Bill Browder en de Gazprom-affaire

‘Wacht maar af’

Bill Browder, ooit geliefd als grootbelegger, is verklaard tot staatsvijand van Rusland. De dood van Sergei Magnitski, onderzoeker in de Gazprom-zaak, laat hem niet meer los. ‘Ik heb nergens iets gezien wat ook maar te vergelijken is met de corruptie in Rusland.’

ZAKEN DOEN IN RUSLAND is een avontuur. Grote zaken doen in Rusland is een groot avontuur. Je neemt risico’s, dat weet je, maar daar staan dan ook vette winsten tegenover. En wat is een zakenman of -vrouw die geen risico’s durft te nemen? Zo redeneerde ook Bill Browder. Kort na de instorting van het communisme verkende hij de mogelijkheden, snoof de geur van geld op, ging aan de slag, verhuisde in 1996 naar Moskou en kon twee jaar later al op het erepodium plaatsnemen als de grootste buitenlandse belegger in Rusland. Kortom, hij kwam, zag en overwon. Precies zo had hij het zich gedroomd.
Wat hij niet had voorzien was wat hem bijna tien jaar later overkwam. Zijn visum werd hem afgepakt, hij werd als gevaar voor de nationale veiligheid bestempeld, zijn beleggingsfonds werd gekaapt en na een paar rechtszaken gebeurde iets merkwaardigs: de winstbelasting die zijn Hermitage Fund in 2006 had betaald aan de Russische staatskas – liefst 230 miljoen dollar, destijds 180 miljoen euro – werd teruggegeven. Alleen niet aan Browder, maar aan de nieuwe eigenaren, en dat waren, althans op papier, een paar veroordeelde Russische criminelen.

Was dat alles geweest, dan was Bill Browder een illusie armer en zonder veel kleerscheuren ontsnapt, want nadat hem de toegang tot Rusland was geweigerd had hij zijn kapitaal al stilletjes weggesluisd, en de 230 miljoen dollar die werden ingepikt behoorden niet hem toe maar de Russische staat. Maar daarbij bleef het niet. Voor Browders Hermitage Fund werkte een reeks Russische advocaten. Een van hen was de fiscaal jurist Sergei Magnitski. Overtuigd dat het recht zou zegevieren ploos hij de zaak uit en verzamelde bewijzen dat de daders van de fraude gezocht moesten worden bij de politie en fiscale opsporingdienst, die gebruik maakten van hun bevoegdheden om bedrijven en de staat te plunderen. Magnitski deed aangifte en legde getuigenverklaringen af. Daarop werd hij zelf gearresteerd. Hij was toen 36 jaar en gezond. Nog geen jaar later, in november 2009, was hij dood.

Het heeft het leven en denken van Bill Browder ingrijpend veranderd. ‘De ochtend dat ik hoorde dat Sergei Magnitski in gevangenschap gestorven was, zwoer ik elk uur van mijn verdere leven ervoor te zullen vechten dat de daders hiermee niet zouden wegkomen’, zegt hij. Het is een zin die er bij hem uitrolt als een slogan. En zoiets is het ook, want sinds die dag voert Browder campagne vanuit zijn woonplaats Londen, geholpen door vrienden en collega’s van Sergei, wereldwijd inmiddels om en nabij de honderd mensen. Hij is naar Den Haag gekomen voor de vertoning van de film Justice for Sergei, gedraaid door de Nederlandse televisiemakers Hans Hermans en Martin Maat, en voor het lobbyen voor maatregelen tegen zestig Russische functionarissen die verantwoordelijk worden gehouden voor de ondergang van Magnitski.

BROWDER MAAKT VAN zijn hart geen moordkuil. Hij is een in Wall Street opgeleide investeringsbankier en verwoordt zelfverzekerd, direct en krachtig wat hij vindt. Het zakenleven in Rusland heeft hij van binnenuit leren kennen, vanuit het perspectief van een belangrijke belegger, die zelf het spel heeft meegespeeld en toen is stukgelopen op wat hij nu typeert als ‘de misdadige staat’. Noemenswaardige belangen in Rusland heeft Browder niet meer. Daardoor kan hij vrijuit spreken over de graaiende handen van de machthebbers. ‘Sinds ik uit Rusland weg ben, heb ik in 27 andere landen, zoals India, Brazilië, Turkije en Thailand, geïnvesteerd. Overal stuit je op moeilijkheden. Maar ik heb nergens iets gezien wat ook maar te vergelijken is met de misdadigheid en corruptie in Rusland.’

