De overheid faalde bij de ramp in Enschede

Wachten tot het weer mis gaat

De vuurwerkramp in 2000 was niet het gevolg van een gebrek aan toezicht of handelaren die de wet negeerden. De overheid had zelf mogelijk gemaakt dat iedereen professioneel vuurwerk kon opslaan.

WOENSDAGMORGEN 20 APRIL 2011 loop ik over het stationsplein van Hilversum CS. Om negen uur heb ik er afgesproken met een man van wie ik geen idee heb hoe hij eruitziet: een voormalige rijksambtenaar. De vuurwerkramp vormt de aanleiding voor de ontmoeting. De ambtenaar werkte van 1985 tot 2004 voor de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Verkeer en Waterstaat (VenW). Rond 1990 én 2000 was hij direct betrokken bij de regelgeving inzake professioneel vuurwerk.
De dodelijke massadetonatie op 13 mei 2000 in Enschede werd veroorzaakt door de opslag van illegaal professioneel vuurwerk, grotendeels geïmporteerd uit China. Bij SE Fireworks lag die zaterdag volgens politie en justitie veel meer vuurwerk dan op grond van de milieuvergunning van VROM was toegestaan. Het gerechtshof in Arnhem veroordeelde de twee directeuren daarom tot een jaar gevangenisstraf: dood door schuld.
De overheid ging strafrechtelijk weliswaar vrijuit, maar kreeg er politiek van langs na het eindrapport van de commissie-Oosting (februari 2001) die de ramp van regeringswege onderzocht. Laksheid van de diverse bij vuurwerk betrokken ministeries, met name een falend toezicht op naleving van de veiligheidsvoorschriften, leidde mede tot de ramp, zo concludeerde Oosting. Maar waaróm de overheid zo passief was, bleef een mysterie. Daardoor hangt de hamvraag of de overheid de catastrofe had kunnen voorkómen bijna twaalf jaar na dato nog steeds als een donkere wolk boven het onopgeloste onderzoek, dat niet voor niets uitgroeide tot een klassieke doofpotaffaire.
De ambtenaar is een klokkenluider die het antwoord zegt te kunnen geven op deze uiterst gevoelige vraag. Hij heeft mij in januari 2011 een brief geschreven naar aanleiding van mijn boek De waarheid achter de vuurwerkramp (april 2010) en schrijft daarin onder meer:

  • ‘Reeds in 1990 was het mij duidelijk dat het met vuurwerk wel eens goed mis kon gaan. Dit was zowel binnen VROM als VenW bekend.’
  • 'De VenW-regelgeving voor professioneel vuurwerk is in 1996 door het kabinet ontmanteld, waarna de markt en de toezichthoudende instantie (Rijksverkeersinspectie, RVI) zich niets meer gelegen lieten liggen aan de naleving van de regels.’
  • 'Ik heb mijn verhaal niet aan de commissie-Oosting kunnen doen.’
  • 'Na de vuurwerkramp namen de gebreken in de veiligheidsregelgeving in aantal en ernst alleen maar verder toe. Daarom heb ik in 2004 de rijksoverheid verlaten.’ Op het plein voor station Hilversum valt mijn oog direct op een man die recht tegenover de ingang staat, op een strategische plek. Ik weet onmiddellijk dat hij het is. Geen twijfel mogelijk. Keurig. Netjes. Van middelbare leeftijd. Kalend. Bril. Donkere zomerjas. Prototype ambtenaar. Hij is inderdaad de man die ik zoek. De klokkenluider. De man zonder naam, in dit verhaal, op zijn verzoek. Omdat het niet om hém moet gaan, maar om de boodschap: het overheidstoezicht faalde in de jaren voor de vuurwerkramp doordat de wetgever in 1996, op initiatief van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de strafbaarstelling van een aantal cruciale voorschriften met betrekking tot professioneel vuurwerk welbewust uit de wetgeving liet vervallen, zonder adequate vervanging. De ambtenaar noemt dit 'de ontmanteling’. Hierbij gaat het niet om de wetgeving van VROM maar om de voor professioneel vuurwerk vaak veel relevantere regelgeving van VenW. De ontmanteling zette de deur naar misbruik door de branche wagenwijd open: vanaf 1996 kon in Nederland illegaal (massa)explosief vuurwerk ongestraft worden vervoerd, verhandeld en opgeslagen en zo werden de voorwaarden voor een catastrofe geschapen, zelfs in de hand gewerkt. Het drama op 13 mei 2000 was een onvermijdelijk gevolg van een bewust gecreëerd gat in de wetgeving van VenW: een verzuim. De klokkenluider noemt dit de werkelijke oorsprong van de vuurwerkramp.

