Doomsday Prepping

Wachten op de Apocalyps

Zelfs als we nú stoppen met fossiele brandstoffen is het volgens wetenschappers al te laat. De ondergang is aanstaande. Berusten we erin, of bereiden we ons voor?

Hoewel een flink deel van de wereldbevolking nog steeds hardnekkig de kop in het zand steekt, zijn er steeds meer mensen die zich ernstig zorgen maken over de toekomst van de aarde, of beter: van de mensheid op deze aarde. Terwijl president Donald Trump simpelweg een klimaatontkenner aan het hoofd zet van de Environmental Protection Agency om van de ongemakkelijke waarheid af te zijn, worden de berichten die klimaatwetenschappers en biologen de wereld in sturen steeds alarmerender. Kort samengevat: het gaat allemaal nog veel erger worden dan we dachten en de veranderingen gaan daarbij ook nog eens veel sneller dan we voorspelden. En nee, dat is geen alternatief feit. Helaas.

Medium milo doomsday 2

Leidde deze wetenschap bij mij vorig jaar nog tot een milde klimaatdepressie in een smeltend skigebied in de Alpen, inmiddels ben ik daar overheen. Dat wil zeggen: ik realiseer me dat het tij niet meer te keren is. Van klimaatwetenschappers begrijp ik dat zelfs als we nu per direct stoppen met fossiele brandstoffen (quod non, kijk alleen maar naar Trump) we nóg de gevolgen van onze acties in het verleden tot ver in de toekomst gaan voelen. Met andere woorden: ik wéét dat er een Apocalyps aankomt, net als al die wetenschappers die daar al zo lang tegen de klippen op voor waarschuwen.

Hoe die Apocalyps er precies uit zal zien valt moeilijk te zeggen. Zal het de stijgende zeespiegel worden die alle zeesteden van de aardbodem wegvaagt of zullen extreme stormen ons de das omdoen? Zullen door klimaatverandering veroorzaakte vluchtelingenstromen leiden tot ontwrichting van maatschappelijke structuren of zullen het de pandemieën zijn die de mensheid de nek omdraaien? Of toch eerder good old fashioned oorlog, inclusief nucleaire aanvallen van domme wereldleiders? Waarschijnlijk wordt het een ellendige mix van al deze scenario’s. Wanneer het gaat gebeuren is ook moeilijk te voorspellen. Werd een paar jaar geleden nog dikwijls gesproken over eeuwen, inmiddels gaat het steeds vaker over decennia of zelfs jaren.

Eigenlijk mag je dit soort doemdenken natuurlijk niet hardop uitspreken. Het is sociaal verplicht om hoop te houden en optimistisch te zijn. Zelfs Al Gore begrijpt dat inmiddels en blijft tegenwoordig angstvallig positief. En er zit natuurlijk wel wat in: zonder hoop kan een mens niet leven. Dus geef ik toe dat ik ergens nog wel een petieterig sprankje eco-modernistische hoop heb dat er een geweldige technologische uitvinding komt die alles kan terugdraaien; dat plotseling alle klimaatmodellen toch niet blijken te kloppen; of dat het allemaal een boze droom blijkt te zijn geweest. Of een Amerikaanse B-film. Maar het sprankje is erg klein en wordt steeds kleiner. Bovendien is het niet bepaald realistisch om je vast te houden aan zo’n klein sprankje hoop. De situatie negatief inschatten is volgens mij niets anders dan de waarheid onder ogen zien.

Dus wat te doen? Hoe bereidt een mens zich voor op de Apocalyps? Wat is mijn actieplan? In ieder geval lijkt het zeker dat sommige plekken op aarde erger zullen worden getroffen dan andere. Dus google ik welke landen het best bestand zijn tegen een forse stijging van de zeespiegel en een algehele opwarming van de aarde: Zwitserland, Noorwegen en Nieuw-Zeeland scoren hoog. Peter Thiel, de oprichter van Paypal en sponsor van Trump, heeft onlangs grote stukken land, inclusief landingsbanen voor zijn privé-vliegtuigen, gekocht in Nieuw-Zeeland. Dat doet hij natuurlijk niet voor niets. Noorwegen is rijk en schijnt een soort Italië te worden, badend in olijfolie en tomaten. En Zwitserland ligt natuurlijk lekker hoog. Tijd om de voorwaarden voor emigratie naar die landen eens door te nemen?

