Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat

Was Büch een echte verzamelaar?

Piet J. Buijnsters
Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat
Vantilt, 479 blz., € 45,-

Van een wereldje dat zo sterk om boeken draait als het antiquariaat zou je verwachten dat het veel literatuur oplevert. Niet alleen omdat antiquaren en verzamelaars dikwijls eigenzinnige, kleurrijke figuren zijn, maar ook vanwege de centrale rol die het geschreven woord in hun leven speelt. Het lijkt voor de hand te liggen dat zij van hun belevenissen, vondsten en conflicten kond doen in memoires of monografieën, maar dat valt tegen.
Gelukkig is daar P.J. Buijnsters, emeritus hoogleraar achttiende-eeuwse letterkunde, die eerder het meermalen herdrukte en aanstekelijke standaardwerk Het verzamelen van boeken schreef. Ook verzorgde hij samen met zijn vrouw een driedelige bibliografie van achttiende- en negentiende-eeuwse kinderboeken. In Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat beschrijft Buijnsters de ontwikkeling van de handel in oude boeken en prenten sinds ongeveer 1750. Behalve uit literatuur, archieven en interviews heeft hij als levenslang verzamelaar van boeken ook geput uit eigen herinneringen en contacten.

De eerste twee eeuwen nemen iets minder dan de helft van het aantal pagina’s in beslag. De rest is gewijd aan de ontwikkelingen vanaf 1940. Hoewel Buijnsters ook in het eerste deel volop oog heeft voor opmerkelijke persoonlijkheden en afzonderlijke boekhandels beschrijft hij hier vooral de grote lijnen, zoals de opkomst van de ‘boekenjoden’ en de verzelfstandiging van het antiquariaat. Tot het begin van de twintigste eeuw was het antiquariaat vaak een afdeling van een algemene boekhandel, al dan niet gecombineerd met een uitgeverij.

In het gedeelte over de naoorlogse periode tuimelen de namen nogal eens over elkaar en dreigt het boek soms te ontaarden in een dorre opsomming. Zo geeft Buijnsters aan het einde van een paragraaf over een antiquariaat telkens een overzicht van belangrijke catalogi of veilingen. Gelukkig weet hij ook hier tussen de portretjes van bedrijven en handelaren door belangrijke ontwikkelingen zichtbaar te maken en laat hij zien waarom het aantal winkels de afgelopen decennia drastisch is gedaald. Ook gaat hij in op de zegeningen en gevaren van internet voor antiquariaten.

Wat het boek verder waardevol maakt, is dat Buijnsters aandacht besteedt aan de relatie tussen het antiquariaat en de wetenschappelijke bibliotheken, terwijl ook de rol die verzamelaars spelen belicht wordt. Over sommige van deze collega-collectioneurs is hij tamelijk kritisch. Zo schrijft hij nogal zuinig over Joost Ritman en diens Bibliotheca Philosophica Hermetica en over Johan Polak, die als lid van de Nederlandse Vereniging van Antiquaren in naam ook antiquaar was, maar dit lidmaatschap vooral gebruikte om met forse korting te kunnen kopen. De mythomane Boudewijn Büch, die met zijn pretentieuze handschoentjes bij Barend & Van Dorp regelmatig interessant mocht doen, wordt door Buijnsters weggezet als stapelaar.