DE AMBTENAAR en ik zoeken een geschikte gelegenheid in het centrum van de stad waar we elkaar voor het eerst goed in de ogen kijken, elkaar vragend aftastend. Hij handelt naar eigen zeggen niet uit rancune: 'Daarvoor heb ik geen enkele reden.’ Hij voelt zich geen klokkenluider, maar is dat in mijn ogen wel. De ambtenaar: 'Ik vind het eng. Ik voel mij echt kwetsbaar. Dit is mijn levenswerk.’
De man is breedsprakig, gebruikt een ambtelijk jargon en is bovendien jurist. Gespecialiseerd in de regelgeving met betrekking tot gevaarlijke stoffen: een uiterst complexe problematiek, vooral vanwege het internationale karakter.
Het is het begin van een onderzoeksjournalistiek proces dat bijna een jaar in beslag zal nemen. Zo lastig te doorgronden is de materie. Zo veel moeite kost het de man om de manke rechtssituatie die leidde tot de vuurwerkramp helder te maken. Maar het lukt, stap voor stap:

  • Vuurwerk valt onder de zogeheten gevaarlijke stoffen. Professioneel vuurwerk behoort tot de speciale subcategorie ontploffingsgevaarlijke stoffen, omdat het onder bepaalde omstandigheden (massa)explosief kan reageren. Consumentenvuurwerk daarentegen kan zelfstandig nooit tot ontploffing komen. Dit onderscheid is een cruciaal veiligheidsgegeven: voor gebruikers én voor omwonenden van bedrijven waar vuurwerk ligt opgeslagen. Immers: Als vuurwerk als consumentenvuurwerk wordt aangeduid mag de samenleving ervan uitgaan dat er geen ontploffingsgevaar bestaat.
  • (Ontploffings)gevaarlijke stoffen worden volgens regelgeving van de Verenigde Naties geclassificeerd, op basis van de gevaren bij vervoer en opslag. De samenstelling van het eindproduct bepaalt de indeling. De afzender (meestal de producent) is verantwoordelijk voor de juistheid van de verplicht op het etiket vermelde classificatie. Vervolgens mogen alle andere partijen (vervoerders, handelaren en gebruikers) hierop vertrouwen. Dit is de zogenaamde adressanten/vertrouwensregel. In de praktijk is dit internationale systeem lek als een mandje. Zéker in het geval van vuurwerk, dat vrijwel altijd afkomstig is uit China. De Aziatische producenten kunnen niet door Nederland worden gecontroleerd en gesjoemel met etikettering is lucratief. Met name het heimelijk labelen van professioneel vuurwerk als consumentenvuurwerk is verleidelijk: door de veel lichtere vergunningsvoorwaarden zijn de kosten veel lager. Daarom is het voor de veiligheid in ons land van eminent belang dat nationale wetgeving de zwakte van de internationale regels ondervangt.
  • Verkeer en Waterstaat was van oudsher het vuurwerkdepartement, tot in 2002 voor professioneel vuurwerk. De bemoeienis van ministeries als VROM, Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Defensie was van minder groot belang. Op basis van het Reglement Gevaarlijk Stoffen (RGS) kon VenW vergunningen verlenen aan Nederlandse handelaren voor alle niet-vervoersactiviteiten met professioneel vuurwerk: de import, de handel/opslag en het gebruik (de zogeheten invoer-, afleverings- en bezigingsvergunningen). Verder legde het RGS de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de informatie op het etiket bij de Nederlandse handelaren en dichtte zo het veiligheidslek in de VN-regelgeving. Deze regels bleven tot 1996 strafrechtelijk handhaafbaar.
  • In 1979 besluit het kabinet dat vervoers- en niet-vervoersactiviteiten van (ontploffings)gevaarlijke stoffen moeten worden gesplitst. Verkeer en Waterstaat dient zich in de toekomst te beperken tot zijn kerntaak: het vervoer. Daarvoor zal de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS) worden ontwikkeld.
  • De handel en het gebruik moeten worden overgedragen aan een ander ministerie. VROM is een serieuze optie. Het departement is vanuit zijn kerntaak milieu al betrokken bij het dossier: Nederlandse vuurwerkbedrijven moeten ook over een milieuvergunning beschikken als zij meer dan duizend kilo op hun terrein willen opslaan. Om een overdracht van dit niet-vervoersdeel van de gevaarlijke stoffen mogelijk te maken, treedt in 1986 de Wet milieugevaarlijke stoffen (Wms) in werking. Het is een heikel punt en de bron van een departementaal conflict tussen VROM en VenW.