Op rechtse Amerikaanse sites lees ik instructies over het bouwen van verstevigde muren om je huis en een grote hoeveelheid wapens en ammunitie die je in huis moet halen voor het shtf-scenario (‘Shit Hits The Fan’). Want dat de Apocalyps gepaard zal gaan met geweld en plunderingen lijkt zeker, en in dat geval is het beter om ‘niemand te vertrouwen’ en ‘jezelf en jouw gezin te kunnen verdedigen’, lees ik. En als je moeilijk aan wapens kunt komen, dan kun je ze altijd zelf maken. Op de site Happy Preppers leer ik dat ‘alles tot wapen kan worden geïmproviseerd. Neem bijvoorbeeld een sok, vul hem met soda, zware munten of stenen en je hebt een simpel wapen!’

Toch lijkt het eerste belang dat van de voedselvoorziening. Als je wilt overleven zul je moeten leren om je eigen groenten te verbouwen: een vruchtbare eigen moestuin is immers cruciaal als de Jumbo straks leeg is. Op internet is alles te vinden over het zelf verbouwen van groenten, vooral onder milieuactivisten die volledig off the grid proberen te leven. Het is van groot belang om zaadjes te hebben die sterk genoeg zijn zodat ze jarenlang voor een goede oogst kunnen zorgen. Die zaadjes moeten bovendien volstrekt lucht- en waterdicht worden bewaard. Er zijn speciale weckpotten te koop. Hoewel de traditionele preppers, ‘voorbereiders’, vooral graag schrijven over wapens, mogelijke plunderingen en beveiliging, dringt ook in die kringen steeds meer door hoe belangrijk die moestuin straks wordt. ‘Omdat de kennis op agrarisch gebied momenteel nog enigszins tekortschiet, kunt u hier binnenkort wel een aantal links vinden naar sites waarvan de makers wél verstand hebben van zaden en zelf voedsel verbouwen’, aldus de Nederlandse site doomsday-preppers.nl.

Je huis moet daarnaast uiteraard zelfvoorzienend zijn. Voor tachtigduizend euro schaf je al een tweepersoons eco-capsule aan: een ovaalvormige, futuristische mini-caravan die alle energie haalt uit zonnepanelen op het dak en beschikt over een regenwaterfilter om de drinkwatervoorziening veilig te stellen. Een andere optie is een diepte-investering in ‘drijfgoed’: een drijvend eco-huis is sowieso bijzonder handig in het geval van stijgende zeespiegels. De Silicon Valley-miljonairs die investeren in het Seasteading Institute weten hier alles van. Onlangs hebben zij de regering van Frans Polynesië bereid gevonden akkoord te gaan met de bouw van de eerste ‘drijvende eilanden’ in de territoriale wateren van deze natie.

Ten slotte vraag ik me af of ik niet een ander vak moet gaan leren. Wie zit er nu te wachten op een journalist als de wereld aan het vergaan is? Botanie of landbouwkunde lijkt een goede optie. Watermanagement. Of medische biologie. Dan kun je je eigen medicijnen maken.

