Wall Streets vrienden

New York - In maart 2010, toen het Amerikaanse parlement nog een halfjaar verwijderd was van herregulering van het financiële stelsel, gaf John Boehner een toespraak voor vertegenwoordigers van de American Bankers Association. Boehner, de Republikeinse leider in het Huis van Afgevaardigden, moedigde de bankiers aan om voor zichzelf op te komen tegen die bureaucraatjes (‘those little punk staffers’) die het bestonden hun leven te verzwaren met nieuwe regels.
De toespraak lekte uit en werd vooral in de 'linkse media’ breed uitgemeten. Daar was het (zoveelste) bewijs dat de Republikeinen de partij zijn van big business, de vriendjes van corporate America. Was dat niet al genoeg gebleken tijdens acht jaar Bush, waarin de rijken alleen maar rijker werden en de economie uiteindelijk ontplofte?
Toch is de algemene perceptie dat de Democraten de partij van Wall Street zijn. Recente peilingen wijzen uit dat de helft van de Amerikanen denkt dat de regering-Obama de bail-out van de banken orkestreerde; slechts eenderde weet dat het reddingsplan onder Bush tot stand kwam. Dat komt ook tot uiting in de aanloop naar de verkiezingen van 2 november.
Een van de redenen hiervoor is dat de Republikeinen als vanouds het spel met de taal beter beheersen. Zo noemen ze Democraten continu de 'liberal elite’, de Ivy League-types die meer empathie voelen voor een met olie besmeurde pelikaan dan voor de arbeiders die hun baan op het olieplatform kwijt zijn. En 'liberal elite’ is makkelijk te verwarren met 'Wall Street-elite’.
Feit is dat Obama in 2008 meer donaties ophaalde op Wall Street dan John McCain. Dit had voornamelijk met opportunisme te maken: Wall Street steunt altijd de partij waarvan verwacht wordt dat ze zal winnen. Sindsdien veroordeelde Obama de hebzucht die de crisis veroorzaakte en maakte werk van financiële hervorming.
Het maakt echter allemaal niet uit: de publieke opinie is om. Daar komt bij dat de huidige economische malaise - nauwelijks economische groei, werkloosheid van tegen de tien procent - de regeringspartij wordt aangerekend, of dit nu terecht is of niet.
Overigens is het de Republikeinen vaker gelukt om kritiek op Wall Street in Democratische schoenen te schuiven. In 1983 erfde de pas gekozen Democratische president Grover Cleveland een financiële catastrofe ('the Panic of 1893’) van zijn Republikeinse voorganger. Cleveland bleek niet in staat de diepe recessie te keren. In 1897 won de Republikein William McKinley de verkiezingen.