenpeace dat vragen oproept is de ijsbeer. De ijsbeer wordt direct in zijn voortbestaan bedreigd door het smeltende poolijs en is verkozen tot symbool van de campagne. De ijsbeer is voor zijn voedsel afhankelijk van zeeijs. Alleen daar kan hij op robben jagen. Naar verwachting zal de ijsbeerpopulatie omstreeks 2050 met tweederde zijn gekrompen door opwarming, vervuiling en jacht. Tegen die tijd zullen er nog zo’n achtduizend ijsberen over zijn.

De handel in bedreigde diersoorten wordt wereldwijd geregeld in het Cites-verdrag. Greenpeace was traditioneel zeer actief binnen de Cites-wereld. In 2010 diende Amerika voor het eerst een voorstel in om de ijsbeer op Appendix I te plaatsen, een zogenoemde rode lijst. Hierdoor zouden handel en jacht worden verboden. Het voorstel haalde het niet. In maart 2013 kwam Cites weer bijeen in Bangkok, opnieuw stond het voorstel op de agenda. Ditmaal leek er een meerderheid te komen. Ook Rusland was voorstander, evenals de Europese Unie. Onder meer een lobby van wwf en het standpunt van Greenpeace om de ijsbeer niet op Appendix I te plaatsen leidde ertoe dat de EU zich als blok van stemming onthield. Dat betekende 27 voorstemmers minder. Het voorstel strandde opnieuw.

Waarom stemde Greenpeace niet voor bescherming van de ijsbeer? De organisatie zegt oog te hebben voor inheemse volkeren, die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van de jacht op ijsberen. Maar de Russische inheemse volkeren en de Inuit uit Alaska zijn juist voor een jachtverbod. Strategische overwegingen binnen de klimaatcampagne liggen volgens mij ten grondslag aan de opstelling binnen Cites. Een jachtverbod zal tot een zichtbare verbetering van de ijsbeerpopulatie leiden. Volgens de redenering van Greenpeace kan plaatsing van de ijsbeer op Appendix I een verkeerde indruk wekken. De jacht verbieden terwijl het veranderende klimaat een veel grotere bedreiging vormt, zou kunnen leiden tot het idee dat het weer goed gaat met de ijsbeer en dat we niets meer aan klimaatverandering hoeven te doen. Dat is de vrees. De EU bleek er gevoelig voor. Tal van natuur- en milieuorganisaties die zich wel hadden ingezet voor plaatsing van de ijsbeer op Appendix I hadden in Bangkok het nakijken.

Greenpeace geeft ook niet veel ruchtbaarheid aan haar standpunt om onder voorwaarden commerciële walvisjacht toe te staan. De kwestie kwam aan het rollen via de WikiLeaks_-cables_ van de Amerikaanse ambassade in Nieuw-Zeeland. Achter de schermen onderhandelde Greenpeace al langer over een akkoord. Sinds 2004/2005 heeft de organisatie zich dan ook niet meer vertoond tijdens de Japanse walvisjacht in Antarctische wateren.

Op initiatief van de Amerikaanse Pew Environment Group sloot Greenpeace International zich aan bij onderhandelingen over de Japanse walvisjacht. De Nieuw-Zeelandse oud-premier en voormalig commissaris van de International Whaling Commision (iwc) Sir Geoffrey Palmer voerde de onderhandelingen namens Nieuw-Zeeland en was eveneens voorstander van een deal met Japan. Na het door WikiLeaks gelekte verslag van zijn gesprekken hierover op de Amerikaanse ambassade in januari 2008 verdween hij van het toneel. De deal was van de baan. Althans voorlopig.

De iwc kwam in juni 2010 bijeen in Agadir, Marokko. Pew, Greenpeace en wwf gaven daar een gezamenlijk statement af waarin commerciële walvisjacht wordt toegestaan. Dat Greenpeace instemt met een deal blijkt ook uit een WikiLeaks-cable van januari 2011: Japan beschouwt daarin niet Greenpeace maar Sea Shepherd als een obstakel voor een akkoord.

Het lijkt erop dat Greenpeace vorig najaar haar imago wilde herbevestigen door een ‘ouderwetse’ spectaculaire actie met arrestatie in Rusland. In een gevraagde reactie zegt Greenpeace Nederland dat ze zich niet herkent in het door mij geschetste beeld. Zo was de Russische reactie ‘buiten elke verwachting’ en zijn de financiële reserves met name geslonken om ‘het kantoor in China te versterken’. Ook zijn volgens Greenpeace onderhandelingen over ijsbeer en walvis ‘moeilijk en uitdagend’, maar is ze ervan overtuigd bij te dragen ‘aan een definitieve overwinning op de Japanse walvisjacht in de Antarctische wateren’.

Ik hoop dat ik ongelijk heb. En dat bij Greenpeace het milieu voorop blijft staan, en niet het voortbestaan van de eigen organisatie. Maar het is mijn sterke indruk dat de organisatie erg is gaan lijken op de grote multinationale ondernemingen die Greenpeace eens zo slim, gewiekst en effectief op misstanden wist te vangen.


Martijn Lodewijkx is freelance journalist en adviseur op het gebied van duurzaamheid en milieu. Hij werkte (1993 t/m 2002) voor Greenpeace Nederland en Greenpeace International

beeld: REX / London News Pictures / HH