Wachten tot het leuk wordt

‘Abusurdistisch en ruimdenkend muziektheater’, zo wordt de voorstelling ‘Abelard en Heloãse’ van Lukas Simonis aangeprezen. Absurdistisch kan alles zijn, dus waarom geen middeleeuwse moraalvertelling? De geneugten des vlezes die door de religieuze Schedelkrakers meedogenloos worden afgestraft. ..LE Het stel dat Simonis om zich heen heeft verzameld - deels afkomstig uit zijn groep Dull Schicksal, versterkt met de leden van het Instituut voor Betaalbare Waanzin uit Eindhoven en de zanger Han Buhrs - doet nog het meest denken aan een geheime jongensclub. Ze hebben de verkleedkist van zolder omgekeerd en zich gehuld in velours gordijnen afgezet met een bontje, mottige kleden die als lompen om het lijf hangen of een schildknaapachtig tenue. En natuurlijk doet de baard van Sinterklaas, waar Dick Verdult van het IBW achter schuilgaat, het altijd goed. Ook het kleine zusje (Mia Winther) mag meedoen. Ze zingt weliswaar nog niet zo goed, maar ze kan met haar blonde lokken mooi de maagdelijke jonkvrouw/heilige Maria spelen.

De ingredi‰nten die het publiek in de eerste minuten krijgt voorgeschoteld zijn weinig bemoedigend. Maar absurdisme zit in de kleinste hoekjes verscholen, dus wie weet welke wending het stuk onverhoopt nog kan nemen? Absoluut dodelijk zijn echter de tientallen meters tekst die Erik-Ward Geerlings, een schrijver die in Rotterdam om onbegrijpelijke redenen op handen wordt gedragen, heeft geproduceerd. De bombarie van de kostuums en de bijbehorende oubollige overacting (armen wijd gespreid, opgeheven wijsvingertje, te grote stappen) wordt vet onderstreept door de gezwollen taal van Geerlings. Breedsprakige discussies over het christelijk kannibalisme (‘lijken opensnijden op zoek naar bewijzen van het goddelijk mysterie’), over geloofskwesties ('logica is een uitvinding van de duivel, Gods wil is het enige wat telt’) en stijlbloempjes als 'Ik ben op zoek naar een fysiek geloofsmysterie door de landschappen der seksualiteit’ zijn stomvervelend. En helemaal niet om te lachen.
Het enige grappige moment is wanneer Simonis het verhaal openbreekt en een nonsensliedje over brood begint. Door zijn hoofddeksel lijkt hij nog het meest op een schildpad, vanuit het plafond zakt een tiental stokbroden naar beneden en hij wordt muzikaal begeleid met een lullig hoempapadeuntje op organum en tuba. Opeens zitten we midden in een aflevering van Blackadder.
Verder zijn er allerlei details bedoeld en onbedoeld humoristisch. Zoals het wiebelende puntje van de muts van muzikant Hajo van Doorn. Of het exotische vogelkostuum van IBW'er Haroen die de onduidelijke rol van 'verdelger’ vervult. Of de manier waarop Heloãse op het dramatisch hoogtepunt troost zoekt onder de baard van Dick Verdult.
Het zijn momenten waarop een theatraal absurdisme even oplicht in een verder saaie tekstuele voorstelling. Ook als muziektheater is Abelard en Heloãse teleurstellend: er is nauwelijks verband tussen tekst, handeling en muziek. Eigenlijk is het een toneelstuk met muziek. Een musical zeg maar, waarbij gesproken tekst overgaat in een liedje. De geluiden die op de tape staan zijn puur illustratief. Een monoloog van de monnik Bernard van Clairvaux wordt bijvoorbeeld afgesloten met het gebeier van klokken. Helaas is dat typerend voor het eendimensionale karakter van Abelard en Heloãse.

  • Op verschillende locaties in Amsterdam vindt van 26 april t/m 3 mei het Festival Joodse Muziek Kunst plaats. Lezingen en discussies omlijsten een vijftal concerten met werk van bekende, onbekende, 'entartete’ en jonge joodse componisten. Uitgevoerd door o.a. Mischa Maisky, Hans Peter Blochwitz, Roberta Alexander, het Orpheus Kwartet en Delta Ensemble. Het slotconcert, tevens viering 50 jaar Israel, is in handen van het Residentie Orkest o.l.v. Evgenii Svetlanov.
  • Ed Spanjaard dirigeert een nieuwe productie van Madame Butterfly van Opera Zuid, geregisseerd door de Britse regisseur Tim Albery. Na de premiŠre in Eindhoven op 23 april toert de voorstelling t/m 19 mei door de zuidelijke helft van het land.