De coronacrisis van binnenuit

‘Waarom wordt mijn kind niet getest?’

Op de kinderopvang van de driejarige zoon van Jop de Vrieze en Zvezdana Vukojevic bleek een jongetje besmet te zijn met het coronavirus. Intussen ontvouwt de epidemie zich ook in Nederland.

© Anne Derenne / Cartoon Movement

De telefoons trillen bijna tegelijkertijd. Om 16:22 uur op vrijdagmiddag krijgen we een mail van onze kinderopvang Compananny met als onderwerp: ‘Besmetting Coronavirus bij ouder’. We quickscannen: ‘Helaas… vanaf vanavond tot nader order gesloten… coronabesmetting ouder… kind vertoont ook ziekteverschijnselen… eind van de dag test… mogelijkheid minimaliseren dat kinderen elkaar of medewerkers op de vestiging kunnen aansteken.’

Net ervoor kochten we toch maar wat extra zakken pasta en ergerden we ons aan mensen die er genoegen in schepten dit virus, waarover vooral heel veel onbekend is, te bagatelliseren. Jop twitterde: ‘Even dit: wie dit hele coronagebeuren wegwuift onder het mom van “het is maar een griepje en ik ben toch gezond” is net zo egocentrisch als een vaccinweigeraar. Het gaat niet (alleen) om jou, het gaat om de meest kwetsbaren onder ons.’ Dat zijn mensen met verlaagde weerstand, met chronische ziekten als astma en diabetes en vooral ouderen, onder wie in China het sterftepercentage niet op één à twee procent ligt, maar op acht tot vijftien procent.

De afgelopen weken hebben we als journalisten het onderwerp op de voet gevolgd. Op het moment dat we de mail krijgen zijn er twee Nederlandse gevallen geconstateerd, één in Loon op Zand, opgenomen in een ziekenhuis in Tilburg, en een vrouw in Diemen. Vrijwel alle experts rekenen erop dat er snel gevallen bij zullen komen.

Het kinderdagverblijf heeft zelf besloten de ouders te informeren en voorlopig de deuren te sluiten. De vrouw uit Diemen (ze blijkt woonachtig in het Amsterdamse IJburg, maar verblijft vanwege een verbouwing in Diemen) is op dinsdag ziek geworden, zegt het rivm zaterdag tijdens een persconferentie. Op donderdagavond is zij positief getest, en haar kind, dat net als onze driejarige zoon Zev in groep 5 bij Compananny zit, heeft op donderdag, op het kinderdagverblijf, ook symptomen ontwikkeld. Op dit moment wachten ze op zijn testuitslag en die van zijn vader en twee andere kinderen uit het gezin. Als het aan de ggd had gelegen, was er daarna pas gecommuniceerd.

Veel krijgen we bij het ophalen van Zev niet te horen. In het kantoortje zit iemand van de ggd, maar die is er niet voor een gesprek met ouders. De leidsters hebben geen verdere instructies, in de mail staan die ook niet. De testuitslag zal die avond gecommuniceerd worden. We weten dat kinderen over het algemeen nauwelijks ziek worden van dit virus, maar er is veel onbekend – ook over de rol die kleintjes spelen bij de verspreiding. Zev is ondertussen vrolijk als altijd en gaat na het eten rustig slapen.

Tegen middernacht horen we hem zichzelf wakker hoesten. Dat gebeurt wel eens vaker, maar nu valt het op. Even later valt hij weer rustig in slaap.

Op zaterdagmorgen, de testuitslag van het zieke kindje is er nog niet, wordt Zev flink snotterig wakker. Bij elke nies bungelen er twee dikke slierten aan zijn neus. In de loop van de dag krijgt hij verhoging. ’s Ochtends meten we nog 37,4 graden Celsius, ’s middags 37,9. Natuurlijk is de kans groot dat hij gewoon een verkoudheid heeft. Maar toch.

We bellen de ggd. Wat moeten we doen? ‘Doe gewoon alles wat je wilt doen, alleen als hij ergere symptomen krijgt, is het goed om weer te bellen.’ We herhalen dat hij verhoging en een snotneus heeft en dat dit in de infomail van vanmorgen nog als symptoom werd vermeld. ‘Dat is niet meer zo, we letten nu alleen op koorts, hoesten en benauwdheid.’

