Want wat is een vrouw alleen?

Renate Dorrestein, Een sterke man. Uitgeverij Contact,285 blz, f29,90
IN 1764 PUBLICEERDE de Engelse schrijver Horace Walpole The Castle of Otranto, een griezelroman die zich op een vervallen en verlaten slot afspeelt, voorzien van alle gruwelen en grimmigheden die bij het spookachtige decor passen. Het eclatante succes van het boek - we zouden het nu een bestseller noemen - maakte dat Walpole tot aan de dag van vandaag een grote schare navolgelingen kreeg en als grondlegger bekend staat van de ‘gotische literatuur’. Opmerkelijk genoeg zijn het juist schrijfsters die de zogenaamde ‘gothic novel’ groot hebben gemaakt. Van de achttiende-eeuwse Ann Radcliff met haar The Mysteries of Udolpho tot de gezusters Bronte, van George Eliot tot Joyce Carol Oates en Angela Carter - ze voelen zich allemaal verrassend thuis in het horror-genre. Vandaar dat de Amerikaanse literatuurwetenschapster Ellen Moers een eigen term muntte voor die bij uitstek vrouwelijke traditie: ‘female gothic’.

Volgens Moers is het geen toeval dat de opkomst van de gotische literatuur samenvalt met de bewustwording van vrouwen in de loop van de achttiende eeuw. Voor schrijvende vrouwen waren hun verhalen en romans een noodluik uit de frustraties en benauwenissen die voortvloeiden uit de beperkte maatschappelijke rol die voor hen was weggelegd. Veel achttiende- en negentiende-eeuwse schrijfsters zaten letterlijk aan het huis van hun vader of man gekluisterd; opsluiting was in hun leven een pijnlijke realiteit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in hun verbeelding gevangenschap en ontsnapping daaruit steeds weer terugkeren. De Amerikaanse letterkundigen Sandra M. Gilbert en Susan Gubar formuleerden het met enige ironie in hun indrukwekkende studie The Madwoman in the Attic ongeveer aldus: terwijl de traditionele mannelijke held zijn ‘night sea journey’ maakt naar het middelpunt van de aarde, de bodem van de zee, de buik van de walvis of het diepst van het woud om de draken van de duisternis te verslaan, maakt de vrouwelijke heldin binnen de muren van haar huis een reis door de krochten van haar innerlijk.
In de female gothic is aldus sprake van een beklemmend begrensde ruimte: een mysterieus kasteel, een afgelegen landhuis, een desolate hotelkamer, een zolder, een grot, et cetera. En binnen die begrenzing is sprake van nogal wat macabere en irrationele elementen: dood, noodlottige ongevallen, gespook, waanzin, dreiging en onontwarbare geheimen. Maar al vinden er nog zo veel groteske gebeurtenissen plaats en zijn er nog zo veel raadsels, uiteindelijk gaat het - en daar wijst Hella Haasse ook op in haar opstel over de 'gothieke vertelsels’ van Renate Dorrestein - om een zoektocht naar de vrouwelijke identiteit. De begrenzing van de ruimte staat immers ook voor de opsluiting in het vrouwelijk lichaam - met alle maatschappelijke consequenties van dien - en voor de overklaarbare innerlijke bewegingen die daaruit voortvloeien.
RENATE DORRESTEIN heeft zelf meermalen aangegeven dat ze in de traditie van de female gothic past. Zij is, naar eigen zeggen, net als de aloude gotische schrijfsters, uitgekookt genoeg om 'het onzegbare buiten de officiele werkelijkheid te situeren’. Met hen deelt ze de hang naar 'het fantastische, het gruwelijke, het gewelddadige, een fascinatie voor broeierige sferen, psychische onevenwichtigheden en zogenaamde waanvoorstellingen, een voorliefde voor grotten, kastelen en andere geisoleerde plaatsen, waar het kwaad zich onherroepelijk zal voltrekken’.
Haar zojuist verschenen roman Een sterke man lijkt volgens het gotische boekje geschreven. Plaats van handeling is Kerrimagannagh, een eenzaam gelegen landhuis in Ierland dat dienst doet als werkplaats voor kunstenaars. Het huis heeft, heel dorresteiniaans, onverwachte aanbouwen, binnenplaatsen, verspringende dakpartijen, verborgen trappen en ontzagwekkende muren, als 'de wanden van een ondoordringbaar gebergte’. De heldinnen en helden zijn, naast het echtpaar dat het landhuis beheert, befaamde kunstenaars die de zeldzaam eervolle uitnodiging hebben ontvangen om enige tijd op Kerrimagannagh te verblijven. Ze vormen een zonder meer zot gezelschap: een dwergachtige Amerikaanse dichter die een onweerstaanbare 'womaniser’ is; een identieke Ierse tweeling die hun verbijsterende schilderijen in symbiotische samenwerking vervaardigen; een dame van middelbare leeftijd die aan een Ierse versie van Ovidius’ Metamorfosen werkt en daartoe naakt in de bossen bacchantische dansen uitvoert en dreigend over zoenoffers spreekt - Dorrestein knipoogt daarmee vrolijk naar Donna Tartt -; een alcoholische keramiste; een lesbische ex-non die immorele ikonen maakt; enzovoort. En daar kan Bunty, het onvermijdelijke huisspook, nog bij worden opgeteld. Opvallend is bovendien dat de gasten nogal wat doden en 'tragische ongevallen’ op hun geweten hebben.
