Monarchisme in Rusland

Wachten op de tsaar

De laatste tsaar Nicolaas II en zijn gezin werden kort geleden heilig verklaard. Een belangrijke stap op weg naar herstel van de tsarentroon, aldus de Russische monarchisten. Maar de Romanovs dienen nu eerst te stoppen met hun interne vete.

Zichtbaar aangedaan bestudeert Nikolaj Nikolaevitsj Braun, hoofd van de Orde van de Keizerlijke Unie van Rusland, tevens kolonel van de kozakken in Rusland en daarbuiten, de uit Holland meegebrachte foto’s van koningin Beatrix der Nederlanden. «Geen twijfel mogelijk», zegt de leider van de monarchistische partij van Sint-Petersburg enthousiast. «De edele Romanov-trekken zijn duidelijk aanwezig. Uw koningin lijkt als twee druppels water op onze prinses Maria Pavlova, de echtgenote van grootvorst Alexander, patrones van de schone kunsten en de wetenschap.»

De overeenkomst is niet geheel toevallig. Uiteindelijk stroomt bij de Nederlandse koninklijke familie een forse dosis van het woeste Romanov-bloed door de aderen. Niet alleen is Beatrix een directe afstammelinge van Anna Paulovna (1795-1865), de dochter van tsaar Paul I die na de slag bij Waterloo aan onze koning Willem II werd uitgehuwelijkt. Ze stamt bovendien af van de Romanovs via haar overgrootvader prins Hendrik, eveneens een directe nakomeling van Paul I. Om die redenen kreeg prinses Juliana als stamoudste van de Nederlandse koninklijke familie eerder het verzoek uit Moskou om een bloedmonster ter beschikking te stellen aan de officiële staats commissie die de echtheid onderzocht van de in 1991 in Jekaterinenburg opgegraven en in 1998 in Sint-Petersburg herbegraven overblijfselen van Nicolaas II, de laatste tsaar, en zijn familie. Of dit verzoek werd gehonoreerd, is Braun niet bekend.

Prins Philip, de Britse prins-gemaal, was als achterneef van de laatste tsarina Alexandra in elk geval wel bereid bloed te geven. Mede op grond daarvan kwam de onderzoekscommissie tot de conclusie dat het hier met 98,8 procent zekerheid inderdaad de botten betrof van het laatste Russische tsarenkoppel. Dat wordt door de monarchisten in de Russisch-orthodoxe kerk overigens te vuur en te zwaard bestreden, zo ook door Braun.

We ontmoeten de oppermonarchist tijdens de «Dag van de herdenking van de Rode Terreur» op 5 september, in een klein park voor het gebouw waar vroeger de leiding van de Communistische Partij resideerde. Daar brengt de frêle, nerveus uit zijn ogen kijkende man enkele eigenhandig gecomponeerde strijdliederen tegen het communisme ten gehore, zichzelf begeleidend op gitaar

Het is een kleinschalige, nogal treurige happening, slechts door een handjevol mensen bezocht. Tot overmaat van ramp waait de piepkleine adelaarsvlag van het oude tsarenrijk, door Braun op het monument van de slachtoffers van de rode terreur geplant, ook nog telkens om. De actuele problemen van Rusland winnen het in de bijdragen van de meeste sprekers ook van Brauns ideeën over een spoedig herstel van de tsarentroon. «Geef ons brood in plaats van onderzeeërs», spreekt een genodigde namens de Bond van moeders van Russische soldaten.

Even later, in café De Idioot, een steenworp verwijderd van het Joessopov-paleis, de plek waar de moord op Grigori Raspoetin in 1916 de val van het tsarendom inluidde, verzekert Braun echter dat de monarchistische beweging ook in Sint-Petersburg springlevend is en klaarstaat voor de definitieve greep naar de macht — het fruit van het moderne tsarisme hoeft alleen nog wat te rijpen alvorens het kan worden geplukt.

Kolonel Braun, stammend uit een Duits militair geslacht dat ten tijde van Peter de Grote naar Petersburg kwam en sindsdien generaties tsaren heeft gediend, bekocht zijn trouw aan de troon in 1969 met een veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf wegens verboden religieuze activiteiten. Het bracht hem onder meer in strafkampen in de Oeral en Siberië. «Dan begrijpt u ook gelijk waarom ik, een oude man, ook goed zo geconserveerd ben gebleven», zegt hij. «Ik ben enige jaren ingevroren geweest.»

