Walvissenliefde

Deze week verlaat de Canadese ‘eco-warrior’ Paul Watson zijn gevangeniscel in Lelystad. Meteen zal hij de jacht op walvisvaarders weer inzetten. En met de Nederlandse regering heeft hij ook nog een appeltje te schillen.
MET ZIJN ENORME knuisten die doorgaans het stuurrad omvatten pakt Paul Watson twee suikerzakjes van het dienblad met gevangeniskoffie. ‘Dit zakje is mijn schip: 700 ton. En deze is een walvisvaarder: 600 ton.’ Langzaam schuift hij de zakjes naar elkaar toe. ‘Een schip rammen is tamelijk onschuldig. Het volume aan staal absorbeert de schok.’

Tot nu toe heeft Watson op die manier vijf walvisvaarders onklaar weten te maken. ‘De eerste was de Portugese walvisvaarder Sierra in 1979. Het was het meest bevrijdende moment in mijn leven. Dat schip had 25.000 walvissen binnengehaald voordat ik het onherstelbaar beschadigde.’ Voorts heeft Watson nog negen schepen in de haven doen afzinken. Twee IJslandse, twee Noorse, twee Spaanse, twee Portugese en een Thaise. Het is geen agressie, zegt Watson, maar gewoon iemand zijn wapen afnemen.
Paul Watson (46) staat al dertig jaar aan het hoofd van de Sea Shepherd Conservation Society: een guerrilla van vrijwilligers met gedegen militaire opleiding die het opnemen voor de walvis en andere bedreigde zeedieren. Sea Shepherd is het radicale neefje van het logge Greenpeace. Watson vertelt in zijn cel in Lelystad: 'Bij het multinationale Greenpeace met z'n loonbriefjes en pensioenvoorzieningen moet je eerst met iemand naar bed voor je ooit op een boot belandt. Bij ons kunnen fanaten gelijk aan de slag.’
Hoewel Greenpeace ontkent gaat Watson er prat op dat hij een van de oprichters van die organisatie is. 'Bij Greenpeace kunnen ze dat ook niet meer weten omdat ze hun geschiedenis te vaak herschrijven. Maar ik ben blij dat dat niet overgeleverd wordt, want ik voel me net dokter Frankenstein, zo'n afzichtelijk monster heb ik gecreëerd. Ze zijn daar vast ook vergeten dat ik degene was die met het idee kwam om de zeehond met verf te besmeuren zodat de pels geen cent meer opleverde.’
WATSON GROEIDE op in een Canadees vissersdorp en raakte op zijn achtste bevriend met een bever, die op zekere dag gestroopt bleek. Blind van woede nam hij het vanaf die dag op tegen de jagers. Hoornblazend rende hij door de velden om herten te verjagen. Met een vlieger in de vorm van een arend liet hij eenden schrikken. En toen zijn vriendjes het waagden op vogels te schieten, nam hij hen op de korrel.
Hoewel hij eerder oogt als een Viking, beroept Watson zich op Indianenbloed. In de jaren zeventig sloot hij zich aan bij de American Indian Movement in Wounded Knee, South Dakota, alwaar een opstand plaatsvond. Toen het tot bloedige confrontaties met de FBI kwam, trad hij daar op als arts onder de naam Grey Wolf Clearwater. Van de plaatselijke medicijnman leerde hij angst te onderdrukken. Uit die les put hij al dertig jaar de moed om te strijden.
Met name in Noorwegen kunnen ze het bloed van Watson wel drinken. In 1994 werd Watson bij verstek veroordeeld door de rechtbank in het Noorse Lofoten vanwege het tot zinken brengen van de Noorse robbenjager Nybraena in 1992. 'Toen ik in Noorwegen voor de rechter moest verschijnen, heb ik direct laten weten dat ik aanwezig wilde zijn. Dat heb ik ze verteld toen ik in Seattle een ontmoeting met de Noorse politie had. Totdat bekend werd dat de zaak voor zou komen in Lofoten, de plek waar de walvislobby sterk vertegenwoordigd is en waar die boot tot zinken was gebracht. Dus vroeg ik of ik niet elders mocht voorkomen, in Oslo of zo. Maar dat was onmogelijk. Ik heb gezegd: als het per se daar moet, dan heb ik wel graag volledige politiebescherming. Dat konden ze me niet garanderen. Ondertussen werd ik overspoeld met dreigementen. Aan de telefoon zeiden ze dat ze mijn hoofd van mijn romp zouden schieten en dat ik de Noorse gevangenis niet levend zou verlaten. Wat mij te wachten stond in Noorwegen komt overeen met wat een zwarte in Alabama in de jaren zestig kon overkomen. Daarom ben ik niet gegaan. Plus dat ze mij een advocaat aanboden die in het dagelijks leven werkt voor een walvisjager. Toen de uitspraak bij verstek was gedaan, ging ik in hoger beroep. Maar dat werd simpelweg afgekeurd.’
