Wat cyborgs om het lijf hebben

Donna Haraway, Een cyborgmanifest. Uitgeverij De Balie, 171 blz., f25,- Rosi Braidotti (red.), Poste restante: Feministische berichten aan het postmoderne. Uitgeverij Kok Agora, 157 blz., f35,- Pauline Terreehorst, Het boerderijmodel. Uitgeverij De Balie, 117 blz., f24,50 Het klinkt zo nieuw: ‘cyborgs’. Toch zijn deze vreemd aandoende wezens al zo oud als de wereld. De eerste mens met een vuistbijl was eigenlijk al een cyborg. Maar die kon nog geen manifest voor cyborgs schrijven. Het wachten was op Donna Haraway.

DE CYBORGS ZIJN ONDER ONS. Ze zijn gekomen uit de ruimte en de tijd. Ze hebben zich een poosje schuil gehouden in science-fictionverhalen en in teksten over postmodernisme en bio-technopolitiek, maar nu hebben ze zich gemanifesteerd. Letterlijk: de biologe Donna Haraway schreef een manifest voor cyborgs, dat zojuist in Nederlandse vertaling verscheen. Met dit manifest hebben cyborgs - een afkorting van ‘cybernetische organismen’ - handen, voeten en een smoel gekregen. En ineens zie je ze overal.
Cyborgs zijn wonderlijke wezens. Ze bestaan in principe uit taal, maar met elk woord dat ze aantrekken, krijgen ze meer om het lijf, krijgen ze uberhaupt een lijf. Met alle getob van dien. Sneu toch een beetje voor ze. Want oorspronkelijk - ooit, ergens - was de cyborg een metafoor, een concept, dat nu juist in het leven was geroepen om van dat geklooi met lichamen af te komen. De cyborg was verzonnen om een taal te maken waarin je kon praten en nadenken over de wereld zonder dat je mensen vastpinde op een of andere 'essentie’ die op hun lichaam of op het gebruik ervan was geprojecteerd. Zulke projecties hadden al genoeg ellende gebracht: indelingen in mannen en vrouwen, in rassen en soorten, in zieken en gezonden, in he en ho, in lijfonteigenden en lijfeigenaars. Lichaamscategorieen zijn kennelijk handige kapstokken voor maatschappelijke plaatstoewijzingen, varierend van regelrechte uitmoording en uitbuiting tot bepaalde privileges. En als er geen herkenbare lichaamscategorie voorhanden was om een bepaalde groep eronder te krijgen, dan werd zo'n categorie desnoods wetenschappelijk bedacht. Zoals de koloniale rassenleren en de nazistische eugenetica, maar ook meer hilarische pogingen als het gesteggel over het soortelijk gewicht van vrouwenhersenen.
Mensen die aan een van de 'verkeerde’ kanten van zo'n indeling terecht kwamen - arbeiders, vrouwen, zwarten, homo’s - grepen naar het wapen van de politieke beweging om zich te organiseren. Maar zo'n identiteitenpolitiek schoot niet echt op. Ten eerste overlappen de indelingen elkaar altijd. De politieke buitenplaats van pakweg vrouwen in de arbeidersbeweging, of zwarte vrouwen in de vrouwenbeweging, leidde tot eindeloze afsplitsingen van steeds kleinere groepjes op basis van gemeenschappelijke, samengestelde identiteiten. Groepjes die nog maar verdomd kleine vuistjes konden maken.
Ten tweede was er de paradox van elke identiteitspolitiek: je organiseert je op een noemer om te bewerkstelligen dat die noemer er niet meer toe doet. 'Wij vrouwen eisen de afschaffing van de mythische categorie vrouw’ - tja, daar kun je je aardig in verslikken. En sommige dingen wil je bovendien wel specifiek voor vrouwen - whatever that may be - geregeld hebben. Abortus bijvoorbeeld. Duidelijk een vrouwenpunt, toch? Want mannen zijn per definitie nooit ongewenst zwanger. Maar eh, zo worden 'vrouwen’ wel weer teruggebracht tot het 'feit’ dat zij kinderen kunnen baren. En kinderopvang, ook zoiets: een typisch 'vrouwenpunt’, terwijl het punt juist is dat het dat niet moet zijn.
