Popmuziek: Dawn Brothers en gasten

Warme deken

De persfoto van het Next of Kin-album is een nogal volle. Tien mannen staan er op, en helemaal links een vrouw. Bij nadere bestudering zitten er een paar bekende gezichten tussen. Het Next of Kin-project bestaat eigenlijk uit de optelsom van twee volledige bands, een zanger met een indrukwekkende solocarrière (en daarnaast nog twee bands) en een zangeres, en nog wat gasten.

De bands zijn Dawn Brothers uit Rotterdam (de gastheren) en hun gast het Utrechtse DeWolff (oorspronkelijk uit Geleen), en dan doen onder meer Tim Knol uit Amsterdam (oorspronkelijk uit Hoorn) en Merel Sophie (uit Rotterdam) nog mee.

Dat zijn allemaal muzikanten die hun jaren zeventig kennen, al waren ze toen nog niet geboren. Het mooie aan dit album is dat ze allemaal wel iets hebben meegenomen uit hun voorkeuren, van die voor psychedelische rock van DeWolff tot die voor bluegrass van Tim Knol, maar die grotendeels hebben laten oplossen in een weldadig rijk totaalgeluid. Ze doen ook niet allemaal aan alle nummers mee: ze komen op en gaan weer af, wat dit album de prettig losse sfeer van een jamsessie geeft, maar geen oeverloze.

Alleen al dat opgewekte openingsnummer She Turns My Radio On (dan nog zonder leden van DeWolff en Knol), dat de eerste seconden een ode lijkt aan Down and Out in New York City van James Brown, maar al snel een sprong voorwaarts neemt in tempo en dan pas een reanimatie blijkt van een Jim Ford-nummer uit het vorig decennium, maar dan met strijkers en blazers erbij. Werkelijk, wat een feest. Alleen Little Steven and the Disciples of Soul kregen het dit jaar voor elkaar om zoveel aanstekelijke bravoure te laten opstijgen uit de combinatie van een rockband, blazers en koortjes. Kiest Little Steven, groot liefhebber van Phil Spector, voor een wall of sound, de Dawn Brothers en hun gasten laten hun geluid juist open en transparant, waarbij de blazers eerst strooigoed zijn, en in de finale alsnog mogen uitpakken.

Nog mooier wordt het wanneer de geest van Neil Young op het album neerdaalt, in All in Time, een nummer dat je alleen kunt schrijven wanneer je Youngs album Harvest binnenstebuiten heb geluisterd. Of Tim Knol heet, wat op hetzelfde neerkomt. Zoals het hammondorgel als een warme gloed het nummer binnen straalt: hier hebben mensen met hoorbaar plezier hun talent en hun muziekgeschiedenisliefde laten samensmelten. De zes nummers staan vol met dat soort momenten, waardoor ze je in een prettige roes brengen, en je dan alsnog even opveert door die gitaarsolo en die speelse piano in Let’s Be There Together, of het heerlijke gejank van de pedal steel in Silent Whisperer, een nummer als een warme deken. En wat een groot zanger is die Levi Vis van Dawn Brothers. Ook live, blijkt op de nieuwe versie van de EP met extra livenummers, die het verlangen om dit allemaal op een podium mee te maken nog eens extra aanwakkert.


Dawn Brothers en gasten, Next of Kin (V2 records). De luxeversie verschijnt 23 augustus. Next of Kin speelt 24 augustus op het Once in A Blue Moon-festival in het Amsterdamse Bos. Clubtour in november/december