Toneel

Wanhoop van een leraar

Toneel: De oorlog van Kos van Kai Hensel

Al vaak is geschreven over de permanente strijd tussen docenten en leerlingen. Wedekinds toneelstuk Frühlings Erwachen uit 1891 is daarvan een sprekend voorbeeld. Het lijden van de pubers tegen over de docerende volwassenen staat daarin centraal. In onze literatuur is de korte roman Bint uit 1934 van Bordewijk beroemd ge worden. Een leraar wordt beschreven in een bijna bloedig te noemen gevecht met weerbarstige leerlingen. Het is één tegen velen! Iets dergelijks is ook terug te vinden in De oorlog van Kos van Kai Hensel, een schrijnende monoloog van een leraar die door zijn leerlingen ervan wordt beschuldigd een klasgenoot de dood ingejaagd te hebben door hem een te laag cijfer te hebben gegeven. Het komt niet bij hen op dat vele andere factoren daarbij een rol hebben gespeeld.

In Duitsland is het een veel gespeelde tekst. Dertig ensceneringen zijn tot nu toe bekend. Hensel kreeg in 2002 de Deutsche Jugend Theater Preis.

Het stuk is geïnspireerd op een ware gebeurtenis enige jaren geleden, toen een scholier in Erfurt dertien leerlingen neerschoot. Achteraf bleek dat de jeugdige moordenaar zich achtergesteld voelde, zowel door zijn klasgenoten als door zijn docenten. Dit motief speelt in het stuk van Hensel een grote rol. Loek Zonneveld heeft deze actuele en belangwekkende tekst in Nederland geïntroduceerd, prachtig vertaald en over gezet in een herkenbare Nederlandse situatie. De docent Kos, terecht onpathetisch ge speeld door Erik Koningsberger, is een leraar Nederlands met veel liefde voor zijn vak, die zijn niet reagerende en zwijgende leerlingen belangrijke teksten van onder anderen Hooft, Bloem, Slauerhoff en Reve voorlegt.

Dit tot het einde toe niet van wijken wetende doceren maakt het stuk zo aangrijpend. Want geleidelijk onthult Kos steeds meer over zichzelf, over zijn plaats in het onderwijs, over de relatie met zijn laffe collega’s die hem in zijn strijd niet steunen. Hij zegt meteen in het begin dat tussen hem en de zwijgende leerlingen geen vergelijk mogelijk is en roept uit: «Hoe ik u nog les moet geven, ik zou het niet weten! Geen idee.» En wij, de toeschouwers maar tegelijk ook de toegesproken leerlingen, die nu eens op afstand worden gehouden door een «u» en even later getutoyeerd worden, wij zitten weer in de klas en worden meegezogen in deze tragedie van misverstanden.

Rob Bakker, de regisseur die dit stuk onsentimenteel en met be wust karige middelen presenteert, zegt in het programma: «Kos is een leraar die het slachtoffer is geworden van onderwijsvernieuwingen. Les geven staat voor hem gelijk aan permanente doodsangst.» Daardoor is het stuk meteen in een veel grotere context geplaatst, die van duizenden dappere in de steek gelaten docenten en die van een centraal probleem van onze cultuur: hoe draag ik in deze tijd kennis over? De schrijver laat zien dat inhoud en kwaliteit van het onderwijs alles bepalend moeten zijn. Na alle onverwachte gebeurtenissen in het stuk zegt Kos: «Ik ben de laatste die zijn leerlingen nog iets bijbrengt.» Hij gaat dus door!

Jonge Harten Festival Groningen, 26 november tot en met 3 december. Daarna in de Krakeling te Amsterdam