Zoals het een gothic novel betaamt, heeft Een sterke man een bizarre, gecompliceerde en dreigende intrige. De kunstenaars verblijven in het landhuis op invitatie van Stephen O'Shaugenessy, die, zo blijkt al snel, hen niet alleen verzamelt op basis van hun naam en faam. Nee, hij lijkt zich eerder te bekommeren om het 'groepsproces’: juist een stakkerige buitenstaander of een geboren loser kunnen een vitale rol spelen en ervoor zorgen dat de gasten hun eigen identiteit opgeven zodat er een creatieve omwenteling plaatsvindt. Zo nodigt Stephen Walter Hyde uit, een onsmakelijke kolos die de anderen met bijbelcitaten en hel en verdoemenis om de oren slaat. Het moge duidelijk zijn dat Stephens duivelse experimenten met mensen noodlottige gevolgen zal hebben. Zoals een van de personages zegt: 'Bij Agatha Christie loopt dat meestal op moord uit.’
Een sterke man begint als de moord, of het afschuwelijke ongeluk, al heeft plaatsgevonden. De roman bestaat uit de getuigenverklaringen die vier van de gasten bij een inspecteur van de politie afleggen. Dorrestein presenteert de lezer op die manier een vernuftig en spannend mozaiek: de verschillende verhalen grijpen langzaam in elkaar, de ontknoping wordt niet expliciet weergegeven - iedereen kan Stephen O'Shauenessy hebben vermoord - maar de lezer kan zo zijn eigen conclusies trekken.
DORRESTEIN ZOU Dorrestein niet zijn als ze met de overbekende ingredienten van de female gothic niet tegelijk een spel speelde. Dat deed ze al in Het hemelse gerecht waarin ze Jane Eyre 'terugschreef’: niet de afgedankte vrouwelijke geliefde wordt daarin op zolder opgesloten, maar de trouweloze minnaar. In Een sterke man buit ze het gegeven van de begrenzing op alle mogeljke manieren uit. In de eerste plaats vindt de gevangenschap uit eigen vrije wil plaats: de kunstenaars accepteren hun uitnodiging met graagte. De afsluiting van de buitenwereld is noodzakelijk, althans volgens de filosofie van Stephen, opdat de kunstenaars hun eigen grenzen overschrijden. Op het eerste gezicht lijkt het of het Dorrestein niet om een queeste naar de vrouwelijke identiteit is te doen; de kunstenaars moeten immers juist hun ego opgeven om tot een artistieke explosie te komen. Maar uiteindelijk levert het verblijf in afzondering vooral de vrouwen wel degelijk zelfkennis op. De opsluiting betekent paradoxaal genoeg een mogelijkheid tot bevrijding.
Zoals in al Dorresteins werk loopt de zoektocht naar de eigen identiteit uit op een confrontatie tussen de seksen. Stuk voor stuk projecteren de vrouwen hun verlangen naar houvast op een 'sterke man’, want wat is een vrouw alleen? 'Het slechtst beschermde wezen uit de geschiedenis van de mensheid’, noteert Dorrestein ironisch. En lijkt Stephen, in vergelijking met de zwakke, lamzakkige of incestplegende vaders van veel van de vrouwelijke personages, niet de sterke man bij uitstek? Natuurlijk blijkt Stephen niet zo sterk en volmaakt te zijn als hij zich voordoet. Zijn achilleshiel is zijn zoontje Beryl dat ongeneeslijk ziek is.
OOIT LIET RENATE Dorrestein een van haar personages zeggen: 'De werkelijkheid, daar is al voldoende van. Vertel me liever een goed verhaal.’ Liever laat zij zien dat de werkelijkheid een spiegelbeeld heeft en maakt zij haar schrijvende vlucht daaruit. In Een sterke man vertelt Dorrestein ontegenzeglijk een goed en meeslepend verhaal. En tegelijk biedt zij, anders dan de samenvatting ervan doet vermoeden, meer dan een spiegelbeeld van de werkelijkheid. Met haar vroegere boeken als Noorderzon, Buitenstaanders en Vreemde streken schreef Dorrestein reeds eerder gotische vertelsels die zich op een spookachtig eiland of in een krankzinnigengesticht afspelen, met personages die vliegen op eigen kracht of bloed drinken. Een sterke man is minder grotesk en bizar, dat blijkt alleen al uit de rustiger, minder archaische, gewild grappige stijl van het boek. Bovendien biedt Dorrestein naast alle spanning en grillige groepsdynamiek een aantal ijzingwekkende levensverhalen. Van de Ierse Kate Kerrigan bijvoorbeeld, die na een geschiedenis van misbruik door haar vader ook nog haar dochter verliest door een aanslag van de Ulster Freedom Fighters. Of van de tweeling Jane en Helen Ryan, die eveneens een gruwelijke jeugd achter de rug hebben en hun harmonie gevonden lijken te hebben in hun eeneiige samenwerking.