Wit-Rusland in oppositie

Wachten op de zwijgers

De oppositie van Belaroes is zaterdag in Minsk bij McDonald’s door de politie verslagen. De bullepees erover, gevolgd door massale arrestaties: Loekasjenko kan weer vooruit. Het Westen dreigt. Volgens oud-president Sjoesjkevitsj, de vader van de eerste onafhankelijke staat Belaroes, is dat een aardige geste. Maar meer ook niet.

AMSTERDAM/MINSK – Ook een autoritair bewind heeft zijn afwijkingen. Het officiële motief van het ministerie van Binnenlandse Zaken van Belaroes om de oppositie uit elkaar te slaan, was qua pure macht geschift. Zaterdag hadden zich enkele duizenden burgers bij het Oktoberplein in Minsk verzameld voor «niet gesanctioneerde bezigheden», zoals het ministerie het formuleerde. Het ging om een betoging die formeel de 88ste verjaardag van de proclamatie van de Wit-Russische Volksrepubliek op 25 maart 1918 (een staatje dat het uithield tot het op 1 januari 1919 door de Sovjet-Unie werd ingelijfd) wilde gedenken. Feitelijk was ze echter tegen de uitslag van de presidentsverkiezingen in Belaroes gericht. Zes dagen eerder waren die door Aleksandr Loekasjenko met 83,0 procent gewonnen. De tegenkandidaten, Aleksandr Milinkevitsj en Aleksandr Kozoelin, zouden niet meer dan respectievelijk 6,1 en 2,2 procent hebben gehaald. Die 83,0 procent was net iets té brutaal. De vorige keer, in 2001, nam Loekasjenko nog genoegen met 75,65 procent. Gesteund door de dreigende sancties van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, EU en VS, groepeerden de demonstranten zich voor McDonald’s op de Onafhankelijkheidsboulevard. De hoofdstedelingen die daar met french fries wilden «recreëren», hadden volgens de politie last van hun «vandalisme». De bullepees werd getrokken. Toen de betogers uitweken naar het Janka Koepala-plantsoen ging de politie-eenheid er echt hard in. Een arrestatiegolf en snelrecht zonder advocaten betekenden het einde van zes dagen straatprotest dat maar geen bloemenrevolutie wilde worden.

Loekasjenko lijkt weinig zorgen te voelen, al blijft het raar dat hij zijn eigen inauguratie zonder reden heeft uitgesteld tot medio april. De oppositie is versplinterd achtergebleven: met Kozoelin achter de tralies en Milinkevitsj vooralsnog op vrije voeten. Kort daarvoor hadden beiden een openlijk conflict over strategie en tactiek uitgevochten. Kozoelin (50) – dankzij Loekasjenko rector van de Universiteit van Minsk geworden en pas daarna spijtoptant – wilde de straat veroveren. Dat oogde als een provocatie, als een uitdaging tot het «bloedvergieten» waarvoor de Russische parlementsvoorzitter Gryzlov de oppositie al vóór de verkiezingen had gewaarschuwd. De oudere fysicus Milinkevitsj (58) wilde terug naar huis, «recueillir pour mieux sauter». Wanhopig richtte Dmitri Bondarenko van de mensenrechtenclub Charta 97 zich via internet tot de twee: «Alstublieft, houdt u in. Doe niet aan beledigende verklaringen met beschuldigingen aan elkanders adres. De hele wereld kijkt naar ons.»

Was het maar zo. Want ondanks aangekondigde sancties kijkt de wereld juist niet nauwgezet naar Belaroes. De postsovjetrepubliek – tien miljoen inwoners geleid door één president, 25 ministeries en zes staatscomités (inclusief kgb die daar nog kgb heet) – mag dan «de laatste dictatuur zijn van Europa», ze heeft zich tot nu toe niet mogen verheugen in de buitenlandse aandacht die Oekraïne wel kreeg. Wit-Rusland doet er niet toe, zoals het er nooit toe deed bij deze of gene Poolse deling, bij de Oktoberrevolutie, tijdens de stalinistische collectivisatie of de Tweede Wereldoorlog, toen een derde van het land letterlijk werd vernietigd. Belaroes is niet veel meer dan een metafoor voor het misverstand dat de ontmanteling van de Sovjet-Unie onvermijdelijk zou leiden tot een burgerlijke maatschappij.