TIJDENS ons eerste gesprek in Hilversum krijg ik een steeds beter beeld van de ambtenaar tegenover mij: enerzijds een man met een koppig karakter, overtuigd van zijn gelijk, anderzijds een gewetensvolle, bevlogen persoonlijkheid. Hij is open over zijn werkzame leven bij de overheid, dat in 1985 begint, wanneer hij als twintiger, als pas afgestudeerd jurist, voor het eerst het ministerie van VROM binnenstapt, op de afdeling Externe Veiligheid/Milieubeheer. Hij wil daar ook graag serieus werk van maken, maar lijkt daarin alleen te staan: 'Mijn collega’s waren vrijwel allemaal ingenieur. Zij leken niet echt betrokken te zijn bij veiligheid. De werkvloer leek meer op een automatiseringsafdeling. Dat stak mij.’ De kersverse ambtenaar heeft het vanaf het begin lastig: 'Van huis uit ben ik een twijfelaar, bovengemiddeld onzeker, onbeholpen in de omgang, traag van begrip en erg onhandig. Ik keek bovendien huizenhoog op tegen alle gewichtigdoenerij om mij heen.’ Hij zoekt zijn eigen weg en maakt zich in vele jaren tijd, grotendeels door zelfstudie, de verschillende aspecten van de industriële veiligheidsproblematiek eigen. Hij ontwikkelt zich met name tot specialist op het gebied van de (inter)nationale regelgeving voor (ontploffings)gevaarlijke stoffen, een eyeopener van jewelste: 'Mij werd al snel duidelijk dat mijn collega’s helemaal niet zo deskundig bleken als zij voorgaven te zijn.’
Eind jaren tachtig krijgt hij door VROM het dossier professioneel vuurwerk toegewezen. De ambtenaar: 'Het bleek een rotklus te zijn.’ Het milieudepartement wil de controle op opslag en handel helemaal niet van VenW overnemen. Daarvoor zijn verschillende redenen, waaronder een financiële. De ambtenaar: 'Het ging om een overdracht zonder mensen en middelen.’ Ook vindt men dat professioneel vuurwerk geen prioriteit heeft: 'Het werd binnen VROM helemaal niet als een relevant veiligheidsprobleem gezien. De aandacht van het ministerie richtte zich liever op notoire probleemveroorzakers als chloor, ammoniak, LPG en aardgas.’ Hij moet het maar uitzoeken. Zonder backup van zijn leidinggevenden. Zonder ruimte voor discussie.
Verkeer en Waterstaat wordt tijdens 'de onderhandelingen’ vertegenwoordigd door twee ambtenaren. Een van hen is Harry K.: een erkende vuurwerkexpert en sinds 1979 werkzaam bij het Korps Controleurs Gevaarlijke Stoffen (KCGS) als commandant. Later zal hij de bijnaam Mister Vuurwerk verwerven.
Het noemen van de naam van K. in dit artikel is niet de keuze van de ambtenaar: 'Ik vind het onprettig dat op deze manier individuele personen eruit worden gelicht.’
Harry K. en zijn kompaan maken de ambtenaar direct duidelijk dat VROM helemaal geen keus heeft: 'Ze zetten me meteen het mes op de keel.’ De overdracht van 'professioneel vuurwerk’ is onontkoombaar.
De jonge milieuambtenaar bevindt zich in een onmogelijke spagaat: 'Ik zat klem tussen dreigende gesprekspartners van VenW en mijn ongeïnteresseerde VROM-collega’s die het bovendien aan deskundigheid ontbrak.’ Er ontstaat een levensgevaarlijke patstelling: 'In feite zou de veiligheid in ons land in handen worden gelegd van Chinese vuurwerkmakers en een stelletje onbetrouwbare Nederlandse importeurs.’ Dat beseffen de onderhandelaars alledrie, volgens de ambtenaar. Er wordt zelfs openlijk over gesproken: 'K. zei dat VROM verantwoordelijkheid zou zijn voor deze gevolgen.’
Er vinden in totaal slechts drie of vier gesprekken plaats. De onderhandelingen zijn kansloos en in 1990 slaat de ambtenaar alarm bij zijn leidinggevenden. Hij voorspelt zelfs de mogelijkheid van een vuurwerkramp als de voorgenomen ontmanteling wordt doorgezet. Een leidinggevende geeft gehoor aan zijn noodkreet. Op diens verzoek schrijft de jonge ambtenaar een nota aan de ambtelijke top, maar daar zal hij nooit iets van horen. Het zij zo, denkt de ambtenaar. Hij heeft gedaan wat hij moest doen. Zowel VenW als VROM is op de hoogte van het veiligheidsrisico van een eventuele ontmanteling. Einde verhaal. In ieder geval voor hém. In 1992 stapt hij over naar een andere afdeling. Jarenlang zal hij geen seconde meer aan vuurwerk hoeven denken. Tot zijn grote opluchting. Tot eind 1999.