Maar, hij was er toch op woensdag, tegelijk met dat andere jongetje? En op vrijdag, in diezelfde ruimte? ‘Het virus kan alleen rechtstreeks verspreid worden, door iemand die al symptomen heeft.’ Vertwijfeld hangen we op. Speurend naar recente informatie zien we onze vermoedens bevestigd. In medisch wetenschappelijke tijdschrift JAMA verscheen een paar dagen eerder de casus van een Chinese vrouw die geen ziekteverschijnselen had en toch vijf mensen besmette – uitzonderlijk, maar het lijkt toch mogelijk. Ook blijkt uit verschillende studies dat andere coronavirussen op oppervlakken tot wel negen dagen aanwezig kunnen blijven.

Moeten wij nu binnen blijven totdat Zev niet meer snottert? We besluiten het te doen

Na een bericht van Compananny dat de test volgens de ggd ‘niet negatief’ is, meldt het rivm: positief. We horen van een andere ouder dat er kindjes getest zullen gaan worden.

Ondertussen maakt de wereld zich klaar voor de overstap van ‘voorkomen dat het virus hier komt’ naar ‘voorkomen dat we elkaar besmetten’. Op de sociale media lezen we reacties van mensen die zeggen dat we het maar over ons heen moeten laten komen. Onverstandig. Het gaat er nu juist om de kwetsbaren te beschermen en de epidemie te vertragen. Daardoor raken huisartsenpraktijken niet overbelast en ziekenhuizen niet overvol – juist ook omdat dit virus ook zorgverleners bij bosjes velt.

Het bemoeilijken van de verspreiding begint bij eenvoudige handhygiëne en het regelmatig schoonmaken en ontsmetten in huis en op de werkplek. Het gaat ook over het vermijden of aflasten van grote evenementen, of het tijdelijk sluiten van scholen, openbare ruimtes of openbaar vervoer of, zoals afgelopen week werd afgekondigd in Iraaks Koerdistan: het voorlopig verbieden van begrafenissen en bruiloften. En, wat Aura Timen, hoofd van het Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding in Nieuwsuur herhaalde: ‘Blijf bij symptomen als het even kan thuis.’ Moeten wij dit nu doen totdat Zev niet meer snottert? En wat als wij ondertussen zelf klachten krijgen? Wij willen het virus niet verder verspreiden. We besluiten voorlopig binnen te blijven.

We krijgen een andere ggd-arts aan de telefoon, en leggen onze bezwaren en dilemma’s uit. En wordt Zev eigenlijk ook getest? We hoorden niets. ‘Nee. U moet begrijpen dat het testen wat gebeurt al niet rationeel is, dat is door het rivm besloten om onrust weg te nemen,’ antwoordt zij. Maar onrust is er bij ons nu toch ook? En de ggd is er toch om de uitbraak zoveel mogelijk in te dammen? Het lijkt allemaal zo zuinigjes. Ze gaat overleggen met haar supervisor.

Even later belt ze terug. ‘Ik kan u geruststellen: uw zoontje heeft geen contact gehad met het kindje. Die was er niet op woensdag, dus uw kind kan geen corona hebben.’

We zijn enigszins gerustgesteld. Tot Zev op zondag begint te hoesten. Eventuele besmetting op vrijdag, spookt door ons hoofd. Natuurlijk is de kans dat hij besmet is klein en misschien reageren we wel overtrokken. Maar waarom doen ze zo ongelooflijk rigide over een test? Jop legt onze casus voor aan een hoogleraar met wie hij veel contact heeft over het onderwerp: ‘Ben ik gek?’ ‘Nee, je bent niet gek en ik zou mijn kind ook getest willen hebben. Maar als er geen fysiek contact geweest is met het kind is de kans op besmetting wel heeeel erg klein.’

Het gekke is dat we experts aan alle kanten en zelfs de minister van Volksgezondheid horen zeggen dat er meer getest moet worden, en dat dit de praktijk is. ‘De richtlijn als nieuw wetboek’, antwoordt de hoogleraar. ‘Dat elk uur wordt herschreven,’ stuurt Jop terug.