Stanislav Sjoesjkevitsj, nu 72 jaar, was vijftien jaar geleden een van vele politici die daarover niettemin droomden. Zijn vader had, net als die van Milinkevitsj, in de Goelag gezeten. Na een loopbaan als radiofysicus (en in zijn vrije tijd als leraar Russisch van Lee Harvey Oswald, die in 1959 asiel had aangevraagd in Moskou maar naar de provincie was afgeschoven) was Sjoesjkevitsj in 1991 voorzitter van het parlement, én gastheer van het dolle weekeinde op het jachtverblijf van de communistische partij nabij de Poolse grens waar op 8 december 1991 de Sovjet-Unie onder het genot van gebraden everzwijn en een glas bier werd opgeheven door de presidenten Jeltsin (Rusland), Kravtsjoek (Oekraïne) en Sjoesjkevitsj zelf. In de bossen van Brest werd alleen ruzie gemaakt over het fraaie sovjetconsulaat aan de Bosporus en de ambassades in Berlijn en Bonn. Aan de bodemschatten van de Sovjet-Unie (olie, gas, metalen) werd geen woord vuil gemaakt. «Ik was opgevoed in het marxisme: dat de arbeiders beslissend zijn, als ze zelfstandig denken», aldus Sjoesjkevitsj.

Het bleek een noodlottige vergissing, geboren in haast en euforie. De straf volgde snel. In 1994 werd Sjoesjkevitsj bij de presidentsverkiezingen weggezet door Loekasjenko. En gemarginaliseerd. Niet alleen politiek – in een tiendelige documentaire over de heldhaftige geschiedenis van Belaroes wist de regisseur hem elke aflevering op te voeren als zinnebeeld van het kwaad – maar ook financieel. Sjoesjkevitsj mocht kiezen tussen een pensioen als academicus of als ex-president. Trots verkoos hij de laatste optie: zegge en schrijve 3200 roebel, nog geen anderhalve euro, tweehonderd keer minder dan een brave burger krijgt. «Bismarck parafraserend: romantici bedenken de beslissende hervormingen, fanatici voeren die uit en het schuim maakt er gebruik van.»

De Groene Amsterdammer sprak Sjoesjkevitsj afgelopen week telefonisch. Dit medium noopt tot terughoudendheid. Zijn e-mailprovider trekt er zo nu en dan de stekker uit.

Hij erkent dat het bij eerlijke verkiezingen ook kantje boord zou zijn geweest. De «kapitalistische planeconomie» – ruim driekwart van de volkshuishouding staat onder staatscontrole – bedient grote groepen burgers die er belang bij hebben onder de patronageparaplu van de staat te schuilen. Bovendien is het bewind niet corrupter dan elders in de voormalige Sovjet-Unie. Maar intussen «beweegt Belaroes zich naar een dodelijke situatie».

Stanislav Sjoesjkevitsj: «Het oude communistische electoraat, dat op Loekasjenko stemt en zal blijven stemmen, is goed voor een procent of 25. En dan is er nog vijftien tot twintig procent dat hem de beste variant vindt omdat het bang is dat het land anders wordt uitverkocht aan de Verenigde Staten of Polen. Elke avond zenden televisie en radio reportages uit over hoe slecht de burgers het in Polen, Litouwen en Letland hebben en hoe goed het leven in Belaroes is. Economische oppositie zoals een jaar geleden in Oekraïne? Die is er amper. Althans: mensen die om zakelijke reden tegen Loekasjenko zijn, durven daarvoor niet uit te komen. Dat is de groep van de agressieve zwijgende meerderheid.»

