Was ischa een homo?

Een man, genaamd Kees Eijrond, eigenaar van het Polmanshuis in Utrecht, beweert in Vrij Nederland dat hij een verhouding had (‘een intieme relatie’) met Ischa Meijer. Er zijn twee dingen bijzonder aan die verhouding: ten eerste had hij die verhouding toen Ischa ook een verhouding had met Connie Palmen. Ten tweede: niemand wist dat Ischa zich ook door mannen wilde laten behagen.

Ik herinner me wel dat op de begrafenis van Ischa iedereen het al had over die Kees Eijrond, want hij mocht aan de groeve spreken en deelde toen doodleuk aan de tweeduizend stomverbaasde mensen mede dat Ischa en hij niet alleen samen een huis hadden gekocht, maar - net één dag voor Ischa’s dood - tevens een fijne keuken, want Ischa zou naar Utrecht verhuizen.
Wij, vrienden en bekenden van Ischa, waren toen al stomverbaasd. Was Ischa homo? Een womanizer ja, maar een homo?
Ik herinnerde mij een gedichtje uit Ischa’s boek Een rabbijn in de tropen. Op de allerlaatste pagina staat daar: ‘Ik lik zijn pik/ Mijn tong glijdt over zijn zak./ Ik lik zijn kont./ Ik duw zijn zak tegen mijn zak./ Ik glij met mijn pik over zijn pik.’
Connie Palmen schrijft in haar boek zijdelings over Ischa en de seksualiteit. Ja, hij had 'anderen’. Connie vond dat best. In bed was het tussen hem en haar toch niet geweldig - en daar ging het ook niet om. Zij en Ischa hadden ook een mooi geestelijk contact. Over Ischa’s verhouding met mannen lezen we geen woord.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik dit soort Privé-aangelegenheden om te smullen vind, en er geen genoeg van kan krijgen. Zijn er nog meer mannen geweest met wie Ischa een verhouding had? Zitten daar Bekende Nederlanders onder? Ischa vertelde ooit dat zijn beste vriend de danser Hans van Manen was. Is dat ook geen homo? Wat had Ischa daar precies mee?
Het zijn allemaal onsmakelijke, kleinburgerlijke weetjes voor aan de borreltafel en op het allerlaagste niveau, maar ik zit nu eenmaal graag aan die borreltafel en vind roddelen iets heerlijks.
Onlangs las ik dat gedicht van Ischa nog eens over. En ik schrok, want ik was iets vergeten. Dit 'homogedicht’ is namelijk geen homogedicht, maar een incestgedicht. Want na dat gelik aan zak en pik gaat het gedicht verder: 'Het jodendom gaat nooit verloren, falderalderiere, falderalderiere zingt hij. En komt klaar.’
Die klaarkomende 'hij’ is trouwens de vader, ook wel de Rabbijn genoemd. Dan komt de laatste zin in het boek: 'Vader’, zeg ik, 'vader (Achter dat tweede vader, geen punt en de aanhalingstekens worden niet gesloten, maar wit.)
Interessant. De vaderhaat van Ischa is bekend - Ischa wilde zijn vader straffen, zo luidt de literaire interpretatie, door de beschrijving van de totale vernedering van Ischa: vader, de Rabbijn, pleegt incest met zijn zoon. Een geheime schande. Een mooie literaire vondst.
Maar hoe nu met ons? Mag ik deze bron gebruiken om aan de borreltafel Ischa’s homoseksualteit te illustreren. (Zoals ik er ook de vriendschap met Hans van Manen bijhaal?) Het kost me geen moeite om nu alles rond te maken: 'Ischa, het jongetje dat alles goed wilde maken, die zich gedroeg als de Wandelende Jood - altijd op zoek naar datgene waarvan hij noodgedwongen vluchtte als hij het gevonden meende te hebben. Had hij een vrouw, zocht hij een man, had hij een man, zocht hij een vrouw…’
En toch…
Toch denk ik - heel diep van binnen - dat het allemaal veel eenvoudiger lag. Dat Ischa het gewoon 'leuk’ vond, 'grappig’ en 'gezellig.’ Je zou kunnen zeggen dat het ontsteeg aan woorden als homoseksualiteit, incest, heterofiel, vreemdgaan, trouw, etcetera.
Ischa was gewoon een straathondje. Blaffen, bijten, en voor wie hem op de juiste wijze aaide, ging hij op zijn rug liggen met de pootjes omhoog.