DONDERDAG 23 JUNI 2011 ontmoeten we elkaar voor de tweede keer, ditmaal op een zomers terras tegenover het Amstelstation in Amsterdam. De sfeer is meer ontspannen dan de eerste keer, mede dankzij een intensief tussentijds mailcontact waarin de ontmanteling, het toverwoord van de ambtenaar, voortdurend centraal stond.
De ontmanteling begint in 1991 met het vervallen van de invoervergunning: iedereen mag voortaan vuurwerk importeren. Ook malafide handelaren.
De Rijksverkeersinspectie (RVI) moet gaan controleren, maar daarmee vervalt de specialistische kennis. Slechts een handjevol controleurs, waaronder Harry K., stapt daadwerkelijk over naar de RVI. In 1996 is de ontmanteling definitief. De nieuwe Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS) regelt alleen vervoer, en niet handel, opslag en gebruik van professioneel vuurwerk. Het aloude RGS vervalt, inclusief de strafbaarstelling. De vergunningen zijn niet langer handhaafbaar. Met een aanvullende noodmaatregel wordt gepoogd het gat te dichten, maar dat is juridisch ondeugdelijk: de WVGS is een vervoerswet. Niet-vervoersactiviteiten vallen 'buiten de werkingssfeer van de WVGS’, staat in de toelichting. De ambtenaar: 'Dit is in mijn ogen een van de meest cruciale passages uit het vuurwerkdossier. Het kón niet wat er gebeurde.’
Essentieel is dat de verantwoordelijkheid voor de juiste classificatie niet meer ligt bij de Nederlandse handelaren. Iedereen mag voortaan 'blind’ vertrouwen op de informatie op het etiket, zoals aangegeven door de producent. Als bij een controle zou blijken dat een als consumentenvuurwerk gelabelde partij importvuurwerk in werkelijkheid als (massa)explosief professioneel vuurwerk zou moeten worden geclassificeerd, treft de importeur geen blaam: als er maar keurig consumentenvuurwerk op het etiket staat. De toezichthouders staan machteloos. De Chinese exporteurs en de Nederlandse importeurs hebben nu vrij spel. De ambtenaar: 'Niemand kon meer op gesjoemel met levensgevaarlijk vuurwerk worden aangesproken. Voor mij staat vast dat dit de oorsprong van de vuurwerkramp is.’ Er is sprake van een regelrecht verzuim, volgens de overheid zelf. Dat zal zij drie jaar later zelf erkennen. Nog vóór de vuurwerkramp.

DE THEORIE is duidelijk, maar de vraag is of de Nederlandse vuurwerkbranche op de hoogte was van de ontmanteling en zo ja, of de vuurwerkhandelaren daadwerkelijk misbruik hebben gemaakt van de maas in deze wet.
Hierbij duikt de naam op van eerdergenoemde Harry K., alias Mister Vuurwerk. Hij is betrokken bij vrijwel alle belangrijke incidenten rond vuurwerk vanaf 1990, die geen van alle een (goed) einde kennen.

  • Om te beginnen voert hij de onderhandelingen over de overdracht van het niet-vervoersdeel aan VROM in 1990.
  • Als controleur houdt hij toezicht bij MS Vuurwerk in Culemborg. Tot de complete voorraad van het bedrijf op 14 februari 1991 ontploft: een massadetonatie, veroorzaakt door de opslag van méér dan de toegestane hoeveelheid professioneel vuurwerk, grotendeels afkomstig uit China. Dezelfde oorzaak en hetzelfde gevolg als in 2000 in Enschede, maar met één groot verschil: MS Vuurwerk was gevestigd in een dunbevolkt buitengebied, kilometers verwijderd van de woonkern, terwijl SE Fireworks negen jaar later nog altijd midden in de volksbuurt Roombeek lag. In Culemborg vallen er daarom 'maar’ twee doden (twee medewerkers); in Enschede zijn het er 23 (burgers en brandweerlieden). Na de vuurwerkramp stelt de commissie-Oosting vast dat een alarmerend TNO-rapport, dat kort na februari 1991 is verspreid op alle bij vuurwerk betrokken ministeries, overal onder in een bureaulade is verdwenen. Ook bij VenW, waar het rapport ter attentie van Harry K. naartoe is gestuurd. De 'Lessen van Culemborg’ zullen dientengevolge nooit door de overheid worden geleerd.

