Was kost een europese politicus?

De Egyptische zakenman Mohammed Al- Fayed is een illusie armer. In zijn jeugd in Alexandrie keek hij vol bewondering op naar de officieren van de Royal Navy in hun smetteloze uniformen en nam zich voor niet te rusten voordat hij zich in het onkreukbare Engeland had gevestigd. Nu hij als geslaagd zakenman ten langen leste is opgenomen in het Britse establishment, geeft hij geen stuiver meer voor de integriteit van de oudste democratie ter wereld. Op het hoogtepunt van een parlementair onderzoek naar zijn financiele handel en wandel kreeg Al-Fayed van een lobbyist te horen dat hij ‘gewoon een parlementslid moest huren, zoals je een Londense taxi huurt’. Nadat Al-Fayed twee conservatieve afgevaardigden had gehuurd, die met een stortvloed van parlementaire interventies de gunstige afwikkeling van zijn zaak bespoedigden, kwamen de Tories regelmatig bij hem bedelen om giften voor de partijkas en vroegen zelfs of hij bij zijn Saoedische connecties geld kon lospeuteren. Al-Fayed kreeg er schoon genoeg van en heeft nu het complete dossier aan The Guardian overhandigd.

De recente omkoopschandalen onder Britse politici passen niet meer in het klassieke patroon - zakenman koopt politicus - maar getuigen van een omgekeerde praktijk: politicus biedt zich aan. Het voorbeeld van Italie en Griekenland, waar politieke gunsten sinds mensenheugenis bij opbod worden verkocht, doet kennelijk goed volgen. Dat is ook te zien aan de lange lijst van schnabbels die Franse ministers, afgevaardigden en burgemeesters de afgelopen jaren hebben opgebouwd. Het is voorbarig om de teloorgang van de publieke moraal in de Europese Unie aan te kondigen, maar zoals met alle epidemieen kunnen we er maar beter op tijd bij zijn, te beginnen met de diagnose.
Liberalisering en deregulering mogen tegenwoordig welhaast sacrale begrippen zijn, de vrije markt stoort zich nog altijd niet aan enige moraal. Alle liberale vertogen ten spijt is de toenemende omkoopbaarheid van politici een rechtstreeks gevolg van de wederzijdse doordringing van markt en staat waarop de Europese regeringen hun hoop hebben gevestigd. De degradatie van de staat tot servicebedrijf in dienst van grote, internationale concerns heeft tot gevolg dat particuliere en openbare belangen met elkaar vergroeien. De privatisering van kerntaken van de overheid leidt ertoe dat publieke en particuliere verantwoordelijkheden elkaar gaan overlappen. Een voorbeeld is de opkomst van de particuliere bewakingsdiensten, die steeds vaker gebruik maken van de diensten van (ex)politieagenten en van vertrouwelijke politiegegevens in ruil voor klinkende munt. Geen wonder dat de drugsmaffia deze strategie heeft overgenomen.
Ook de Europese politieke partijen gaan steeds meer lijken op dienstverlenende bedrijven. Naar het voorbeeld van Forza Italia en de Amerikaanse partijen investeren ze reusachtige bedragen in uitgekiende marketing en peperdure publiciteitscampagnes. De partijleider wordt een fund manager, de kiezer wordt een consument en de bezetting van hoge posten een kwestie van personeelsbeleid. En waar de politieke geloofwaardigheid een verhandelbaar produkt wordt, volgen de smeergelden vanzelf. Corruptie is de barometer van het kapitalisme.