Rusland was voor hem een persoonlijke missie. Zijn grootvader, Earl Browder, was tussen 1934 en 1945 de leider van de communistische partij in de Verenigde Staten. ‘Ik rebelleerde, zoals alle teenagers. Ik kwam in opstand tegen een familie van boekenwurmen en communisten door een pak aan te trekken en zakenman te worden. In 1989, het jaar dat de Berlijnse Muur viel, haalde ik mijn diploma aan de Stanford Business School. Die elegante omdraaiing van de geschiedenis viel mij in de schoot. Mijn opa was de grootste communist in Amerika en ik wilde de grootste kapitalist in Rusland worden. Ik zag het als een historische uitdaging. En het lukte me.’

Toen hij naar Rusland vertrok had hij niet veel meer dan een mobiele telefoon en een toezegging van een rijke westerse financier om geld te steken in zijn onderneming. Hij huurde een kantoortje, een secretaresse en een chauffeur, verzamelde gegevens over bedrijven en begon op bescheiden schaal te beleggen. Destijds was hij de enige Wall Street-bankier in Moskou. Dat gaf hem een voorsprong. ‘Ik beschikte over rekentechnieken die ik bij de Salomon Brothers had geleerd en kon deze toepassen op een ontzettend chaotische markt. Daarmee ontdekte ik spectaculaire wanverhoudingen tussen de prijs van effecten en hun waarde. Ik hoefde niets te doen. Alleen maar de effecten te kiezen waarvan ik verwachtte dat de koersen snel stegen, en af te wachten.’ In de twee jaar dat Browder aldus te werk ging vermeerderde zijn kapitaal van 25 miljoen tot één miljard dollar.

Maar het bleef niet meezitten. In 1998 crashte de Russische beurs. Negentig procent van het Hermitage Fund-kapitaal ging in rook op. Hij vond het een afgang. Terwijl beleggers massaal de benen namen, besloot Browder te blijven en met een aanpak op het scherp van de snede zijn verliezen goed te maken.

Gazprom, het grootste aardgasbedrijf ter wereld, werd het belangrijkste object van Browders nieuwe beleggingen. Eerst deed hij geraffineerd speurwerk. Hij maakte gebruik van de stemming onder de bevolking, die woedend was dat een paar handige jongens flinke happen uit het staatsbezit – zoals Gazprom – hadden genomen en de rest hongerig achterbleef. Hermitage Fund nodigde ex-medewerkers, medewerkers, klanten, leveranciers en concurrenten van Gazprom uit voor gesprekken waarin ze hun kennis over de machinaties en beroving van het bedrijf gretig spuiden.

‘We schreven bloknoten vol, maar hoe konden we weten wat ervan klopte? Toen merkten we dat Rusland het meest bureaucratische land ter wereld is en dat elk feit ergens wordt vastgelegd en kan worden opgevraagd. We ontdekten dat het management van Gazprom, dat bestond uit negen mannen, in vijf jaar tijd een oliemaatschappij van de omvang van Exxon had gestolen. Ik denk dat het de grootste diefstal ooit was. Maar we ontdekten ook dat het gestolen deel slechts 9,5 procent van de totale waarde van Gazprom vertegenwoordigde. De aandelen van Gazprom werden verhandeld tegen onwaarschijnlijk lage prijzen, omdat beleggers ervan uitgingen dat het bedrijf al bijna helemaal was leeggeplunderd.’
Toen Gazprom eenmaal in kaart was gebracht, kocht Browder spotgoedkoop effecten op. Zijn volgende stap was brutaler: hij gaf de feiten die hij over Gazprom te weten was gekomen aan de internationale pers. Ook de Russische pers bracht reeksen schandalen over Gazprom naar buiten. Aan Poetin gaf het een mooie gelegenheid om de toenmalige topman van Gazprom te wippen en een eigen man op de vrijgekomen plek te zetten.

ZO WERD BROWDER een activistisch belegger: hij kocht aandelen van ondergewaardeerde concerns op, stelde fraude en mismanagement openlijk aan de kaak en hoopte dat dit wat orde op zaken zou stellen, zodat het bedrijf fatsoenlijker geleid zou kunnen worden en de koers zou kunnen stijgen. Het maakte Browder tot een gehate vijand van de bezitters van de Russische grondstoffen en industrie, de Jeltsin-miljardairs. Maar de methode werkte, want in president Poetin vond Browder tussen 2000 tot 2004 zijn ‘beste bondgenoot’: ‘Zolang Poetin strijd om de macht leverde met de oligarchen diende ik zijn belang als excentrieke westerling die het vuile werk opknapte. Ik voelde me een geluksvogel, want in elke zaak die wij aankaartten, stond Poetin aan onze kant. Het ging mis toen Poetin de oorlog had gewonnen. Eind 2003 arresteerde hij Michail Chodorkovski, de rijkste man van Rusland, en pakte hem zijn olieconcern Yukos af. Toen begrepen de andere oligarchen dat ze maar beter een deal konden sluiten met Poetin. De deal hield in dat ze hem tot hun zakenpartner maakten. Plotseling stond ik niet tegenover Poetins vijanden, maar tegenover hemzelf.’

