De Franse elite houdt ongelijkheid in stand

Wandelende handen

De rechtszaak tegen oud-IMF-topman Dominique Strauss-Kahn heeft het Franse feminisme doen oplaaien. Maar achter die battle of the sexes gaat een ouderwetse klassenstrijd schuil.

WAAR ZOU Dominique Strauss-Kahn hebben gegeten op maandag 22 augustus, de dag dat de aanklacht tegen hem werd ingetrokken? Toen ‘DSK’ begin juli op borgtocht vrijkwam, was zijn eerste bestemming 'Scalinatella’, een chique Italiaans restaurant op de Upper East Side in Manhattan. Het leverde fraaie snapshots op van Strauss-Kahn en zijn vrouw Anne Sinclair die samen de vrijheid vierden door een bord pasta met truffel te bestellen. Het was niet de eerste keer dat het echtpaar aan de dis werd gefotografeerd. Wie de archieven doorbladert, krijgt al snel een beeld van Strauss-Kahns eetgewoonten. Zo blijkt hij een vleeseter. Behalve truffel behoort de Amerikaanse klassieker van hamburger, friet en cola tot zijn favorieten.
Tezamen vormt de fotoserie 'Strauss-Kahn en Sinclair aan tafel’ een tableau dat verwijst naar de debatten die l'affaire DSK (zie kader) in zijn thuisland heeft losgemaakt. Het is niet moeilijk om DSK’s hang naar exquise producten aan te voeren als bewijs voor de privileges die de Franse elite geniet. Zijn liefde voor vlees - volgens postmoderne filosofen bij uitstek een teken van mannelijkheid - kan met een beetje goede wil worden gezien als symbool voor het seksisme in de Franse cultuur. En het bleek die Franse cultuur - seksistisch volgens de critici, warmbloedig volgens de liefhebbers - die in de nasleep van de zaak-Strauss-Kahn de meningen verdeelde. In haar eigen krant stelde Le Monde-hoofdredacteur Linda Kaufmann dat het debat over la parité, een elegante Franse term voor sociale gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, opnieuw moest worden gevoerd. De linkse krant Libération publiceerde een interview met negen vrouwelijke Kamerleden die zeiden 'ziek te worden’ van het machismo in de Franse politiek. De Assemblée Nationale was volgens het negental een arena waar ze maar beter niet in rok konden verschijnen, om grove grappen te voorkomen.
Maar de eerste feministische spandoeken gingen daags na de arrestatie van de IMF-topman nog niet de lucht in of de tegenaanval werd geopend. Le Figaro sprak van een opleving van traditioneel slachtofferfeminisme omdat vrouwen kozen voor de aanval in plaats van voor 'verlichte dialoog’. Elisabeth Badinter, hoogleraar filosofie en grande dame van het Frans republikeins feminisme, liet in The New Yorker weten weinig op te hebben met haar verontwaardigde seksegenoten. Volgens Badinter misbruikten zij de rechtszaak tegen Strauss-Kahn om aandacht te vragen voor hun strijd tegen seksisme. 'Obsceen’, vond ze het. Niet onbelangrijk: Elisabeth Badinter en haar man, de oud-minister van Justitie Robert Badinter, zijn goed bevriend met Dominique Strauss-Kahn en Anne Sinclair.
Voor buitenlandse commentatoren bleek de affaire-DSK vooral aanleiding om een aantal Franse stereotypen op te poetsen. Elaine Sciolino, chef Frankrijk voor The New York Times, publiceerde een boek waarin ze uitlegde dat verleiding het wezenskenmerk van de Franse maatschappelijke verhoudingen vormt. De oud-IMF-topman komt voor in het boek als een grand séducteur waarover binnen de Parijse beau monde graag wordt gegniffeld.