Uitgebreide Apocalyps-inspiratie is te vinden in de Amerikaanse bestseller California van Edan Lepucki. Zij schetst een dystopische wereld in Californië in een periode ergens tussen onze huidige wereld en de totale verwoesting van de mensheid op aarde. Los Angeles is een onbestuurbare chaos geworden: smerig, leeg en geteisterd door plunderaars. Er zijn stormen geweest, aardbevingen en ziektes. Veel mensen zijn al dood, maar er zijn er ook die, al dan niet gezamenlijk, vechten voor hun bestaan. De ultrarijken hebben zich teruggetrokken in door bedrijven gefinancierde en hermetisch afgesloten communities (een zo’n community heet bijvoorbeeld Amazon) en de hoofdpersonen, een jong echtpaar, weten te overleven in de keiharde wereld buiten de communities waar piraten de baas zijn. Ze houden zichzelf in leven met zelf verbouwde bieten en bloemkool, aangevuld met heel soms een konijn. Er is geen enkele vorm van overheidsgezag meer; het is ieder voor zich. De roman is indringend, juist omdat het gemakkelijk voorstelbaar is dat het daadwerkelijk zo zal gaan. Denk bijvoorbeeld aan de Amerikaanse miljardairs die zich op grote schaal bezighouden met doomsday prepping, de voorbereidingen op de ondergang. Het kost niet veel verbeeldingskracht om die te zien leven in een van deze zwaar beveiligde communities.

In een artikel in The New Yorker beschrijft Evan Osnos hoe de superrijken in Silicon Valley en New York City zich voorbereiden op het uit elkaar vallen van de beschaving. Zogenoemde survivalists zijn er natuurlijk al langer in de Verenigde Staten; normaal gesproken wordt dan gedacht aan religieuze idioten die zich voorbereiden op de Dag des Oordeels of aan Trump-stemmers in fly-over-country die een bunker maken van hun huis en blikken bonen en wapens in de kelder hebben opgestapeld. Een serie als Doomsday Preppers van National Geographic, de populairste serie van het kanaal tot nu toe, maakte het leven van survivalists meer mainstream onder het grote publiek. Osnos kwam er echter achter dat dit survivalism zich de laatste jaren ook heeft uitgebreid naar de ultrarijken. En die laten het niet bij een paar blikken bonen in de kelder. Die pakken het grondiger aan, ongehinderd door budgettaire restricties.

Ik vraag me af of ik niet een ander vak moet gaan leren. Wie zit er nu te wachten op een journalist als de wereld aan het vergaan is?

Zo beschrijft Osnos het vijftien verdiepingen tellende Survival Condo Project, een voormalige ondergrondse raketsilo waar appartementen worden aangeboden voor drie miljoen dollar. Onder de grond, bestand tegen mogelijke nucleaire straling. De uitbater van het project legt uit: ‘Het is ware ontspanning voor de ultra-rijken. Ze kunnen hier komen, wetende dat er gewapende bewaking buiten staat. De kinderen kunnen rondrennen.’ Alle appartementen zijn inmiddels verkocht.

Osnos merkt op dat de elite-angst voor de pitchforks (een mogelijke opstand van de groter wordende groep armen tegen de kleine groep superrijken in het geval van klimaatrampen of andere catastrofes) zich uitstrekt voorbij politieke scheidslijnen. Nieuw-Zeeland schijnt bijvoorbeeld zeker niet alleen voor Trump-sponsor Peter Thiel een populaire uitvalsbasis te zijn. Osnos legt uit dat het noemen van de aankoop van onroerend goed in Nieuw-Zeeland onder een groot deel van de technologie-elite in Silicon Valley inmiddels wordt gezien als een gecodeerde boodschap: jij bent blijkbaar ook bezig met doomsday prepping. Wink wink.

Aan de ene kant is het verschijnsel doomsday prepping onder de ultrarijken waarschijnlijk een kwestie van te veel geld hebben. Als je alles al hebt, waarom zou je je dan ook niet indekken tegen klimaatrisico’s door de aankoop van land in Nieuw-Zeeland of een appartement in een ondergrondse raketsilo? Gewoon nóg een hobby om je geld in te stoppen. Tegelijkertijd is juist deze slimme tech-elite zich terdege bewust van de kwetsbaarheid van wereldwijde systemen zoals het internet. Omdat alles met alles verbonden is, kan het uitvallen van één schakel in het geheel razendsnel leiden tot de neergang van het hele systeem. Als internet uitvalt door een milieuramp of cybercriminaliteit kunnen vliegtuigen niet meer vliegen, supermarkten niet meer worden bevoorraad en banken niet meer functioneren. Wellicht zit er dus wel wat in om je voor te bereiden op een mogelijk autarkisch bestaan?

