Wanneer grijp je in?

Medium commentaar 35 2017 ingrijpen

Binnen salafistisch Nederland is reuring ontstaan over een gebiedsverbod van zes maanden voor de Haagse haatimam ‘sjeik’ Fawaz Jneid. Dat viel te verwachten. Het is een kleine groep die de seculiere rechtsstaat afwijst maar zich wel op de grondwet beroept zodra het eigen gelijk in het geding is. Wanneer grijp je als overheid in om radicalisering – en mogelijk daaruit voortvloeiend terrorisme – te voorkomen?

Na de aanslag in Barcelona bleek de terreurcel in Ripoll te bestaan uit home grown terroristen die waren geradicaliseerd onder invloed van een imam. Hij werkte eerder in België, werd daar vanwege zijn dubieuze signatuur ontslagen en verdween naar Spanje. De Spaanse politie achtte hem echter ondanks informatie uit België niet geradicaliseerd. En liet hem zijn gang gaan als spilfiguur van de aanslag. De moslimgemeenschap van Ripoll was verbijsterd. Dat dit onder hun ogen had kunnen gebeuren.

Het toont andermaal het dilemma over welke antiterreurmaatregelen wel of niet werken, en wat binnen de grenzen van de rechtsstaat kan. Daarin passen geen gedachtepolitie en geen selectieve maatregelen voor bepaalde groepen – iedereen is voor de wet gelijk. Hiermee wordt geworsteld in Europa, en elders in de wereld, en nu in Den Haag.

Haatimam Fawaz Jneid had in de Verenigde Arabische Emiraten al problemen

Enkele salafistische organisaties en geestelijken stellen in een verklaring: ‘Het is een heksenjacht van de staat tegen eenieder die een andere mening heeft dan de doorsnee publieke opinie.’ Ze noemen het gebiedsverbod een selectieve anti-islammaatregel die alle Nederlandse moslims raakt in hun vrijheden en rechten. In hun gejeremieer krijgen ze steun van een enkele rechtsgeleerde en van Maarten Zeegers die voor zijn boek Ik was een van hen (2016) undercover ging in de Schilderswijk. Want: het verbod zou contraproductief zijn en niets belet Fawaz Jneid om een moskee te beginnen net buiten de grenzen van het gebied of zijn preken uit te zenden via internet. Het is tegen de grondwet en de rechter zal er gehakt van maken. Deze houding doet denken aan de fellow travelers van weleer.

Er staan goede argumenten tegenover om deze radicale sjeik aan te pakken (ook als hij zijn werk ergens anders voortzet), met als achtergronddetail dat hij als imam in onder meer de Verenigde Arabische Emiraten al problemen kreeg, in 1992 naar Nederland vertrok en daar uiteindelijk door het moskeebestuur van de Haagse As-Soennah Moskee als hoofdimam werd ontslagen na ruzie over het sluiten van onwettige, religieuze shariahuwelijken en zijn virulente antiwesterse boodschappen.

Uit een studie van onder anderen Spaanse radicaliseringsexperts blijkt dat het hinderen en opjagen van leiders van radicale netwerken die nog geen strafbare daden hebben gepleegd maar wel jongeren vergiftigen met agressieve denkbeelden – over vrouwen, de seculiere rechtsstaat, homo’s, ongelovigen, ‘foute’ moslims – een effectieve tactiek is als antiterreurwapen. Natuurlijk is niet elke salafist een aanslagpleger in spe, anders zouden er elke dag honderden busjes op mensen inrijden. Wel maakt onderzoek duidelijk dat (internationale) salafistische netwerken een belangrijke schakel zijn tussen onschuldig extremisme enerzijds en jihadistisch terrorisme anderzijds.

Bovenal: de meerderheid van de moslims lijdt onder het extremisme. De islamitische theoloog Mohamed Ajouaou zei in 2015 in een interview in NRC dat het helpt om ‘haatimams te weren en geldstromen van buitenlandse fundamentalisten af te snijden’. Dat is dus juist niet tegen álle moslims gericht. De moslimgemeenschap wil dan ook bijdragen aan het tegengaan van radicalisering binnen de gelederen. Zodat niet achteraf verbazing rijst. Of gezegd wordt: de imam was al lang bekend bij de politie en iedereen zat te slapen.