H.J.A. Hofland

Wanbeheer

Laten we eens proberen om ons de toestand in de wereld van 2008 voor te stellen.Een van de belangrijkste hoofdstukken van de Nederlandse buitenlandse politiek gaat over de invloed die wij als kleine, trouwe bondgenoot kunnen uitoefenen op het beleid van de allianties waarvan we deel uitmaken, in dit verband in de eerste plaats de Navo. Verder hebben we, sinds 1941, zeer vriendschappelijke betrekkingen met de Verenigde Staten. En we steunen de internationale rechtsorde. Binnen deze formaties is ook Nederland sinds een jaar of zes betrokken bij de strijd tegen het internationale terrorisme.

Al vroeg hebben we binnen dit kader, op grond van betwijfelbare juridische overwegingen en misleidingen, onze grote vriend steun betuigd voor de aanval op Irak, eerst theoretisch, toen daadwerkelijk militair. De finesse van deze besluitvorming wordt door het kabinet hardnekkig geheim gehouden en een meerderheid van het parlement legt zich daarbij neer. Intussen is voor de Amerikanen, en de Irakezen niet te vergeten, deze oorlog tot een ramp geworden.

Terwijl in de Nederlandse zomer het nieuws op de televisie en in de gratis kranten wordt beheerst door misdragingen van de jeugd in zuipketen en bij voetbalwedstrijden, de paddo’s en de Engelse overstromingen – ik onderschat het belang van dit alles niet – is onze grote vriend in staat van radeloze verwarring geraakt. Letterlijk: radeloos. Een meerderheid van het Congres wil Irak verlaten, zo snel mogelijk. De bushisten geloven nog altijd dat blijven de beste oplossing is. Dat heeft tot dusver honderdduizend Irakezen en meer dan 3600 Amerikanen het leven gekost. Nu is het volgende experiment begonnen. Vorige week hebben de bushisten in de Senaat opnieuw een ronde gewonnen, omdat de meerderheid van hun tegenstanders te klein was. In de polls is de bijval voor de president intussen tot dertig procent geslonken.

Wat hebben wij daarmee te maken? We zijn al lang weg uit Irak. En nu onze aanwezigheid in Afghanistan tegen de officiële verwachtingen in toch een ‘vechtmissie’ is geworden, blijven we het daar goed doen. Slag bij Chora gewonnen! En we kunnen die arme Afghanen nu niet in de steek laten. Binnenkort moeten we besluiten of we daar na 2008 nog twee jaar zullen blijven. We zullen ons door de terroristen, de Taliban, al-Qaeda niet laten kisten! We blijven. Dat is, bij de betrekkelijke onverschilligheid van de publieke opinie, de vigerende stemming in Den Haag.

De werkelijkheid is dat, ondanks de aanwezigheid van een 35.000 man sterke troepenmacht (verdeeld over 37 landen), de Taliban sinds al meer dan een jaar, volgens westerse waarnemingen, in voorspoedige staat van wederopbouw zijn. Dat blijkt uit de toenemende frequentie van aanslagen. En wat hier niet tot de publieke opinie wil doordringen: de strijd in Afghanistan is een onderdeel van de grote Amerikaanse strategie.

Die is aan het mislukken, gedeeltelijk doordat onder de Amerikaanse strijdkrachten afdelingen zijn die even kras te werk gaan als in Irak. Onlangs heeft president Karzai er bij Washington boos op aangedrongen wat voorzichtiger te zijn met de burgerij. Bij iedere fout die ‘wij’ – de Amerikanen zowel als de soldaten van Isaf – maken hebben de Taliban en al-Qaeda baat. En terwijl de zeventienhonderd Nederlandse soldaten in Uruzgan dapper hun best doen, brokkelt het grote front waarvan ze deel uitmaken zichtbaar af.

Het grote probleem in wording is Pakistan met president Musharraf. Geen voorbeeldige democraat, wel een trouwe vriend van Washington. De laatste maanden is hij in toenemende moeilijkheden geraakt, aan de ene kant door acties van radicale moslimstudenten, anderzijds doordat hij de gematigden van zich vervreemdt. Ernstiger is nog dat het moeilijk toegankelijke grensgebied tussen Pakistan, Afghanistan en Irak door de vijanden wordt gebruikt om te ravitailleren en op adem te komen. Een adviseur van president Bush heeft nu gezegd dat, als Musharraf daaraan geen eind maakt, de Amerikanen dit gebied zullen bombarderen. Pakistan heeft al geprotesteerd maar het eerste kwaad is gedaan. Goed nieuws voor al-Qaeda. Who Lost Pakistan? vraagt Time zich deze week af.

Zou dit alles ons kabinet niets kunnen schelen? Lezen ze de rapportages van onze ambassades niet? Hebben ze geen diplomatieke en politieke expertise? Zouden onze ministers niet begrijpen dat ze, bezield van wederopbouwlust en dapperheid, in feite de Nederlandse militairen hebben uitgeleverd aan de wereldpolitieke inzichten van een kwakzalver? ‘Wij’ zullen nog wel een jaar in Uruzgan moeten blijven, daar valt waarschijnlijk niets aan te doen. Maar Nederland nu verbinden aan de volgende twee jaar die in 2008 ingaan? Blindelings, zonder een publieke prognose te maken? Zonder op z’n minst er voorwaarden aan te stellen? Dat is zuiver wanbeheer.