K. STAAT alom bekend om zijn goede relatie met een (onbekend) aantal vuurwerkimporteurs. Ook de ambtenaar, die in de periode van de onderhandelingen eenmalig een bijeenkomst met handelaren bijwoont waarbij ook Mister Vuurwerk aanwezig is, valt het op: 'Ik had de indruk dat hij nauwe banden had met de sector. Dat merkte ik aan de wijze waarop zij met elkaar spraken.’ Overigens vond hij dat op zich helemaal niet zo vreemd: 'Menig ambtenaar heeft nou eenmaal nauwe contacten met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven.’
In 1993 komt er plotseling een eind aan de loopbaan van Harry K. - wegens corruptie. Wanneer RVI-controleurs in de haven van Rotterdam een vuurwerkimporteur betrappen op het invoeren van onjuist geëtiketteerd professioneel vuurwerk uit China zegt K. de handelaar toe dat hij wel 'iets voor hem zal regelen’. De RVI plaatst hem meteen op non-actief. Een woordvoerder: 'De kwestie heeft geleid tot een schorsing. Tevens is direct de rijksrecherche ingeschakeld. De uitkomsten van het onderzoek waren aanleiding voor het ontslag van de ambtenaar met ingang van 1 mei 1995.’ (Bron: Reporter/KRO in 2000)
Na zijn vertrek bij VenW blijft K. actief als Mister Vuurwerk: hij treedt toe tot de commerciële vuurwerkbranche. China is zijn tweede vaderland. In Nederland schermt hij met zijn zakelijke relaties in Azië.
In 1996 sluit Harry K. zich als adviseur aan bij de grootste belangenvereniging van handelaren in professioneel vuurwerk, de Vereniging Evenementenvuurwerk Nederland (VEN).
Tijdens een VEN-vergadering op 15 mei 1997 is Harry K. als adviseur aanwezig.
Gerrit Wagenvoort, voorzitter van de VEN, leidt de bijeenkomst. Een van de andere deelnemers is de toenmalige directeur van SE Fireworks, Harm S. Hij is de voorganger van het veroordeelde tweetal dat in 1998 het bedrijf van hem overneemt en op 13 mei 2000 de scepter zwaait.
De rondvraag kent een bijzonder moment dat in de notulen is opgenomen. Er staat:
'Harm S. heeft problemen met de classificatie door de Chinese afzender. Zij willen overal professioneel vuurwerk op zetten.’ Dat is hem kennelijk onwelgevallig.
K. geeft de Enschedese vuurwerkhandelaar, die hij kent, advies. In de notulen: 'Harry K. zal e.e.a. in China opnemen.’
Voorzitter Gerrit Wagenvoort herinnert zich in 2011 het voorval tijdens de VEN-vergadering nog goed: 'Er werd in zijn algemeenheid al over gesproken dat K. “van alles kon regelen”. Tijdens de rondvraag begon de directeur van SE Fireworks over zijn classificatieproblemen bij de import. Harry K. zei toen dat hij dit verder wel met hem zou bespreken en oplossen.’ Het is een eerste aanwijzing dat de markt daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden die door de ontmanteling zijn ontstaan.
In 1999 wordt K. uit de VEN gezet. Vanwege belangenverstrengeling. Hij heeft zijn zoon op oneigenlijke wijze een vuurwerkdiploma bezorgd. K. stapt over naar de tweede grote belangenvereniging, de Federatie Vuurwerkhandel Nederland (FVN).
Datzelfde jaar is sprake van een volgend incident. Een controleur stuit op dozen met Chinees consumentenvuurwerk waarvan hij vermoedt dat het in werkelijkheid professioneel vuurwerk betreft. Hij verdenkt zijn voormalige VenW-collega. De controleur: 'Harry K., die regelmatig naar China gaat, zal hier naar mijn mening de Chinees wel hebben ingefluisterd dat er te allen tijde consumentenvuurwerk op de dozen moet staan.’ (Bron: Reporter/KRO in 2000) Een tweede aanwijzing.
Niet alleen rond Harry K. zijn er signalen die duiden op gesjoemel met de etikettering. In de branche is het een publiek geheim dat er in de periode 1996-2000 in China met vuurwerk wordt 'gerommeld’. De commissie-Oosting stelt het ook vast. De onderzoekers concluderen in hun eindrapport dat 'de wijze waarop de gevarenclassificatie werd aangebracht, onbetrouwbaar is gebleken’.
Ook bij SE Fireworks zijn de gevolgen van de ontmanteling zichtbaar, niet alleen na maar ook voor 13 mei 2000:

  • Uit TNO-onderzoek na de ramp blijkt dat de classificatie van een deel van het vuurwerk dat door SE Fireworks uit China werd geïmporteerd niet deugde: het was in een te lage gevarenklasse ingedeeld.
  • Politie en justitie concluderen tijdens het rechercheonderzoek dat er voor de ramp ook al aanwijzingen waren voor de aanwezigheid van foutief geclassificeerd vuurwerk bij SE Fireworks, onder meer op grond van getuigenverklaringen uit de branche. De link tussen de ontmanteling en de vuurwerkramp is dus niet alleen theorie, maar ook de praktijk. De commissie-Oosting geeft in haar eindrapport in 2001 de RVI de schuld, door te stellen dat het SE Fireworks heeft laten werken zonder geldige afleveringsvergunning. Maar de ambtenaar is het hier pertinent mee oneens: 'De regels vielen helemaal niet te handhaven. Dat mag de RVI niet aangerekend worden. Oosting heeft de relevantie van de ontmanteling niet begrepen.’ De overheid is de werkelijke schuldige: 'De wetgever en de minister van VenW zijn hiervoor verantwoordelijk.’

