Gebrek aan Transparantie in Brussel

‘Waarom zou ik u inzicht geven in mijn agenda?’

Nederlandse Europarlementariërs zijn nauwelijks bereid openheid te geven over hun nevenfuncties en lobbycontacten. Dat is het resultaat van een zoektocht naar transparantie. Hebben de Nederlandse Europarlementariërs nevenfuncties? Met welke lobbyisten hebben zij contact? En in hoeverre zijn zij bereid hun agenda te openbaren? Er is gemaild, gebeld, aangespoord en aangedrongen. Het resultaat is mager: slechts twaalf van de 26 volksvertegenwoordigers namen de moeite openheid van zaken te geven.

Lang niet alle Europarlementariërs waren bereid mee te werken aan ons transparantie-onderzoek. Sophie in ’t Veld (D66) wil er geen tijd voor vrijmaken. Opvallend voor een volksvertegenwoordiger die bij de laatste Europese verkiezingen nog pleitte voor ‘een transparanter Europa, met meer democratische controle op het Europees bestuur.’ Haar fractiegenoot Marietje Schaake is wel enthousiast. Ze zegt zich hard te willen maken voor meer transparantie. Later besluit ze echter toch niet mee te werken aan ons onderzoek.

Medium afbeelding1

Nieuwe gedragscode

Sinds januari 2012 is er een nieuwe gedragscode in het Europarlement van kracht die het openbaar maken van nevenfuncties verplicht stelt. Daarnaast moeten alle Europarlementariërs sinds 2010 hun inkomsten uit nevenfuncties noteren in een 'Verklaring van financiële belangen’. Als nieuwsgierige studenten journalistiek gingen wij op onderzoek uit. Kloppen de opgegeven nevenfuncties? Uit ons onderzoek blijkt dat niet iedereen even zorgvuldig is in zijn opgave. Zo zat Wim van de Camp (CDA) in de Raad van Toezicht van de onderwijsinstellingen stichting Domstad PABO Utrecht en SCO Lucas Haaglanden. Deze nevenfuncties, terug te vinden in de jaarverslagen van deze instellingen, heeft hij echter zelf niet opgegeven in zijn verklaring van financiële belangen. Bijna niemand vermeldt precieze bedragen in de Verklaringen van financiële belangen over 2010. Een positieve uitzondering is Lambert van Nistelrooij (CDA). Hij geeft inkomsten op van respectievelijk € 3000 en € 5000. Ria Oomen-Ruijten (CDA) vermeldt over haar vijf nevenfuncties slechts 'vergoeding’ of 'vacatiegeld’ [sic].

Inzicht in de agenda geven heeft voor veel parlementariërs dus geen prioriteit. Beloften worden ondanks herhaalde verzoeken niet nagekomen. Verschillende afgevaardigden vragen ons tijdens een derde telefoongesprek ons verzoek om transparantie nogmaals te e-mailen, zodat het 'bovenop de stapel’ komt. Ze zullen 'sowieso voor de deadline’ reageren. Maar het lukt de CDA-fractie niet om een gezamenlijk partijstandpunt te leveren. De reactie van PVV'er Auke Zijlstra is resoluut: 'Ik zie niet in waarom ik u inzicht zou geven in mijn agenda.’

De opstelling van deze Europarlementariërs is vreemd. Dennis de Jong, SP-Europarlementariër en één van de opstellers van de nieuwe gedragscode, is verbaasd over de magere respons. Met name de reactie van D66 verrast hem. 'Bij het opstellen van de nieuwe gedragscode heb ik juist veel aan mijn liberale collega’s gehad. Van D66 verwacht je daarom meer openheid.’

Definitieproblemen

Uit ons eigen onderzoek blijkt dat Nederlandse Europarlementariërs weinig nevenfuncties hebben. 'De grootste bedreiging voor de onafhankelijkheid van Nederlandse Europarlementariërs is contact met lobbyisten,’ zegt Olivier Hoedeman, 'transparantiewaakhond’ voor Corporate Europe Observatory (CEO).

De schattingen over het aantal lobbyisten in Brussel lopen uiteen van 15.000 tot 25.000. Volgens Hoedeman werkt zo'n 70% van de lobbyisten voor het bedrijfsleven. Bedrijven hebben over het algemeen een groot budget over voor lobbywerk. Bij NGO’s en vakbonden, die ongeveer 10% van de lobbyisten leveren, is er veel minder geld. De overige 20% van de lobbyisten in Brussel werkt voor lokale en regionale overheden.

