Het Waddenfonds als grabbelton

Waddengeld voor een blacklight golfbaan?

Het Waddenfonds moest de ideale uitruil worden: gas voor natuur. Inmiddels is bijna zeshonderd miljoen euro in het Waddengebied verjubeld zonder dat de natuur er beter van werd. Vooral slimme ondernemers en hobbyisten profiteerden van het fonds.

Het Waddenbelevingspunt, deel van het project Rust voor Vogels, Ruimte voor Mensen. Den Oever, 2018 © Kees van de Veen / HH

Nationaal Park Lauwersmeer is een vogelparadijs. Tijdens de trek vliegen dagelijks tot dertigduizend brandganzen over de voormalige zeebodem en in de wildernis broeden ruim honderd vogelsoorten. Bovendien is het ’s nachts een van de donkerste gebieden van Europa, en dat is bijzonder in het helverlichte Nederland. Maar aan de rand van deze zeer zeldzame duisternis, in het Groningse havendorpje Lauwersoog, komt het Werelderfgoedcentrum Waddenzee. Een ‘internationale vuurtoren voor kennis, activiteiten, onderzoek en ondernemerschap’.

Althans, dat is de droom van enkele invloedrijke lokale bestuurders die liefkozend spreken over een ‘ecologisch visitekaartje’. Maar dan wel een van dertig meter hoog, met in de top een opvangcentrum voor zeehonden, beneden een hotel en een ‘beleefcentrum’. Kosten? Bijna dertig miljoen euro. Dat bedrag lijkt geen enkel probleem, want alle betrokkenen weten dat ze het Waddenfonds, een pot met honderden miljoenen euro’s, binnen handbereik hebben.

Het Waddenfonds werd in 2006 opgericht om met achthonderd miljoen euro de natuur in het Waddengebied te versterken. Het was een uniek compromis tussen het bedrijfsleven en natuurbeschermingsorganisaties en ogenschijnlijk zo gunstig dat het concept sindsdien wordt herhaald. Zo moet het kabinet nu beslissen over een Noordzeeakkoord, waardoor met de opbrengsten van gaswinning op de Noordzee onder meer de natuur kan worden beschermd.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Belia Heilbron en Kim van Keken. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Wat is er met het Waddenfonds gebeurd? Investico maakte samen met Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant, De Groene Amsterdammer en EenVandaag de balans op. Uit ons onderzoek blijkt dat het fonds een grabbelton is geworden in handen van de provincies die het gebruikten om er zelf beter van te worden en goede sier te maken. Ook slimme ondernemers en hobbyisten wisten wel raad met de goedgevulde subsidiepot. Het oorspronkelijke doel, bescherming van het Waddengebied, raakte steeds verder uit zicht. ‘Het fonds heeft niet echt willen onderzoeken hoe het met het wad gesteld is. Het gebied had er veel beter uit kunnen zien dan nu’, concludeert waddenbioloog Theunis Piersma.

Vijftien jaar geleden werd aan de bel getrokken. ‘De ecologische kwaliteit van de Waddenzee is in één generatie tijd dramatisch verslechterd’, waarschuwde Roel Cazemier van de Raad voor de Wadden in 2005. In die periode schraapten kokkelvissers met hun kokkeloogst het leven van de zeebodem. Steeds minder trekvogels waren op het wad te zien en haaien en roggen waren al enige tijd verdwenen. En dat was zorgelijk. Het Waddengebied is niet alleen een van de mooiste natuurgebieden van Nederland, maar ook van essentieel belang voor het hele Arctisch gebied. Zo zijn trekvogels die van Afrika naar Groenland vliegen van het wad afhankelijk voor voedsel. Tot overmaat van ramp wilde de nam in het aardgasrijke gebied boren. Dat zou desastreus zijn voor de Wadden, waarschuwde de Waddenvereniging. Vervuiling, bodemdaling en ongelukken zouden verstrekkende gevolgen hebben voor dit unieke natuurgebied.

De protesten laaiden op. Elke poging tot een besluit over het gebied verzandde in een zwaar gepolariseerde discussie en de onderhandelingen over het gebied kwamen in een impasse. Oud-staatssecretaris Wim Meijer kreeg als voorzitter van de Adviesgroep Waddenzeebeleid, van het kabinet de lastige taak om met een oplossing komen.