DE POLITIEKE EIS van zelfbeschikking over het lichaam - van welke categorie ook - en inspraak bij het gebruik ervan bleek hoe dan ook niet genoeg om de wereld bewoonbaar voor iedereen te maken. Gelijkheid eisen was niet genoeg, verschil maken was niet genoeg. Was er geen politieke identiteit te verzinnen die rekenschap kon geven van soms gelijkheid, dan weer verschil, maar altijd van variatie en verbindingen? Ja: de cyborg, het prototype van door elkaar gehusselde, wezensvreemde elementen.
Het waren immers de gefixeerde indelingen zelf die het kwaad aanrichtten. Indelingen gebaseerd op mythen en ficties die voortdurend worden ge(re)produceerd in de wetenschappen (biologie, genetica, geneeskunde, maar ook econo mie, literatuurtheorie en sociale wetenschappen), de techniek, de media, het onderwijs et cetera. Verhalen over oorsprong en bestemming. Veelkoppige monsters die moeilijk te bestrijden zijn, waar geen simpele politieke slogans voor te verzinnen zijn. Want wie gaat er nu lopen achter spandoeken met: 'Er bestaan geen rassen, er bestaat alleen racisme’, of: 'Er bestaan geen seksen, er bestaat alleen seksisme’? Dat lijkt weliswaar op Althussers credo: 'De klassenstrijd maakt de klassen, niet andersom’, maar de politieke beweging daarachter dreef zowel op helderder spandoeken als op het Communistisch Manifest, dat tegenwoordig niet meer zo aanspreekt.
Nee, een spandoek is niet meer genoeg. Een manifest dan maar, daar kun je in elk geval meer woorden in kwijt. Zo kwam Donna Haraways politieke cyborg tot stand: een verzetsfiguur, samengesteld uit feit en fictie, die de gangbare indelingen - even goed mengsels van feit en fictie - bespot, bekritiseert, deconstrueert, laat zien hoe arbitrair ze zijn, ze mixt en mengt, er andere voor in de plaats stelt, en - net als je aan zo'n nieuwe assemblage gewend bent - alweer componenten ontkoppelt. Zowel om de lol en het inzicht dat gepaard gaat met dit aan- en afkoppelen, als om de politieke inzet ervan. De cyborg is een 'ironische politieke mythe’ die wordt ingezet tegen de dominante politieke mythen die de wereld laten draaien. En je hoeft die cyborg niet eens van ver te halen, het is een kwestie van een ander perspectief op je zelfbeeld, op je gesitueerdheid in deze wereld en deze tijd. Haraway schrijft: 'Onze tijd, het eind van de twintigste eeuw, is een mythische tijd: we zijn allemaal hersenschimmen, getheoretiseerde en gefabriceerde hybriden van machine en organisme. Wij zijn kortom cyborgs.’
De cyborg bestaat uit fictie en sociale realiteit, zoals de hele wereld bestaat uit kluiten van taal en materie. Maar waar de 'informatica van overheersing’ hard werkt aan de stolling en fixatie van die kluiten, met vooral een beroep op 'de natuur’, peutert de cyborg elke kluit weer uit elkaar: 'Natuur? Mijn natuur is dat ik in elkaar gezet ben, samengesteld uit componenten die soms natuur heten en soms cultuur, maar dat zijn altijd benoemingen vanuit een sociale gesitueerdheid. En waar dat wordt ontkend, gaan mijn plugjes wantrouwend overeind staan, want strijk en zet wil men mij dan op een plaats houden die weinig goeds belooft. Natuur? Natuur© zal je bedoelen; er is geen natuur anders dan gepatenteerde handelswaar. Cultuur? Cultuur© zal je bedoelen; er is geen cultuur anders dan talige coderingen.’
