Walvisjacht voor de wederopbouw van Japan

Tokio - Afgelopen weekend was het weer zo ver: een Japanse walvisvaarder spoot in Antarctisch water met een waterkanon een activist van Sea Shepherd van zijn jetski. Dit kat-en-muis-spel zal nog wel even voortduren. Nuchter beschouwd had Japan voordat het jachtseizoen begin december weer van start ging zich met opgeheven hoofd terug kunnen trekken uit de walvisjacht. Een deel van de vloot en de infrastructuur was door de tsunami weggevaagd. Maar in plaats van dit als een aanleiding te zien om schoon schip te maken - want zo groot zijn de interne belangen van de walvissector niet - kende de regering ruim twintig miljoen euro uit het wederopbouwbudget toe aan de walvisvaart. Gefronste wenkbrauwen van landen en organisaties die zich hadden ingezet voor het herstel van Japan waren het gevolg.
Dat de jacht zoveel bijdraagt aan cetologische inzichten (wetenschappelijk onderzoek wordt door Japan nog altijd als reden aangevoerd voor het voortzetten van de jacht) is op z'n minst twijfelachtig. Bovendien staat het vlees bepaald niet als lekkernij te boek. Om toch maar door de voorraad heen te komen is het op veel plaatsen verplicht opgenomen in de lunch van middelbare scholieren. Belangrijkste reden voor het voortbestaan van de jacht is dat geen politicus zijn vingers durft te branden aan het walvisdossier. Het geweld van extreem-rechts, dat alles wat ‘Japans’ is wil beschermen tegen de boze buitenwereld, ligt altijd op de loer. Het beeld van de burgemeester van Nagasaki, die vijf jaar geleden werd doodgeschoten, staat nog op het netvlies.
De kans dat organisaties als Sea Shepherd een halt aan de Japanse walvisvaart kunnen afdwingen, is verwaarloosbaar. Sterker nog, de retoriek van Sea Shepherd sorteert een averechts effect. Neem het embleem van de strijd voor de goede zaak: met een fijne neus voor weinig subtiele verwijzingen kozen de walvisjagers dit seizoen voor de leus 'Goddelijke Wind’ (kamikaze in het Japans), een Japanse oorlogsvlag en een Shinto-poort. Zelfs een politicus die serieus werk zou willen maken van een einde aan de walvisjacht riskeert het niet om het doelwit van dergelijke oorlogsretoriek te worden. Dan nog liever de internationale risee zijn door een obsolete industrie als de walvisvaart in stand te houden.