Dat leverde een volbloed Nederlands-bestuurlijke oplossing: onder strikte voorwaarden zou naar gas geboord mogen worden, maar ter compensatie kreeg het Waddengebied een ‘omvangrijk investeringsplan’ à achthonderd miljoen euro. Een onafhankelijke monitoringscommissie moest toezien op de voortgang, economische activiteiten in het gebied moesten vooraf strikte grenswaarden opgelegd krijgen. In 2026, als de achthonderd miljoen euro zou zijn uitgegeven, moesten de projecten ‘op een zichtbare manier het Waddengebied vooruit hebben geholpen’, schreef vrom-minister Sybilla Dekker aan de Kamer. Een ‘historisch’ besluit, noemde Roel Cazemier van de Raad voor de Wadden de oprichting van het fonds in 2005. ‘De tijd van discussiëren is voorbij. Er moet nu worden gehandeld.’

Maar op de valreep greep de Tweede Kamer in, een draai die waddenbioloog Theunis Piersma achteraf bestempelt als ‘kaping van het fonds’. Fries en cda-Kamerlid Joop Atsma vond dat ook de economie moest profiteren van de pot geld. Hij kreeg voldoende steun voor een motie waarmee het fonds gelijk verdeeld zou worden tussen natuur en economie, een scheiding die de commissie-Meijer nadrukkelijk niet had gemaakt. ‘Het moest juist een integrale aanpak zijn’, legt de oud-voorzitter uit. Hij kijkt inmiddels met gemengde gevoelens op het Waddenfonds terug. ‘In het Waddengebied hangt alles samen’, vertelt Meijer in zijn woning op de bosrijke Veluwe. ‘Zoals het verblijf van trekvogels samenhangt met de visstand, die weer samenhangt met de mossels.’ De natuur moest voorop staan, zegt hij. Een centrale aanpak in het gebied – bestuurd door drie provincies, tientallen gemeenten en beheerd door dertien natuurorganisaties – was essentieel. ‘De politiek moest verantwoordelijkheid nemen.’ Niet naar één aspect kijken, maar het geheel in ogenschouw nemen.

‘De motie was nog schadelijker dan je denkt’, evalueert Piersma. ‘Het betekende niet alleen dat er de helft minder aan geld voor ecologie was. Het betekende ook dat het geld voor ecologie slechter werd besteed. Het economisch kortetermijndenken raakte ook daar dominant. In plaats van een integrale aanpak voor de natuur, werd geïnvesteerd in een reeks kortademige herstelprojecten.’ Voordat het fonds goed en wel van start kan gaan, besluit de minister met ruim 120 miljoen euro de kokkelvissers uit te kopen. Dan is er nog bijna zevenhonderd miljoen euro over.

De eerste barsten worden zichtbaar tijdens de eerste subsidieronde. Experts die betrokken waren bij het advies van Meijer vertellen dat ze met verbazing keken naar wat er met ‘hun’ fonds gebeurde. ‘Ik viel van mijn stoel’, zegt emeritus hoogleraar Han Lindeboom. Als marine ecoloog voorzag hij Meijer van advies. ‘Ze verhoogden de bruggetjes in Friesland zodat boten met een hogere mast daar ook onderdoor konden varen.’ Nu konden ook boten de Eflstedenroute varen. Kosten: ruim elf miljoen euro.

Het blijkt een voorbode voor de daaropvolgende jaren. Tussen 2006 en 2011 krijgen 54 projecten in totaal zo’n 110 miljoen euro subsidie. Slechts een klein deel hiervan komt ‘direct ten goede aan de natuur’, oordeelt de Rekenkamer in 2013. Het Friese pvda-Kamerlid Lutz Jacobi, zeer begaan met het Waddengebied, wordt boos. ‘Het kabinet snoept van alle kanten uit dit fonds, terwijl het is ingesteld voor het compenseren van schade en ongemak van de grootschalige visserij en de gaswinning in het Waddengebied’, schrijft ze in februari 2011. ‘Het Waddenfonds mag geen grabbelton zijn!’ Jacobi vraagt een spoeddebat aan en pleit voor harde criteria voor de toekenning van geld.

