Oorkussen

Wat doet de minister van Binnenlandse Zaken eigenlijk wél?

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft weinig meer te zeggen. Misschien is dat maar goed ook. Want wat heb je aan een minister met een visie?

Medium den haag 7 2014 oorkussen

Toen de rel rond hem losbarstte, was de grap vorige week snel gemaakt. Pas op, bezint eer gij begint. Misschien is het beter Ronald Plasterk, pvda-minister van Binnenlandse Zaken, niet te hard aan te pakken in het Kamerdebat over de pakketjes Nederlandse metadata die de Amerikaanse inlichtingendienst nsa in handen heeft gekregen. Plasterks eerder gedane, zeer stellige uitspraak dat Nederland die gegevens niet zelf aan de Amerikanen heeft verschaft, klopte weliswaar niet, maar waarom zou je deze minister van een uitgekleed ministerie wegsturen en vervangen door een ander? Stel je voor dat daar een bewindspersoon komt te zitten die niet alleen graag fotootjes maakt, maar echt wat wil bereiken? Hoeveel gemeenten en provincies houdt het land dan over?

Het ministerschap van Binnenlandse Zaken is niet meer wat het geweest is. Toen het ministerie in 1813 werd ingesteld had het de verantwoordelijkheid voor een trits van zaken. Het ging niet alleen over het binnenlands bestuur, maar ook over onderwijs, wetenschappen, kunsten, waterstaat, publieke werken, handel en nijverheid, telegrafie, landbouw, armenbeleid, werklozenzorg, volksgezondheid en leger. Andere tijden waren dat. Een minister van Binnenlandse Zaken heeft over het meeste waar hij destijds mee was belast niks meer te zeggen.

Wat bij Plasterks opdracht bij het aantreden van het huidige kabinet in het najaar van 2012 vooral in het oog sprong, was het streven om gemeenten te maken van minstens honderdduizend inwoners en het aantal provincies terug te brengen van twaalf naar zeven. Dat van die gemeenten werd al snel daarna door Plasterk zelf afgezwakt en voor die ene fusieprovincie van Noord-Holland, Flevoland en Utrecht die nu nog slechts in de pen van het ministerie zit, wordt niet hard geklapt in het land. Belangrijkste kritiek: voor welk probleem is die super-provincie eigenlijk een oplossing?

Wat doet de minister van Binnenlandse Zaken dan wél? Want als het om een andere taak van de huidige minister op dat departement gaat, constitutionele zaken, dan is het het d66-Kamerlid Gerard Schouw die de wet heeft ingediend om de benoeming van de burgemeester door de Kroon uit de grondwet te halen. Dat was niet het initiatief van Plasterk, al was dat politiek gezien niet onverstandig.

Het uit de grondwet halen van de benoeming van de burgemeester kan de opstap zijn naar een gekozen burgemeester. Met de nadruk op kan, want rond dit onderwerp moet je in Nederland heel voorzichtig zijn. Daarvoor is de gekozen burgemeester al te vaak ergens in het parlementaire proces pijnlijk gestrand. Daarover kan voormalig d66-minister van Binnenlandse Zaken Thom de Graaf meepraten. Hij stapte op toen het hem in 2005 niet lukte de gekozen burgemeester door de Eerste Kamer te krijgen.

Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart dook het onderwerp weer op in de media. cda-leider Sybrand van Haersma Buma verkondigde onlangs pontificaal dat ook hij nu voorstander is van een gekozen burgemeester. Dat leek voor de bestuurderspartij cda die traditioneel veel burgemeesters levert een hele ommezwaai. Buma, voorzitter van een fractie die nog maar uit dertien leden bestaat, kreeg er veel aandacht mee. Dat is nooit weg in de aanloop naar verkiezingen.

Maar eigenlijk was die aandacht onterecht, al ligt de schuld daarvoor bij de media zelf. Het cda had vorig jaar zomer in de Tweede Kamer al ingestemd met het voorstel van d66’er Schouw. Het cda wilde toen zelfs al verder gaan dan Schouw. De christen-democraten hadden ook al willen praten over de bevoegdheden van een burgemeester die op een democratischer manier op zijn post terecht is gekomen.

Buma is nu van dat laatste teruggekomen. Hij heeft zich aangesloten bij het grote parlementaire kamp dat niet – zoals in het verleden – meteen weer wil belanden in discussies over de wijze waarop de burgemeester in de toekomst moet worden gekozen en welke taken en bevoegdheden deze lokale bestuurder dan krijgt. Want daarop liep het juist altijd fout, ook al vond de Kamermeerderheid het niet meer van deze tijd om de burgemeester door de koning te laten benoemen.

Zo gemakkelijk is de keuze dan ook niet over hoe de benoeming dan wel tot stand moet komen. Aan elk nieuw systeem zitten voor- en nadelen, zo hoor je in de Tweede Kamer. Gaat de voltallige gemeenteraad die keuze maken of mag de hele bevolking daarover meestemmen? En als gekozen zou worden voor het laatste, is het dan een idee om de lijsttrekkers bij de gemeenteraadsverkiezingen burgemeesterskandidaat te maken, zodat de grootste partij de burgemeester levert? Of gaan de burgemeestersverkiezingen apart van de raadsverkiezingen? Ook moet er nagedacht worden over de vraag of de burgemeester-nieuwe-stijl zijn eigen wethouders en programma meeneemt, of dat hij beide samenstelt in overleg met de raad.

Vragen te over. Maar de minister van Binnenlandse Zaken hoeft daarop van de Kamer geen antwoorden en visie te formuleren. Ook hier ligt geen schone taak voor hem weggelegd. De overgrote meerderheid van de Tweede Kamer wil nu eerst echt een keer de grondwet gewijzigd krijgen. Voordat het zo ver is moet het initiatief van Schouw in deze regeringsperiode eerst nog door de Eerste Kamer en dan na nieuwe landelijke verkiezingen nog een keer door beide Kamers. Daar gaat dus nog wel enige tijd overheen.

Een minister van Binnenlandse Zaken met een visie zou maar roet in het eten kunnen gooien. Vandaar de grap: met een nieuwe minister haal je misschien te veel daadkracht binnen.