Hoofdcommentaar: Verkiezingen vol wantrouwen

Wantrouwen alom

De verkiezingen van 22 januari 2003 hebben vooral verliezers opgeleverd. Het CDA, dat in de campagne enkel en alleen een coalitie met de VVD tot inzet van de verkiezingen maakte, slaagde er niet in de daarvoor benodigde meerderheid te behalen. De partij kreeg er weliswaar een zetel bij, maar de liberalen van Gerrit Zalm wonnen te weinig om de «solide meerderheidscoalitie van twee partijen», zoals CDA-leider Balkenende die voor ogen stond, mogelijk te maken. Niettemin lieten CDA-kopstukken tot op de verkiezingsavond weten een duidelijke voorkeur te hebben voor een kabinet met de VVD, gebaseerd op het strategisch akkoord dat in de zomer van 2002 onder leiding van informateur Donner met de LPF tot stand kwam.

De eenzijdige inzet van het CDA voor een coalitie met de VVD houdt de partij gevangen in een wurggreep. Het was misschien «ongeloofwaardig» om wederom een meerderheid te vormen met de LPF, zei Balkenende daags voor de verkiezingen. Maar de slechte economische tijden maakten een centrum-links kabinet al helemaal niet verstandig. «Dat moesten we maar niet doen», debiteerde hij stellig.

Nu kan hij er niet meer omheen, lijkt het. De Partij van de Arbeid heeft een groot deel van de zetels die ze op 15 mei verloor dankzij het optreden van Wouter Bos weer terugverdiend. «De kiezer heeft gesproken en het CDA zou als democratische partij de uitslag moeten respecteren», zei PvdA-voorzitter Koole in zijn eerste reactie. En veel van zijn partijgenoten spraken hem na, er duidelijk niet gerust op dat het CDA spoorslags van opvatting is veranderd.

Terecht, zo bleek in het slotdebat in de verkiezingsnacht. Want alhoewel je de kiezer volgens Balkenende hebt te respecteren, is de basis voor een coalitie ook «een kwestie van vertrouwen in elkaar». En dat vertrouwen is vooralsnog afwezig. Andere coalities dan CDA/PvdA zijn dus altijd nog mogelijk. Al was het maar omdat het verschil tussen CDA en PvdA zó klein is dat zowel bij de verdeling van de ministersposten als bij het opstellen van een regeerakkoord het CDA op het nieuwe kabinet geen duidelijk stempel kan drukken. Met andere coalities in het achterhoofd zullen de christen-democraten keihard de onderhandelingen ingaan en de PvdA geen strobreed gunnen.

Het scenario van 1977, toen na de verkiezingen maanden zonder succes werd onderhandeld over het tweede kabinet-Den Uyl en op de achterkant van een sigarendoosje uiteindelijk CDA en VVD afspraken maakten, dient zich, in omgekeerde vorm, aan. Hans Wiegel, aan wie het onderhavige siga rendoosje toebehoorde, wees hier woensdagavond terecht op.

D66 of de LPF, door Balkenende noch Zalm expliciet uitgesloten, kan CDA en VVD immers even goed aan een meerderheid helpen. Eerder al gaf D66 bij monde van de gevallen leider De Graaf aan een kabinet desnoods aan een meerderheid te helpen. Op de verkiezingsavond kwam De Graaf daarop terug, omdat D66 te weinig zetels heeft gehaald om «iets te kunnen betekenen». Maar waarom zou de nieuwe fractie luisteren naar haar gesneuvelde leider?

Niet alleen CDA en VVD, ook de PvdA heeft verloren. Noch op eigen kracht, noch na het stellen van de machtsvraag slaagde de partij van Wouter Bos erin voldoende zetels te halen om zelf in de informatie het initiatief te kunnen nemen. Als ultiem middel was na druk van andere partijen de Amsterdamse burgemeester Job Cohen als kandidaat-premier gepresenteerd, maar het mocht niet baten: de partij bleef steken op 42 zetels. Een mooie winst voor Bos, maar de uitslag is door de strijd om de macht tussen CDA en PvdA geflatteerd. Kiezers die normaal gesproken ter linkerzijde van de PvdA zouden kiezen, kozen nu voor de macht. Zonder het beroep op de kiezers, impliciet ondersteund door Femke Halsema (GroenLinks) en Jan Marijnissen (SP), was de PvdA niet zo ver gekomen. Dat maakt de onderhandelingspositie van Bos er niet sterker op.

Niettemin koerst de PvdA aan op regeringsmacht. Dat is begrijpelijk, maar slecht voor de partij als het daadwerkelijk zo ver komt. De mogelijkheden om, zoals Bos wil, de partij vanuit de kamerfractie te hervormen, zijn klein wanneer tegelijk steun gegeven dient te worden aan het kabinetsbeleid. Van dualisme zal dan weinig sprake zijn, al was het maar omdat Bos erop staat zelf de onderhandelingen met het CDA te voeren en zijn naam dus te willen verbinden aan het regeerakkoord.

Hoe veel of hoe weinig A4’tjes dat akkoord ook gaat bevatten, er zál iets op papier komen waar de fractie aan gebonden is. Koren op de molen van GroenLinks en SP die net als onder Paars de PvdA van links zullen aanvallen.

Op rechts zal de kritiek niet mals zijn van de LPF. «De gevestigde orde is nog niet van ons af», sprak Mat Herben woensdagavond. Dan wel in de oppositie, dan wel in een nieuw kabinet met CDA en VVD kan de partij die de geflatteerde cijfers van 15 mei terugbracht naar hanteerbare proporties, een rol gaan spelen. Terecht was de sfeer op de uitslagenavond in Geertruidenberg goed. De LPF is de enige partij die deze verkiezingen écht gewonnen heeft.