Maar dan trekken de provincies het fonds naar zich toe. Niet langer het rijk, maar drie gedeputeerden uit Noord-Holland, Groningen en Friesland besluiten voortaan over de half miljard euro die dan nog te verdelen is. Bij deze overdracht haalt het kabinet meteen 75 miljoen euro uit de pot als bezuiniging. Jacobi is er niet gerust op. Ze zorgt voor een commissie met externe deskundigen die ervoor moet zorgen dat het fonds werkt aan het oorspronkelijke doel: ‘De verbetering van de kwaliteit van het Waddengebied.’

‘In het Waddengebied hangt alles samen. Zoals het verblijf van trekvogels samenhangt met de visstand, die weer samenhangt met de mossels’

Directeur van Zeehondencrèche Pieterburen Niek Kuizenga heeft in 2013 een nieuwe zakelijke koers voor ogen. Hij ligt al een tijdje op ramkoers met zeehondenmoeder Lenie ’t Hart, die in 1971 de opvang oprichtte. Simpel gezegd is het haar ‘activisme’ tegen zijn ‘praktisch realisme’. Een strijd die zij verliest. ‘Het impulsief activisme van een charmant en uitgesproken dierenredster is als businessmodel uitgewerkt’, schrijft Kuizenga in een open brief aan de raad van toezicht. De entreegelden worden fors verhoogd, meer geld gaat naar voorlichting in plaats van zorg voor de dieren, ‘de zakelijke markt wordt met nieuwe arrangementen’ aangetrokken. Samen met vastgoedondernemer Arie Heuvelman maakt Kuizenga een plan voor een nieuw centrum in het dorp Lauwersoog met een zakelijk elan. Zeehondencrèche Pieterburen moet zijn intrek nemen op de bovenste verdieping, en Heuvelman begint beneden een hotel.

Het duurt niet lang of ook de provincie Groningen is aan boord, samen met Staatsbosbeheer en Exploitatiemaatschappij Haven Lauwersoog. De provincie laat in 2016 voor 175.580 euro een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren. Het levert veertig glanzende pagina’s op zonder cijfers, analyses en risico’s, maar met veel foto’s, ‘expedities’ en promotieteksten als het Werelderfgoedcentrum ‘als kans voor de Waddenzee’. Volgens een later projectplan moet het centrum jaarlijks tussen de 150.000 en 250.000 bezoekers trekken en wordt het een banenmotor voor de regio. Het mag dan ook wat kosten: dertig miljoen euro. Gedeputeerde Henk Staghouwer erkent in Dagblad van het Noorden dat het een fors bedrag is. ‘Omdat we er specialisten bij halen die hun sporen hebben verdiend in het opzetten van publiekstrekkers waar ecologie, duurzaamheid en spannende architectuur de boventoon voeren.’

Maar die specialisten hebben een ontwerp gemaakt van een dertig meter hoog paviljoen aan de rand van het wad. Natuur- en milieuorganisaties maken zich zorgen. ‘De kernwaarden van het Waddengebied zijn vooral stilte, ruimte en duisternis’, zegt Arjen Kok van Natuurmonumenten in de pers. ‘Die zijn in dit deel van het wad nog aanwezig en dan zou het eigenlijk niet goed zijn dat in dit gebied zo’n hoog gebouw komt.’ Desondanks investeert de provincie vijf miljoen euro, Zeehondencentrum Pieterburen heeft toegezegd drie miljoen euro bij te dragen en ondernemer Heuvelman steekt tien miljoen in het horeca- en hotelgedeelte. Met een miljoen vanuit de gemeente een totaal van negentien miljoen euro. Er is nog een gapend gat in de begroting van ruim negen miljoen. Verantwoordelijk gedeputeerde Staghouwer laat in de pers weten ‘goede hoop’ te hebben dat het Waddenfonds kan inspringen.

