Wanneer een hengst een ree bespringt

De Kamasoetra, het vermaarde traktaat over seksualiteit, lijkt vooral de lichtelijk ironische evocatie te zijn van een mannelijke fantasiewereld van weelde en onbeperkt beschikbaar vrouwenvlees. Het is een poging om ten minste op papier aan de stringente regels van het sociale systeem te ontsnappen.

VATSYAYANA
KAMASOETRA
Uit het Sanskriet vertaald door Herman Tieken
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 224 blz., € 27,50

JAMES MCCONNACHIE
HET BOEK VAN DE LIEFDE:
DE GESCHIEDENIS VAN DE KAMASOETRA
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 256 blz., € 19,95

Indien we minister Rouvoet, het voorheen strijdbare Opzij en een almaar toenemende stroom documentaires mogen geloven, is het niet best gesteld met de seksuele moraal van de jeugd. Elfjarigen experimenteren met anale penetratie, breezersletjes verkopen hun bakvissenvlees aan de hoogste bieder, internetporno leert jongeren wat de mores bij het neuken zijn en wie nog geen soa heeft is een loser. Geen wonder, vinden de zedenmeesters die over ons gesteld zijn, want vanuit ieder bushokje deinen ons gebronsde billen tegemoet en wat MTV in de avonduren aanbiedt is natuurlijk niets dan vunzigheid, om nog maar te zwijgen van de smakeloze reclame voor anonieme telefoonseks die ’s nachts op commerciële televisiezenders wordt vertoond. Dit land gaat naar de knoppen! Onze beschaving staat op instorten!
Dat er veel slechts en lelijks te beleven valt zal niemand bestrijden, maar dat de bloem der natie volledig gepornoficeerd zou zijn is evidente nonsens. De klacht om het verval der zeden is een onvermijdelijk gevolg van het feit dat ouderen de neiging hebben jongeren om hun levenslust te benijden, en dat wie niet aan zijn trekken komt het ideaal van bevredigende seks wil bezoedelen. Dat is altijd zo geweest, van Cato de Censor tot Andreas Kinneging en van de apostel Paulus tot Sarah Palin. Samenlevingen verschillen onderling in de mate waarin ze repressie weten te effectueren, maar het mechanisme is universeel. En hoe beklemmender de taboes zijn, des te sterker is de fascinatie voor die vreemde handelingen die, mits in de juiste ambiance verricht, voor genot, ontremming en tijdelijk zelfverlies zorgen. Juist dat uit handen geven van controle is wat de moellahs en dominees tegen elke prijs willen voorkomen.
Vooral wat van ver komt is verleidelijk en bedreigend. Een prachtige casus is de geschiedenis van het ontstaan en de receptie van de Indiase Kamasoetra, een methodisch opgezet traktaat over seksualiteit, dat ergens tussen de derde en vijfde eeuw geschreven zou zijn door een zekere Vatsyayana. Van de auteur is niets bekend, bovendien bevat de tekst veel passages waarin Vatsyayana niet zozeer zelf aan het woord is, als wel geciteerd wordt, dus het is goed mogelijk dat wat we lezen een latere bewerking is. Het boek is geschreven in het Sanskriet, net als het klassiek Latijn en het Attisch Grieks een geleerdentaal die eeuwenlang kunstmatig in leven werd gehouden voor religieuze, wetenschappelijke en bestuurlijke doeleinden. Dit impliceert dat de auteur een klein en hoogopgeleid lezerspubliek op het oog had en dat het werk ons niets leert over de gangbare zeden en gewoonten die de Indiërs er achttienhonderd jaar geleden op nahielden.
Het is duidelijk dat het boek tot het genre van de shastra behoort, de systematische verhandeling, zoals ze ook bestaan voor spirituele en bestuurlijke aangelegenheden. In de inleiding tot zijn glasheldere vertaling – de eerste Nederlandse Kamasoetra rechtstreeks uit het Sanskriet – tracht Herman Tieken aannemelijk te maken dat het werk een persiflage op dergelijke geleerde handboeken zou zijn, maar dat lijkt me een te weinig subtiele benadering. Je zou de Kamasoetra kunnen vergelijken met Symposion van Plato (vierde eeuw voor Chr.) en De amore van Andreas Capellanus (twaalfde eeuw), twee beroemde geschriften over de liefde. In beide gevallen gaat het om teksten die als het ware tussen aanhalingstekens staan, die een min of meer fictief discours in het leven roepen en nadrukkelijk meerstemmig zijn. Als je ze gelezen hebt, ben je een heleboel wijzer geworden over erotiek, verlangen en seksuele beschaving, maar het is onmogelijk te zeggen wat de auteur nu precies bedoeld heeft. Waarom zou dat moeten? Ironie en distantie kunnen heel goed samengaan met ernst en waarheid.
De Kamasoetra bestaat uit zeven boeken. Het eerste behelst een theoretische inleiding die het seksleven zijn plaats geeft binnen het geheel van menselijke activiteiten en schetst een beeld van een schatrijke stadselite die alle tijd heeft om zich aan schoonheid en genot te wijden, terwijl het laatste boek niet meer is dan een curieus appendix over afrodisiaca en penisvergroting. De vijf boeken die de kern van het werk vormen, bieden een overzicht van wat er komt kijken bij het bewerkstelligen van een spetterend seksleven, dit alles gedacht vanuit mannelijk perspectief, wat overigens niet betekent dat het vrouwelijk genot wordt veronachtzaamd. Zo theoretiseert de auteur uitvoerig over de kwestie of vrouwen een orgasme kunnen beleven, kennelijk zonder op het idee te komen deze vraag aan een betrokkene voor te leggen.
