Wachten op de oudere Fortuyn

Leonard Ornstein, De jonge Fortuyn. De wordingsgeschiedenis van een omstreden politicus, € 17,50

In maart was het tien jaar geleden dat Pim Fortuyn met Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraads­verkiezingen een monsterzege behaalde en politiek Nederland opschudde. Over twee weken is het eveneens een decennium geleden dat de lijsttrekker van de Lijst Pim Fortuyn aan de vooravond van de landelijke verkiezingen in Hilversum werd vermoord.

Voor De Bezige Bij was dit herdenkingsjaar aanleiding om Leonard Ornstein, de biograaf van Fortuyn en politiek redacteur bij het tv-programma Buitenhof, aan te sporen zodat in ieder geval alvast een deel van de biografie kon worden uitgegeven. Vandaar ook de titel: De jonge Fortuyn.

Dat is ook meteen de zwakke kant van het boek. Wie wil weten hoe de jonge socioloog Fortuyn die in Groningen aan de universiteit les gaat geven zich ontwikkelt tot de Fortuyn die heel Nederland begin deze eeuw leerde kennen als de dandy-achtige man die minister-president van Nederland wilde worden, zal moeten wachten. Wat broer Marten Fortuyn betreft tot uiterlijk 2014. Bij de overhandiging van het eerste boek, afgelopen week in het door Pim Fortuyn geliefde Hotel Des Indes in Den Haag, daagde hij Ornstein uit in dat jaar op 6 mei, de sterfdag van zijn broer Pim, te promoveren op de biografie. Want dat laatste is de bedoeling.

Dat het boek stopt als Fortuyn van de VU in Amsterdam, waar hij studeerde, verhuist naar Groningen is jammer, omdat zijn leven pas in de laatste hoofdstukken begint te intrigeren en vorm begint te krijgen. In die laatste hoofdstukken krijg je als lezer ook de indruk dat de auteur er zelf meer zin in krijgt en mogelijk ook meer houvast, en begint het boek naar meer te smaken. Dan wil je weten hoe de jongeman die priester en zelfs paus wilde worden, evenals lid van de cpn, zich ontpopte tot de man die toenmalig pvda-lijsttrekker Ad Melkert en zijn vvd-collega Hans Dijkstal het bloed onder de nagels vandaan zoog. Want alleen door zijn laatste levensjaar is Fortuyn uiteindelijk een persoonlijkheid in de Nederlandse geschiedenis geworden die een biografie waard is.

Pims leven begint in Velsen aan het Noordzeekanaal, drie jaar na de Tweede Wereldoorlog. Ornstein staat uitvoerig stil bij de achtergronden van het gezin Fortuyn, de eierhandel van de voorouders, de overgang naar het katholieke geloof, in 1823, van een van hen, de rol die dat geloof speelt in het gezin, de troosteloosheid van Fortuyns geboortestreek zo kort na de oorlog. Toch begint die tijd niet te leven in het boek.

Of misschien is het andersom, Fortuyn komt niet tot leven, omdat er zo veel wordt bijgehaald. Dat oma Everharda, van moeders kant, bij een bombardement om het leven komt vijf jaar voordat Pim wordt geboren, leidt af. Zeker als er eerst wordt geschreven dat de moeder van Fortuyn er door dat overlijden al op jonge leeftijd alleen voor komt te staan, om op de volgende pagina te melden dat die moeder toen wel al getrouwd was en van haar moeder tijdens haar leven nog geld had gekregen voor het eerste huis van haar en haar man Hein, de vader van Pim.

Fortuyn bewaarde al zijn papieren: ‘van bidprentjes en zwemdiploma’s tot schoolagenda’s, kattenbelletjes, sollicitatiebrieven en persoonlijke faxen’, zoals Ornstein in zijn voorwoord schrijft. Door gebruik te maken van die persoonlijke correspondentie komt de iets oudere Fortuyn, zoals de jongeling die priester wil worden, wel beter tot leven. Fortuyn blijkt een tiener te zijn geweest die zoals zo veel tieners twijfelt over wat hij wil in het leven, maar dan wel een die tijdens zijn zoektocht zelf het heft in handen neemt en de bisschop schrijft om hem over zijn aspiraties op de hoogte te brengen: ‘Doch er is nu een groeiproces in mij gaande en een dwang in mij dat wil resulteren in het priesterschap.’

Dat de jonge Fortuyn een zoeker was, blijkt ook uit zijn latere flirt met de cpn, een flirt die gezien zijn verdere levenswandel misschien vreemd aandoet, maar die paste bij die tijd, eind jaren zestig, begin zeventig. Fortuyn verzweeg overigens zijn afwijzing door de partij, zo blijkt uit het boek van Ornstein, maar dat paste dan weer bij zijn karakter. Hij maakte zijn leven wel vaker mooier of interessanter dan het daadwerkelijk was.

Voer voor discussie is de conclusie die Ornstein al vrij vroeg in zijn boek trekt: dat Fortuyns latere politieke stijl is te herleiden tot zijn katholieke wortels. ‘De hang naar theater’, zoals Ornstein schrijft, ‘naar rituelen, naar uiterlijk vertoon’ waren inderdaad kenmerken van zijn manier van politiek bedrijven. Maar menig katholiek heeft die hang naar het theatrale niet, dus zou het ook wel iets met Fortuyns karakter te maken kunnen hebben gehad.

Zelf schrijft Fortuyn, vlak voordat hij begin jaren zeventig naar Groningen afreist: ‘Ik heb een hang naar ruimte, naar licht en een zekere grootheid, zowel in het leven van alledag als in het denken.’ Dan ineens zie je iets van de man opdoemen die Nederland later leerde kennen. Met die zin bracht Fortuyn zelf onder woorden waarom hij nooit priester zou hebben kunnen worden in de hiërarchische katholieke kerk en ook nooit bij de eveneens strak geleide cpn zou hebben gepast. Op hoe die hang naar ruimte, licht en grootheid hem brengt naar zijn populariteit in 2002 bij de toenmalige parlementsverkiezingen is het nu dus wachten. Nog zeker twee jaar.