OP 20 JULI zitten de ambtenaar en ik voor de derde keer tegenover elkaar, ditmaal in een hotelrestaurant aan de rand van het stationsplein van Utrecht CS. We beginnen elkaar steeds beter te kennen. De zoektocht naar de waarheid achter de vuurwerkramp is een gemeenschappelijke geworden. We pikken de draad van zijn carrière bij de rijksoverheid weer op. In 1998.
Dertien jaar na zijn aantreden ruilt de ambtenaar VROM in voor Verkeer en Waterstaat. Hij wordt aangenomen op de afdeling Gevaarlijke Stoffen. Professioneel vuurwerk hoort niet tot zijn takenpakket. Een deceptie wacht. Veel meer nog dan bij VROM stuit hij op een structureel gebrek aan kennis en kunde: 'Mijn collega’s en leidinggevenden wisten vaak nauwelijks waar bepaalde regelgeving over ging en wat de relevantie ervan was voor de veiligheid. Het gebrek aan deskundigheid was verschrikkelijk. Mijn collega’s hadden te maken met een vreselijk omvangrijk en complex terrein van regelgeving. Die was voor hen helemaal niet behapbaar.’
Hem is al snel duidelijk dat structureel onverantwoord met de regelgeving voor gevaarlijke stoffen wordt omgesprongen. De ambtenaar: 'In feite was bijna geen enkel voorschrift van de onder VenW ressorterende regelgeving voor gevaarlijke stoffen handhaafbaar. Dat was mijn ontstellende ontdekking.’ Steeds trekt hij daarover intern aan de bel, naar eigen zeggen. Net als in 1990 bij VROM vindt hij geen gehoor.
In de herfst van 1999 komt het professionele vuurwerk, negen jaar na dato, terug op zijn bord. Binnen de samenleving bestaan grote zorgen over de millenniumwisseling. Er is vrees voor allerlei onheil tijdens evenementen waarbij op grote schaal en ten overstaan van veel publiek professioneel vuurwerk zal worden afgestoken. Het besef dat bij overtreding van de voorschriften niet kan worden opgetreden, baart het rijk zorgen. Met name het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De ambtenaar: 'De vraag was, als ik me goed herinner van de RVI, of de regelgeving weer handhaafbaar gemaakt kon worden. Zij liepen blijkbaar tegen allerlei handhavingsproblemen aan. Ik wees ze op de Wet milieugevaarlijke stoffen (Wms) uit 1986. Ik was de enige die het bestaan ervan kende.’
De onrust richt zich uitsluitend op de strafbaarstelling van het gebruik, niet van de handel en opslag. De ambtenaar stelt in opdracht van VenW een concept-wettekst op. VROM is formeel verantwoordelijk voor de invoering: een delicaat punt. De twee ministeries zijn bijna tien jaar later nog steeds niet nader tot elkaar gekomen. VenW vindt dat VROM het dossier moet overnemen; VROM blijft weigeren.
De ambtenaar: 'Ik ben desondanks met VROM het gevecht aangegaan om deze specifieke spoedregeling voor elkaar te krijgen. De milieuambtenaren wilden het uiteraard niet, maar legden de vraag voor de zekerheid voor aan hun minister: Jan Pronk. Hij ging mee met mijn voorstel.’
De missie slaagt. Voor het gebruik van professioneel vuurwerk is vanaf 6 december 1999 door de Regeling Professioneel Vuurwerk weer een vergunning voor het gebruik nodig. Met de RVI als toezichthouder. Maar de situatie met betrekking tot de vergunning voor handel en opslag blijft onveranderd. Geen strafbaarstelling. Die lacune, cruciaal voor de veiligheid, wordt vijf maanden voor de vuurwerkramp niet gerepareerd. De tijdbom tikt door.
Van doorslaggevend belang voor de hamvraag of de overheid vóór 13 mei 2000 van de in 1996 ontstane noodsituatie wist, en de vuurwerkramp dus had kunnen voorkomen als er was ingegrepen, is de toelichting bij deze Regeling Professioneel Vuurwerk. In deze formele aanvulling wordt het vervallen van de strafbaarstelling, en de ernstige gevolgen ervan voor de veiligheid in ons land, exact omschreven. Er staat precies wat er aan de hand was, het grote gat in de wetgeving. Zwart op wit. Gepubliceerd in de Staatscourant: nr. 238, 1999. 'Inmiddels is gebleken dat niet is voorzien in een strafbaarstelling in geval de voorschriften van het RGS worden overtreden. Dientengevolge is strafrechtelijke vervolging bij overtreding van de vuurwerkregelgeving op grond van het RGS feitelijk onmogelijk en is het met het oog op de bescherming van de openbare veiligheid dringend noodzakelijk dit verzuim te herstellen.’ De wetgever weet het. VenW weet het. VROM weet het. 'Wir haben es nicht gewusst’ kan de overheid niet meer zeggen.
Het verhaal van de ambtenaar is helder als glas. Hij heeft me meer dan genoeg verteld over de periode tot de vuurwerkramp. Woensdag 20 juli 2011 spreken we in Utrecht bij het afscheid af om elkaar nog één keer te ontmoeten, over een paar maanden, als het moment van publiceren nabij is. Intussen zal ik alle informatie verzamelen en verwerken, ook met betrekking tot de gebeurtenissen op en na 13 mei 2000.