Aanvankelijk had Browder niet in de gaten dat de spelregels waren veranderd. Hij juichte de arrestatie van Chodorkovski toe en zag het als bewijs dat Poetin zijn credo de ‘dictatuur van de wet’ te willen vestigen aan het waarmaken was. Pas veel later, toen hij zelf slachtoffer van willekeur was geworden, herzag hij zijn mening: ‘Ik besef nu dat Poetins strijd tegen de oligarchen niets te maken had met de bedoeling om de bedrijfsvoering te verbeteren, maar alleen met het uitschakelen van een groep mensen die zijn macht aantastten.’ Chodorkovski was net zo’n schurk als alle andere Jeltsin-miljardairs, vindt Browder ook nu nog. Hij behandelde zijn aandeelhouders, onder wie Browder, als vuil: ‘Maar wat Chodorkovski is overkomen (zijn straf is in december verlengd met zes jaar na een tweede dubieus proces – hr) is zo schandelijk en onrechtvaardig dat zelfs ik, een van zijn oudste vijanden, alleen maar medeleven voel met wat hij doormaakt. Het heeft niets met de wet van doen. Het is de ene machtige vent die de andere machtige vent compleet kapotmaakt.’

EEN JAAR NA de arrestatie van Chodorkovski kwam Browder in moeilijkheden. Toen hij op 13 november 2005 in Moskou aankwam, werd hij tegengehouden en de volgende dag terug op het vliegtuig naar Londen gezet. Hij zou Rusland niet meer in komen. Wat precies de aanleiding was, wie misschien die ene Rus te veel was die hij op de tenen had getrapt, zegt hij niet te weten. Hij klinkt nog steeds verbijsterd dat ze hém, de grootste belegger in Rusland – zijn beleggingen hadden op dat moment een waarde van 4,5 miljard dollar –, de man die met zijn aanpak het Russische bedrijfsleven doorzichtiger en eerlijker maakte, dat ze hém uitwezen en het werken onmogelijk maakten.

Geen wonder, zo citeerde Newsweek een collega-westerse bankier in Moskou anoniem: ‘De meeste buitenlandse beleggers spelen het spel volgens de Russische regels. Het wil zeggen dat je je rustig houdt en je winsten deelt met mensen die je kunnen beschermen.’

Als afschrikwekkend voorbeeld van wat er gebeurt als je je niet aan die ongeschreven wetten houdt, diende volgens Browder de kaping van Hermitage Fund. In juni 2007 deden 25 gemaskerde mannen een inval in het Moskouse kantoor van Hermitage en namen de administratie en computers in beslag. Hermitage Fund hoorde er verder niets meer van, tot een gerechtsdeurwaarder aanklopte voor een paar honderd miljoen dollar achterstallige schulden. Het bleek dat er intussen rechtszaken waren gevoerd tegen Hermitage Fund, waarin die schulden waren vastgesteld. Browder nam Sergei Magnitski, ‘de beste fiscale jurist die ik kende’, in de arm. Magnitski kwam erachter dat het eigendom van firma’s van Hermitage Fund met behulp van de door de fiscale politie in beslag genomen papieren was overgeschreven op naam van enkele Russische criminelen. Toen van de Russische bankrekeningen van Hermitage Fund niets te halen bleek, vroegen de nieuwe eigenaren belasting terug bij de staat; ze hadden immers geen winst, maar schulden gemaakt. Nog geen twee dagen later, zo ontdekte Magnitski, had de Russische belastingdienst een bedrag van 230 miljoen dollar teruggestort.

Intussen kregen zowel Hermitage Fund in Londen als de Moskouse advocaten van de firma telefonische waarschuwingen de zaak met rust te laten. Browder haalde zes van de zeven Russische advocaten naar Londen. De zevende, Magnitski, weigerde zijn land te ontvluchten. Magnitski was geen activist tegen corruptie, benadrukt Browder. Maar toen hij rechtstreeks geconfronteerd werd met een stel criminelen in uniform die de staatskas tilden, vond hij dat hij wel actie móest ondernemen. Hij diende klachten in, deed aangifte van de belastingfraude en legde getuigenverklaringen af tegen twee ambtenaren van de fiscale opsporingsdienst, ene Koeznetsov en ene Karpov, die de leiding hadden gehad bij de inval van Hermitage Fund.