DE AFFAIRE-DSK, kortom, deed even een aloude strijd russen de seksen oplaaien. Daarna werd het stil. De reden: in Frankrijk ligt het openbare leven in de zomer nagenoeg plat. Restaurants zijn dicht, kranten flinterdun en de wandelaars op de Parijse boulevards zijn Chinezen en Amerikanen. Maar waar men augustus traditioneel luierend doorbrengt op het platteland of aan de Côte d'Azur gebruikte een deel van de Franse intelligentsia de luwte van de zomervakantie om de messen te slijpen en het debat een nieuwe wending te geven.
Een van hen is Natacha Henry, historica en essayiste met een aantal boeken over de Franse man-vrouwverhoudingen op haar naam. 'De affaire-Strauss-Kahn heeft het debat over seksisme in de Franse cultuur opnieuw aangewakkerd’, zegt Henry over de telefoon. Wat haar betreft betekent het seponeren van de strafzaak niet dat het debat nu voorbij is: 'Frankrijk lijdt onder wat ik “le paternalisme lubrique” noem, de gewoonte van hooggeplaatste mannen om de carrière van jonge vrouwen een duwtje te geven in ruil voor seksuele gunsten. De affaire-DSK maakt mensen alerter op de wijze waarop de elite seksuele druk uitoefent op hun ondergeschikten.’
Henry krijgt bijval van Henriette Zoughebi, vice-president van de regio Île-de-France namens de communistische partij. De term 'paternalisme lubrique’ wil ze liever niet gebruiken, maar ze herkent wel wat Henry bedoelt. 'Frankrijk is een patriarchale samenleving die stoelt op een combinatie van geld, seks en macht’, aldus Zoughebi. 'Voor mij is Strauss-Kahn het symbool van het type elite waar Frankrijk zich aan onderwerpt.’
Zowel voor Henry als voor Zoughebi lijken elitisme en seksisme twee kanten van één medaille. De hooggeplaatsten, die elkaar kennen van grandes écoles en elkaar later tegenkomen in hun rol als politicus, tv-presentator of hoofdredacteur, vormen volgens hen dezelfde groep die het seksisme overeind houdt. Is de strijd voor la parité tegelijk een klassenstrijd?
Volgens Natacha Henry wel. Binnenkort verschijnt het eerste boek over de DSK-affaire met daarin een van haar essays over het onderwerp. De titel: Comment les notables sexistes creusent le retard Français, vrij vertaald: hoe seksistische notabelen Frankrijk achterlijk houden. Volgens Henry houdt een kleine kaste 'veilig genesteld in de wereld van de media, de financiële sector en de politiek’ tegelijk sekse- en klassenongelijkheid in stand. Ze roept op niet meer te zwijgen over die notabelen met hun mains baladeuses ('wandelende handen’).
Maar volgens Isabelle Germain, journaliste en oprichter van de feministische nieuwssite les nouvelles news, lijkt een retour à la normale de meest waarschijnlijke uitkomst van de affaire. 'Even leek het erop dat de woede over het seksisme zich ook op de elite zou richten, maar de gelederen sloten zich al snel’, legt ze uit tijdens een telefonisch interview. 'De socialistische partij, die met Strauss-Kahn een gooi naar het presidentschap hoopte te doen, ging volledig op in het idee dat zíj het slachtoffer waren.’
Net als Henry vindt Germain de geslotenheid van de Franse elite een minstens zo groot probleem als scheve man-vrouwverhoudingen. 'Het label “feminist” werkt als een rem op je carrière’, aldus de journaliste. 'Vrouwen als Christine Lagarde en Ségolène Royale hebben carrière kunnen maken op de ongeschreven voorwaarde dat ze zich niet al te duidelijk als feministe presenteren.’ De enige salonfähige voorvechters van vrouwenrechten zijn de actiegroepen die opkomen voor allochtone vrouwen in de banlieues, meent Germain. 'Sarkozy omarmde deze beweging aan het begin van zijn presidentschap, maar hun populariteit wordt volgens mij verklaard door het feit dat ze geen directe bedreiging vormen voor de witte, mannelijke elite.’
Wat Germain betreft stelt de feministische verontwaardiging die Strauss-Kahn losmaakte dan ook niet al te veel voor: 'De feministische beweging in Frankrijk is enorm verbrokkeld. Bovendien is het simpelweg ongunstig om als feminist bekend te staan. Als economisch journalist spreek ik veel vrouwen op hoge posities. Tijdens interviews benadrukken de meesten dat ze niet als feminist willen worden neergezet. Zeker aan de top van politiek en bedrijfsleven vind je absoluut geen feministische cultuur.’
Natacha Henry legt de oorzaak bij het 'falen van het de Franse intellectuele elite die mensenrechten vooral als mannenrechten hebben geïnterpreteerd’. Volgens Henriette Zoughebi is het Franse feminisme juist té intellectueel: 'Als er in Frankrijk al over de positie van vrouwen wordt gesproken, gaat het vooral om abstracte zaken. Het is eerder een intellectuele discussie over gelijke rechten, maar de werkelijke problemen worden daar niet mee gedekt. Tachtig procent van de Fransen die in armoede leven, zijn allochtone vrouwen. Dit soort sociaal-economische vraagstukken zijn minstens zo belangrijk als man-vrouwverhoudingen.’