Ondertussen is in Nederland de teller opgelopen tot achttien gevallen en vangen we van elders vergelijkbare verhalen op, over patiënten die, omdat ze niet in een risicogebied zijn geweest en geen aantoonbaar direct contact hebben gehad met een besmet persoon, niet worden getest. Het contrast is schril met Zuid-Korea, waar het virus om zich heen grijpt: daar zijn op zondag tienduizend testen uitgevoerd. In het Beatrixziekenhuis in Gorinchem blijkt een ernstig zieke patiënt met een luchtweginfectie niet op het virus te zijn getest, omdat ze niet in een risicogebied was geweest – ondanks de inmiddels aangepaste richtlijn. Pas een week later, na overplaatsing naar het Erasmus MC, bleek ze besmet.

Maandagochtend vertelt onze huisarts-assistente dat ze een nieuw advies van het rivm binnen heeft: ‘Alle kinderen van groep vijf en zes van Compananny krijgen een test.’ Fijn. We bellen de ggd, maar zij weten van niets en blijven volhouden dat Zev niet getest wordt. Na een weekend vol veranderende adviezen en een kwakkelend kind worden we voor het eerst boos en verheffen onze stem. De arts gaat overleggen.

Na een weekend vol veranderende adviezen met een kwakkelend kind worden we voor het eerst boos

Hij belt terug. Onze huisarts heeft schijnbaar als enige een verkeerd bericht gekregen, want echt alléén de kinderen van de donderdag worden getest. ‘We hebben beperkte capaciteit en kunnen alleen de personen testen naar wie de sterkste verdenking uitgaat.’ We leggen uit dat we kwetsbare ouders in onze omgeving hebben, dat we nu niet bij een overgrootvader van 92 in een hospice op bezoek kunnen. Dat we het fijn zouden vinden als er toch getest zou worden. Waar is de menselijke maat? ‘We zijn toch mensen, geen protocollen?’ zegt Jop.

‘Vanuit de ggd gaan we puur over verdenking op corona en dat is hier niet het geval. Als er medische hulp nodig is, moet u vooral contact leggen met de huisarts. Die kan dan langskomen.’

‘De huisarts zegt dat we echt bij de ggd moeten zijn.’

‘Ik ga nu het gesprek beëindigen, want ik heb nog heel veel andere dingen te doen.’

‘Dit kan niet, zo gaat u niet met mensen om…’

Hij heeft opgehangen.

Een paar uur later gaat de telefoon weer. Voor het eerst klinkt er een mens aan de andere kant van de lijn. ‘U had nog een vraag over de bemonstering waarvoor uw zoon niet is uitgenodigd?’

We vertellen waarom we er niet gerust op zijn en vragen waarom er toch zo star gedaan wordt. Ze legt uit dat er een weloverwogen besluit is genomen om alleen de kinderen en de leidsters van de donderdag te testen en ze zegt dat veel meer ouders die die éne uitzondering willen zijn.

‘Voor de dertig testen die we nu gaan doen, moeten we al materiaal van het rivm laten komen omdat wij dat zelf hier niet hebben.’ Ze vervolgt: ‘De kans is groot dat de minister over twee, drie dagen zegt: we zijn niet meer in de fase dat we mensen gaan testen; mensen moeten gewoon thuis blijven. Dan wordt er niemand meer getest.’

Ze zegt: ‘We gaan ervan uit dat die testen op woensdag allemaal negatief zullen blijken en ik hoop dat Compannany snel weer open kan.’

Die avond horen we op het nieuws dat de ggd en huisartsen de hele dag zijn platgebeld. Het rivm roept iedereen op om met milde klachten gewoon thuis te blijven en alleen de huisarts te bellen bij verergerende hoest en kortademigheid met koorts. We vernemen dat er vrees is voor een tekort aan testmateriaal en dat er daarm buiten ziekenhuizen zeer selectief wordt getest.

De verkoudheid van Zev is op dinsdagochtend minder geworden, maar hij heeft nog wel een loopneus. Om vijf uur maakt het rivm bekend dat de uitslag van het jongetje uit de opvang achteraf tóch negatief was.