Flakgruppenkommandostand, een van de voormalige Duitse bunkers van de Atlantikwall waarvan de restauratie werd gefinancierd door het Waddenfonds. Huisduinen, 2017 © Jonathan Andrews / Atlantikwall Centrum

Op 16 maart 2018 vergadert het algemeen bestuur in de luxe groepsaccommodatie De Wierschuur bij het Noord-Hollandse Hippolytushoef, een voor tweehonderdduizend euro gerenoveerde schuur met dank aan het Waddenfonds. Voor hen ligt de 9,6 miljoen euro voor het Groningse project. Maar het bestuurt twijfelt. De informatievoorziening is ‘summier’, staat in de notulen van de vergadering. Er is geen projectvoorstel en een begroting ontbreekt.

Gedeputeerde Staghouwer belooft, nu als voorzitter van het Waddenfonds, de benodigde informatie achteraf op te sturen en stelt voor dat het bestuur instemt met 9,6 miljoen euro subsidie voor het Werelderfgoedcentrum Waddenzee. Het bestuur gaat akkoord. ‘Voor het Waddenfonds is het uitdragen van de Unesco-status van de Waddenzee een zeer belangrijk speerpunt’, meldt Staghouwer een maand later in een persbericht, ook weer als voorzitter van het Waddenfonds.

Het is een dubbelrol die in het noorden nauwelijks wenkbrauwen doet fronsen, maar waar meermaals voor gewaarschuwd is. Vlak voordat de provincies het geld in handen kregen waarschuwde de Algemene Rekenkamer in 2012 voor het risico op ‘bestuurlijke beïnvloeding’. De toezichthouder adviseert de provincies eventueel maatregelen te nemen. ‘Het is van belang in de toekomst (de schijn van) belangenverstrengeling nauwkeurig in de gaten te houden.’ De jaren erna adviseert de interne kwaliteitscommissie herhaaldelijk om de provincies expliciet uit te sluiten van subsidieaanvragen. En ook in 2018 schrijven de regionale rekenkamers dat de ‘onafhankelijkheid verder onder druk komt te staan’. Het bestuur slaat de adviezen in de wind. In het Waddenfonds worden de gezamenlijke belangen van de provincies behartigd, stelt het. ‘Alleen al hierom kan er van belangenverstrengeling geen sprake zijn.’

Sterker nog, vanaf 2016 vragen de provincies steeds vaker geld aan bij hun eigen fonds. Het bestuur besluit namelijk met twee derde van het overgebleven budget, 180 miljoen euro, vooral grotere projecten te financieren. Deze projecten worden vaak door de provincies zelf uitgevoerd, zoals het Werelderfgoedcentrum. Met het nieuwe plan komt het fonds tegemoet aan de jarenlange kritiek dat een langetermijnvisie ontbreekt, maar is het risico op belangenverstrengeling urgenter geworden. Het fonds heeft geen maatregelen genomen en is dat ook niet van plan.

Voor vvd-Statenlid Nico Bakker is het een reden om uit het bestuur te stappen. ‘Alles werd maar gehonoreerd. Zonder dat er een echt doel voor ogen was’, blikt hij terug. De dubbele petten gaven hem een ongemakkelijk gevoel. ‘De slager keurt zo zijn eigen vlees. Dat wil je toch niet als gedeputeerde? Je komt in een onmogelijke positie.’

Staghouwer vindt nog steeds dat hij deze rollen altijd goed heeft kunnen scheiden. ‘We gaan uit van het Waddengebied als één, ongedeeld geheel. Ik zit er niet voor Groningen. Ik heb wel een Groninger pet op, maar ik ben er voor het hele Waddengebied’, zegt hij in een reactie. Bovendien krijgt hij voor alle projecten ‘altijd het advies van de directeur en een ambtelijk advies’.

De betwiste onafhankelijkheid van het bestuur is niet het enige probleem dat steeds opduikt. In de adviezen van de eigen kwaliteitscommissie, de rekenkamers en externe adviseurs keert steeds hetzelfde refrein terug: ontwikkel een visie, sluit aan bij de Waddenfondsdoelen, monitor de effecten van wat je doet, zorg voor samenhang in plaats van versnippering. Of, zoals Jacobi zegt: laat het Waddenfonds geen grabbelton zijn.

