KUNST  Thorsten Brinkmann

WAS WILL DAS DING?

Het is heel erg als mensen zeggen dat ze het kind in zichzelf koesteren. Doe het, maar zwijg erover. Laat de mogelijke winst van die toestand op een andere manier dan verbaal naar buiten komen. Zie bijvoorbeeld Thorsten Brinkmann en zijn eerste Nederlandse solotentoonstelling in het Haagse GEM.
Bijna veertig is deze Hamburger. En hij speelt zich helemaal suf. Met spullen. Eerst rijdt hij met een Volkswagenbusje af en aan om zijn loods te vullen. Dan kan het feest beginnen. Brinkmann zet een prullenbak op zijn hoofd, neemt een staande kapstok in zijn hand en is een ridder. Probeert uit hoeveel dingen er in zijn auto passen, haalt ze er dan één voor één uit en maakt van elk object een foto tegen dezelfde achtergrond. Draagt zo veel mogelijk voorwerpen in een keer met zich mee, om en aan zijn lichaam, en legt dit vast. Zodat we een manshoge afbeelding van een nagenoeg onzichtbare Brinkmann zien met een emmer op z’n kop, koffiezetapparaten in zijn armen, een kussen tussen zijn benen, een deken om zich heen geslagen.
Waarom? Tja. Misschien omdat hem het zinnetje ‘So viel wie möglich auf einmal tragen’ te binnen schoot, de titel van het hiervoor beschreven werk. Of omdat Brinkmanns speelse geest bedenkt dat de dingen óók wel eens iets willen, in plaats van altijd alleen maar staan te staan en te worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. ‘Als wasmanden liever een schemerlamp zijn’ maakt Brinkmann daarvan. En neemt twee in spijkerbroek gehulde benen met sportschoenen eronder als staander en een rieten mand met openvallend deksel als lampenkap. Klaar. Weer een kunstwerk af. Of statement gemaakt.
Wat wil Brinkmann? Maatschappijkritisch bezig zijn? Aanstekelijk speelplezier overbrengen?
Allebei. Hij laat zien dat niks is wat het lijkt, of zou moeten blijven. Maakt op ludieke wijze inzichtelijk dat de soort mens onvoorstelbaar veel spullen heeft verzonnen en kennelijk nodig heeft om het bestaan op aangename wijze door te komen.
Wat als de dingen konden spreken? Wie schrijft de verhalen op van bedden, stoelen, dressoirs en lampen die decennialang meemaken wat wij er zoal in, om en mee doen? Brinkmann niet. Maar hij leert ons wel om anders te kijken. We zijn gewend aan kasten tegen de muur en banken op de grond. Aan plastic flessen, taartvorkjes, spijkers, schoudervullingen, bollen wol, stekkers, trechters, tennisballen. Brinkmann haalt alles los van z’n oorspronkelijke functie en brengt daarmee de wereld in beweging, die zogenaamde Werkelijkheid.
Bij Brinkmann zien we een bank opengeklapt aan een muur hangen, mogen schemerlampjes op hun kop aan het plafond, vult een plumeau een vaas, een badmuts een asbak. ‘Goede dingen willen het zo’ noemt Brinkmann het resultaat. Hij wrikt aan wat wij voor waar aannemen. Maar De Waarheid bestaat natuurlijk niet, wat je ziet is wat je wilt zien. Kunt zien. De een registreert gebruiksvoorwerpen. De ander vormen die steeds weer anders tot een vierkant gestapeld kunnen worden. En maakt daar foto’s, filmpjes en opstellingen van, die vervolgens in een museum terechtkomen.
Flauw? Toch niet. Niet echt. Het leuke en knappe van Brinkmanns tentoonstelling is dat er een vrolijke lichtheid omheen hangt die weerloos maakt, en via die sluiproute je denken en waarneming aan het schuiven krijgt.
Er is één lange zaal gevuld met een aantal van Brinkmanns hersenspinsels, waarna een videovoorstelling volgt waarin de kunstenaar zich uitleeft met een kast (kun je in gaan zitten en dan samen achterover omvallen), een stoel (Brinkmann wringt zich onder de armleuningen door en kruipt vervolgens enige tijd op handen en knieën rond) en een doos (doe die over je hoofd, zie dus niks meer, en loop dan tegen de muur op). Vaak zet Brinkmann eerst een helm op voordat hij kunst maakt. Zijn variant op ‘don’t try this at home’. Of misschien juist het tegenovergestelde: doe mij vooral na, maar voorkom onnodige schade.
Brinkmann vervaagt grenzen. Spullen worden wezens. Wezens met een wil. En omgekeerd: een man met een bovenformaat doos over zich heen wordt iets aandoenlijks, maar wat precies? Hij is blind, karton kan niet kijken, maar toch weet deze doosmens overtuigend door het raam naar buiten te staren. Wezens verschillen misschien minder van voorwerpen dan we willen weten.
Leven is spelen. En niet alleen wij, ook de dingen hebben een rol. Die hoeft niet vast te liggen. Je moet die vrijheid alleen willen en durven zien. Of er door een homo ludens als Brinkmann op gewezen worden.

Thorsten Brinkmann. GEM, Den Haag, t/m 5 oktober, www.gemeentemuseum.nl