Wantrouw!

Eerst iets over een misdaad die ik pleegde.
Ik weet dat ik mijn fiets goed op slot moet doen, anders wordt hij gestolen. Toch heb ik mijn fiets niet goed aan de ketting gelegd en dus werd hij ontvreemd. Dat komt doordat ik nooit echt kan geloven dat de mens slecht is. Hoe kom ik aan dat geloof en hoe kom ik eraf? Ik kom eraan doordat ik vaak denk: we hebben er allemaal voordeel bij als we eerlijk en goed zijn. Waarin ik naïef ben is: dat ik er niet aan wil dat anderen mijn inzicht niet delen. Die menen dat je uiteindelijk een voordeel geniet als je steelt. Ik vind dat altijd interessant, want wie steelt is zich bewust van het feit dat hij iets niet heeft wat hij wil hebben. Hoe kun je genieten van iets wat je gestolen hebt? Dat is het naïeve van mij. Hoe kan ik dat tegengaan? Waarschijnlijk is het ’t beste om ook te gaan stelen als er van mij iets is gestolen. Ik moet dan mijn gedrag rechtvaardigen. Ik ga dat doen op een manier die tijdens oorlogen heel gebruikelijk is: het is, beweer je dan, rechtvaardig om een ander te doden want die ander wil mij doden. Het vervelende is dat je dit - deze gedachte - moet oefenen om er ook daadwerkelijk van te genieten.
Ik ga nu een fiets stelen.
Toen dacht ik aan een detective.
Sherlock Holmes, de meesterdetective, was eigenlijk geen sympathieke man. Hij is vaak zeer onaardig tegen de lieve, zoete Watson. Kijk ik nu naar Engelse detectives op de televisie dan zie ik Morse - net als Sherlock Holmes een verslaafde, maar dan aan alcohol. Daziel en Pascoe. De dikke Daziel is ook een alcoholist. En een bullebak. Waking the Dead: de hoofdpersoon is ook een lomperik, met een klein hart, Frost, ook een bruut, een sociale bruut welteverstaan.
Agatha Christie schiep ook irritante detectives. Hercule Poirot is een neuroot, waarschijnlijk homoseksueel. Miss Marple is een irritante bemoeial. Haar intelligentie is daar debet aan, maar ze irriteert daarmee haar omgeving.
In die helden van Christie schuilt wel de reden waarom detectives zo ‘vreemd’ zijn: anders gaat hun intelligentie je te veel hinderen. Je kunt je anders moeilijker identificeren. Het is een fout die vaak in Amerikaanse detective- series wordt gemaakt: de hoofdpersoon is intelligent en sympathiek (Jessica Fletcher). Dat verveelt. Columbo wordt na dertig jaar nog steeds vertoond. Waarom? Omdat hij zo'n sloeber is. Wanneer men te intelligent is, is dat saai. Perry Mason is in de boeken vaak slecht. Die boeken kun je nog lezen. Op de televisie is Perry Mason alleen maar slim: heel saai.
Vervolgens - ik had de fiets - dacht ik aan vertrouwen.
Is iemand vertrouwen beter dan iemand wantrouwen?
Het lijkt vanzelfsprekend, maar wantrouwen lijkt mij altijd beter.
Je bent dan kritischer, alerter, scherper, terwijl bij vertrouwen je niets anders kunt doen dan je overgeven. Veel huwelijken gaan kapot door het wederzijds wantrouwen. Maar als het huwelijk dan stukloopt, blijkt het wantrouwen uiteindelijk terecht.
Vertrouwen is naïef.
Bij de banken gaat het om een 'vertrouwenscrisis’. De crisis was dat men misbruik maakte van onze naïviteit.
De beste attitude is wellicht de meest hypocriete: doe alsof je de ander vertrouwt en zeg dat ook, maar wantrouw de ander zoveel als je kunt.
Trek alles van de ander twee keer na. Lieg!
En als de ander je dan wantrouwt, heeft die gelijk!
Het fundament van de evolutie is continu wantrouwen, anders word je opgegeten en blijk je de zwakste.