Toch is dat precies wat er is gebeurd, blijkt uit een overzicht dat Investico maakte van alle toegekende subsidies tussen 2012 en 2018. Het is een ratjetoe van projecten, van de bouw van een nieuw dorpshuis in Bierum tot de aanleg van een zonnepanelenveld op Ameland. Een ton subsidie voor bezinningstoerisme met een ‘sacrale duisternis- en stiltebeleving’ in het Friese Schettens. Een ton voor de foodtruck met streekproducten van een enthousiaste vader en zoon. Een ton voor een blacklightgolfbaan op Terschelling. De Stichting Heidense Kapel krijgt veertigduizend euro om een pelgrimsroute te ontwikkelen en een kapel te herbouwen, Texelse ondernemers krijgen 89.000 euro voor ‘Texelpoints’, een digitaal spaarpuntensysteem waarmee ze willen concurreren met ‘goedkope zonbestemmingen als Griekenland en Turkije’.

Op de Afsluitdijk wordt met anderhalf miljoen euro uit het fonds het Vlietermonument gerestaureerd, en de provincie Groningen kreeg bijna een miljoen euro voor de aanleg van fiets- en wandelpaden in het Lauwersmeergebied. En dan is er nog de Rechte Weg, het kunstprojectplan van zes kilometer wandelpad dat, als eerste weg ter wereld, niet de bolling van de aarde volgt, ‘als een plank op een voetbal’ waarbij je aan de uiteinden een kleine meter naar beneden springt. De kunstenaar kreeg ruim vierhonderdduizend euro subsidie toegewezen uit het Waddenfonds.

‘Het fonds had doelgericht te werk moeten gaan. Dus: wat is er nodig om de natuur te versterken? Je moet niet ergens een loket openen, want iedereen heeft wel zin in subsidie’

Het geld is doorgaans welkom in het gebied dat kampt met vergrijzing en leegloop. Zo houdt Gerda van Dijk in het Friese Ee 42 paarden op haar Sandy Road Ranch. Vroeger had elk dorp nog een café, vertelt ze vanuit de huiskamerkantine naast de rijbak waar vier grote leunstoelen rond een houtkachel staan. ‘Nu kunnen mensen voor koffie en een praatje hier terecht.’ In een hoek staat een minibibliotheek en langs de wanden staan bordspelletjes. Buurtbewoners lopen in en uit. Ze organiseert bingo- en klaverjasmiddagen. In 2014 kreeg Van Dijk honderdduizend euro van het Waddenfonds waarmee ze de hal kon aankleden. Ze legde een vloer, bouwde paardenboxen en schafte een stap- en trainingsmolen aan. Ook kon ze betere faciliteiten bouwen bij de toeristencamping op het erf. Maar het zijn vooral buurtbewoners die langskomen. ‘Toeristen willen graag op het strand paardrijden. Maar strand heb je hier niet. Daarvoor moet je echt naar de eilanden.’

Voor de Noord-Hollandse marinestad Den Helder brengt het Waddenfonds grote beloftes. De krimpgemeente worstelt met werkloosheid en verloedering, maar miljoeneninvesteringen uit het Waddenfonds moeten de stad weer bruisend maken, te beginnen bij de oude marinehaven Willemsoord: die wordt omgetoverd tot ‘een voor toeristen aantrekkelijke leisure-waddenhotspot’, compleet met kanovaarroutes en verse-vismarkten. Het Waddenfonds subsidieert het plan met 4,7 miljoen euro. Den Helder heeft de smaak te pakken. In 2016 en 2018 krijgt de stad in totaal bijna 3,5 miljoen euro, onder meer om van het aan-wezige oorlogserfgoed een toeristische trekpleister te maken. Zo worden voormalige Duitse bunkers van de Atlantikwall gerestaureerd en komt er een fiets- en wandelroute langs militair erfgoed.

Met ruim acht miljoen euro subsidie is Den Helder een van de grootste ontvangers van Waddenfondsgeld. De aanvragen werden gedaan door Zeestad CV/BV, een bedrijf dat de stedelijke vernieuwing in Den Helder ontwikkelt en uitvoert. ‘Op afstand’ van de gemeente, om ervoor te zorgen dat plannen niet langer verzanden in het door conflicten geplaagde gemeentebestuur. Ook hier vervult een provincie een dubbelrol. Zeestad is in handen van de gemeente en de provincie Noord-Holland. De provincie is hier dus naast toekenner ook ontvanger van het Waddenfondsgeld. Bovendien zit de Noord-Hollandse gedeputeerde Cees Loggen, die als bestuurslid van het Waddenfonds over subsidieaanvragen beslist, sinds 2019 zélf namens de provincie in de aandeelhoudersvergadering van Zeestad. Loggen weigerde met Investico in gesprek te gaan en heeft geen antwoord gegeven op de hierover gestelde schriftelijke vragen.