Zolang Rusland, dat de economie voor meer dan de helft draagt en van westerse landen geen concurrentie heeft te duchten, deze drie groepen voorziet van protectie verandert er niets. Bijvoorbeeld met energie die bijna zes keer goedkoper is dan de wereldprijs.

Sjoesjkevitsj: «Sorry, het is een vergissing te denken dat Rusland Belaroes steunt met dumpprijzen voor olie en gas. Het gastransport via Belaroes naar Europa levert Rusland geld op: het kost veel minder dan mondiaal gebruikelijk. En Moskou heeft meer belangen. Er zijn hier twee Russische militaire bases. In Belaroes bevindt zich het eerste echelon van de Russische luchtafweer. Onze luchtverdediging wordt gecommandeerd door Russen. Belaroes levert voor de Russische markt bovendien minder hoogwaardige producten. Onze fabrikanten zijn zo geheel afhankelijk van de Russische vraag. Er zijn ook politieke redenen. Als de halve wereld zich tegen Loekasjenko keert, kan Rusland zich opwerpen als een land dat wel goede betrekkingen heeft met het Westen. Rusland kan zich zo afficheren als het hogere patronaat. Alle Russen met macht zijn eenmaal imperialisten, grootmachtdenkers. Als die doortrapte steun uit Rusland er niet was geweest, was de toestand anders geweest.»

De EU suggereert niettemin een rol te spelen. Stanislav Sjoesjkevitsj: «Hahaha. Europa wil de betrekkingen met Rusland niet verpesten en heeft bovendien geen invloed meer op Rusland. De verhoudingen zijn niet gelijkwaardig. Polen treedt weliswaar steviger op, net als Tsjechië, Slowakije, Estland, Letland en Litouwen. Maar die staten zijn niet rijk genoeg om druk te kunnen uitoefenen. Hopen op Europa is een twijfelachtige strategie.»

Resteert een machteloze oppositie vol onderling wantrouwen.

«De oppositie wordt gevormd door de intelligentsia, door geïnformeerde mensen. Daarvan zijn er helaas maar weinig. Onze organisatie is slap. We hebben één verzetsbeweging nodig, bijvoorbeeld onder leiding van Milinkevitsj en niet van mensen die te zeer overtuigd zijn van hun eigen genialiteit. En geweldloos natuurlijk. Ondergronds gaan leidt tot terrorisme. Maar ik schaam me niet om te zeggen dat ik het antwoord niet weet. Ik heb gewoon geen plan dat ik met eigen kracht zou kunnen uitvoeren. Want wat is de situatie? Tegenover ons, met onze pijl en boog en vergiftigde uien, staat een gezonde en hedendaagse gewapende macht. Wij moeten van deur tot deur werken. Er worden nu in talloze steden arrestaties uitgevoerd: niet alleen in Minsk, maar ook in Brest, Grodno en Vitebsk. We mogen dan wel denken dat we de verkiezingen hebben gewonnen, maar de uitslag hebben we verloren. Tot wie moeten we ons wenden? Tot niemand. Ik kan het persoonlijk niet verdragen, maar de meerderheid van het volk nog wel. De revoluties in Oekraïne en Georgië hebben niet geleid tot groeiende welvaart. Oekraïne is jammer genoeg geen voorbeeld geworden. De levensstandaard van de mensen is belangrijker.»

Loekasjenko pocht op die gewone burgers en op de economische groei van zes procent. Juist daarin verschuilt zich volgens de eerste president van Belaroes wellicht een kansje: «Bij ons is de sovjetorde teruggekeerd, met dat verschil dat de plaats van de kgb is ingenomen door één persoon. De enige die de grenzen bepaalt, is Loekasjenko. En dat is hét gevaar dat hem bedreigt. Zelfs voor zijn entourage is deze toestand niet voordelig. Daar, in zijn eigen omgeving, kan het verzet tegen Loekasjenko groeien. Voor die entourage zou nog vijf jaar Loekasjenko ook funest kunnen worden. Bij de telecom en andere sectoren: daar kan zich een paleisrevolutie ontketenen.»