Een vriend met een militaire achtergrond en een grote voorliefde voor Silicon Valley raakt enthousiast als ik vertel over mijn recente interesse voor doomsday prepping. ‘Laten we binnenkort een avondje scenario’s doorspreken’, stelt hij voor. Als ik hem een lijstje doorstuur met afkortingen uit het preppers-jargon (bol = Bug Out Location; Teotwawki = The End of the World as We Know It, Wrol = Without Rule of Law), schrijft hij terug: ‘Allemaal bekend.’ Hij heeft er al goed over nagedacht, loopt zelf nogal warm voor Noorwegen, en ik moet toegeven dat het voorbereiden op de Apocalyps stiekem iets spannends en bijna gezelligs heeft. ‘Donderdag afspreken voor doomsday prepping?’

Medium milo doomsday 1

Mijn vriend legt uit: ‘Er zijn verschillende scenario’s: stijgende zeespiegels, oorlog, het uitvallen van alle elektriciteit in een groot gebied. Stel: je neemt het scenario van Into the Forest (Canadese film over het uitvallen van de elektriciteit in een groot gebied, 2015sb). Je telefoon doet het niet. Hoe weet jij waar je kinderen zijn?’ Ik haal mijn schouders op en krijg een gouden tip: ‘Codenaam Bart Smit: walkietalkies van de speelgoedwinkel!’

Hij vervolgt: ‘Je moet van tevoren bedenken waar je bang voor bent en waar je je precies op wilt voorbereiden. Verschillende scenario’s hebben namelijk verschillende voorbereidingstijden.’ Hij legt een aantal scenario’s voor. Ik weet alleen niet waar ik bang voor ben. Voor het einde van de wereld? Dat is te breed, begrijp ik. Ik kies voor het gemak klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Mijn vriend legt uit dat in dat geval sprake is van ruime voorbereidingstijd. Als ik Nederland niet veilig vind, dan wordt het zaak om te gaan werken aan het optuigen van een co-locatie. Ik heb daar voldoende tijd voor, want niemand maakt zich nu al echt druk. ‘Denk aan de Kristallnacht. Bijna niemand vertrok, maar een paar mensen trokken de stoute schoenen aan en emigreerden naar Panama. Nogal een verschil. Zie jij jezelf zo meteen zitten in een gymzaal in Bremen op een vies matrasje met een slaapzak om je nek?’

Met een paar vriendinnen spreek ik ook een avondje scenario’s door. ‘Doomsday prepping voor sloebers.’ De ene vriendin vraagt zich af of we misschien met z’n allen naar de vervallen boerderij op het platteland van Roemenië moeten vertrekken voor een zelfvoorzienend commune-bestaan. Alleen de moeder van haar vriend woont daar nu. ‘Waarom heb je dat niet eerder gezegd? Je zit op een goudmijn!’ roepen we uit. Maar de politieke situatie is daar nogal instabiel, besluiten we even later en dus blijkt het toch minder ideaal dan we dachten. Want ook dat is belangrijk: de aanwezigheid van nog íets van overheidsgezag.

Een andere vriendin zoekt het dichter bij huis en denkt aan een krimpgemeente in het oosten van Nederland om op die manier de ‘ondraaglijk warme nachten’ te vermijden die worden voorspeld voor het westen van het land. Om nog maar te zwijgen van die stijgende zeespiegel. Weer iemand anders kent een groep die met elkaar een boot heeft gekocht. Maar niemand van ons kan zeilen en wat als de golven heel hoog worden?