De Helderse wethouder Michiel Wouters, die stadsvernieuwing in zijn portefeuille heeft, wil het ‘beeld van Zeestad als grote ontvanger nuanceren’. Volgens hem heeft Zeestad ook subsidies aangevraagd voor projecten waarbij de organisatie slechts zijdelings betrokken is. ‘Zeestad is nou eenmaal een vehicle met ervaring op het gebied van subsidieaanvragen bij het Waddenfonds.’

Maar is het fonds wel bedoeld voor stadsvernieuwing? Volgens wethouder Wouters is het logisch dat Zeestad voor dit soort projecten geld krijgt uit het Waddenfonds. ‘De financiering van de gemeente staat altijd onder druk. Als we elders geld kunnen aantrekken, willen we dat graag. Het gaat hier niet om stadsvernieuwing; voor subsidie uit het Waddenfonds kijken we altijd nadrukkelijk naar de historisch-nautische waarde van Den Helder voor het Waddengebied.’ Als haven is Willemsoord letterlijk de poort naar de wadden, is het idee.

In een tussentijdse evaluatie in 2016 – het fonds was toen halverwege – beoordeelde adviesbureau Royal Haskoning het project Willemsoord niettemin als ‘minder succesvol’. Het project was ‘niet-waddenspecifiek’ en ‘een grotere visie’ ontbrak. Van de 31 beoordeelde projecten kwamen er slechts zestien als geslaagd uit de bus. Onder de ‘minder succesvolle’ projecten vielen naast Willemsoord onder meer de restauratie van een orgel in het Friese Parrega (‘samenhang’ ontbreekt), indoor klimpark Waddenfun (‘willekeurige waddenachtige elementen zijn samengevoegd op een waddenplek’) en de industriewaterleiding voor Chemiecluster Delfzijl, waarvan het ‘ecologisch effect op het Waddengebied onduidelijk’ is. Voor ‘Zeegrasprojecten Fase I en Fase II’ (samen bijna vijf ton) bestaat zelfs het ‘risico op achteruitgang in plaats van vooruitgang’, oordeelde Royal Haskoning.

Het Nederlandse Waddengebied tussen Holwerd en Harlingen in 2016 © Catrinus van der Veen / ANP

‘Het Waddengebied is ecologisch redelijk uitgewoond’, verzucht bioloog en waddenspecialist Theunis Piersma. De mosselbanken zijn deels teruggekeerd en met de kanoeten, die ten tijde van de oprichting van het Waddenfonds snel achteruitgingen, gaat het aardig. ‘Maar de zeegrasvelden, de haaien en roggen en gepen van vroeger zijn nog steeds niet terug. En waar is al die kleine platvis waar lepelaars het van moeten hebben? Bij hun terugkeer zouden er tien tot misschien wel honderd keer zoveel lepelaars kunnen zijn. Het had er veel beter uit kunnen zien.’ Als je het Waddengebied beter wilt maken, moet je weten aan welke knoppen je moet draaien, zegt Piersma. En daar zit precies het probleem: ‘Het Waddenfonds heeft enorme steken laten vallen in het opbouwen van de noodzakelijke kennis.’ Zelf klopte hij de afgelopen jaren herhaaldelijk bij het fonds aan voor financiering van onderzoek, maar ving tot voor kort bot. ‘Het Waddenfonds heeft voortdurend op de rem getrapt en zo een van zijn doelstellingen, het bouwen aan een relevante kennisagenda, laten sloeren. Gaswinning levert nu geld op. Maar wat de invloed ervan op het Waddengebied precies is, weten we niet. Zolang we het niet weten, hoeft er ook niks te worden gedaan.’ Het is vergelijkbaar met de stikstofproblematiek. ‘We duwen ecologische problemen voortdurend weg, proberen wat te fixen, omdat het op korte termijn economisch niet goed uitkomt.’

