Waarom winst willen maken met jeugdhulpverlening?

De decentralisatie van de jeugdzorg ging ongelukkigerwijs gepaard met een algehele bezuiniging van vijftien procent op het jeugdzorgbudget. ‘Het is treurig dat alles over geld gaat. En het kind betaalt de prijs.’

De Prof. W.J. Bladergroenschool in Groningen. Op deze basisschool zitten kinderen met een gedragsstoornis © Kees van de Veen / HH

De jeugdzorginstelling Transferium in Heerhugowaard, onderdeel van Parlan Jeugdhulp, waar op dit moment 72 jongeren wonen, mag geen nieuwe jongeren meer in behandeling nemen. De JeugdzorgPlus-instelling verleent al tien jaar de zwaarste vorm van zorg aan zogenoemde ‘multi-probleemjongeren’ uit Noord-Holland tussen de twaalf en achttien jaar die kampen met suïcidaliteit, agressie, verslaving en loverboy-problematiek, soms gecombineerd met een verstandelijke beperking en (seksuele) gedrags- en ontwikkelingsproblemen. Transferium heeft jaren geïnvesteerd in de opbouw van een samenwerkingsverband rondom de jongeren: onderwijs, verslavingszorg, jeugdpsychiatrie, zelfs met de rechterlijke macht die naar hen toe komt in plaats van andersom. ‘We hebben leren lezen en schrijven met elkaar’, zegt Mariëtte Vos, bestuurder van Parlan. ‘Dat wordt nu allemaal weggegooid om weer iets nieuws neer te zetten, met een instelling die van voren af aan begint en die niet bekend is met de regio.’

Want Parlan verloor het afgelopen najaar de aanbesteding JeugdzorgPlus voor de periode 2019-2021. De zorg werd door de gemeenten in Noord-Holland ‘gegund’ aan Horizon, een jeugdzorginstelling uit Zuid-Holland. Zelf had Horizon een aanbesteding in Rotterdam verloren en probeerde zij nu elders haar ‘producten’ aan te bieden. ‘De concurrentie kwam vanuit onverdachte hoek’, zegt Vos. ‘Dat een instelling uit een andere regio hierop zou inschrijven, had ik niet gedacht.’

Het is een van de gevolgen van het aanbestedingssysteem dat gemeenten hanteren in de jeugdzorg. Sinds 2015 voeren zij immers de regie en dat betekent een grote omslag voor de instellingen. De gemeenten kopen nu de jeugdzorg in, waarbij ze Europese regels voor aanbesteding lijken te moeten volgen.

Horizon en Parlan gaven in hun aanbesteding beide aan te willen werken naar een toekomst zonder JeugdzorgPlus en naar kleinschaligheid, maar Horizon zei dat sneller te kunnen realiseren en offreerde een kortere behandelingsperiode per kind. Vos vraagt zich af waarom er geen ruimte was voor beide

‘Het is heel treurig dat alles nu over geld gaat. En het kind betaalt de prijs’

instellingen. Ze vindt dat je in de jeugdzorg niet kunt spreken over echte marktwerking. ‘Dan zouden wij exit-clausules inbouwen, bijvoorbeeld bij contractbreuk. Nu zit ik met een gebouw waar ik nog vijftien jaar aan vastzit. Ook maken we geen winst, waardoor we geen buffers opbouwen om dit soort klappen op te vangen. Je begroot op kostprijs. Als er geld over is, geef je het terug of behandel je meer kinderen.’

‘Gemeenten en jeugdinstellingen staan te veel tegenover elkaar’, zegt Hans Spigt, voorzitter van de landelijke brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland. Aanbestedingen gaan over de goedkoopste aanbieder, niet over hoogste kwaliteit of over hoe de continuïteit gewaarborgd wordt. Er ontstaat een rare herverkaveling van geld, mensen en middelen.

Het gevolg is schaalvergroting bij jeugdinstellingen om risico’s te spreiden. Dan kun je klappen als die Transferium nu heeft gekregen makkelijker opvangen, je kunt makkelijker onder de kostprijs werken in een bepaalde regio, je staat sterker in de onderhandelingen met gemeenten dan een lokale, kleine organisatie. ‘Inherent aan marktwerking is: hoe kun je meer doen voor minder geld’, zegt Spigt. ‘Maar dat wil niet zeggen dat de kwaliteit beter is.’

Ook investeren jeugdzorginstellingen nu vooral in het aanbestedingsproces; ze huren inkopers in, professionals uit de commerciële sector, juristen die bezwaar kunnen maken tegen een beslissing, die net zo hard kunnen onderhandelen als de gemeenten. Het kost veel geld dat ze niet investeren in de hulpverlening. Je kunt je afvragen, zegt Spigt, of er eigenlijk wel sprake is van een markt. Het zijn publiek gefinancierde activiteiten, dus moet je dat geld zo veel mogelijk besteden aan hulpverlening. Als er sprake is van een markt, dan gaat het om bedrijfseconomische principes, om een product met winst. ‘Ik zie geen enkele reden om als doelstelling te hebben winst te maken met jeugdhulpverlening.’

De decentralisatie van de jeugdzorg ging ongelukkigerwijs gepaard met een algehele bezuiniging van vijftien procent op het jeugdzorgbudget, maar doordat ook de transitie zelf geld kostte – er moesten gemeentelijke afdelingen worden opgebouwd en deskundigen ingehuurd – is er nog minder beschikbaar voor de jeugdzorginstellingen. ‘Het is heel treurig dat alles nu over geld gaat’, zegt Hans Spigt. ‘En het kind betaalt de prijs.’

Het kost volgens Mariëtte Vos van Parlan veel negatieve energie. ‘Er gelden harde commerciële wetten. Als je uit die wereld komt, dan kun je zeggen: dit gebeurt nou eenmaal: je wint en verliest. Nu gaat het om kinderen met ernstige problemen. Dat is toch niet de manier waarop we willen werken?’ Het gaat landelijk om tweeduizend kinderen per jaar in de JeugdzorgPlus. ‘Dat is zo weinig, dan hebben we toch de taak om daar samen landelijk top of the bill werk voor te leveren? Elkaar uit te dagen, te helpen, in plaats van te beconcurreren?’