DE WOORDEN van Henry, Germain en Zoughebi leggen bloot waar het werkelijk wringt. Alle drie hebben zowel moeite met het machismo in de Franse samenleving als met het salonfeminisme waar vrouwen als Elisabeth Badinter de verpersoonlijking van zijn. Germain noemt het een 'bourgeois’ type feminisme, iets voor vrouwen die de mond vol hebben van gelijkheid en zelfbeschikking, maar zwijgen als de positie van de elite ter sprake komt. Iets wat volgens Zoughebi niet snel zal veranderen zolang het debat voornamelijk wordt gevoerd tussen hoogopgeleide vrouwen op de pagina’s van intellectueel georiënteerde kranten. Henry vat de tragiek van het Franse feminisme puntig samen: 'Uiteindelijk is loyaliteit aan vrienden belangrijker dan loyaliteit aan sekse.’
Met de woorden van Henry in het hoofd krijgen ook de vele foto’s van Dominique Strauss-Kahn en Anne Sinclair aan tafel een extra lading. Velen spraken hun verbazing uit over de onvoorwaardelijkheid waarmee Sinclair haar man bleef steunen. De totale borgsom van zes miljoen dollar kwam uit háár portemonnee. Maar daarmee missen ze een cruciaal punt. Stand by your man is in dit geval eerder een geval van stand by your class. De opstelling van Badinter - geen commentaar, behalve een uithaal naar vrouwelijke DSK-critici - lijkt vanuit hetzelfde motief ingegeven.
Zo komt de ophef die de val van DSK losmaakte in een ander perspectief te staan. Natuurlijk, zijn vermeende handelingen in de New Yorkse hotelkamer zullen lang het ijkpunt blijven van elke Franse discussie over het seksisme waarvan de Franse samenleving is doortrokken, is de voorspelling van Zoughebi, Germain en Henry. In ieder geval was het de afgelopen maanden voer voor opiniestukken en demonstraties en gelet op de verrassende ontknoping van de strafzaak tegen DSK is Frankrijk er nog niet over uitgepraat. Maar alle drie lijken te vrezen dat zolang het gesprek zich afspeelt tussen een klein clubje dat elkaar uit het Parijse societyleven kent het bij praten zal blijven. Het zijn de truffels op het bord van DSK, misschien nog wel meer dan zijn wandelende handen, waar Frankrijk zich zorgen over moet maken.


De affaire-DSK
14 mei: Dominique Strauss-Kahn wordt gearresteerd op John F. Kennedy Airport in New York. Nafissatou Diallo, een 33-jarige hotelkamerbediende, heeft een aanklacht tegen hem ingediend. Strauss-Kahn zou Diallo hebben gedwongen tot seks toen zij zijn hotelkamer binnenkwam. DSK wordt vastgezet in de Rikers Island-gevangenis.
18 mei: DSK dient zijn ontslag in als directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds.
19 mei: DSK mag de gevangenis verlaten, maar krijgt huisarrest opgelegd in een New Yorks appartement.
6 juni: DSK komt voor in de rechtbank in Manhattan. Hij pleit onschuldig te zijn.
30 juni: volgens The New York Times is de zaak tegen DSK op losse schroeven komen te staan. Aanleiding zijn twijfels over de betrouwbaarheid van Diallo als getuige. Ze zou eerder hebben gelogen tijdens haar immigratieprocedure en tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over Strauss-Kahn.
1 juli: DSK komt op borgtocht vrij. Zijn vrouw, de televisiejournaliste Anne Sinclair, betaalt de borgsom van zes miljoen dollar.
4 juli: de Franse schrijfster en journaliste Tristane Banon doet aangifte tegen DSK. In 2002 zou hij gepoogd hebben haar te verkrachten tijdens een interview.
8 augustus: Diallo begint een civiele procedure tegen Strauss-Kahn. ‘Het bewust toebrengen van emotioneel letsel’, luidt de aanklacht.
17 augustus: een medisch rapport van de artsen die Nafissatou Diallo onderzochten na DSK’s arrestatie lekt uit. Volgens het rapport had Diallo lichamelijke beschadigingen opgelopen die het gevolg waren van seksueel verkeer.
22 augustus: de aanklagers van DSK verzoeken de rechtbank om de verkrachtingszaak te seponeren. De civiele procedure loopt nog.