Karin Spaink schrijft dan ook in haar inleidende essay bij het cyborgmanifest: 'Cyborgs zijn heel gewone mensen, ze denken hooguit meer na.’ Cyborgs denken na over de wijze waarop ze zijn gefabriceerd in plaats van zich suf neer te leggen bij een of andere natuurlijke essentie. En ze denken na over hoe hun fabricage verbonden is met de technologie, de wereldeconomie, het in- en uitsluiten van telkens weer andere (maar ook vaak dezelfde) gecategoriseerde wezens. En nemen daar als het even kan verantwoordelijkheid voor, zo bepleit Haraway.
Het lijkt de heiland wel. Of een feministische godin. Maar daar was die cyborg toch juist tegen ingezet? Inderdaad, hier begint het te schuren. Want cyborgs zijn niet onschuldig. Ze komen niet uit het verloren paradijs en brengen dat ook niet terug. Cyborgs zijn geen haar beter dan gewone mensen. Geen enkele politieke mythe is onschuldig, ook de cyborg niet. Het verhaal over de cyborg-als-politieke-verzetsfiguur is echter maar een oorsprongsverhaal, en de cyborg zelf leert ons dat je altijd wantrouwend moet staan tegenover oorsprongsverhalen, dat je daar een ander verhaal tegenover moet stellen.Goed. Ander oorsprongsverhaal. De cyborg is het produkt van een doorgedraaide militair-technologisch-economische wereldorde. De cyborg is in elkaar gezet in laboratoria, in wetenschappelijke fora en op ruimtevaartplatforms, met geen ander doel dan de oorlog te winnen, geld te verdienen en nog gedetailleerder indelingen te maken om lastige klanten op hun plaats te houden. De cyborg bestaat uit de formule C 3 I - Commando, Controle, Communicatie, Informatie - en biedt de ideologie en de werktuigen om dat wat er in deze gedenaturaliseerde, volstrekt in cultuur gebrachte wereld nog over is aan stukjes organisme (plantaardig, dierlijk of menselijk) in te lijven in de informatica van de beheersing. De eerste cyborg was een militair monstrum, een gedresseerde aap, die gekoppeld aan zijn ruimteschip outerspace werd gestuurd. Cyborgs zijn besmettelijk als een virus en produceren steeds meer kopieen van zichzelf; de zombies gekluisterd aan hun tv of computer, of virtueel opgenomen in onzichtbare netwerken van registraties en databanken, vormen evenzovele ingelijfde cyborgs. Deze cyborgs zijn de hedendaagse lijfeigenen: hun lijf is bepaald niet eigen en al helemaal niet naar believen aan of af te koppelen.
Da’s andere koek. Zo'n imperialistische cyborg kun je maar beter een kopje kleiner maken. Ware het niet dat je dan in eigen vlees snijdt, want die cyborg is niet buiten ons: wij zijn het zelf, wij zijn volstrekt vergroeid met technologie. Het is te laat om te ontkoppelen, en er is trouwens ook nooit een moment geweest waarop het niet te laat was. Want wij werden niet pas cyborgs toen wij de technologie letterlijk in ons lichaam gingen inbouwen met pacemakers, inentingen, contactlenzen, kunstgebitten en spiraaltjes. Wij waren al cyborgs toen wij ons lichaam voorzagen van verlengstukken als pistolen, auto’s en magnetronovens - ja, zelfs vuistbijlen en vuurstenen zijn zulke technologische verlengstukken. Elke cultuur is technologisch, elke cultuur bestaat uit het gebruik van gereedschappen en de daarin gestolde kennis. De technologische cultuur is de menselijke natuur; de menselijke geschiedenis is geen weg van natuur naar steeds meer cultuur, hoogstens een weg naar een steeds complexere cultuur, compleet met verlengstukken van de geest: boeken, theaterstukken, rekenmachines, computers.
