IM

Walter Barten (1935-2004): Een begenadigd zwerver

Walter Barten: kunstenaar en schrijver over kunst. Of omgekeerd. Zijn leven speelde zich af tussen Amsterdam en Las Negras. Vanuit zijn huis in Amsterdam bereisde hij een groot deel van Europa om voor de krant over tentoonstellingen te berichten. Zijn huis in Zuid-Spanje was uitvals basis voor bezoeken aan Marokko.

Barten werd op het Vlaamse platteland geboren als oudste zoon van een Waalse moeder en een gereformeerde Hollandse vader. Zijn vader stond erop dat het gezin niet te zeer vervlaamste. Bartens schrijven als «halve Hollander» voor de krant – alles handgeschreven, want een schrijfmachine leren gebruiken, laat staan een computer, heeft hij nooit willen leren – was in aansprekend simpel Nederlands. In zijn kritieken ging het altijd om de bedoelingen van de besproken kunstenaars; hij deed niet aan jargon of egotrippende oordelen.

Spanje en Marokko waren Bartens twee grote liefdes. Eind jaren vijftig was hij voor het eerst in Marokko. Hij woonde in Marrakesj, in een atelier op de grens van de mela en de medina, van de joodse en Arabische wijk. Zijn kennismaking met de Berbercultuur, de oorspronkelijke bevolking voor de komst van de Arabieren, en zijn eerste bezoek aan het Atlas geberg te dateren van deze tijd. In de periode van meer dan veertig jaar waarin hij het gebied bezocht, veranderde niet alleen het land zelf maar ook Bartens houding. In het begin was het vooral het avontuur, het exotische, het zwerven, dat hem aantrok. Later ging hij op andere dingen letten en beschreef bijvoorbeeld de bouw van de dorpen: architectuur zonder dat daar architecten aan te pas gekomen waren. Hij werd chroniqueur van verdwijnende werelden in Spanje en Marokko.

Als kunstenaar debuteerde Walter Barten halverwege de jaren zestig met een tentoonstelling in de Amsterdamse galerie Mokum. Hij verkocht niet veel, maar exposeerde met enige regelmaat. Behalve in Nederland ook in zijn moederland België (Brussel en Oostende) en in Spanje (Almeria en Rodalquilar).

Met schrijven over kunst begon hij in Elseviers Weekblad. In 1969 volgde De Groene Amsterdammer, waarvan hij jarenlang medewerker zou blijven. Later ging hij werken voor Het Financieele Dagblad. Daar werd zijn actieradius door een jongere generatie geleidelijk steeds verder ingeperkt en op het laatst schreef hij alleen nog over Spanje en Italië. Wanneer hij naar Venetië reisde voor de Biennale, sliep hij in de openlucht in de heuvels, zoals hij dat ook bij zijn trektochten in de bergen gewend was. Pas twee jaar geleden, toen hij 67 was, kwam daaraan een einde.

Barten had op zijn achttiende examen gedaan als berggids in het Zwitserse Chamonix, maar ongelukken waren hem niet vreemd. Een jaar of tien geleden maakte hij een bijzonder ernstige val. ’s Nachts verstapte hij zich in de bergen en donderde twee meter naar beneden. Daar lag hij met gebroken ribben en borstbeen, niet in staat zich te verroeren of te schreeuwen. Het duurde tot het einde van de middag van de volgende dag voordat hij werd gevonden. Dat vallen werd, mede door drank, de laatste jaren ernstiger. Twee jaar geleden brak hij zijn pols en kon hij een tijd niet schilderen. Klagen deed hij nooit.

Walter Barten. Een man die in de jaren zestig in een grote zwarte cape met baardje en lange haren door de straat liep terwijl kinderen hem voor «Jezus» uitmaakten. Cactuskweker en fotograaf van verdwijnende bergdorpen in Spanje en Marokko. Kunstenaar en schrijver.