De Orde van de Keizerlijke Unie van Rusland werd opgericht in 1991, het historische jaar van de val van het communisme. De partij was betrokken bij de handtekeningen acties die dat jaar leidden tot de herdoop van Leningrad in Sint-Petersburg, als eerbetoon aan het tsaristische verleden van de stad die in 1703 op last van Peter de Grote werd gebouwd en sindsdien de residentie van de tsaren was geweest.

Een van de grote gangmakers van die hoogst symbolische naamsverandering was niemand minder dan Vladimir Poetin, indertijd campagneleider van de inmiddels overleden burgemeester van Petersburg, Anatoli Sobsjak. Ter gelegenheid van de naamsverandering kwam de toenmalige troonpretendent Vladimir Romanov over uit zijn Franse ballingsoord Saint-Brieuc in Bretagne. Het was de eerste keer dat de in 1917 in Finland geboren opvolger van de Heilige Russische troon voet zette op Russische bodem. Vladimir was een zoon van groothertog Kiril, de in 1938 in Parijs overleden neef van de laatste tsaar. Op 6 september 1991 werd de in Finland geboren groothertog als een verloren zoon binnengehaald in Sint-Petersburg.

Braun had als monarchistenleider de eer een privé-audiëntie met de groothertog te hebben. Het vond plaats op een eilandje even buiten de stad. «Vladimir was een echte Romanov», vertelt Braun. «Een charismatisch man, op en top een prins van rein Duits bloed, geschoold in politiek en diplomatie. Als het aan hem had gelegen, was het gezag van de tsaar al meteen in 1991 in ere hersteld. Daartoe riep hij Russische emigranten in het buitenland ook op geld beschikbaar te stellen. Vladimir wilde dat er zo snel mogelijk een referendum werd georganiseerd waarin de Russische bevolking zich kon uitspreken voor herstel van het keizerrijk.»

De «Blijde Intrede» van Vladimir was een historisch moment voor Sint-Petersburg. Zelf sprak de troonpretendent van «een grensverleggende, emotionele gebeurtenis». Enkele maanden na de plechtigheid bezweek hij in Miami aan de gevolgen van een hartverzakking.

Sindsdien vlamden de immer aanwezige tegenstellingen binnen de meer dan dertig koppen tellende Romanov-familie hoog op. De vraag wie de heilige troon nu rechtmatig toekwam, spleet de familie in twee kampen. Vladimirs dochter, de voluptueuze Maria Vladimirovna, eiste vanuit Madrid de positie op als nieuwe cheffin van het Huis van Romanov, terwijl de troon volgens haar toekwam aan haar in 1981 geboren zoon Georgi.

Bijna alle andere leden van de Romanov-familie verwerpen de claim van Maria. Zij wijzen erop dat Georgi’s vader, de Pruisische prins Franz Wilhelm, kleinzoon van de laatste Duitse keizer Wilhelm II, zich van diens moeder heeft laten scheiden en dat Georgi derhalve technisch als een Duitse prins moet worden beschouwd. De eerste rechthebbende op de troon is volgens hen de in Zwitserland woonachtige Nicolaas Romanov, een directe afstammeling van tsaar Nicolaas I.

Ook met deze troonpretendent Nicolaas had Braun een ontmoeting. Hij beschrijft hem als «een man met een buitengewoon gevoel voor humor». Braun: «Het voordeel van Nicolaas is dat hij ebenbürtig is getrouwd. Zijn echtgenote is een Toscaanse prinses uit een zeer oude adellijke familie, die nog langer heeft geheerst dan de Romanovs. Het nadeel is dat Nicolaas vier dochters heeft en geen zoon. Tsaristisch Rusland kent een Salisch opvolgingssysteem, hetgeen betekent dat de troon alleen aan mannen kan worden overgedragen. Uiteindelijk zullen de kerkelijke autoriteiten moeten beslissen over de opvolging. Het tsarendom is uiteindelijk een religieuze titel.»

De interne onmin van de Romanov-familie duurt nog altijd voort. Ook een recent verzoeningsplan, opgesteld door Klaus J. Meyer, Regierungsdirektor van de afdeling Europese betrekkingen van het Duitse ministerie van Justitie in Berlijn, mocht geen rust in de gelederen brengen. Meyer had de Romanovs in een uitgebreid onderzoek opgeroepen de strijdbijl te begraven en alle claims op de troon in te trekken ten gunste van prins Georgi, die zijns inziens zeker geen Hohenzollern is, zoals zijn tegenstanders beweren. Meyers uitgangspunt is dat het nooit goed met Rusland zal komen zolang de Romanovs zelf nog zo hopeloos zijn verdeeld. Zijn begin dit jaar gelanceerde plan wordt door de onverzoenlijke partijen binnen de familie vooralsnog straal genegeerd.