Totdat weer een andere vriendin zegt: ‘Als het allemaal echt zo ver komt, dan ga ik liever gewoon meteen dood.’ We zijn allemaal stil.

De drang om te overleven is misschien groot, maar feit is dat doomsday prepping individualistisch en naar binnen gekeerd is, of het nu gaat om radicale milieuactivisten die off the grid leven in het bos, om Trump-stemmers met blikken bonen en wapens in de kelder of om Silicon Valley-miljardairs in ondergrondse bunkers van drie miljoen dollar: het gaat om het redden van jezelf en je gezin. Hoe zit ik daar straks met mijn gezin in die eco-capsule in Noorwegen, of in die autarkische gemeenschap in Roemenië, als om me heen hel en verdoemenis heerst? Hoeveel pistolen heb ik onder mijn kussen liggen? En wie mag er eigenlijk in mijn capsule komen wonen en wie niet?

Hoe zit ik daar straks met mijn gezin in die eco-capsule in Noorwegen als om me heen hel en verdoemenis heerst?

Zelfs de extreem individualistische Amerikaanse doomsday preppers realiseren zich dat het belangrijk is om een community te hebben. Samen sta je immers sterker. Je kunt elkaar helpen en beschermen en iedereen heeft weer andere kwaliteiten. Zal het doemscenario van de roman California dan inderdaad uitkomen? Gaan de superrijke preppers met elkaar in zee om zwaar bewaakte communities te vormen? En hoe loopt het dan af met ons: de ‘sloebers’?

Misschien levert het in alle rust onder ogen zien van de dood wel meer op dan de angstige wens van de doomsday preppers om te overleven. De Amerikaanse filosoof en ex-militair Roy Stranton staarde in Irak de dood in de ogen en leerde, door een vorm van meditatie, met zijn individuele doodsangst om te gaan. Kort gezegd kwam de methode erop neer dat hij zich probeerde in te denken dat hij al dood was voordat hij de tank in klom om daarmee door vijandig gebied te rijden.

Hetzelfde recept geeft Stranton nu aan onze beschaving als geheel. In Learning How to Die in the Anthropocene: Reflections on the End of a Civilization (2015) schrijft hij: ‘Het grootste probleem waar het Antropoceen ons mee confronteert zijn humanistische en filosofische vragen als: wat betekent het om mens te zijn? Wat betekent het om te leven? In het tijdperk van het Antropoceen wordt de vraag van individuele sterfelijkheid – wat betekent mijn leven in het vooruitzicht van de dood? – universeel gemaakt en opnieuw geconceptualiseerd op onvoorstelbare tijdsschalen. Wat betekent de mensheid in het licht van honderdduizend jaar klimaatverandering? Wat betekent een leven in het licht van het uitsterven van een soort of het ineenstorten van een wereldwijde beschaving? Hoe kunnen we betekenisvolle keuzes maken in de schaduw van ons onvermijdelijke einde?’

Het antwoord van Stranton komt erop neer dat we ook als mensheid moeten doen alsof we al dood zijn. Dat geeft rust. En het zorgt ervoor dat we nog even kunnen dansen tijdens die laatste vijf minuten van ons feestje. Dansen op de vulkaan dus als een andere coping strategie voor de apocalyptische tijden die eraan komen?

Doomsday prepping of berusting in het vooruitzicht van de ophanden zijnde Apocalyps, deze tegengestelde gevoelens strijden in mij om voorrang, maar beide zijn op z’n minst onbevredigend te noemen. Het fijne van prepping is dat je echt iets kunt doen (‘aan de slag!’), het voordeel van berusting is dat je er heel beschouwend van wordt, maar beide strategieën veroorzaken uiteindelijk een gevoel van vervreemding. Want waar zijn alle andere mensen gebleven? Of ik nu in die eco-capsule in Nieuw-Zeeland lig of mijn eigen groenten sta te verbouwen in Noorwegen, in beide gevallen ga ik uit van het opgeven van alle hoop in de mensheid als geheel. En daarmee bedoel ik niet alleen de techno-optimistische hoop van sommige eco-modernisten die geloven dat de technologie wel met een oplossing van het klimaatprobleem zal komen. Daarmee bedoel ik de hoop van mensen die elkaar helpen, samenwerken en met elkaar strijden voor een betere wereld. Ook al is dat tegen beter weten in, misschien is dat toch het enige wat ons uiteindelijk te doen staat.

