Marijnissen kan een probleem worden voor de SP

Wachten op de kroonprins

SP’er Ali Lazrak heeft bakzeil gehaald en partijleider Jan Marijnissen is blij dat de «verloren zoon» bij zinnen komt. Hij moet zich alleen nog wel even excuseren jegens de onbetwiste chef. Deze houding heeft de SP groot gemaakt, maar kan in de toekomst een probleem worden.

Er moest een heuse bemiddelaar aan te pas komen. Voormalig partijsecretaris Tiny Kox, sinds een half jaar fractievoorzitter van de Socialistische Partij in de Eerste Kamer, kweet zich van die taak. Zijn interventie lijkt een succes. Dissident Ali Lazrak blijft waarschijnlijk lid van de Tweede-Kamerfractie van de SP.

Daar zag het een week eerder niet naar uit. Voormalig SP-parlementariër Remi Poppe, die bij de entree van de SP in 1994 met Marijnissen in de Tweede Kamer kwam, had bij het begin van de onderhandelingen tussen Kox en Lazrak zijn bedenkingen: «Ali heeft harde uitspraken gedaan, hij heeft zich ingegraven. Dan kan er weinig van onderhandelingen komen.» Bovendien begreep Poppe de uitlatingen van Lazrak over Marijnissen niet; Lazrak noemde Marijnissen een koppelbaas en een tiranniek leider. «Lazrak heeft meer een conflict met zichzelf dan met Marijnissen. Het kamerlidmaatschap is geen naaikransje. Daar moet je tegen kunnen. Lazrak beschadigt alleen zichzelf. Ik ben niet de gemakkelijkste en heb het toch ook met Marijnissen uitgehouden. Jan is keihard maar glashelder. Als je daar niet tegen kunt, moet je een ander vak kiezen.»

De SP vecht voor het eerst een landelijke ruzie op straat uit. Tot nu toe waren de interne conflicten beperkt gebleven tot schermutselingen op gemeentelijk niveau. De strijd tussen Lazrak en Marijnissen heeft te maken met de groei van de partij. De SP — in de jaren zeventig en tachtig opgeklommen van een maoïstische partij die vanuit Oss voornamelijk politiek verweesde katholieke arbeiders in Zuidoost-Nederland aan zich bond tot een activistische partij met landelijke pretenties — is in de jaren negentig doorgestoomd en nu een echte nationale partij met een breed electoraat. Binnenkort hoopt de partij de VVD in ledenaantal te overtreffen. Die groei betekent dat steeds meer leden zonder een lang verleden als trouwe activist nu kaderfuncties in de SP bezetten. Lazrak is een van die relatieve buitenstaanders.

Dat roept de vraag op of deze intussen heterogenere partij over tien jaar nog wel herkenbaar is aan haar vertrouwde icoon: de tomaat als uiting van verzet van de zaal tegen het podium.

Ronald van Raak (een van de vier SP-senatoren) is ook iemand die zijn functie niet heeft te danken aan een verleden als activist: «Op dit moment is er een kwalitatieve verbetering van de SP gaande. De partij verbreedt. Dat moet ook om de groei in de toekomst veilig te stellen. Zelf ben ik van huis uit filosoof, een intellectueel in de partij. Toch ben ik, net als veel anderen, juist lid geworden van de SP om dat actievoeren. De partij zal door de toestroom niet heel veel veranderen. Ook de nieuwe leden voeren actie.»

Volgens Van Raak betekent dat zelfs niet automatisch dat de toekomst alleen ligt in de oppositie: «De SP is niet opgericht om klein te blijven. De parlementariërs combineren hun werk met buitenparlementaire actie, dat geeft de partij ruggengraat. De SP heeft steeds meer wethouders. Bijvoorbeeld in Heerlen, Oss en Nijmegen. Zij bouwen momenteel aan een traditie waarin de SP-bestuurder lijkt op een gewone SP’er en bestuurstaken combineert met actievoeren. Wat in Nijmegen kan, moet landelijk ook kunnen.»

Ook Driek van Vugt, voormalig SP- senator en momenteel voorzitter van de SP-jongeren, ziet dat de partij een verandering doormaakt. Hij is echter minder optimis tisch: «Ik weet niet of er voldoende bestuurders zijn. Maar de partij is momenteel erg in ontwikkeling. Door de verbreding krijg je een grotere vijver om uit te putten. Er zitten nieuwe mensen in de Eerste Kamer die hun sporen buiten de partij verdiend hebben. Zij hebben geen verleden binnen de SP. Bijvoorbeeld Anja Meulenbelt. Zij is nooit een gestaald kaderlid geweest.»

Een andere «nieuwkomer» in de partij is Hans van Heijningen. De voormalig medewerker van andersglobalistennetwerk XminY werd in 2002 door Marijnissen zelf benaderd om zich verkiesbaar te stellen voor de SP. Hij haalde de Kamer niet en is nu lid van het partijbestuur en medewerker van buitenlandwoordvoerder Harry van Bommel. Van Heijningen: «Het is een doorbraakproces, en het zoeken naar nieuwe kaderleden past in die ontwikkeling. Het is noodzakelijk maar ook een risico. Mensen die al dertig jaar lid zijn, ken je goed en dus weet je wat je aan ze hebt.»

Daarbij blijft het niet. Ook de vraag of en wanneer de SP «ministeriabel» is, wordt binnen de partij niet eenduidig beantwoord. Volgens Van Vugt duurt het nog drie kamerperiodes voordat de SP kan gaan regeren. Hij rekent op twintig zetels in 2010. «In een coalitie is meer te bereiken. Uiteindelijk gaat het erom hoeveel handen er omhoog gaan. Maar eerst moet de basis worden versterkt. Pas daarna kunnen we in zetelaantallen groeien. Anders krijg je een partij met een waterhoofd.»