Op ons verzoek om openheid over lobbycontacten te geven reageerde slechts 46%. Deense onderzoekers die een vergelijkbaar onderzoek uitvoerden onder hun parlementariërs kregen een respons van maar liefst 85%. Uit de enquêtes die wel ingevuld terugkwamen blijkt dat lobbycontacten nog lastiger in kaart te brengen zijn dan nevenfuncties. Voor een deel is dat een definitiekwestie.

De Nederlandse Europarlementariërs hanteren ieder een eigen opvatting. Emine Bozkurt (PvdA) levert een lege lijst aan. Ze zit onder andere in de commissies Justitie en Buitenlandse Zaken en komt daardoor nauwelijks in contact met professionele lobbyisten. Vanwege haar portefeuille spreekt ze vooral met de civil society en diplomaten. Ook Hans van Baalen (VVD) heeft de afgelopen twee maanden geen contacten met lobbyisten gehad. 'Wel hebben we in de commissies voor Buitenlandse Zaken en Defensie & Veiligheid regelmatig contact met diplomaten.’ Judith Sargentini (GroenLinks) geeft de afspraken met diplomaten juist wel als lobbycontacten op.

Medium enquete

Aantal lobbycontacten tussen 16 november 2011 en 16 januari 2012, per parlementariër. __De overige veertien Nederlandse Europarlementariërs hebben geen inzicht gegeven in de gevraagde gegevens.


Het verschil in aantal lobbycontacten hangt dus deels af van de gehanteerde definitie. Michiel van Hulten, oud-Europarlementariër (PvdA) en tegenwoordig consultant, vindt de verstandigste definitie van lobbyen de zo breed mogelijke. 'Iedereen die contacten heeft met Europese instellingen over het beleid, en die invloed wil hebben op wat er besloten wordt, is lobbyist.’

Jules Maaten, voormalig Europarlementariër voor de VVD, vraagt zich af waar de grens ligt. 'Vrienden en kennissen die bijvoorbeeld iets vinden van het rookbeleid kunnen je ook beïnvloeden. Zijn dat dan ook lobbyisten?’

De scheidslijn tussen sociale en formele lobbycontacten is dun. Toen Dennis de Jong in het Europarlement aantrad wilde hij niet spreken met niet-geregistreerde lobbyisten. Maar dat bleek lastig vol te houden. 'Na werktijd werd ik door collega’s uitgenodigd aan te schuiven op het terras. Ze bleken daar te zitten met lobbyisten met wie ik niet wilde spreken. Ook in contacten met demonstranten en andere wereldverbeteraars was ik heel puristisch. Daar ben ik overheen gestapt.’

NGO’s en multinationals

Het soort lobbyisten waarmee de Europarlementariërs contact hebben zijn grotendeels te voorspellen vanuit hun portefeuille. Kartika Liotard, zelfstandig lid van het Europees Parlement, zegt dat ze enkel lobbycontacten heeft met non-profit-_partijen. Haar portefeuille bestaat onder meer uit Milieubeheer, Volksgezondheid en Ontwikkelingssamenwerking. Lambert van Nistelrooij (CDA) heeft juist veel contacten met het bedrijfsleven. Dit is niet vreemd, gezien de commissies waarin hij zitting heeft. Zo werkt hij voor de Commissie Regionale Ontwikkeling, is hij (plaatsvervangend) commissielid Industrie, Onderzoek en Energie en lid van de delegatie voor de betrekkingen met de landen van de Andes-gemeenschap en Zuid-Aziatische landen. Voor veel Europarlementariërs zijn lobbyisten een handige bron van informatie. _Jules Maaten: 'Je moet weten wat er speelt bij organisaties en bedrijven als je bezig bent met wetgeving. Je hebt dat soort contact nodig.’

Gratis reisjes

Hoewel lobbyisten vaak gewaardeerde informatiebronnen zijn, hebben ze altijd een eigen agenda. Oud-Europarlementariër Els de Groen vertelt verontwaardigd: 'Er was in mijn tijd als parlementariër een mijnbouwbedrijf dat dolgraag goud wilde winnen in Rosia Montana, in Roemenië. Ze hadden reizen in de aanbieding, dan kon je als parlementariër op hun kosten het gebied bekijken. Ze kwamen met allerlei argumenten. “Het is zo goed voor de economische ontwikkeling van het gebied. Wat we vuil maken ruimen we ook weer op…” Maar uit andere, verzwegen informatie bleek dat cyanidemijnbouw veel minder arbeidsplaatsen schept dan mijnbouw zonder cyanide.’