Het heeft dus niet zoveel zin om 'uit naam van de natuur’ botweg tegen technologie te zijn, ook al brengt zij nog zo veel nadelen en vernietiging met zich mee. Het heeft evenmin zin om 'uit naam van de vooruitgang’ te denken dat de technologie uiteindelijk alle problemen wel zal oplossen. Er zijn meer posities denkbaar dan slechts technofobie of technofilie. En nee, de waarheid ligt ook niet ergens in het midden. De waarheid is een variabele van de werkelijkheid en die zit in de buik van het technologiebeest. Kruip erin, zegt Haraway, kruip diep in de buik van het beest en zie van daaruit welke verbindingen en constructies er toe doen en welke niet. Plug in, log in, schakel door, schakel sommige elementen uit en andere aan - als een cyborg.
En laat je niet verlammen door de vraag 'of de mens nog wel greep kan hebben op de technologie’. Wie denkt buiten te kunnen blijven, verliest in elk geval de greep, want er is helemaal geen buiten. Wie zich 'buiten’ denkt, meent dat de controle binnen naadloos en totaal is, terwijl daar juist voortdurend gaten vallen. Uitermate gevaarlijke gaten, zoals in lekkende kernreactoren, automatische atoomraketten, slecht beveiligde computersystemen of slordige laboratoria, maar ook vrolijke gaten, storingen, ruis, plekken waar cyborgs een tegencultuur/tegennatuur kunnen maken. Zoals hackers die gratis Internet-toegang gaan aanbieden. Zoals feministische biologen die ontrafelen hoe wetenschappelijke categoriseringen in zogeheten 'vrouwelijke’ en 'mannelijke hormonen’ zijn ingegeven door sociale structuren en rare vooroordelen. Zoals transseksuelen die afzien van hun allerlaatste operatie, gewoon omdat ze hun 'onaffe’ seksevariant toevallig plezierig vinden. Geen systeem zo totalitair of er zit wel een gaatje in.
ER ZIJN NOG MEER oorsprongsverhalen te vertellen over cyborgs. In science-fictionverhalen en -films lopen ze al langer rond: robots, mensmachines, vrouwmannen, klonen, mutanten, androiden, replica’s, ontsnapte proefdieren, mutanten, androiden, replica’s, ontsnapte proefdieren, ruimteschepen met een weldenkende of gevoelige geest, cyberpunks met plugjes in hun hoofd waarmee ze hun brein kunnen aansluiten op de wereldmatrix. Een kleurrijk gezelschap van allerhande mengsels van cybernetica en organica, die niet zelden de mensheid een lesje leren in menselijkheid en verantwoordelijkheid. Zeker, het zijn vaak verhalen van oorlog, handel en machtswellust, maar ook van politieke tegenculturen, postmoderne dilemma’s en paradoxen, filosofische lichaam-geestkwesties en de willekeur van de afbakeningen tussen eigen en vreemd.
Leerzaam, zulke science-fiction. Toen een vriendin van mij thuis probeerde uit te leggen waarover haar damessalon van die middag was gegaan - cyborgs en feminisme - wist haar dertienjarige zoon tot haar verbijstering alles over cyborgs. En hij wist ook het antwoord op de brandende vraag van die dag: 'Nee, natuurlijk zijn cyborgs geen vrouwen. Anders zouden ze kinderen moeten krijgen.’ Waarschijnlijk kan de jongere generatie, opgegroeid met tv en elektronica, uberhaupt sneller uit de voeten met de cyborg. Een vijfjarig jochie, na het drinken van limonade zonder prik, waardoor hij zijn gebruikelijke boer niet kon produceren: 'He, mijn batterijen zijn op!’
MAAR WELK OORSPRONGSVERHAAL je ook vertelt, het blijft een verhaal. De cyborg bestaat alleen maar in verhalen, is volledig opgebouwd uit taal en genereert alleen maar taal. Nu is taal een raar fenomeen, want elke fictie blijkt zijn eigen feiten te kunnen creeren. Elke benoeming is een leugen, maar dat neemt niet weg dat elke benoeming een keten van toeschrijving, afstemming, handelen en ingrijpen activeert. Over benoemingen als, pakweg, 'God’ worden per slot van rekening al eeuwen oorlogen gevoerd.