De scheiding der geesten werd demonstratief duidelijk gemaakt toen op 17 juli 1998 in de Peter-en-Paulkathedraal van Sint-Petersburg de officiële herbegrafenis plaatsvond van de precies tachtig jaar eerder geëxecuteerde tsaar Nicolaas II, tsarina Alexandra en drie van de vijf kinderen (de resten van de geëxecuteerde tsarevitsj, kroonprins Alexej, zijn vooralsnog niet gevonden, en eveneens ontbreekt een van zijn zusters).

Het was een nog geladener historisch moment dan de herdoop van Sint-Petersburg. President Boris Jeltsin was aanwezig toen de keizerlijke resten werden overgevlogen naar Sint-Petersburg. Als plaatselijke chef van de communistische partij had hij in 1977 nog het Ipatjev-huis in Sverdlovk, waar de tsaar en zijn familie op 17 juli 1918 waren geëxecu teerd, met de grond gelijk laten maken om te voorkomen dat het een bedevaartsoord zou worden. Nu ging hij voor in de uiterst controversiële ceremonie die de resten van de laatste tsaar en zijn familie bracht naar het Romanov-familiegraf in de Peter-en-Paulkerk, gelegen achter de muren van het gelijknamige fort aan de rivier de Neva. De ceremonie was door de autoriteiten bedoeld als een grote schoonmaak, een herstel van de communistische breuk met het verleden.

Grootvorstin Maria, haar moeder grootvorstin Leonida en haar zoon kroonprins Georgi boycotten de ceremonie, in tegenstelling tot concurrent Nicolaas, die met vele Romanovs in zijn gevolg wel aanwezig was in de Peter-en-Paulkerk. Het demonstratieve wegblijven van de drie was onder meer ingegeven door een ruzie over het ceremoniële protocol. Maria had geëist dat de aanwezigen in de Peter-en-Paulkerk tijdens de plechtigheid bij het binnentreden van haar zoon Georgi het hoofd zouden buigen, zoals dat in de dagen van de tsaar ook gebruikelijk was. Dat ging Jeltsin en de andere leden van de Romanov-familie echter te ver. Daarna liet grootvorstin Leonida, de oma van Georgi, weten dat de 833 duizend dollar kostende plechtigheid «niet georganiseerd was op een wijze die een keizer past».

Naast de drie Romanovs ontbrak op de herbegrafenis ook het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk, Alexis II. De metropoliet wenste niet mee te werken aan de plechtigheid omdat volgens hem niet onomstotelijk vaststond dat het hier inderdaad de botten van Nicolaas II, Alexandra en hun kinderen betrof. De kerk wenste niet het risico te nemen botten in te zegenen die wel eens helemaal niet keizerlijk zouden kunnen blijken of, erger zelfs, misschien wel toebehoorden aan lieden die niet eens Russisch-orthodox waren gedoopt. In plaats daarvan ging Alexis II op de dag van de herbegrafenis wel voor in een speciale eredienst ter nagedachtenis aan Nico laas II en de zijnen. Groothertogin Maria en haar zoon waren daarbij wel aanwezig.

Kolonel Braun blijkt de overtuiging toegedaan dat de herbegrafenis van de keizerlijke botten in feite een grote komedie was. «Ik weet zeker dat het niet de botten zijn van de laatste tsaar, de tsarina en hun kinderen die in het keizerlijke familiegraf in de Peter-en-Paulkerk liggen», zegt hij. «Ze behoren vermoedelijk toe aan een of andere arme familie die indertijd door de communisten is geëxecuteerd, louter omdat ze in gezinssamenstelling leek op die van de Romanovs.» Braun baseert die mening op de bevindingen van de Ekspertnaya Zarubezhnaya Kommisiya, een collectief van twintig geleerden uit Rusland en het Westen onder leiding van de in de Verenigde Staten woonachtige prins Peter Koltypin-Vallovskoy. Deze commissie werd opgericht als tegenhanger van de officiële staatscommissie, waarin onder meer zitting heeft de archeoloog Advodin, de man die eind jaren zeventig de botten van Nicolaas II en de zijnen opgroef.

