Populisme en de permanente noodtoestand

Waarom Wilders wel moest

Nog geen vierentwintig uur nadat het CDA van het Limburgs provinciebestuur het vertrouwen in de PVV had opgezegd, klapten de onderhandelingen in het Catshuis. Vooral Maxime Verhagen was verbolgen en verhulde dat niet tijdens de persconferentie. Wilders was een ‘wegloper’. Dit wekt de indruk dat de PVV, die inmiddels good cop Hero Brinkman en tien procent van alle gekozen vertegenwoordigers in den landen heeft zien vertrekken, ten onder zal gaan in een catastrofale LPF-draaikolk van angst, walging, chaos en eigenbelang.

Medium gorilla populisme 502

Maar schijn bedriegt. Want de LPF was een verweesde partij, een bijeengeraapt zooitje, de meeste LPF'ers waren praktisch vreemden voor elkaar. De LPF, kort gezegd, volgde geen waarneembare logica. Terwijl de PVV- en dan bedoel ik Geert Wilders - wel degelijk een heel duidelijke logische beslissing neemt. Om te laten zien waarom Wilders geen paniekvoetbal aan het spelen is, maar simpelweg doet wat hij moet doen, moet eerst duidelijk worden wat een populist tot een populist maakt.

De Grote Morele Crisis

Om populisme van andere politieke fenomenen te onderscheiden werken veel politicologen met ongeveer de volgende definitie: ‘populisme is een ideologie die de samenleving verdeelt in twee homogene groepen, het deugdzame volk en de corrupte elite’. Dit is een mooie definitie, maar het wekt de indruk dat iedereen die iets doet uit naam van het volk, en iedereen die zich afzet tegen een elite-corrupt of anderzijds ongewenst-een populist is. Volgens die redenering was Occupy ook een populistische beweging en zelfs Gandhi een populist. Als je er op die manier naar kijkt wordt 'populisme’ een te brede en diffuse term, die op zoveel fenomenen van toepassing is dat het bijna geen werkbare betekenis kán hebben. Het specifiek populistische karakter van populisme wordt eigenlijk niet bepaald door de namen 'volk’ en 'elite’. Niet iedereen die 'volk’ roept, is af.

Het zwaartepunt van deze definitie ligt veel meer in de termen 'deugdzaam’ en 'corrupt’. Populisten operen namens mensen die per definitie deugdzaam zijn, tegen mensen die per definitie corrupt zijn. Dit komt het best tot uiting in de manier waarop er altijd een groot, bijna onnoembaar gevaar en een dreigende crisis opgevoerd moet worden, voordat er politiek bedreven wordt. Populisten spreken nooit namens zomaar een deel van het land over zomaar een politiek probleem. De problemen die door populisten aangekaart worden, zijn altijd heel bijzonder. Het gaat niet over overlast, maar over straatterreur. Het gaat niet over een toename van immigranten die niet gedragen kan worden door onze instituties, maar om een 'tsunami’ en heuse 'islamisering’ of een gecoördineerde poging tot het vestigen van een wereldkalifaat. Deze 'grote boze dreiging’ betreft niet alleen immigranten. Pim Fortuyn kwam al naar Den Haag om een 'Nieuwe Politiek’ te vestigen. Verdonk heeft ooit een debat lang volgehouden dat de wet de wet was. Dat verweer - 'de wet is de wet’ - lijkt dommig en tautologisch, en heeft schijnbaar evenveel betekenis als de opmerking dat een giraffe een giraffe is. Maar het impliceert dat Verdonks politieke tegenstanders van plan waren de wet te negeren. Verdonk, kortom, was Neerlands laatste hoop in een tijd waarin politici moedwillig de wet poogden te overtreden om een leugenachtige Somalische collega aan een paspoort te helpen. Bij welhaast iedere populist kan men een grote morele crisis aantreffen waarin hij of zij het opneemt voor het deugdzame en kwetsbare volk.