DIRECT NA de vuurwerkramp duikt de naam van Harry K. wederom op. Een half uur na de massadetonatie krijgt VEN-voorzitter Gerrit Wagenvoort een telefoontje van Mister Vuurwerk. Hij belt vanuit de auto en zegt onderweg te zijn naar Enschede. Wagenvoort weet nog maar net van de vuurwerkramp. Na de clash binnen de VEN, een jaar eerder, staan de twee op gespannen voet met elkaar.
K. klinkt hees en dwingend. Hij zegt: 'Ik weet dat we geen vrienden zijn, Wagenvoort, maar toch, we zitten op één lijn, hè? Het is sabotage. Niet vergeten: sabotage!’ Vervolgens verbreekt hij de verbinding. (Bron: Gerrit Wagenvoort)
Het is een raadselachtige monoloog.
Even vreemd is de aanwezigheid van K. op het rampterrein van SE Fireworks, enkele dagen nadien. Hij is er, naar verluidt, door verschillende getuigen gespot.
In de loop van 2000 wordt K. zowel door de commissie-Oosting als door het rechercheteam als getuige-deskundige gehoord. De onderzoekers worden niet veel wijzer van Mister Vuurwerk. Hij krijgt ook geen lastige vragen.

DOOR DE VUURWERKRAMP schrikt de overheid wakker. De Regeling Professioneel Vuurwerk uit 1999 wordt aangevuld met twee nieuwe noodmaatregelen. In 2002 volgt een definitieve regeling: het Vuurwerkbesluit. Zes jaar na de ontmanteling wordt het gat in de regelgeving eindelijk gedicht. Het verzuim wordt ongedaan gemaakt. Er was een dodelijke ramp voor nodig.
De ambtenaar wordt er niet of nauwelijks door gerustgesteld. Hij heeft een intern memorandum bewaard. Van zijn eigen hand. Gericht aan een leidinggevende bij VenW. Gedateerd op 31 augustus 2000, drie maanden na de vuurwerkramp.
Het memo laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Enkele citaten:

  • 'De Rijksverkeersinspectie zou in het verleden hebben toegestaan dat professioneel vuurwerk ook als consumentenvuurwerk mag worden behandeld en geëtiketteerd.’
  • 'Dit zeg ik je totaal in vertrouwen, maar ik kan mij voorstellen dat het dossier voor VenW wel eens heel ongunstig zou kunnen uitvallen.’ VenW zal ernstig met het bericht in zijn maag hebben gezeten. De doofpot is de uitweg die het departement kennelijk kiest. De stilte na het memo is oorverdovend. De commissie-Oosting, die op dat moment midden in haar onderzoek naar de oorzaken van de ramp zit, had ongetwijfeld graag kennis van het memorandum genomen. Dan hadden de leden gericht onderzoek kunnen doen naar de beweringen van de ambtenaar. Dan hadden ze hem kunnen oproepen als getuige. Maar zo ver komt het niet. De informatie wordt ze onthouden door VenW. De ambtenaar: 'Helaas heb ik mijn verhaal niet aan de commissie-Oosting kunnen doen. VenW heeft mij, ondanks mijn directe betrokkenheid bij dit dossier en mijn grote kennis van de betreffende regelgeving, daartoe niet in de gelegenheid gesteld. Ook heb ik moeten constateren dat mijn vroegere collega’s van zowel VROM als VenW de commissie niet volledig hebben ingelicht.’ Het eindrapport is daardoor, in zijn visie, wat de werkelijke rol van de overheid betreft, op cruciale onderdelen nodeloos gebrekkig. Ook de strafzaak tegen de twee directeuren van SE Fireworks zit de ambtenaar dwars. Op het arrest uit 2003 valt volgens de ambtenaar juridisch veel af te dingen. De veroordeling is gebaseerd op de VROM-wetgeving; aan de gebreken in de VenW-regelgeving en de legale vrijheid die deze de markt boden gaan de raadsheren in zijn ogen volledig voorbij. De ambtenaar: 'Ik vermoed dat het hof heel anders zou hebben geoordeeld wanneer de ramp niet zo catastrofaal zou zijn geweest. Jurisprudentie over de periode voor de ramp bevestigt mij in die opvatting.’ In de periode 2000-2004 waarschuwt de ambtenaar binnen VenW bij herhaling voor het gevaar voor nieuwe rampen, vanwege de eveneens gebrekkige regelgeving ten aanzien van andere gevaarlijke stoffen dan vuurwerk. De ambtenaar: 'Keer op keer heb ik mijn collega’s en leidinggevenden gewezen op de talloze andere problemen in de veiligheidszorg. Ook trachtte ik de gebreken onder de aandacht te brengen van de ambtelijke en politieke top, maar mijn signalen werden “niet echt” opgepikt.’ In 2004 vindt hij het niet langer moreel verantwoord voor de rijksoverheid te blijven werken en keert hij 'Den Haag’ de rug toe: 'De kernvraag voor mij was of ik mezelf nog in de spiegel kon aankijken wanneer het door een van de gebreken wederom catastrofaal mis zou gaan. Het antwoord was: nee.’ Hij vindt elders emplooi, maar laat het er niet bij zitten. Hij schrijft vanaf 2005 artikelen in juridische vakbladen. Ook stuurt hij brieven aan zes betrokken bewindspersonen onder wie Karla Peijs, de toenmalige minister van VenW, en Pieter van Geel, de staatssecretaris van VROM. Hij schrijft hun onder meer: 'De deur naar rampen staat dus nog steeds wagenwijd open. Dat vind ik moreel en maatschappelijk volstrekt onaanvaardbaar.’ In 2006 ontvangt hij antwoord van minister Peijs. Ze schrijft: 'We hebben de afgelopen jaren niet stilgezeten. De oplossingsrichtingen zijn mede tot stand gekomen naar aanleiding van uw werk ten tijde van uw dienstverband bij mijn ministerie.’ Op het kernpunt geeft ze de ambtenaar gelijk: 'Voor wat betreft de tekortkomingen van de adressantenregel kan ik u melden dat ik uw zorgen tot op zekere hoogte deel.’ Van Geel reageert vergelijkbaar: 'Ik ben van mening dat de problematiek op het gebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen belangrijk is en tot verdere doordenking uitnodigt.’ De ambtenaar benadert vervolgens een aantal fracties in de Tweede Kamer, de vak- en milieubeweging en de Onderzoeksraad voor Veiligheid, steeds schriftelijk, maar serieuze reacties blijven uit. In januari 2011 besluit hij een brief te schrijven.

