FILM

Wanhoop als inspiratie

International Film Festival

Het is maandagochtend en koud en het bijwonen van de persvoorstellingen van het International Film Festival Rotterdam (IFFR) belooft geen pretje worden, te oordelen naar het programma voor de dag. Neem: een ‘werkloze acteur vertrekt zonder reisplan haar het platteland’ (Brazilië). Of een 'intens sfeervol drama over een Latijns-Amerikaan in ballingschap’ (Spanje). Of 'ingetogen drama over een werkloze junk’ (Georgië).
Maar het IFFR staat er niet voor niets om bekend dat de eigenzinnige programmering vaak een belevenis is, een avontuur waarbij de kijker nooit weet wat hem te wachten staat. Wat gaan we zien? Vreemd genoeg is de beloning bijna altijd groot. Hoe werkt dat? Wat obscuur oogt, wordt relevant, wat deprimerend lijkt, blijkt inspirerend. Neem de wereld van Checkie. Arme Checkie. Net als vele Georgische mannen van zijn leeftijd brengt Checkie (45) veel tijd door op straat, altijd één heroïnehit verwijderd van een midlifecrisis. Of erger. Want geweld is nooit ver weg. Over zijn vrouw, van wie hij van tafel en bed gescheiden is, en kind, kan hij slechts dromen. Dan stappen twee politieagenten zijn leven binnen, gangsters in feite, die willen dat hij de zoon van een minister aan de heroïne helpt, om hem te chanteren. Ze beloven Checkie veel geld. Een aanbod dat hij niet kan weigeren. Of wel?
Moraliteit en menselijkheid zijn de leidende motieven in het verrukkelijke Street Days van Levan Koguashvili (Georgië, 2010), een film met een aanstekelijk ritme. Het werk toont het dichterlijke van een leven aan de zelfkant, en daarmee ook het menselijke van personages die op het oog weerzinwekkend zijn. Een onvergetelijke scène: Checkie voor een flatgebouw in Tbilisi. Hij probeert te scoren bij een pusher wiens vader op dat moment op het balkon verschijnt, schreeuwend dat zijn zoon in hemelsnaam zijn leven moet beteren. De oude vader, buiten zichzelf van woede en verdriet, springt naar beneden. Hij valt te pletter voor de verbijsterde Checkie en de pusher. Terwijl de pusher oncontroleerbaar begint te huilen, kan Checkie alleen maar aan de pakjes heroïne denken. Dat is een menselijke reactie. Checkie’s wanhoop is juist een bron van inspiratie; het is afschuwelijk, maar je wilt dat hij scoort, je hebt met hem te doen.
De mogelijkheid de kijker het verhaal in te zuigen is deel van 'het geheim’ van hoe ogenschijnlijk obscure films, gemaakt in alle uithoeken van de aarde, er soms in slagen de kaders van de vertrouwde werkelijkheid te doen verdwijnen. Zo ook de openingsfilm: Paju (Zuid-Korea, 2009) van Park Chan-ok, die in 2003 een Tiger Award kreeg voor haar speelfilmdebuut Jealousy Is My Middle Name. Het verhaal, gesitueerd in het deprimerende provinciestadje Paju, gaat over Joong-shik (Lee Sun-kyun), een jongeman die gezocht wordt door de politie wegens zijn betrokkenheid bij straatprotesten door bewoners van appartementen die moeten worden gesloopt. Joong-shik heeft een donker verleden. En is dus op de vlucht. In Paju trouwt hij met Eunsoo (Shim Yi-young). Haar zusje, Eunmo (Seo Woo) woont bij hen. Na een serie traumatische incidenten vertrekt Eunmo naar India. Jaren later keert ze terug en blijkt dat haar relatie met Joong-shik complexer is dan gedacht.
Meer over het verhaal vertellen zou onverstandig zijn. Want verhaal is alles in deze onvergetelijke film, vooral de structuur ervan. Het is eigenlijk niet meer 'in’ om een verhaal non-lineair in fragmenten te vertellen, maar de wijze waarop regisseur Park Chan-ok dat hier toch doet, is geniaal, dat wil zeggen niet opvallend, maar zo dat desintegratie onafwendbaar deel is van de psychologie van personage én setting. Dat is ook het hoofdthema: het uiteenvallen van de grenzen van 'normaliteit’ waarna seksuele frustratie en begeerte welig tieren en het mysterie van de motivering van de personages zich alleen maar verdiept.
De thematiek van vervreemding krijgt visueel vorm doordat de regisseur bewust werkt met diepe, grauwe kleuren, maar toch gedoceerd kleur als metafoor gebruikt om verschillende verhaalfragmenten en -tijden aan elkaar te koppelen, zoals het beeld van de uitgang van een brandweerkazerne gevolgd door een met rode filters gefilmde slaapkamerscène. Rood staat voor passie, maar ook voor destructie.
Uiteindelijk komt er toch 'orde’ in het verhaal waardoor motieven en narratieve lijnen duidelijk worden en betekenis tot stand komt - hierin ligt de ware schoonheid van Paju. Of: hoe je na het zien van een verhaal vol trieste mensen en gebeurtenissen geïnspireerd een filmzaal kunt verlaten, klaar voor het echte leven.
International Film Festival Rotterdam, 27 januari t/m 7 februari