Eenheidtijdplaatshandeling

Wanden van huid

De Spaanse renaissanceschrijver Lope de Vega vat de essentie van toneel in een woordenflits: ‘twee plankieren en één hartstocht’. De vorige maand overleden Vlaamse dramaturg Marianne Van Kerkhoven ziet die planken als een vrijhaven in de kosmos, omringd door ‘wanden van huid met poriën die ademen’. Maar hoe de ingeademde stofdeeltjes te ordenen?

De Griekse allesweter Aristoteles bedacht voor het toneel van zijn tijd (tragedies over mensenkinderen in botsing met kosmische krachten die zij niet begrijpen) 23 eeuwen geleden een soort ordenend principe. Hij noemde het: eenheid van tijd (niet lánger dan 24 uur), plaats (wat zich elders afspeelt wordt via bodeverhalen verteld) en handeling (één, niet meer). Maar hoe werk je daarmee? Kan het wel? Is kunst niet ook een wereld uit balans, wanorde? Maatschappij Discordia maakt er een voorstelling over. En noemt deze ‘moderne revue naar antiek voorbeeld’: eenheidtijdplaatshandeling. De plankieren liggen schuin op de vloedlijn. Er zakt soms een doek. Maar meestal hangt het. Hoog. De aangekondigde poppenkast duurt slechts enkele seconden.

Medium toneel 20131001 nien 131001 0135

Veel scènes hebben kop noch staart en ook geen lijf. Dus het zíjn helemaal geen scènes. Tot zo ver de overeenkomsten met ‘toneel’. Alles speelt in het hier en nu. De spelers lijken zoiets als een verleden of een context of een betekenis of een vergezicht te vermijden. Wat lastig gaat. Dus duiken afdrukken van verleden, context, betekenis of vergezichten even snel op als ze weer verdwijnen. Vijf toneelspelers op zoek naar hun oorsprong. Al heel lang het favoriete thema van Discordia. Het onderwerp raakt ook niet uitgewoond. Vijf eeuwen voor we onze jaren begonnen te tellen vanaf Christus bedacht een oude Griek de eerste toneelteksten die zich aan de coherentie van plaats, tijd en handeling lijken te houden. Aeschylos. Hij schreef zijn tragedies in een kale lemen hut aan zee. Die zee is hier ook. Hoor je hem nog als je er zo dichtbij woont? Hoe klinkt de zee eigenlijk? En trouwens, waar is de zee? Als een toneelspeler dat vraagt wijst iedereen een andere kant uit. De toneelspeler koestert ondertussen liefdevol een stuk hout dat een paard voorstelt. Als een van zijn collega’s streng zegt dat het een paard ís, antwoordt de toneelspeler bars: nee, het is een stuk hout.

Hemelsbreed een kilometer verderop, in de Stadsschouwburg van Amsterdam, speelde afgelopen weekend een troep acteurs uit Griekenland Homerus’ Ilias. Vijf uur met drie pauzes. Affiches en folders schreeuwden ons tegemoet dat dit toneel van ‘wereldklasse’ is. De wanden waren van gewapend beton. Ze ademden niet. Er werd veel geschreeuwd. Nederlands boventiteld. Ik hield de vertoning in de tweede pauze voor gezien. Deze Ilias was een klap in het smoelwerk van veertig jaar Nederlands toneelspelen. Deze Ilias was bij elkaar gewinkeld door een snobistische schouwburgdirectie die het principe lijkt te huldigen dat de eenheid van ver, duur groot de basis van het eigentijdse toneel dient te zijn. Het antwoord daarop bij Discordia, in het kleinste schouwburgje van Amsterdam, zit in een koffertje. Het is het portret van schrijver Peter Handke. Die ons leert dat toneel het spel van vragen is, gespeeld in het uur dat wij niets van elkander weten. Na de voorstelling hebben we nóg meer vragen. Maar we weten wel iets meer. Door die toneelspelers, ook van elkaar. En daarom gaat het.


Maatschappij Discordia, eenheidtijdplaatshandeling_, t/m 12 oktober, Frascati3 in Amsterdam. 27 en 30 november in de Monty in Antwerpen_

Beeld: Bert Nienhuis