In januari 1996 schreef prins Koltypin een brief van zes kantjes aan Boris Jeltsin waarin hij uitlegde dat de opgegraven botten absoluut niet aan de keizerlijke familie toebehoorden, zoals de regering toen inmiddels had vastgesteld. Mede op grond van deze brief werd de herbegrafenis van de botten, die al in 1996 had moeten plaatsvinden, uitgesteld. De Russisch-orthodoxe kerk leunt in haar bezwaren tegen de herbegrafenis zwaar op de bevindingen van de commissie-Koltypin.

De commissie-Koltypin heeft vele Russische grootheden als lid. Een prominent lid is prins Aleksej Sjibatov, hoofd van de Russische aristocratie in de Verenigde Staten. In Engeland wordt de club vertegenwoordigd door graaf Leo Tolstoj, een kleinzoon van de grote schrijver. Ook Edvard Radzinsky, schrijver van een spraakmakend boek over de moord op de tsaar, is lid. Op wetenschappelijk terrein heeft het comité een zwaargewicht in de gelederen in de figuur van Vyatsjslav Popov, een forensisch expert uit Sint-Petersburg die in 1991 nog door de regering werd aangesteld om de opgegraven keizerlijke resten te onderzoeken. Popov liep echter over naar het vijandelijke kamp. Zelfs de resultaten van de DNA-test met het bloed van onder andere prins Philip konden hem niet afbrengen van de overtuiging dat het hier niet de keizerlijke botten betrof

Popov stelde onder meer dat de aan Nicolaas II toegeschreven schedel onmogelijk de echte kon zijn. De tsaar bezocht als jongeman Japan waarbij hij een aanslag met een zwaard op zijn schedel te verwerken kreeg. Daarvan zou een spoor te zien moeten zijn, maar dat ontbrak.

In navolging van de commissie-Koltypin, die haar conclusies in 1996 zelf mocht toelichten in het Centrum voor Slavische Cultuur in Moskou, denkt Braun dat de echte overblijfselen van de tsaar en zijn familie nooit zullen worden gevonden. Enige van de bij de moord partij op de keizerlijke familie betrokken militairen verklaarden later dat de lijken met zuur waren vernietigd, zodat zelfs de botten niet meer vindbaar zouden zijn. «De wereld zal misschien nooit weten wat er met de Romanovs is gebeurd», aldus Braun. «In het archief van de KGB bevinden zich nog altijd tien delen aan geheime dossiers over de executie. Die zijn nog steeds niet vrijgegeven. Ook heb ik wel eens het verhaal gehoord dat Beria, de chef van de geheime politie onder Stalin, op zijn kantoor in het Kremlin de hoof den van de tsaar en zijn familie op sterk water in glazen potten had staan, als trofeeën van de definitieve overwinning van het communisme.»

Vast staat, aldus Braun, dat de moord op de keizerlijke familie het werk was van «satanische, atheïstische machten», een overtuiging die ook de Russisch-orthodoxe kerk van harte onderschrijft. In die zin is het voor de monarchistische beweging in Rusland in propagandistisch opzicht ook veel beter dat het mysterie over het gebeente van de laatste tsaar voort duurt in plaats van nu in eeuwigheid te rusten te midden van de keizerlijke voorvaderen in de Peter-en-Paulkerk.

Ondertussen gaat diezelfde kerk wel onverdroten voort met het bereiden van de weg voor de glorieuze rentree van de Romanovs als ’s lands eerste familie. Een belangrijke stap vond plaats op 20 augustus jongstleden, toen kerkvader Alexis overging tot de heiligverklaring van Nicolaas II, Alexandra en hun kinderen.

De actie had een geschiedenis. De Russisch-orthodoxe kerk in het buitenland, geleid vanuit Jeruzalem, was al in 1981 overgegaan tot die heiligverklaring. Patriarch Alexis bevestigde dat nu voor binnenlandse consumptie. Braun noemt dit een spirituele overwinning. «De tsaar staat vanouds aan het hoofd van de kerk. Door Nicolaas en zijn gezin als martelaren van het geloof te eren blies de kerk die traditie nieuw leven in. Het is de zoveelste stap in een proces dat uiteindelijk zal leiden tot volledig herstel van de Russische monarchie. Daarbij hebben we geen overdreven haast. De toekomstige monarch moet eerst voldoende steun krijgen van het volk. We moeten als monarchisten extreem beducht zijn voor de lancering van het herstel van de troon op het verkeerde moment. We moeten er vooral op letten dat de zaak niet wordt misbruikt door allerlei extreme groeperingen of door de communisten. Er zijn tekenen dat zelfs de voormalige KGB probeert te infiltreren in de monarchistische beweging. We zullen onze achterban goed moeten controleren.»