HET VONNIS was nog geen maand oud toen Watson met zijn schip 'Whales Forever’ op volle zee de strijd aanging met een Noors marinefregat. Voor de Noorse kustwacht was dat het eerste militaire optreden sinds jaren. Op verzoek van de Noren werd zijn naam op de Interpol-lijst van internationaal gezochte personen gezet. Begin april werd Watson op Schiphol gearresteerd.
Dat was het startsein van een goed geoliede publiciteitscampagne. De Amerikaanse acteur Martin Sheen sprak een reeks televisiespotjes in: 'Norway is out to get Watson, because Norway is out to get the whales.’ In april drongen Mick Jagger, Richard Donner - producer van Free Willy - en Linda Blair er bij de Nederlandse regering op aan Watsons uitlevering aan Noorwegen te voorkomen. Brigitte Bardot trok Van Mierlo aan zijn vest en sprak er later ook met Chirac over. Watson: 'Beroemdheden zijn een welkome aanvulling in onze strijd tegen de jacht op walvis en zeehond. We leven namelijk in een mediawereld. Elke steunbetuiging is een acupuncturele steek waarvan het effect zich door het hele lichaam verbreidt.’
Warner Brothers bood Watson al 60.000 dollar voor de rechten voor de verfilming van zijn leven. Beroemde Hollywoodse vrienden zijn nu bezig met een film over Sea Shepherd. Met de inkomsten uit deze ondernemingen financiert Watson bijzondere projecten. Via een nep-BV kocht hij een onderzeeër van nota bene de Noorse regering. Ongezien sluipt Watson er havens mee binnen. Met een ingenieuze boorinstallatie is elke walvisvaarder nu nog beter te saboteren.
Vorige week maandag verklaarde de Haarlemse rechter het Noorse verzoek tot uitlevering weliswaar ontvankelijk, maar oordeelde ze tegelijkertijd dat Watson zijn gerechte straf (tachtig dagen) al in Nederland had uitgezeten. Over die uitspraak is Watson zeer teleurgesteld. 'Omdat ik driekwart van mijn straf al uitgezeten heb, gaat die uitlevering weliswaar niet door, maar Nederlandse steun aan de Noorse walvisslacht is onloochenbaar. Mijn vrijlating mag die verwerpelijke stellingname dan verhullen, ik vind het toch erg verontrustend. Noorwegen wilde Sea Shepherd als symbool voor walvisbescherming beschadigen. Nederland heeft daaraan meegewerkt.
Tijdens besprekingen van de Internationale Walvisvaart Commisie zegt Nederland wel altijd krachtsinspanningen te doen om de walvis te beschermen, maar nu de mogelijkheid er ligt wordt gezwegen als het graf. Het is net als in 1995, toen Nederland het initiatief zou nemen tot een nadrukkelijk verzoek aan Noorwegen om de illegale walvisvaart aan te pakken. Noorwegen zei: ach, donder toch op. En nooit heeft Nederland meer het lef gehad om daadwerkelijk actie te ondernemen. Er is een moratorium op walvisvangst ingesteld en daar heeft ieder land zich aan te houden. Noorwegen lapt die regels aan zijn laars. Ik eis een statement van minister Sorgdrager, minister Van Mierlo en vooral Van Aartsen, want als minister van Landbouw is hij de gedelegeerde van de Internationale Walvisvaart Commissie. Ik wil hem hardop horen zeggen dat Nederland niet akkoord gaat met de Noorse handelwijze. Bij geen gehoor moet er gedreigd worden met economische sancties. Dat is de enige taal die Noorwegen begrijpt.’
VRIJDAG 20 JUNI verlaat Watson als een vrij man de penitentiaire inrichting in Lelystad. Dan vertrekt hij meteen naar Bremerhaven, waar zijn schip 'Whales Forever’ al maanden in de trossen ligt. De hondstrouwe leden van de Sea Shepherd Conservation Society hebben achterstallig onderhoud tot in de puntjes uitgevoerd. Watson zegt direct de jacht te willen openen op de illegale walvisvaarders die weer zijn uitgevaren.
Watson: 'Wie weet hoeveel walvissen er ondertussen alweer gedood zijn. We gaan de vloot gelijk traceren. Daarna, in oktober, zal Sea Shepherd afzakken naar Monaco om het beleg van de Internationale Walvisvaart Commissie bij te wonen. Die walvisvaarders zijn barbaren. Kijk wat ze met mijn sympathisanten hebben gedaan. Ze zijn bedreigd en hun huizen zijn in brand gestoken. Sommigen zitten ondergedoken in Zweden. Dat is me wel eens verweten maar ik kan dus absoluut geen medelijden opbrengen voor bij voorbeeld de eigenaar van de boot die zonk in Lofoten. Die mensen zijn geen arme vissers. Die zijn stinkend rijk. Een Noorse visser heeft goede inkomsten. En niet van de walvisjacht, dat is gewoon een hobby van ze. Achterlijke genocide noem ik dat.’