Opheffer

Wat doen we met de omroepen?

Verschillende familieleden van mij waren betrokken bij de technische ontwikkeling van de televisie. Mijn grootouders hadden dan ook in 1956 iets dat op een beeldbuis leek. Ik weet dat de technici van destijds idealisten waren die meenden dat de televisie een revolutie teweeg zou brengen: alles wat er was aan cultuur kon via de beeldbuis met velen worden gedeeld. We zouden een enorme stap maken, want we zouden wijzer en cultureler worden. Televisie als beschavend medium.

Dat streven is mislukt. Televisie is inderdaad invloedrijk, maar minder vrij dan je zou denken. De vrijheid wordt onder meer beperkt door de kosten. Als wij het ergens niet mee eens zijn, dan kunnen we, tegen betrekkelijk lage kosten, een krant oprichten, of een boek maken. We kunnen, nog steeds tegen betrekkelijk lage kosten, een pamflet schrijven, muurkranten maken. Maar je kunt niet zomaar «televisie maken». En het vreemde is, zelfs als je geld hebt, dan kun je nog niet zomaar televisie maken — dat verbiedt de wet. Je moet een omroep stichten, en dat mag niet zomaar een willekeurige omroep zijn, nee, je moet afwijken van de huidige omroepen. Die afwijking moet je kunnen verdedigen als zijnde een toevoeging. Je moet vervolgens ook leden hebben. En pas bij een bepaald aantal leden mag je beperkt gaan uitzenden.

Vermoedelijk zou iedereen op zijn achterste benen gaan staan als je deze wetgeving op kranten, tijdschriften en boeken zou toepassen. Stel je voor: je moet eerst een vereniging stichten (De Groene), die moet dan al zeker zijn van een bepaald aantal abonnees, en pas dan mag je gaan drukken! Belachelijk, in strijd met de vrijheid van drukpers. Maar bij televisie vinden we dit heel gewoon.

Internet zou hierin verandering kunnen brengen, maar ook daar worden, juist door de lieden die de macht in handen hebben (KPN, omroepen) de ontwikkelingen begrijpelijk tegengehouden. Als we straks namelijk allemaal ons eigen televisiezendertje (kunnen) hebben, wat is dan nog de rechtvaardiging van de omroepen? Zullen de omroepen dan opgeheven worden?

Ik geloof dat het niet zo’n vaart zal lopen. Ik bedoel: de omroepen zullen uiteindelijk wel verdwijnen. Maar zoals we maar een paar goede kranten hebben, zo zullen er ook maar een paar goede internetomroepen bestaan, waarschijnlijk georganiseerd op de fundamenten van de oude omroepen, in samenwerking met kranten. Wel zullen er veel aardige experimenten te zien zijn en zullen daar ook aardige projecten uit naar voren komen.

Bij de huidige omroep kan een individu zich namelijk slecht bewijzen. (Want waarin moet hij zich bewijzen? Dat hij een goede journalist is? Dat hij goed kan presenteren? Dat hij beide elementen beheerst? Dat hij goed programma’s kan bedenken? Het is nog steeds diffuus. En wie bepaalt waarin het individu goed is? Doen de kijkers en producenten dat nu?) Met internet vergroot je de kansen.

Het vreemde is dat onze huidige democratie een ondemocratische maagzweer heeft voortgebracht: onze mediawetgeving, die een zekere dood van de patiënt tot gevolg zal hebben. Wat we nu zien als we naar de omroepen kijken, is een patiënt die aan het infuus ligt en wiens leven we rekken, terwijl we weten dat het hoogstens nog tien jaar duurt. De vraag stellen is zelfs al een cliché geworden, maar ik stel hem nog maar eens: waarin onderscheiden de omroepen zich eigenlijk van elkaar? Ik weet het, maar het zijn nuances geworden, een gebouw dat rust op twijgjes waar het vroeger steunde op zuilen.

Televisie, zo wilden de uitvinders, moest een cultureel, didactisch, democratiserend instrument zijn. Dat is het nog wel, als het maar niet langer duurt dan zes minuten per onderwerp.