Wandelen met je moeder

Vivian Gornick leerde ik kennen door een stuk in het tijdschrift Paris Review, drie jaar geleden. Letter from Greenwich Village heette dat, en ik vond het een van de mooiste teksten over vriendschap die ik ooit had gelezen.

De schrijfster verhaalt hierin van haar vriendschap met Leonard, met wie ze al zo’n jaar of twintig eens per week afspreekt. Ze maken een wandeling, of gaan naar de film, eten samen. Waarom de tekst meteen zo tot me sprak, was de mengeling van liefde en irritatie waarmee ze haar ontmoetingen met Leonard beschrijft. En eigenlijk vooral dit: dat ze niet nog vaker met hem zou willen afspreken, omdat ze iedere keer een beetje moet bijkomen als ze hem net heeft gezien. De duur van een week is precies goed om weer tegen zijn aanwezigheid bestand te zijn. Sterker nog: om er weer zin in te hebben hem te zien. Reden van de irritatie? De graagte waarmee hij de negatieve kanten van alles wat zij vertelt benadrukt, de gretigheid waarmee hij haar aan ieder doorstaan regenbuitje herinnert.

Medium gornick vivian 02 14 1990 1

Vrienden, wat kunnen ze je toch in de weg zitten. En wat kun je ze diep haten, omdat ze je denken te kennen. Het goeie van Gornick is dat ze onmiddellijk ook haar eigen reactiepatroon onder de loep neemt. Dat ze weet hoe haar eigen stem kan klinken. Hoe die gespitst kan zijn op elk mogelijk kreukje, ongemak, ongenoegen bij Leonard. Haar veroordelende stem die zo vaak zijn blik doet ontvlammen, zijn mond doet verstrakken.

Intimiteit. Gornick is er een meester in om die op te roepen, in een speciale mengeling van dialoog en beschouwing, terloopsheid en onmiddellijkheid. Ze blijkt deze manier van vertellen eerder te hebben toegepast, in een memoir die in 1987 verscheen, Fierce Attachments, en die nu net in vertaling is uitgekomen onder de titel Verstrengeld. ‘Over mijn moeder, de liefde en New York’ luidt de simpele ondertitel van een opmerkelijk fijnzinnig en gelaagd egodocument. Gornick is 45 hier, en haar moeder is 77. Inderdaad, inmiddels is de schrijfster 81. Ze is van de generatie van Marilyn French, Gloria Steinem, Shulamith Firestone, oftewel de wegbereidsters van de Amerikaanse vrouwenbeweging in de jaren tachtig. Ik vind het nu vreemd dat ik niet eerder van haar had gehoord. In de Verenigde Staten is Gornick een bekend essayist, zo niet een feministisch icoon. Ze schreef een biografie van Emma Goldman en verschillende essaybundels, waarmee ze werd genomineerd voor de National Book Critics Circle Award. In 1990 schreef ze het spraakmakende coverartikel voor The New York Times: Who Says Whe Haven’t Made a Revolution?: A Feminist Takes Stock. Ze maakt hierin de balans op van twintig jaar vrouwenbeweging: van de verwachtingsvolle opwinding van de jaren zeventig via de meer geharde strijd in de jaren tachtig, tot het besef in de jaren negentig dat bewustzijn niet gelijkstaat aan omwenteling. Tegelijkertijd erkent Gornick dat er definitief iets is veranderd in de man-vrouwverhoudingen, zowel in het denken erover als in het leven van alledag.

Waarom zouden in toekomstige vrouwenlevens veranderingen minder ingrijpend zijn?

In feite is Verstrengeld een prachtige persoonlijke illustratie van de revolutionaire veranderingen die zich op het gebied van de sekseverhoudingen in de afgelopen decennia hebben voorgedaan. Misschien naïef, want waarom zouden in toekomstige vrouwenlevens veranderingen minder ingrijpend zijn, maar toch zullen de wrijving en de confrontatie voor moeders en hun dochters nooit meer zo groot zijn. Denk ik. De wereld die Gornick oproept, via herinneringen aan haar jeugd in de Bronx en de gesprekken met haar moeder al wandelend langs de ankerplaatsen van hun gedeelde leven op Manhattan, is er eentje bevolkt door vrouwen die het huishouden bestierden, de kinderen grootbrachten, hun man min of meer ter wille waren. De dochter kent het, snapt het, en tegelijkertijd is het het leven waaraan ze zelf voortdurend bezig is geweest te ontsnappen.

Gornick schrijft zintuiglijk en gedetailleerd; ik zie de buurvrouwen oftewel tantes uit hun raam leunen, ruik het wasgoed dat tussen de smalle straten aan een wirwar van lijnen hangt te wapperen. Dit is geen kwestie van simpele anekdotiek, of gezellig gebabbel. De grote aantrekkingskracht van deze memoir is dat het een schrijversmemoir is, waarin het schrijven op zich ook onderwerp is. In het in 2001 verschenen The Situation and the Story geeft Gornick schrijftips aan de hand van haar eigen favoriete essayisten en memoiresschrijvers. De centrale vraag: hoe komt het toch dat sommige schrijvers je het idee geven de waarheid te vertellen, terwijl de zinnen van anderen erbij liggen als dode honden? Hoe komt het dat je zelf soms niet anders dan dode honden lijkt te kunnen voortbrengen?

Gornick gaat de vaak ongemakkelijke waarheid niet bepaald uit de weg. ‘Mijn relatie met mijn moeder is niet goed en met het klimmen der jaren lijkt die vaak slechter te worden’, schrijft ze al op een van de eerste bladzijden. De precisie waarmee Gornick hun gebekvecht over vrouwen, mannen, seks, geld en werk oproept, is echter een daad van liefde en loyaliteit op zich. Een mooie opmaat lijkt me naar de vertaling van de memoir die vorig jaar van haar hand verscheen, The Odd Woman and the City, waarin we goddank ook vriend Leonard weer tegenkomen.


Beeld: Vivian Gornick, 1990 ( Laverne Harrell Clark)