Dat betekent nu ook weer niet dat je met taal alles waar kunt maken wat je maar wilt, maar wel dat het gevecht om de inrichting van de werkelijkheid gebeurt met taal. Juist ook als het gaat om technologie. Haraway daarover: 'Technologische determinatie is nu vervangen door de heruitvinding van machines en organismen als gecodeerde teksten, als ingeschreven coderingen met behulp waarvan we ons bezighouden met het schrijven en lezen van de wereld.’ Inderdaad, micro-elektronica, computerprogramma’s en DNA-decoderingen zijn complexe vormen van het lezen en schrijven van de wereld. En dus van het inrichten van de wereld. Alleen hebben deze teksten geen identificeerbare, aanspreekbare auteurs meer: 'Schrijven, macht en technologie zijn oude bekenden in westerse verhalen over de oorsprong van de beschaving, maar deze schaalverkleining heeft onze beleving van mechanismen veranderd.’ Het enige wat erop zit is terugschrijven: 'Schrijven is bij uitstek de technologie van cyborgs. Cyborgpolitiek is de strijd voor taal en de strijd tegen de perfecte communicatie.’ Ook al weet je niet naar welk adres je je herschrijvingen moet sturen - de cyborgbundel van de vrouwenstudiesclub rond Rosi Braidotti heet niet voor niks Poste restante: Feministische berichten aan het postmoderne.
De cyborg is dus in feite een informatieverwerkend systeem, een lees- en schrijfmachine. Niettemin tobt deze vrolijke of boosaardige tekstverwerker heel wat af met zijn/haar (daar heb je het al, het probleem van de geseksueerde taal) lichaam. Net als 'gewone mensen’. Moet ik een griepprik halen? Zit het agressie-gen in mijn familie? Hormonen slikken of melk drinken tegen broze botten? Prenataal onderzoek laten doen? Een doorsmeerbeurt bij de dokter, de schoonheidsspecialiste of het fitnesscentrum? Lichamen van cybernetisch en organisch materiaal moeten net zo goed worden gerepareerd en gereproduceerd, en zijn net zo goed onderhevig aan veroudering, verval, ziekten en storingen. Met technologie kun je ingrijpen, maar elke beslissing (ook beslissingen die bestaan uit 'het gewoon maar zo laten’) heeft specifieke gevolgen. De klassieke grove lichaamscategoriseringen mogen dan gedeconstrueerd en verfijnd zijn tot micro-elektronische kleinschaligheid en DNA-gepriegel, weg zijn ze bepaald niet.
Zelfs niet in cyberspace, de ultieme cyborgleefwereld van de computernetwerken, waar de aangekoppelde cyborgs slechts lichaamloos verschijnen als tekstverwerkende inlog- namen. Wie denkt dat een lichaamscategorisering als sekse er op het Net niet toe doet, vergist zich lelijk. Ten eerste blijken de Net-cyborgs voor zo'n 95 procent IRL (net-jargon voor In Real Life) een mannenlichaam te hebben. Zij die toevallig een vrouwenlichaam bezitten, hebben immers nog altijd duizend- en-een andere dingen tegelijk aan hun kop - daar is niks aan gedeconstrueerd, helaas. Cyborgs met een vrouwenlichaam zijn nog steeds geformatteerd tot dagelijksheid en nut, niet tot monomaan hobbyisme en drang tot avontuur - disposities die verleiden tot aansluiting op het Net.
Ten tweede is het zo dat veel cyborgs met een mannenlichaam het ook op het Net niet kunnen nalaten te spelen met hun geslachtsorganen - letterlijk en figuurlijk - en zij proberen daar cyborgs met een verondersteld vrouwenlichaam bij te betrekken, via e-mail of twee-aan-twee talk-requests. Niks gefixeerde identiteit voorbij, niks sekse voorbij voor wie toevallig een typische meisjesnaam als inlog- naam gebruikt. (Zo zie je maar weer dat het om naamgeving en projecties gaat, dat gedoe met de seksen, en nauwelijks met lichamen.) Velen hebben dan ook schielijk hun verraderlijke vrouwelijke inlog-naam veranderd in een meer neutrale. Ook andersom komt trouwens voor: IRL-heren die een meisjes-inlognaam nemen en als gender-benders over het Net zwieren. Om niet zelden verbijsterd te raken over het gedrag van hun seksegenoten - sommigen worden er warempel een beetje feministisch van. Niettemin ontstaken vele IRL-vrouwen in grote woede toen bleek dat ene Joan, die zich op het Net had ontwikkeld tot een soort Lieve Lita voor vele door zielepijn getergde vrouwen, in real life een mannelijke psychiater bleek te zijn. Tegenwoordig gaat men er maar van uit dat een cyborg met een vrouwen- inlognaam IRL een man is, totdat het tegendeel is bewezen. Maar ja, hoe doe je dat? Waarschijnlijk met controlevragen over het tussenbeense. En zo zijn we wel heel erg ver verwijderd van de lichaamloze cyborg.
