Brief uit…

Washington

Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zijn gezamenlijk bezig de wereld te verbeteren. Hoe kijken onze correspondenten Patrick van IJzendoorn in Londen en Pieter van Os in Washington naar elkaar. Een briefwisseling.

Ha Patrick,

Je moet zeker met de fiets gaan, naar Lord Tebbit. Al was het maar om een gemompelde openingsvraag over parkeren of druk verkeer op een andere, wellicht zelfs shockerende wijze te kunnen beantwoorden. Ik doe niet anders, hier in Washington DC.

Toch lijken onze ervaringen niet op elkaar. De hoofdstad van de wereld, -een soort interessantere versie van Den Haag, met aanzienlijk interessantere mensen- is een fietsparadijs. Het is hier aanzienlijk prettiger fietsen dan in een Nederlandse stad. Dat komt door de schaarste aan fietsers. De stadsoverheid is zo democratisch als de pest (90 procent stemde Kerry afgelopen presidentsverkiezingen) en dus zijn er ooit fietspaden aangelegd. Want dat hoort bij een progressief leven. (Als je nog dacht dat het met financien te maken heeft.) Die fietspaden laten zich kenmerken door aanwijzingen die bij voortduring op de eigen identiteit wijzen: DIT IS EEN FIETSPAD. Om de vijf meter zie je een fietsertje, in het wit gekalkt op het asfalt. Om de kilomter staat er een plattegrond en indicaties van het aantal kilometers tot het einde van het pad.

Een bekend pad is hier de ‘crescent trail’, die helemaal langs de rivier de potomac voert, door het groen. Ik heb er wel eens een paar vrienden opgestuurd, als 'tip’ voor hun vakantiedagbesteding. Humeurig vertelden ze me naderhand dat dit nu niet hun idee was van stadsbeleving, gewoon over een pad fietsen dat omgeven is door bomen… dat kun je ook ergens anders krijgen, waar geen Witte Huis staat, Capitol Hill of Lincoln Memorial. Puntje. Wel erkenden ze hoe verrukkelijk het is te fietsen door het centrum van deze stad, waar alle auto’s al op meters afstand voor je stoppen, soms met gierende banden. Want fietsers zien ze zelden, dus die boezemen angst in. Niet zo'n beetje ook. Iedereen is hier altijd bang voor ongelukken, rechtszaken of geschreeuw. En de angst van de Amerikaan kan je soms goed van pas komen. Als ik over de stoep fiets, gaat iedereen direct opzij. De voetgangers excuseren zich zelfs, wat me zowaar enig schuldgevoel geeft -want he, wie rijdt hier nu wie van de sokken?

En ja, Harry Mount heeft gelijk: je ziet ze meer deze dagen. Ik vraag me daarentegen af of dat iets met benzine of Bush’ wervende woorden van doen heeft. Het is vooral het weer, denk ik. Afgelopen weken was het voor het eerst niet te heet, noch te koud. Vandaag is het voor Amerikanen alweer te koud; ik heb geen fietser gezien op mijn dagelijkse tochtje door de stad. En hoewel het opmerkelijk is dat de symbiotische relatie Bush-benzine inderdaad in elkaar is geflikkerd, vrees ik dat die Bush-bashers in DC hun fiets juist liever thuislaten na Bush’ malaise-speech (Carter-stijl), dan er op te springen. Want wee je gebeente als je iets doet waar je 'W’ blij mee zou kunnen maken. Dat is DC-verraad. Dus nu Bush van iedere burger vraagt het zuiniger aan te doen, is de verwarring compleet. Misschien is het daar, over de plas, nog niet eens zo opgevallen… hier was iedereen door het dolle, republikein of democraat. Aanvankelijk vielen er zoveel monden open dat het even helemaal stil was in de stad. Want eén ding leek Bush al die tijd te hebben: stamina. En nu was zelfs die verdwenen. Bush een flipflopper, zonder ruggegraat.
Maar wel met ballen. Want dat kun je ook concluderen. Hoe durft ie het? Zichzelf zo tegenspreken. Zijn achterban zo van zich verjagen. Links van Carter gaan staan. Zelfs Michael Moore vraagt niet om zonnepanelen op zijn dank, maar scheurt in oude Amerikaanse benzineslurpers. En direct daarna benoemde Bush zijn persoonlijk assistente tot rechter van de hoge raad. Hij heeft echt grote ballen. Laten we er ontzag voor hebben.
Het kan ook zijn dat de president gewoon in de war is. Er speelt nogal wat in zijn partij. Om maar éen ding te noemen: De man die hij 'de architect’ noemt, Karl Rove, verschijnt deze week voor de zoveelste keer voor een speciale onderzoeksrechter, in verband met de Plame-zaak (hij heeft de dekmantel van een geheim agente opzettelijk verknalt, wat strafbaar is, meer dan alleen strafbaar zelfs: 'hoogverraad’ volgens vader Bush.) Bush junior heeft beloofd zijn rechterarm te ontslaan als de beschuldigingen waar blijken te zijn.

Bush’ politiek was altijd helder: Talk Jesus, walk corporate. Nu is het bezuinigen en accomoderen. En in het kantoor van de nagenoeg verslagen gewaande democratische partij hangt inmiddels een bordje met een Bush-uitspraak, niet eens als flauwiteit bedoeld, maar als herinning. In de verkiezingsstrijd tegen Gore zei Bush op een bijeenkomst in Pittsburgh, oktober 2000: “In mijn kabinet vragen we ons niet alleen af wat legaal is, maar ook wat juist is; niet alleen wat juristen toestaan, maar wat het Amerikaanse publiek verdient’.

Groeten uit Washington, Pieter.