OP 1 DECEMBER 2011 ontmoeten we elkaar voor de vierde en laatste keer, ditmaal voor Amsterdam CS. Ik ga binnenkort publiceren. In de voorbije maanden hebben we wederom tientallen mails uitgewisseld.
Ook heb ik het strafproces gevolgd tegen de man die is uitgegroeid tot een van de hoofdpersonen in het verhaal: Harry K. Op 7 oktober heeft de rechtbank in Lelystad Mister Vuurwerk, samen met een aantal handlangers, veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens de illegale import én opslag van professioneel vuurwerk, onder meer uit China, en lidmaatschap van een criminele organisatie. Het Openbaar Ministerie requireerde dat K. als ex-opsporingsambtenaar goed wist hoe hij onderzoeken van de politie naar zijn illegale handel kon bemoeilijken of zelfs frustreren. De rechters rekenden het hem in het vonnis extra aan dat hij als gerenommeerd deskundige als geen ander de gevaren van zijn criminele praktijken voor de samenleving kent.
K. ontkent de beschuldigingen. In 2012 volgt het hoger beroep.
De val van Mister Vuurwerk is diep. Van de bovenwereld naar de onderwereld. Met de ontmanteling als scharnier en de vuurwerkramp als hindernis. Geen eindpunt.
De ambtenaar blijft het tegen de borst stuiten dat er een individu nadrukkelijk uit wordt gelicht in deze reportage. Hij heeft al genoeg moeite met zijn eigen, in zijn ogen veel te prominente, rol. De ambtenaar: 'Het gaat niet om personen, er is sprake van een collectief falen van de overheid.’

WE ZOEKEN een horecagelegenheid waar we nog één keer rustig met elkaar kunnen praten. We lopen het te publiceren verhaal in grote lijnen door. Hij is bezorgd over de effecten ervan. Zijn twijfels worden mede gevoed door het feit dat er nooit eerder serieus naar hem is geluisterd. Ik vraag hem of hij weet waarom zijn verhaal steevast aan dovemansoren was gericht. De ambtenaar noemt twee oorzaken: 'Allereerst de enorme complexiteit van de materie. Daarnaast waren de gestelde politieke en departementale prioriteiten helemaal niet gericht op een serieuze omgang met de betreffende veiligheidsregels.’
Hoewel hij al bijna acht jaar weg is bij de rijksoverheid volgt hij de ontwikkelingen, zij het op afstand, nog steeds op de voet. De veiligheidssituatie in ons land baart hem onverminderd grote zorgen: 'De regelgeving voor de (ontploffings)gevaarlijke stoffen wemelt nog altijd van de gebreken. Deze kunnen opnieuw tot industriële catastrofes leiden.’ Daarom luidt hij, bijna twaalf jaar na de vuurwerkramp, opnieuw de noodklok. In zijn beleving voor de zoveelste keer, maar nu middels de publiciteit. De belangrijkste reden voor deze stap is echter wezenlijker: 'Ik probeer met mijn verhaal uit te leggen wat de werkelijke gang van zaken is binnen de overheid: geen grote complotten, maar vooral chaos, onkunde, veel geklets en gewichtigdoenerij: gebakken lucht dus. En als het dan ergens mis gaat, zoals bij vuurwerk, trek je vrijwel altijd een beerput open.’


Simon Vuyk is sinds 1984 doctorandus in de criminologie (Vrije Universiteit) en sinds 1991 actief als zelfstandig onderzoeksjournalist, programmamaker/eindredacteur tv en misdaadauteur