Van Raak voelt zich daarentegen thuis in de oppositie: «De SP is opgericht om te regeren maar kan het niet maken deel te nemen in een waterige coalitie. Oppositie is voor een democratie trouwens minimaal zo belangrijk als goed bestuur. Sommige par tijen zien de oppositie als een veroordeling tot het strafbankje. Ik gun Nederland een goede oppositie.»

Jan Marijnissen en Agnes Kant vervullen die oppositionele rol nu nog met verve, maar het is Wouter Bos die vooralsnog in de peilingen wint. Van Vugt nuanceert zijn prognose van twintig zetels dan ook: «Het potentieel is er. Als de premierkwestie eens wat minder speelt, is er veel mogelijk. Veel hangt van Bos af. De PvdA kan leeglopen. Bos heeft moeite met zijn rol als oppositieleider.»

Dan zal de SP wel in eigen kring dat andere probleem in goede banen moeten leiden: de onstuimige groei van haar ledental. Van Raak: «Het is een uitdaging alle nieuwe mensen een plek te geven. Dit weekend was er een bestuursverkiezing in Amsterdam. Allemaal nieuwe gezichten gekozen. Dat is mooi.»

Van Raak spreekt liever niet over de keerzijde. Maar die is er wel, zo is de afgelopen weken gebleken in het conflict rond Ali Lazrak. De SP’er bekritiseerde openlijk het interne afdrachtsysteem en het leiderschap van Marijnissen. De partijtop liet zich niet uit de oude principiële stellingen verdrijven. Maar de verwijten van Lazrak waren wel een novum.

Het lijken bijzaken. In een strak gedisciplineerde partij als de SP kunnen het niettemin hoofdzaken worden. De dominante rol van Marijnissen van nu kan straks namelijk juist een probleem worden. Zijn leiderschap lijkt vooralsnog onomstreden. In een verklaring naar aanleiding van de uitspraken van Lazrak over zijn fractievoorzitter schreef algemeen secretaris Paulus Jansen van de SP: «Het is beter om volksvertegenwoordigers intern stevig aan de tand te voelen over hun stellingname en argumentatie, dan dat ze pas bij het publieke debat tegengas krijgen.» Anders gezegd, volgens de partijsecretaris is er een «debat» als de deelnemers zich stevig aan de tand laten voelen door de leider.

Die definitie spoort met de realiteit van dit moment. In september gaf de documentaire van René Roelofs een kijkje achter de schermen bij de SP. Marijnissen bekte Agnes Kant in de fractievergadering openlijk af. Kant verklaarde daarop — net als Jansen nu — dat de uitbranders van Marijnissen de normaalste zaak van de wereld zijn.

Maar dat wil niet zeggen dat al die nieuwelingen zich dat overal en altijd zullen laten welgevallen. De lasser uit Oss heeft in zijn politieke loopbaan al mensen van zich zien vervreemden. In de geschiedenis van de vroege jaren van de SP, opgetekend in het boek Het geheim van Oss van Kees Slager, passeert een aantal gevallen de revue. «Jan was zeer dominant, iemand die niet gemakkelijk een andere mening kon verdragen dan de zijne», verklaarde iemand met veel oud zeer in het boek. «Als dat intern toch gebeurde, ging hij gewoon vervelend doen. En als hij het niet met argumenten kon, zette hij je wel op een andere manier in de zeik. Ach, het zijn de bekende machtsspelletjes die dominante figuren altijd spelen. Als een ander iets zegt wat niet bevalt, wordt hij óf subtiel afgezeken óf in de hoek gezet.»

Het probleem rond deze dominante partijleider is niet het enkele lid dat de partij verlaat, ook niet als het een fractiegenoot betreft. De kwestie is dat zijn ooit onvermijdelijke opvolging een wissel kan trekken op de SP als geheel. Bijna geen enkele politieke opvolging verloopt vlekkeloos, zeker niet wanneer de vertrekkende partijleider nog veel aanzien geniet. Maar Marijnissen heeft de touwtjes nog strakker in handen dan bijna alle leiders van andere partijen met een vergelijkbaar opvolgingsprobleem.

Van Raak reageert laconiek op de gevolgen van een eventueel vertrek: «We hebben nu veel geluk met de beste politicus van Nederland. Hij is een authentieke politicus en hét gezicht van de SP. Daarna kiezen we gewoon een nieuwe leider. Er zijn nog geen lijstjes, want Jan gaat nog niet weg. Maar er is nu al een aantal mensen die het zouden kunnen. Namen breng ik niet naar buiten.»

Van Vugt ziet het probleem daarentegen wel: «Ik hoop dat Marijnissen doorgaat. Juist omdat ik nog geen vervangers zie. Mensen kunnen groeien. Maar ik ben eerlijk. Ik zie niemand waarvan ik kan zeggen: die zou ’t moeten doen. Er is geen kroonprins. De opvolging zal moeilijk zijn. Al is niemand onvervangbaar, ook Marijnissen niet.»

En Marijnissen zelf? Hij heeft verklaard blij te zijn als «de verloren zoon terugkomt», maar eist wel een publieke knieval van Lazrak. Die harde openhartigheid is de kern van zijn karakter. Maar een vereniging met bijna 44.000 leden laat zich uiteindelijk minder makkelijk disciplineren dan de kleine kaderpartij die de SP ooit was.