In de film How to Let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change interviewt filmmaker Josh Fox experts die een beeld schetsen van alle klimaatellende die ons te wachten staat. Wetenschappers kijken bedrukt weg van de camera en het wachten is op de positieve boodschap, op het moment dat wordt gezegd: ‘Het is heel erg allemaal, maar als we nú stoppen met fossiele energie, dan kunnen we het tij nog keren.’ En vervolgens komt dat moment niet. ‘Overwhelmed’, zegt Fox telkens als hij nog meer informatie krijgt. ‘Overwhelmed, overwhelmed.’ Waarna hij aangeeft erg veel behoefte te hebben aan een paar poezenvideo’s op internet. Hij stapt niet over de harde waarheid heen, maar ziet die keihard onder ogen. En hij voelt het verdriet. Er is geen weg terug. ‘Hoe kunnen we daarom rouwen?’ vraagt hij zich af. Om alles wat verloren zal gaan. Om alles wat nu al verloren ís gegaan. De koraalriffen, de uitgestorven dieren, de gekapte bossen. ‘That’s a lot of goodbyes.’

Pas als hij de omvang van het verlies tot zich door heeft laten dringen, erdoor is overmand en erom heeft gerouwd, kan hij overgaan tot het volgende stadium: ‘To love the things climate can’t change’: de liefde, de onderlinge verbondenheid van mensen, de veerkracht. De film brengt onder meer een groep eilanders uit de Pacific in beeld wier eilanden langzaam door de zee worden verzwolgen. Je zou denken dat dit uitgerekend de mensen zijn die de hoop opgeven. Wat kunnen ze nog doen? In plaats daarvan noemen ze zichzelf klimaatkrijgers en strijden ze in wiebelige, traditionele kano’s tegen de enorme zeetankers van de Australische kolenindustrie. Elke dag komen ze op een open plek bijeen onder een enorme boom om met elkaar te praten over de samenleving. Om daarna even lekker met elkaar te dansen. Dancing Democracy worden deze bijeenkomsten genoemd. Democratie in een soort rudimentaire, basale vorm.

Mijn defaitistische hersendeel denkt: ‘Het is prachtig, maar volledig nutteloos. Ze kunnen toch niet winnen.’ Mijn doomsday prepping-hersendeel denkt: ‘Ze moeten zo snel mogelijk verhuizen: misschien naar Nieuw-Zeeland?’ Maar mijn hart zegt uiteindelijk: ze zijn samen, ze geven om elkaar en ze geven niet op. En ook als ze verliezen, dan hebben ze het in ieder geval geprobeerd.

Ik denk dat het tijd wordt dat ik mijn hersendelen laat voor wat ze zijn. Het wordt tijd dat ik mijn hart ga volgen.

Symposium Klimaatstemming

Op vrijdag 9 juni organiseert de Stichting Psychiatrie en Filosofie in samenwerking met het lectoraat GGZ van de Hogeschool Leiden een symposium over de effecten van klimaatverandering op het menselijk gemoed. Hoe gaan we om met de verschillende reacties van ontkenning, apathie, angst, depressie en dreigende paniek? Wie vangt wie op in de toekomst, wie zorgt er voor wie, en op welke manier?

Met onder anderen René ten Bos (Denker des Vaderlands), Leo Meyer (klimaatwetenschapper) en Naomi van Steenbergen (ethicus). Sanne Bloemink, auteur van dit artikel, levert eveneens een bijdrage. Dagvoorzitter is Milouska Meulens.

Inschrijven kan hier