Een maand later, in november 2008, werd Magnitski opgepakt door dezelfde officieren tegen wie hij aangifte had gedaan. Tijdens zijn voorarrest verdomde hij het zijn aangifte in te trekken. Zijn behandeling werd elke keer dat hij weigerde slechter. Zijn gevangenisdagboek, na zijn dood gepubliceerd, getuigt van de onmenselijke condities waarin hij werd vastgehouden en het gesol met zijn gezondheid. Hij werd steeds zieker, kreeg geen medische behandeling en bezweek ten slotte onder verschrikkelijke pijn aan een ontsteking van zijn alvleesklier.

SINDS DIE DAG voert Browder campagne. Met een zeker succes: westerse politieke leiders en parlementen oefenen druk uit op Rusland om de verantwoordelijken voor de dood van Magnitski te straffen, er is een film over hem gemaakt, er zijn websites in de lucht en misschien nog wel het meest opmerkelijke: in Rusland zelf krijgt de zaak onder de bevolking respons. Magnitski was geen mensenrechtenactivist, geen ‘democraat’, een term die in Rusland alleen maar cynisme oproep, maar een gewone jurist die het niet pikte dat de Russische staat zich liet bestelen en de belastingopbrengst voor de Russische bevolking in de zakken van functionarissen liet verdwijnen. Volgens een Russisch bureau voor de publieke opinie is de naam Magnitski bij ruim dertig procent van de Russische bevolking bekend.

Talloze tips over de handel en wandel van de vermeende daders hebben intussen nuttige gegevens opgeleverd. Bijvoorbeeld dat Koeznetsov en Karpov voor ten minste vier miljoen dollar aan huizen, land en auto’s hebben gekocht, dit alles bewezen via de raadpleging van openbare registers van eigendommen. Ook is inmiddels achterhaald dat dezelfde trucs voor het oplichten van de belastingen door dezelfde bende in nog negen gevallen is toegepast, wat in totaal vijfhonderd miljoen dollar opbracht.

Verdere onthullingen – zoals waar de rest van de 230 miljoen dollar is gebleven – zijn in aantocht, kondigt Browder aan: ‘Wacht maar af.’ Het maakt de Magnitski-zaak brisant, want er wordt steeds meer bekend over het mechanisme van de belastingfraude, wie erbij betrokken is en wie de zaak afdekt. Hoewel de pressie van buiten toeneemt en president Medvedev heeft beloofd Magnitski’s dood te onderzoeken, wijzen de acties van de autoriteiten in tegenovergestelde richting. De officieren Koeznetsov en Karpov zijn van blaam gezuiverd en kregen enkele maanden geleden een hogere functie toebedeeld.

Browder: ‘Het sterkste bewijs dat de topleiding hen beschermt! Wij, de grootste belegger in Rusland, zijn overvallen door een bende misdadigers. Ze stelen 230 miljoen dollar, niet van ons, maar van de staat. Als onze advocaat een klacht indient, wordt hij gearresteerd, gemarteld en vermoord. En dan worden de daders bevorderd. Hoe is dat te verklaren? Poetin en Medvedev deelden óf in de opbrengst óf ze hebben iets gedaan waardoor ze hun ondergeschikten niet kunnen stoppen. Dat zijn de enige rationele redenen waarom het staatshoofd en de premier niets doen.’

Rusland is wat Browder betreft niet eens meer een staat te noemen: ‘Een staat haalt belasting op en levert daarvoor diensten aan de bevolking. Rusland haalt belasting op en het geld verdwijnt. Als de Gasunie en Nederland zo graag deals sluiten met Gazprom en de Russische overheid kunnen ze net zo goed zaken doen met Mexicaanse drugskartels, want het zijn dezelfde soort misdaadbendes.’
Wat hij Shell en de Gasunie zou adviseren – zich helemaal terugtrekken uit Rusland is niet reëel, begrijpt hij – is hun investeringen en verwevenheid met Rusland te minimaliseren. Het schandaal rond Hermitage Fund is intussen zo wijd en zijd bekend dat het effect sorteert op besluiten van grote concerns, denkt Browder. In Davos bij het World Economic Forum, afgelopen januari, kwamen captains of industry op hem af en vertelden dat hij er de reden van was dat ze hadden afgezien van investeringen in Rusland.

De moraal? Winstgevendheid mag nooit de doorslag geven in zakelijke besluiten. ‘Zonder wettigheid riskeer je meer dan je geld. Je riskeert mensenlevens.’ Voor Browder persoonlijk is de dood van Magnitski een keerpunt. ‘Ik vecht nu voor een principe. Ik kan niet met mijzelf leven als ik niet opkom voor gerechtigheid voor Sergei. Deze tragedie heeft mijn leven ook zin gegeven, een zin die het niet had toen ik alleen maar zakenman was.’