Ook Thijs Berman, PvdA-Europarlementariër, heeft iets dergelijks meegemaakt. In een interview op Radio 1 zegt hij: 'Twee nogal dictatoriale landen hebben me benaderd om een gratis reis te maken. Myanmar was er één van. Ze hopen natuurlijk dat ik daarna heel vriendelijk over dat land spreek.’

Recent bleek het risico van te innige contacten tussen lobbyisten en Europarlementariërs nog eens. In het 'Cash for Laws’-schandaal gaven undercover-journalisten van The Sunday Times zich uit voor lobbyisten, waarna ze Europarlementariërs bedragen tot 100.000 euro per jaar aanboden om bepaalde wetsvoorstellen en amendementen te verdedigen. Zeker drie parlementariërs gingen hierop in.

Legislative footprint

Sinds dit schandaal klinkt de roep om transparantie steeds luider. In de nieuwe gedragscode is echter geen verplicht registratiesysteem voor de legislative footprint opgenomen. In die footprint zouden Europarlementariërs per rapport bij moeten houden met welke lobbyisten ze contact hebben gehad. Werkgroepslid Dennis de Jong (SP): 'Met name de christendemocraten, en in mindere mate de sociaaldemocraten, houden dit tegen.’ Een ander onderdeel van de gedragscode is een nieuw registratiesysteem voor lobbyisten. Maar het register is vrijblijvend: wie er niet aan meedoet krijgt geen sanctie opgelegd. De Jong schat dat 40% van de lobbyisten in Brussel nog niet geregistreerd is.

Transparantieregels moeten dus strenger. De nieuwe gedragscode is volgens Hoedeman (CEO) niet meer dan een aardig initiatief: 'Er is nog steeds ruimte voor verschillende interpretaties. Het blijft aan nationale politici, journalisten en publiek om de druk om meer transparantie op de Europarlementariërs op te voeren.’


Dit artikel is het resultaat van een onderzoek van vier masterstudenten Journalistiek van de VU Amsterdam. Voor meer informatie en contact, zie de websites van auteurs Ties Joosten en Martje Doeve


Rectificatie

Bovenstaand artikel is gereviseerd om een feitelijke onjuistheid te corrigeren. In een eerdere versie stond aan het einde van de tweede alinea te lezen dat Sophie in ’t Veld (D66) haar fractiegnoten had verboden mee te werken aan het onderzoek naar transparantie onder europarlementariërs. Dit bleek feitelijk onjuist. De redactie betreurt dit en heeft de auteurs gevraagd opheldering te bieden in onderstaand naschrift.

Naschrift van de auteurs

Naar aanleiding van ons artikel 'Waarom zou ik u inzicht geven in mijn agenda?’ is de afgelopen dagen commotie ontstaan. Europarlementariër Sophie in ’t Veld (D66) bestreed dat zij de rest van haar fractie zou hebben verboden mee te werken aan ons onderzoek. Daarnaast tweette In ’t Veld dat zij onze onderzoeksmethoden ** ** buitengewoon onaangenaam vond.

Naar aanleiding van deze en andere opmerkingen hebben wij ons onderzoek opnieuw tegen het licht gehouden. Daarbij moeten wij concluderen dat wij niet hadden mogen opschrijven dat In ’t Veld haar fractiegenoten medewerking verbiedt. Deze conclusie trokken wij nadat Marietje Schaake, een fractiegenoot van Sophie in ’t Veld, na een eerdere toezegging plotseling weigerde mee te werken. Dat medewerking verboden zou zijn was echter een aanname: we hadden dat nooit als feit mogen presenteren.

In de kwalificaties die In ’t Veld onze onderzoeksmethoden toedicht, herkennen wij ons geenszins. Ook na nadere bestudering van de telefoongesprekken die wij in het kader van dit onderzoek hebben gevoerd menen wij dat wij nooit onaangenaam of onfatsoenlijk zijn geweest. Dat dit door In ’t Veld echter wel als dusdanig is ervaren betreuren wij ten zeerste.

Noot van de redactie

Het Groene LAB wil een online platform zijn voor journalistiek talent, wij roepen studenten op om hun mooiste journalistieke producten aan te bieden voor (louter online) publicatie op groene.nl/lab. De redactie keurt de verhalen die worden aangeboden op kwaliteit en had geen aanleiding te twijfelen aan de feitelijke juistheid van dit stuk.

We hopen hiermee alle onduidelijkheid te hebben weggenomen en bedanken alle lezers voor hun betrokkenheid.