De grote morele crisis is een prettig politiek instrument. Een morele crisis is altijd ernstiger dan een politieke crisis. Een politieke crisis kan opgelost worden door politici, bij een morele crisis worden alle politici plotseling onbetrouwbaar. De grote morele crisis functioneert als een soort troefkaart. Het stelt de populistische politicus in staat om zijn of haar tegenstanders op ieder gegeven moment volledig de mond te snoeren. Een populist presenteert zichzelf als moreel gelegitimeerd om vragen van (collega) parlementariërs simpelweg niet te beantwoorden, net zoals een populist moreel gelegitimeerd is om vragen van kritische media te negeren. De strijd van populisten is altijd groter dan het parlement en altijd groter dan wat zo'n vastgeroeste politiek journalist kan bevatten. De Nederlandse handelsbelangen in Turkije vallen in het niets bij de 'islamo-fascistische’ ambities van president Güls AK-partij. Een scherper voorbeeld van de troefkaartlogica kan men vinden in een interview dat Sven Kockelmann ooit met Marine Le Pen ondernam. Daarin bevroeg hij haar over het feit dat er leden van het oude Vichy regime lid zijn van het Front National. Ze wierp tegen dat het FN ook leden had uit het verzet. Kockelmann wees haar er rustig op dat je verzetsleden niet tegen Nazi’s kan wegstrepen, en dat Nazi’s in je partij hoe dan ook een probleem zijn. Waarop ze plechtig sprak: 'Ik kan me niet druk maken over een paar partijleden, meneer, ik heb een land te redden.’ De grote morele strijd die door populisten gestreden wordt, ligt in termen van omvang, betekenis en legitimiteit altijd ver voorbij het gebruikelijke politieke domein en de gebruikelijke politieke mores.

De logica van de noodtoestand

Er bestaat een duidelijk begrip om dit soort politiek - politiek in tijden van (morele) crisis - aan te duiden. En dat is 'de noodtoestand’. De noodtoestand is de politieke logica waaronder het populisme opereert. Alle gebruikelijke procedures en ieder parlementair fatsoen mag afgewezen worden, want 'ik heb een land te redden’. Fortuyn had de hele Nederlandse politiek te redden van de achterkamertjes en Wilders heeft het op zich genomen om heel de Joods-Christelijke beschaving voor de ondergang te behoeden. In dat geval is het meer dan logisch dat de pers niet te woord gestaan wordt in meer dan 140 leestekens, of dat men wegloopt uit een debat.

Maar in tegenstelling tot dictatoriale regimes als die van Hosni Mubarak en de Birmese junta hebben Europese populisten, die altijd optreden binnen de lijnen van de democratie, niet de mogelijkheid zo'n noodtoestand per decreet op te leggen. De populistische grote morele crisis en de logica van de noodtoestand kunnen alleen maar tot stand gebracht worden via dominantie in de media en heel hard geschreeuw in het algemeen. Om collega parlementariërs op hun achterste benen te krijgen, om de voorpagina’s en de openingsitems te halen, moet er iedere keer weer een nieuwe crisis, een nieuwe grote boze dreiging gevonden worden.

Vanuit dat perspectief was Wilders’ probleem van de afgelopen dagen niet het feit dat er chaos in zijn partij was. Het onderliggende probleem was het feit dat er geen crisis meer was. Althans, geen crisis die groter was dan wat een parlement en een regering kunnen bevatten. De PVV was de afgelopen twee jaar langzaam aan het veranderen in een normale politieke partij. En dan begint de boel te rommelen. Want op het moment dat je niet meer moord en brand kan schreeuwen, op het moment dat je netjes in onderhandeling bent, een enkele tweet daargelaten, daagt het gevoel bij Brinkman en enkele statenleden dat ze persoonlijk verantwoordelijkheid moet nemen voor het optreden van de PVV. Met het verdwijnen van het idee dat het gedrag van Wilders noodzakelijk is en überhaupt niet ter discussie staat omdat het land in morele crisis verkeert, daagt het idee dat zoiets als een Polenmeldpunt en het uitschelden van een bevriend staatshoofd feitelijk onacceptabel is.