Het tweede boek heeft de afgelopen eeuw verreweg de meeste aandacht gekregen, omdat het een spectaculaire handleiding in de technische aspecten van de erotiek zou betreffen. Spectaculair is het vooral door zijn hilarische drang tot classificatie en nomenclatuur, waarbij bijvoorbeeld acht typen nagelkrassen worden onderscheiden, die ‘de kras met kippenvel’, ‘de halvemaan’, ‘de cirkel’, ‘het streepje’, ‘de tijgerklauw’, ‘de pauwenpoot’, ‘de hazenhuppel’ en ‘het lotusblad’ heten. Mannen en vrouwen worden onderscheiden naar de grootte van hun geslachtsdelen, hetgeen uitmondt in instructies voor situaties waarin een man van het type ‘haas’ het doet met een ‘olifantskoe’, of wanneer een ‘hengst’ een ‘ree’ bespringt. Allemaal erg leerzaam. De beschreven standjes zijn voor het merendeel tamelijk conventioneel, alleen bij ‘het achteromlopen’ kan ik me niets voorstellen: daarbij ‘staat de man met zijn gezicht van de vrouw afgewend, terwijl zij van achteren haar armen om hem heen slaat. Dit standje vergt veel oefening.’ Gelukkig relativeert de auteur zijn voorschriften ettelijke malen: ‘Dat er een wetenschappelijke verhandeling aan is gewijd/ is geen reden iets ook in de praktijk toe te passen.’ En vooral: ‘Waarom tellen en opsommen!/ Waarom ontleden en ontrafelen!/ Wanneer het liefdesspel goed op gang is,/ telt alleen nog de passie.’
Interessanter zijn eigenlijk de boeken 3 tot en met 6, waarin met veel psychologisch inzicht de omgang met vier verschillende klassen van vrouwen wordt geanalyseerd, respectievelijk het onbedorven meisje, de toegewijde echtgenote, andermans vrouw en de prostituee. Bij dit alles moet men bedenken dat meisjes vaak al voordat ze geslachtsrijp waren werden uitgehuwelijkt en dat echtgenoten gewoonlijk met straffe tucht over hun vrouwen (en harems) heersten, al kwam de praktijk natuurlijk niet altijd overeen met de theorie. Eerder dan een handleiding voor seks met kleine meisjes of overspel met naar bevrediging hunkerende dames lijkt de Kamasoetra de lichtelijk ironische evocatie te zijn van een mannelijke fantasiewereld van weelde en onbeperkt beschikbaar vrouwenvlees. Het is een poging om ten minste op papier aan de stringente regels van het sociale systeem te ontsnappen.
Dat het in de eerste plaats een tekstuele exercitie is, geeft de auteur aan door een veelzeggende analogie met grammatica. De man is het subject, de vrouw het object, samen vormen ze een syntactisch en semantisch correcte volzin. Een mogelijke tegenwerping van de lezer wordt als volgt ontzenuwd: ‘Daar kan tegenin worden gebracht dat waar de verschillende grammaticale onderdelen in een zin samen naar één betekenis toewerken, man en vrouw ieder voor zich een eigen doel nastreven. Daarom zou de vergelijking met elementen uit de grammatica mank gaan. Maar dat is onzin, want er zijn gevallen waarin verschillende personen samen één en hetzelfde resultaat bereiken.’
Als elitaire tekst heeft de Kamasoetra in de loop der eeuwen een zekere vermaardheid gehad in India, maar groot lijkt de verspreiding niet te zijn geweest. Pas in de negentiende eeuw kwamen Britse geleerden het boek op het spoor, en het is de verdienste geweest van ontdekkingsreiziger, libertijn en diplomaat Richard Burton (1821-1890) en zijn jongere vriend Foster Fitzgerald Arbuthnot dat zij uit verstofte Indiase bibliotheken manuscripten hebben laten verzamelen om die via een omweg in het Engels te vertalen. James McConnachie vertelt in Het boek van de liefde het spannende verhaal van de ontdekking, vertaling en eerste anonieme, clandestiene editie in 1883. Onder de Victoriaanse elite bevonden zich exclusieve clubs van decadente lords en zakenlieden, die zich heimelijk organiseerden om kinky seks te bedrijven of peperdure erotica uit te geven. Het was dit circuit dat de verschijning van de eerste Engelstalige Kamasoetra mogelijk maakte, terwijl kerk, staat en medische stand er nog alles aan deden om seksualiteit af te schilderen als vies en gevaarlijk, maar helaas voor de voortplanting onontbeerlijk. Burton had dan ook uitdrukkelijk de bedoeling met dit werk een erotische revolutie tot stand te brengen en een einde te maken aan de ondergeschiktheid van vrouwen en de verkettering van homoseksualiteit.
Het is de vraag of de Kamasoetra daaraan heeft bijgedragen. Gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw heeft het boek vooral in sterk verkorte en gebanaliseerde versies gecirculeerd, vaak van onder de toonbank verkocht, om uiteindelijk te verworden tot een symbool van maakbare en vooral verkoopbare erotiek. Op het SM-eiland van de door Christine le Duc gesponsorde KamaSutrA Beurs, zo leert mij www.kamasutrabeurs.nl, kun je heel dure attributen aanschaffen om zo ingewikkeld mogelijk klaar te komen, en in het Erotisch Doolhof van hetzelfde evenement bevindt zich een Slipless Bridge. Evenmin als Rouvoet geloof ik dat dat allemaal echt nodig is, maar het is een groot goed dat ook dit soort vermaak in de openbare ruimte zichtbaar mag zijn. Met de fijnzinnigheid van Vatsyayana heeft het evenwel niets te maken.