Dat het binnen het monarchistische kamp inderdaad nog niet allemaal koek en ei is, blijkt als we de volgende dag een bezoek brengen aan vader Vladimir, hoofd van de kozakkenkerk van Sint-Petersburg. Hij is geestelijk leidsman van de kozakken, de vroeger zo gevreesde strijders van de tsaar. Tegenwoordig staan er tienduizend strijders officieel geregistreerd, verdeeld over vijftien regimenten.

De ontmoeting met de priester vindt plaats op het binnenterrein van de vooralsnog in desastreuze staat verkerende kozakkenkerk in het centrum van Sint-Petersburg. Kozakken blijken grote kerels met legerhemden, grote laarzen en vooral grote, woeste baarden die elkaar bij elke ontmoeting weer enthousiast in de armen vallen.

De priester bromt nors als de naam van kolonel Braun valt. Het feit dat deze zich kolonel van de kozakken noemt, valt bij hem niet in goede aarde. «Zolang de tsaar nog niet terug is kunnen er geen titels worden vergeven binnen de kozakkentroepen», legt vader Vladimir uit. «De tsaar is hoofd van onze kerk. Zolang er geen tsaar is, is er dus alleen het gezag van onze lieve heer. En gedurende deze vreemde periode kunnen er dus ook geen titels worden verstrekt.»

«Strijden voor tsaar, god en vaderland», zo was de officiële slogan van de kozakken die eeuwenlang dood en verderf zaaiden onder de al dan niet vermeende vijanden van de heilige troon. Hoewel er inmiddels drie generaties aan kozakken zijn opgegroeid zonder de leiding van een tsaar, gaat die leuze nog altijd op, aldus de priester. De vraag blijft vooralsnog aan welke zijde te strijden. Het is nog altijd niet duidelijk bij welke partij de monarchistische zaak het beste gebaat is. Zelfs president Poetin is nog een kanshebber volgens vader Vladimir. «Kozakken zijn wijs. Ze analyseren de zaken goed voordat ze besluiten wie het waard is om voor te vechten. Poetin is nog maar kort aan de macht. We moeten nog afwachten hoe hij zich ontwikkelt.»

De herbegrafenis van de keizerlijke botten in de Peter-en-Paulkerk beschouwt ook vader Vladimir als een staaltje van ultiem bedrog. «Het is een pathetische poging tot een historische falsificatie», zegt hij. «De kozakken weten dat de lichamen van de tsaar en zijn gezin totaal zijn vernietigd door zwavelzuur.» Zulks is, zo vertelt de priester, vlak na de moord in een visioen gezien door de legendarische Petersburgse kozakkenpriester Johan van Kronstadt, een goede vriend van de al even legendarische Raspoetin. Voor vader Vladimir staat vast dat de vermeende botten van de laatste tsaar die nu naast Peter de Grote en de andere grote tsaren zijn begraven in de Peter-en-Paulkerk, in werkelijkheid van gewone stervelingen zijn. «Die herbegrafenis was een blasfemisch gebeuren en zal binnenkort ongetwijfeld weer ongedaan worden gemaakt», aldus de priester.

De vraag is wat de volgende stap op weg naar restauratie van het Rusland van de tsaar zal zijn. Alle hoop is gevestigd op het magische jaar 2003, wanneer Sint-Petersburg zijn driehonderdjarige jubileum zal vieren en tevens dienst zal doen als Culturele Hoofdstad van Europa, een gebeurtenis waarvan Peter de Grote indertijd alleen maar had kunnen dromen. Tegen die tijd zullen de Romanovs, heden allen nog buiten Rusland woonachtig (van Zwitserland tot Uruguay), vermoedelijk ook de moed hebben verzameld om zich weer in Rusland te vestigen. Het lot van de vele andere monarchistische troon pretendenten in Europa (Duitsland, Roemenië, Albanië, Griekenland) hangt in hoge mate af van het verloop van hun strijd om teruggave van de kroon. En als de Romanovs er zelf toch niet uitkomen, kan altijd nog worden uitgeweken naar een buitenlandse gegadigde. Naar onze Willem-Alexander bijvoorbeeld, die reeds vele keren Sint-Petersburg bezocht en wiens portret een centrale plek heeft in de vertrekken van de leiding van het Hermitage-museum in het voormalige Winterpaleis.

Een tip van de sluier: kolonel Brauns Orde van de Keizerlijke Unie wenst dit jaar contacten aan te knopen met de Bond van Oranje verenigingen in Nederland.