Gewoonlijk beweegt de logica van de noodtoestand zich naar buiten. Er is een persoonlijk inzicht van een man of vrouw. Die man of vrouw verzamelt een groep getrouwen om zich heen die dat inzicht delen en vervolgens wordt overal luid verkondigd dat het land moreel op sterven na dood is. Wat we afgelopen zaterdag hebben gezien, was het moment waarop de logica van de noodtoestand zich naar binnen keerde.

De mannen en vrouwen rond Wilders waren er na twee jaar in het centrum van de macht niet meer zo zeker van dat ze een land van de ondergang aan het redden waren. PVV'ers kregen de mogelijkheid om in de luwte van de grote morele strijd over verschillen van inzicht te praten. Drentse en Limburgse Statenleden merkten dat ze zich normaal moesten verhouden tot een buitenlands staatshoofd. De PVV was aan het veranderen in een gevestigde partij met afdelingen, gemeenteraden en provinciebesturen die langzamerhand ook met de typische politieke realiteit van gemeentes en provincies van doen kregen. Het grote gevaar van de islam en de straatterreur raakte uit het zicht. Deze ontwikkeling is ook helemaal in lijn met de politieke strategie van het 'inkapselen’. Tot twee keer toe hebben oude rechtse partijen in Nederland gekozen voor een coalitie met nieuwe populisten. Vermoedelijk in de hoop dat de partij óf zou normaliseren en de grote boze dreiging zou afzweren, óf in elkaar zou storten. Blijkbaar heeft een populistische partij nog een derde optie: Opstappen en een nieuwe morele crisis aankondigen.

Dat is de weg die Wilders gekozen heeft, en wel moest kiezen, omdat de grote morele crisis altijd het principe is geweest voor zijn politiek. De noodklok heeft geklonken, er is weer strijd, er zijn weer verkiezingen. Geen kamerlid zal het in tijden van verkiezingen in z'n hoofd halen om uit de fractie te stappen. Bovendien zijn verkiezingen een uitstekend moment om aan de fractievoorzitter te laten zien hoe loyaal en onmisbaar je bent. Andere partijen zullen hard van leer trekken tegen de PVV, de fractie wordt weer een solidair clubje underdogs. De corrupte elite en het deugdzame volk zijn inmiddels ook al geïdentificeerd. Ditmaal is het Brussel versus 'de ouderen die ons land hebben opgebouwd’.

Natuurlijk, om zijn partij te kunnen besturen naar het model van de noodtoestand heeft Wilders wel de Nederlandse regering, middenin een échte economische crisis, in elkaar laten donderen. Maar hij moest wel: nieuwe verkiezingen waren de enige noodtoestand die hij nog kon aanroepen! Terwijl we een begrotingstekort hebben, Europese verplichtingen en een hele Unie vol lidstaten die ons inmiddels wel rauw lusten. Maar hij moest wel. En dat hadden CDA en VVD moeten weten. Jozias van Aartsen, die als fractievoorzitter Geert Wilders heeft zien vertrekken, wist het in ieder geval al.

De manier waarop populisten regeren is dezelfde manier waarop ze oppositie voeren, namelijk door het aanroepen van een morele crisis die altijd groter is dan iedere denkbare politieke crisis. Op diezelfde manier wordt partijdiscipline gehandhaafd. Iedereen moet z'n mond houden en ja-knikken omdat de tijden te ernstig zijn voor gekissebis en lastige, tijdrovende partijdemocratie. Populisten opereren kortom binnen een democratisch spiegelpaleis. De normale gang van zaken wordt hun ondergang, en aanstaande ondergang is de orde van de dag. Populisten regeren het land en hun partij uit naam van een crisis. Populisme heeft niets te winnen bij normale toestanden. De vraag of een land iets te winnen heeft bij een nimmer aflatende noodtoestand moet u zelf maar beantwoorden.


Thomas Muntz is onlangs afgestudeerd aan de afdeling Wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef zijn research-masterscriptie over de ideologie van het populisme in ideeën-historisch perspectief.

Beeld: Gorilla

Dit artikel is ook verschenen op defusie.net