HET IS NIET TOEVALLIG dat met name feministen de cyborg hebben omhelsd. Feministen verzetten zich immers tegen categoriseringen op basis van sekse, pulken veronderstelde natuurlijke essenties uit elkaar en blijven tobbend zitten met losse eindjes lijfelijkheid. De cyborg is dan een vruchtbaar concept om ook eens buiten de cirkel van sekse en vrouwelijkheid te treden en lijnen door te trekken naar andere technologische constructies en categoriseringen. Niettemin blijven de bijdragen in de bundel Poste restante angstvallig binnen die cirkel. O ja, het is zinvol om de feministische ethiek van de cyborg eens uit te pluizen, het is leerzaam om te lezen welke juridische capriolen er aan te pas moeten komen om de nieuwe sekse van een geopereerde transseksueel 'zuiver’ te houden, het is aardig om een analyse tegen te komen van een paar science-fictionboekjes die je nog niet had gelezen, maar mag het wat minder schools en academisch? Natuurlijk, het zijn bijdragen uit de koker van vrouwenstudies, en het gaat wat ver om te eisen - analoog aan de gang naar de fabrieken in de jaren zestig - dat studenten nu de laboratoria en het systeembeheer in moeten, maar toch. Deze cyborgs staan erg ver af van Haraways visioen: 'Ik zou me graag cyborgclubs voorstellen die zich toeleggen op conversie van de laboratoria die de technologische apocalyps het extreemst belichamen en er werktuigen voor uitspuwen; cyborgclubs die zich wijden aan het bouwen van een politieke vorm die in staat is zulke uiteenlopende creaturen als heksen, ingenieurs, ouderen, perverten, christenen, moeders en leninisten lang genoeg bijeen te houden om de staat te ontwapenen.’
Ik geef toe: een rare mix van ouderwets anarchisme, New Age en techno-feminisme, maar altijd nog beter dan de mix van 'terug naar de natuur’ en naieve technofilie zoals bijvoorbeeld Pauline Terreehorst die verwoordt in Het boerderijmodel: Wenken voor een postmodern gezin. Zij propageert het nieuwe gezin, waarbij man en vrouw beiden thuis telewerken, als de oplossing voor de milieuproblemen en de zorg voor kinderen. Afgezien van het feit dat je daar veel grotere huizen voor nodig hebt (ten koste waarvan?), gaat zij ervan uit dat alle werk bestaat uit leuk, intellectueel schrijfwerk (haar ideale paar bestaat uit een filosoof en een journaliste) en meent zij dat telewerkende mannen en vrouwen automatisch even veel zorg- en huistaken op zich nemen. Was het maar waar! En wie denkt dat elke kamer een keuken kan worden door er een magnetron in te zetten, heeft nooit begrepen waar keukenkasten, spoelbakken en GFT- containers voor zijn: rommel opruimen. Joke Smit had gelijk: 'Huisvrouwen zullen pas bevrijd zijn als er een anti- rotzooirobot op de markt komt.’
De cyborg is geen universele anti-rotzooirobot, maar wel een nadenkmachine. Karin Spaink schreef: 'De cyborg is voornamelijk een rondzingend idee en is zelden uitgewerkt.’ Vervang hier 'cyborg’ door 'mens’ en je weet wat je te doen staat. Want een mens is nooit uitgewerkt.