De belofte van het Waddenfonds is volgens Piersma volledig verzand in kortetermijnwerk. ‘Ik woon in Gaast, aan het IJsselmeer. Hier in de buurt is recent weer een dorpshuis opgeknapt met geld uit het Waddenfonds. Heel leuk hoor, maar wat heeft dat met de wadden te maken?’ De bestuurders hebben volgens hem een provinciale blik, er mist gezamenlijkheid. ‘Er is niets provincie-overstijgends aan het Waddenfonds.’ Ook Lutz Jacobi, inmiddels directeur van de Waddenvereniging, is nog steeds kritisch. Het eigenlijke doel raakte uit zicht, hoewel een deel van het geld naar ecologische projecten ging, zoals broedeilanden en vismigratierivieren. ‘Er werd tot nu toe niet gekeken naar wat de Wadden als ecosysteem echt nodig hebben. Hierdoor heeft het Waddengebied in het geheel niets gehad aan al deze kleine projecten’, zegt ze. ‘Het was een grabbelton en dat is het nu nog.’ Het begon al in 2006 bij de uitkoop van de kokkelvissers voor ruim 120 miljoen. ‘Ze hadden dat fonds in stand moeten laten’, zegt Meijer. ‘Het Waddenfonds is geen saneringsfonds, en die kokkelvissers hadden gewoon binnen de begroting van het departement van Landbouw gefinancierd moeten worden’.

Het verbaast Maarten Allers, hoogleraar economie van decentrale overheden aan de Rijksuniversiteit Groningen, niets. Zo gaat dat wanneer lokale overheden een pot met geld krijgen: geld zoekt projecten, in plaats van andersom. ‘Het fonds had doelgericht te werk moeten gaan. Dus: wat is er nodig om de natuur te versterken? Vervolgens: hoe ga je dit doen? Je moet niet ergens een loket openen, want iedereen heeft wel zin in subsidie.’

De ideeën om de natuur te versterken, waren er wel. De commissie gaf het Waddenfonds een reeks voorzetten: ontpolderen, de aankoop en bescherming van bijzondere gebieden, natuurvriendelijk kustbeheer. Meijer, teleurgesteld: ‘We wilden het Waddengebied groter, sterker en robuuster maken. Dat is niet gebeurd.’

Van de oorspronkelijke achthonderd miljoen euro is inmiddels bijna een half miljard verdwenen, zonder enig idee wat het effect is geweest. Zelfs het bestuur kan niet zeggen wat het fonds voor het Waddengebied heeft betekend. De projecten zijn nooit gemonitord of geëvalueerd, ondanks herhaaldelijke oproepen van de interne kwaliteitscommissie. Halverwege de looptijd van het fonds deed Royal Haskoning een poging, maar een definitief oordeel bleek moeilijk. De hoofddoelen van het fonds zijn nogal ‘open’ geformuleerd, schreef de adviesclub. Na jaren aandringen zou de eerste evaluatie in 2021 worden gehouden, vijf jaar voordat de pot op is.

En de ‘internationale vuurtoren voor kennis, activiteiten, onderzoek en ondernemerschap’? Het protest van natuur- en milieuorganisaties tegen het Werelderfgoedcentrum bleek te groot. De horecaondernemer trok zich terug, waarmee een streep is gezet door het hotel en de helft van de beloofde banen. De ‘banenmotor’ blijkt nog goed voor 33 werkplekken. In de nieuwe afgeslankte plannen moet het Werelderfgoedcentrum het vooral hebben van de zeehondencrèche. Vorig jaar trok de vernieuwde opvang 63.000 betalende bezoekers, dat zijn er veertigduizend minder dan in 2012. Volgens Marco Glastra, die in de pers kritische natuurverenigingen vertegenwoordigt, was de zeehondencrèche een slecht idee. ‘Zeehonden horen dicht bij de zee. En niet op een dak van dertig meter hoog. Ze krijgen bijna hoogtevrees.’


Ook Investico besteedt deze week aandacht aan dit onderzoek in hun podcast Speurwerk. Die aflevering is hier te beluisteren. Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877